ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Slogblog


Vorige week schreef ik over de Duitse kroonprins, zoon van keizer Wilhelm II, die rond de voorlaatste eeuwwisseling op de keizerlijke landgoederen rondreed op een fiets met zijn naam als merk.

Ik schreef ook dat fietsenfabrikanten dat in die tijd wel meer voor de gewoonte hadden om een merk naar een keizerlijke of koninklijke hoogheid te vernoemen.

Zo inspireerde de Britse koningin Victoria met haar persoon industriële bedrijven om haar naam als merk voor hun producten te gebruiken. Zo verschenen er ook Victoria fietsen op de markt, waar de koningin zelf nooit op zou kunnen fietsen, vanwege haar geringe lengte van net anderhalve meter.

In Nederland gebeurde aan het eind van de negentiende eeuw iets dergelijks toen er in 1880 een prinsesje werd geboren. Een kroonprinses nog wel.

Wat was het lang verbeide dochtertje van koning Willem III en zijn tweede vrouw, koningin Emma, ongelooflijk welkom onder brede lagen van de bevolking. De mensen waren oprecht enthousiast. Leve de Willemien, Oranje boven!!!

Het lag dan ook voor de hand dat de naam van het prinsesje als merknaam gekozen zou worden voor tal van producten. Timmerman Jan van den Brink uit Zeist begon in die tijd een fietsenfabriekje en liet als gevolg van de populariteit van het prinsesje in 1896 haar naam als merk deponeren.

De eerste Wilhelmina fietsen hadden een plaatje met de beeltenis van een tienjarig meisje met hangend haar, als op het toen in omloop zijnde muntgeld. Naarmate ze ouder werd, werd dat op de munten geactualiseerd, trouw gevolgd door de fietsenmaker uit Zeist.

Van den Brink had vier dochters, en de oudste trouwde met Maurice ‘Puck’ Adler, een in die tijd beroemde wielrenner. Zo vestigde Adler in 1891 een record door op zijn driewieler in 24 uur tijd een afstand af te leggen van 353 kilometer.

Hij was in 1892 en 1893 kampioen van het Europese vasteland en ook enkele malen Nederlands kampioen. Puck Adler was in zijn tijd net zo beroemd en populair als Tom Dumoulin nu. Na zijn carrière trad hij als firmant toe tot de onderneming van zijn schoonvader.

Toen de werkplaats in Zeist in 1904 afbrandde, verhuisde de firma Adler & Van den Brink naar Amsterdam. Adler was een ongedurig mens die telkens aan nieuwe zakelijke avonturen begon. Daar had hij soms veel geld voor nodig, reden waarom het merk Wilhelmina op enig moment aan de hoogst biedende verkocht.
... Lees meer
Door Otto Beaujon, 17 november 2017 12:00

Marcel Delattre, een toen twintigjarige Fransman uit Puteaux, een voorstad van Parijs, was bij het WK van 1960 een van de twee finalisten in het nummer achtervolging voor amateurs. Zijn tegenstander was onze landgenoot Henk Nijdam.

Het was in Leipzig, toen nog een stad in de DDR en Nijdam had een verpletterende indruk gemaakt in de halve finale waarin hij moest afrekenen met de Zwitser Weckert.

Geheel tegen zijn gewoonte in ging de Drent als een raket van start en binnen enkele ronden keek hij de Helveet in de rug. Met de snelste tijd van het toernooi kon hij met vertrouwen de finale tegemoetzien.

Delattre was weliswaar een geduchte tegenstander, maar iedereen achtte de vier jaar oudere Nederlander de grote favoriet en eigenlijk rekende de vaderlandse delegatie al een beetje op een feestje.

De start voor de finale werd die dag enkele malen uitgesteld en Nijdam raakte eerst gespannen, vervolgens goed nerveus en tenslotte volledig van de kook. De Fransman aan de andere kant van de baan zag het met genoegen aan.

De Drent zat op van de zenuwen vlak voor de start met de sluiting van zijn valhelm te prutsen, zag lijkbleek en herhaalde meerdere keren dezelfde handelingen als het vasttrekken van zijn voetriemen en het rechttrekken van zijn oranje shirtje.

‘Nijdam was al verslagen voordat het startschot had geklonken’, schreef Pieter M. Korf als ooggetuige enkele dagen later in het blad Wielersport. Toen het startschot klonk dacht Nijdam zijn tegenstander met een razendsnel vertrek te kunnen verrassen, maar Delattre stond hem grote voorsprong toe.

Het was dit keer zelfmoord, want al na drie rondjes was de cadans weg en had hij geen kans meer tegen de zelfverzekerd zijn rondjes draaiende Parijzenaar. Een jaar later nam Nijdam revanche door alsnog wereldkampioen te worden.

Dit keer stond Delattre weer naast hem, maar op het treetje voor de derde plaats. Daarna werden ze beide beroepsrenner. Nijdam werd nog een keer wereldkampioen, maar Delattre haalde het hoge niveau dat hem bij de amateurs zo kenmerkte, niet meer bij de profs.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 17 november 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
ANZA, Santo (1980, ItaliŽ)
ASTARLOZA CHAURREAU, Mikel (1979, Spanje)
BAGGIO, Filippo (1980, ItaliŽ)
CAVALCANTI, Giovanni (1943, ItaliŽ)
CHIESA, Mario (1966, ItaliŽ)
DISSEAUX, Albertin (1914, † 10.07.2002, BelgiŽ)
GENT, Chris van (1918, † 31.12.1991, Nederland)
GOSSELIN, Emile (1921, † 13.03.1982, BelgiŽ)
HńUSLER, Claudia (1985, Duitsland)
HIJZELENDOORN SR., Jan (1904, † 03.03.1974, Nederland)
MAIER, Harald (1960, Duitsland)
OTXOTORENA ARRARAS, Xabat (1980, Spanje)
RICKARDS, Emma (1973, AustraliŽ)
BATTAGLIN, Enrico (1989, ItaliŽ)
EVENSEN, Henrik (1994, Noorwegen)

of ons op deze datum ontvielen:
JAKOBI, Heinz (1922, † 17.11.2014, Duitsland)
SAMYN, Willy (1938, † 17.11.2012, BelgiŽ)
Door Fred van Slogteren, 17 november 2017 0:00

DIT IS ONZE TIJD

door Thijs Zonneveld

De titel van dit in 2008 verschenen boek lijkt wel een oorlogsverklaring. Van de toenmalige Nederlandse wielerjeugd aan de gevestigde wielerreputaties, die door de dopingellende van die tijd aan de kant diende te worden geschoven.

In de epiloog staat: ‘Wij zijn de nieuwe generatie. De iPod-generatie. De ikGeneratie. De zap-generatie. De generatie nix. Plak er de naam op die je wilt; het boeit ons niet. Mensen houden er nu eenmaal van te denken in patronen. In hokjes.

Om etiketten te plakken. Allemaal best. Ze doen maar. Zolang iedereen maar weet dat we niet genoegen nemen met nix. We willen alles.’ En even verderop: ‘Talenten worden we genoemd. Jongens voor de toekomst.

Voor over een paar jaar. Als we ouder en sterker zijn, en ervaring hebben opgedaan. Wat een flauwekul. Wij zijn geen talenten. Wