ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Slogblog


 

© Hans Middelveld

Hij heet al weer jaren de Eneco Tour, eerst door Nederland en sinds 2005 door België en Nederland. Daarvoor heette het gewoon de Ronde van Nederland en in 1948 was de allereerste uitgave. Het was toen nog echt een rondrit door ons land met start en finish in de hoofdstad. Op 6 mei was de start op de Dam en de finish was op 15 mei in het Olympisch Stadion. Een negendaagse etappekoers waarvan ik vorig jaar nog wat beelden op TV heb gezien van de passage over de Afsluitdijk. In het stadion werd een mooi baanprogramma georganiseerd om in afwachting van de aankomst het publiek te vermaken. Bij die eersteling in 1948 had de stadiondirectie goed uitgepakt. Het hoofdnummer was een omnium voor beroepsrenners met kanjers als ...

Door Fred van Slogteren, 4 maart 2007 10:00

Bjarne RIIS (1964, Denemarken)

Het wordt te pas en te onpas geciteerd: ‘wat goed is komt snel’, de uitspraak van Joris van den Bergh. Als het waar is dan is Bjarne Riis geen goede renner geweest, want hij had bijna tien jaar nodig om de top te bereiken. Hij debuteerde in 1986 bij de profs in een klein Belgisch ploegje. Een jaar later zat hij in een nog kleiner ploegje. Een Nederlandse ploeg zelfs met de naam Lucas-Atlanta. Met mannen als Patrick Deneut, Werner Devos, Leon Nevels en Ronny Van Holen. Wie kent ze nog? En die zorgden dan nog voor de bescheiden successen en niet de forse Deen uit Herning. Toch kreeg hij daarna een contract bij betere ploegen. Hij verbleef vier jaar in Franse dienst en ging toen naar Italië. En daar werd hij een goede subtopper. De knecht bleek ineens een kopman te zijn en met een vijfde plaats in de Tour van 1993 en een derde twee jaar later, kon hij bij iedere grote ploeg terecht. Hij werd in die Italiaanse jaren wielrenner, mede omdat zijn sterke karakter met leiderscapaciteiten eindelijk naar buiten kwam. Hij leerde veel van vakman Giancarlo Feretti en hij was een van de eerste pupillen van wonderdokter Luigi Checchini. Hij kreeg een contract bij Deutsche Telekom en in 1996 vertrok hij als kopman in de Tour de France. De kalende Deen maakte dat jaar een eind aan de saaie hegemonie van Miguel Indurain en een ieder was hem dankbaar. Toch waren er vraagtekens. Riis was ineens een superieure wielrenner die het initiatief nam en zijn tegenstanders liet staan als hij daar de tijd rijp voor achtte. Dat was een heel andere coureur dan we kenden. In de jaren daarvoor was hij de met moeite aanklampende doorzetter die op zijn wenkbrauwen in het spoor van de leiders bleef en in 1996 was hij de dictator, die in de ingekorte rit naar Sestrière in de beklimming van de Col de Montgenèvre iedereen overtuigde. Hier reed een superkampioen. Die kalende karakterkop boven dat sterke Vikingenlijf straalde een superioriteit en onoverwinnelijkheid uit die grote indruk maakte. In het peloton werd er echter gefluisterd en de bijnaam Monsieur 60 pourcent deed zijn intrede. ‘Riis speelt met zijn leven’, zei een Nederlandse beroepsrenner uit die tijd eens tegen me. Er waren toen meer van dit soort merkwaardige gedaanteverwisselingen, want het peleton had epo ontdekt. En nu is Riis de leider van een van de sterkste ploegen in het ProTour-circuit. Michel Wuyts zei deze week in een interview dat het dopingprobleem van nu mede wordt veroorzaakt door het feit dat alle managers en ploegleiders uit het milieu afkomstig zijn. Dat is waar, maar hoe verklaart Wuyts dan het gedrag van de heer Manolo Saiz, wiens pre het was dat hij nu juist geen wielerverleden had? (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat vermeldt het geboorteregister nog meer?

Door Fred van Slogteren, 4 maart 2007 0:00

Zo nu en dan krijg ik een indicatie dat onze slogblog in de hele wereld bekeken wordt. Dat voelt goed, terwijl ik me tegelijkertijd afvraag wat dat voor mensen zijn. Waarschijnlijk Nederlanders in den vreemde. Deze week ontvingen we een mailtje van John Palmer uit Saskatchewan in Canada. Zijn loftuitingen zijn vooral bestemd voor de balhoofdplaatjes (headbatches) van Otto Beaujon (foto). Ik denk dat John Nederlands kan lezen omdat uit zijn mailtje blijkt dat hij in Wassenaar heeft gewoond. Verder wordt duidelijk dat hij een ingewijde is in de fietsenindustrie en dat Otto binnenkort een pakketje mag verwachten met balhoofdplaatjes. Onze fietsprofessor uit Oudewater moet er maar eens gauw een van John presenteren. (Foto: © T&T Tekst & Traffic)

Hi Otto,

I have just been looking at the wielersport.slogblog.nl, what fun, it is going to keep me entertained for some time! Your headbadges look great and I am very impressed at the information which you are able to give about the makers etc. Will you put all this together in a book sometime? It would be very interesting, as well as colourful! Maybe I should ...

Door Fred van Slogteren, 3 maart 2007 12:00

Romans VAINSTEINS (1973, Letland)

In 1998 had ik een interessant gesprek met de bekende sportpsycholoog Peter Blitz. Volgens Blitz is de wens van een sportman om de beste en de snelste te zijn een gevolg van een in de genen verankerde behoefte aan strijd. Waar mensen zijn is rivaliteit en animositeit en daar is topsport op gebaseerd. Hij voerde als bewijs voor zijn stelling aan dat Israël nauwelijks sporters van intenationale allure heeft voortgebracht, omdat dat land al zo’n halve eeuw in een staat van oorlog verkeert met zijn Arabische buren. Ik stelde daar tegenover dat het gehele over de wereld verspreide jodendom wel een schat aan grote musici, geslaagde zakenmensen en nog veel meer succes heeft voortgebracht, maar weinig topsporters van betekenis. Dus lag het misschien meer aan de jood dan aan de Israëli. Op de terugweg zocht ik in mijn geheugen naar joodse wielrenners van naam, maar ik kon ze niet vinden. Pas twee jaar later werd Romans Vainsteins wereldkampioen en ik las dat hij een Let van joodse afkomst is. Een jaar later eindigde de Amerikaan Levi Leipheimer als derde in de Vuelta en ook hij heeft – aan zijn naam te oordelen – joodse wortels. Maar beiden komen niet uit een land met oorlogsdreiging. Vainsteins is een renner geweest die maar korte tijd in de belangstelling wist te staan. Hij heeft niet veel gewonnen, hoewel hij een geduchte spurt in huis had. Hij was ook slim en dat bewees hij in dat WK van 2000 in Plouay in Bretagne. Tscmil en Bartoli waren huizenhoog favoriet, maar de slimme Let wist al enkele ronden voor het einde dat ze niet weg zouden komen. Hij spaarde zijn krachten want de gehele Letse delegatie bestond maar uit drie renners, dus mochten wat hem betrof de Italianen en de Belgen het werk doen. Zonder een trap te veel te hebben gedaan, spurtte hij naar de overwinning. Daarna werd het angstig stil rond de wereldkampioen. De vloek van de regenboogtrui was volledig op hem van toepassing en in drie seizoenen behaalde hij slechts één overwinning. Eind 2004 maakte Lampre bekend dat ze zijn contract niet wilden verlengen en geen enkele andere ploeg bleek bereid hem à raison van een behoorlijk salaris in te lijven. En zo stopte de Let al op 31-jarige leeftijd. Hij heeft wortel in Italië geschoten, omdat hij trouwde met de dochter van de grote Italiaanse wijnondernemer Caldirola. Vaini, vini, fietsie zal ik maar zeggen. En daar is geen woord Hebreeuws bij, zelfs geen Jiddisch. (Foto: © Cor Vos)

Wat vermeldt het geboorteregister nog meer?

Door Fred van Slogteren, 3 maart 2007 0:00

 

© Otto Beaujon

“Brennabor is het Latijnse woord voor Brandenburg, in dit geval Brandenburg aan de Havel, even ten westen van Berlijn. Brennabor was ooit een fietsenfabriek van vergelijkbare afmetingen en status als Raleigh. Het bedrijf vermeldde tientallen jaren lang op elke reclame-uiting hoeveel werknemers ze op dat moment in dienst hadden. 6100 Arbeiter, of 8000 of zoveel als het er op dat moment waren. Wanneer de onderneming precies is opgericht weet ik niet. Wikipedia baseert zich op de encyclopedische Dr.Tragatsch die in 1960 schreef: stichtingsjaar onbekend, vanaf 1903 ook motorfietsen. Zo schiet je met Wikipedia natuurlijk ook niks op.
Brennabor was in het Duitsland van voor de tweede wereldoorlog een belangrijke sponsor van veel ...

Door Fred van Slogteren, 2 maart 2007 10:00

Roger WALKOWIAK (1927, Frankrijk)

Hij was in 1956 een zeer verrassende winnaar van de Tour de France. Ik weet niet of er in die tijd al weddenschappen op de eindwinnaar konden worden afgesloten, maar zijn naam zal niet zijn genoteerd. Sterker nog: het was al een wonder dat hij meedeed. Pas enkele dagen voor de start kreeg hij te horen dat hij naar Reims moest komen waar op 5 juli 1956 de start van de Tour zou plaatsvinden. Hij was reserve en een geselecteerde renner moest het vanwege een blessure laten afweten. Nog geen week later reed de bescheiden renner uit Montluçon in het geel, omdat hij in de etappe van Lorient naar Angers deel uitmaakte van een grote kopgroep die 19 minuten voorsprong pakte. Walko stond ergens in de 30, maar daarmee was hij de bestgeplaatste van de 31 koplopers. Hij bleef drie dagen in het geel, maar moest de leiderstrui toen afstaan aan Gerrit Voorting. Er was dat jaar geen uitgesproken favoriet, want grootheden als Coppi, Koblet, Kübler, Bobet, Geminiani en Robic moesten om uiteenlopende redenen verstek laten gaan. In vrijwel iedere Tour hebben kleinere renners de mogelijkheid het geel te veroveren. Maar als de bergen komen, zakken ze doorgaans ver weg in het klassement. Zo niet Walkowiak. Hij kon aardig klimmen, prima dalen en redelijk tijdrijden en hij bleef hoog in het klassement staan tot hij in de etappe van Turijn naar Grenoble zijn kans greep en op indrukwekkende wijze het geel terugpakte. Hij beklom de Croix de Fer alsof ’t het circuit van Zandvoort was en in de afdaling kon niemand hem volgen. De gele trui zat om de schouders van Wout Wagtmans, maar de Brabander had de slechtste dag uit zijn bestaan als wielrenner en hij kwam uitgeput en ondersteund door Jan Nolten over de finish. Walkowiak had geschitterd, maar werd over de finish weer direct het bescheiden rennertje dat moeite had met zijn nieuwe status. En dat heeft hij de rest van zijn carrière behouden en hij heeft zijn Tourzege nooit meer kunnen bevestigen. Tot op de huidige dag schijnt hij te lijden onder het gewicht van die overwinning. Als renner zat hij in het verkeerde lijf. Hij ontbeerde het vedettendom en daarom was het winnen van de Tour voor hem meer een straf dan een zegen. Maar ik bestrijd dat hij een onterechte winnaar was. Die bestaan niet in de Tour. In een eendagswedstrijd kan het toeval en het geluk soms een rol spelen, maar in de Tour lukt dat niet drie weken lang. Bij gebrek aan betere renners was de Poolse Fransman dat jaar de beste. Helaas heeft nog niemand hem daarvan kunnen overtuigen.

Door Fred van Slogteren, 2 maart 2007 0:00

TOURBOEK TELEVIZIER
 

door Rein van Rooij

“Het Tourboek van Televizier dateert uit 1964. Het aardige is dat het een voorbeschouwend boekje is over de Tour de France, toegespitst op de eerste Nederlandse professionele merkenploeg. Een compleet boekje van 130 pagina’s met een voor die tijd uiterst moderne coverfoto van Harry Pot. Zo waren wielrenners nooit eerder in beeld gebracht. Het staat boordevol foto’s. Ook wordt er uitgebreid aandacht besteed aan de geschiedenis van de Tour met veel oude foto’s. Van elke renner die door Televizier was geselecteerd om mee te doen, staat er een biografie in en er wordt zeer uitgebreid stilgestaan bij de lange wielercarrière van ploegleider Kees Pellenaars. Het is bij mijn weten in die tijd de enige keer geweest dat er een dergelijk boekje over een ploeg werd uitgegeven. Het zegt ook iets over de ...

Door Fred van Slogteren, 1 maart 2007 10:00

Gastone NENCINI (1930, overleden 01.02.1980, Italië)

Het zal een bittere pil zijn geweest voor de grote Franse president Charles De Gaulle toen de Tourkaravaan in 1960 lang zijn buitenoptrekje in Colombey-des-deux-Eglises kwam en er een Italiaan in plaats van een Fransman in het geel reed. De Tour stopt voor niemand en dus ook niet voor een Franse president. Maar voor onzelieveheer zelf en voor Charles De Gaulle wordt in Frankrijk  een uitzondering gemaakt. De hele karavaan stopte voor zijn oprijlaan en de geletrui mocht op het bordes komen. Hij kreeg daar de felicitaties van de president en een ieder deed een kort gebed voor de in die Tour zo tragisch ten val gekomen Roger Rivière. Het heeft voor Rivière geen baat gehad, maar Nencini bracht de maillot jaune met de vingerafdrukken van de president in Parijs. Hij stond er op het erepodium met nog een Italiaan Graziano Battistini en de Belg Jan Adriaenssens. Drie jaar na zijn zege in de Giro d’Italia haalde de Leeuw van Mugello nog een grote ronde binnen. Het zijn twee diamanten op zijn kroon, waar verder weinig edelstenen in zitten. Er had nog een derde grote triomf kunnen zijn, want in 1955 had hij de zege in de Giro al vrijwel binnen toen een lekke band op twee dagen voor het einde hem parten speelde. Het peloton onder aanvoering van Fausto Coppi en Fiorenzo Magni sloeg op hol en Gastone kreeg het gat niet meer dicht. Hevig teleurgesteld stond hij als derde op het podium. Twee jaar later nam hij wraak en deed hij in feite hetzelfde toen Charly Gaul in de leiderstrui de tijd nam voor een sanitaire stop. Onder aanvoering van Nencini vloog de snelheid omhoog en Gaul verloor de ronde. Sindsdien had de Engel van het Hooggebergte er een bijnaam bij: Monsieur Pipi. Nencini was een echte ronderenner, die het zeldzame vermogen had om op niveau te blijven als anderen na twee weken koers minder werden. Hij was een uitstekend klimmer en een kamikaze-piloot als daler. In die laatste hoedanigheid hoort hij in het rijtje van Magni, Savoldelli en Rini Wagtmans, mannen die zich zonder angst als bakstenen naar beneden konden storten.

Wat vermeldt het geboorteregister nog meer?

Door Fred van Slogteren, 1 maart 2007 0:00

 

© Henk Theuns

“Als je de grens naar Frankrijk overrijdt geeft je GSM na een paar kilometer een signaaltje als bewijs dat je vanaf dat moment onder het Franse telecomverkeer valt. In het display staat dan: Bouygues. Het duurde even voor ik wist hoe je het uitspreekt maar dat klinkt ongeveer als; Bjoek, zeg maar zoals het Amerikaanse automerk Buick. De grote naamsbekendheid die dit bedrijf heeft dankt het voor een groot deel aan de ProTour-ploeg van die naam die al enkele jaren op het hoogste niveau meedoet aan het professionele wielrennen. Als ik in de seizoengids 2007 van Wieler Magazine kijk, dan is het een beetje een ploeg van vreemde smetten vrij, want van de 30 renners zijn er slechts ...

Door Fred van Slogteren, 28 februari 2007 10:00

Claudio CHIAPPUCCI (1963, Italië)

Voor een renner die van moeder natuur niet al te veel talent heeft meegekregen heeft Claudio Chiapucci het behoorlijk ver geschopt. Hij heeft het vooral met werken bereikt, want hij was een trainingsbeest. Wat dat betreft is hij enigszins te vergelijken met Adrie van der Poel, hoewel ze als type renner ver van elkaar verschilden. Hij werd bij de amateurs kampioen van zijn land en dat leverde een profcontract op bij de Carrera-ploeg. Hij dreigde er als knecht verloren te gaan, maar kopman Stephen Roche ontfermde zich over hem en de Ier bracht hem de tips en tricks bij die hem alsnog op een hoger niveau bracht. Omdat hij heel aardig kon klimmen, vertrok hij als kopman in de Tour de France van 1990. Hij besloot dat vertrouwen al direct in de eerste etappe te belonen. Het werd een van de merkwaardigste Touropeningen uit de geschiedenis. Vier man liepen meer dan tien minuten uit en, op Frans Maassen na, speelden ze een belangrijke rol in het verloop van de Tour. Steve Bauer reed dagenlang in het geel om daarna afgelost te worden door Ronan Pensec. Toen het echt omhoog ging meldde Chiapucci zich in het geel en Greg LeMond heeft nog heel wat trucen moeten uithalen om zijn derde Tourzege veilig te stellen. De naam Chiapucci was gemaakt en na zijn tweede plaats in het eindklassement werd hij nog een keer tweede, een keer derde en een keer zesde. Ook won hij twee keer het bergklassement in de Tour en drie keer in de Giro. Il Diablo werd hij genoemd en het kleine vrolijke mannetje was uitermate populair bij het publiek. Bij zijn collega’s was hij heel wat minder gezien, omdat hij nogal solistisch en eigenzinnig te werk ging en menigmaal dwars door de slag reed als hem dat zo uitkwam. Ook zijn wijze van voorbereiden oogstte veel kritiek. Hij had in 1991 zijn zinnen gezet op Milaan-San Remo en dan rij je niet de Catalaanse Week als voorbereiding. Dat is een ijzeren wielerwet, want die korte Spaanse rondrit eindigt pas een dag voor de Primavera. Dat kan niet samengaan, dacht iedere kenner, maar Claudio bewees dat het wel kon. Hij reed een fraaie palmares bij elkaar en met zijn afscheid in 1999 verloor het profpeloton een van haar kleurrijkste renners. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 28 februari 2007 0:00

« Vorige 1 2 3 ... 987 988 989 990 991 992 993 994 995 996 997 ... 1077 1078 1079 Volgende »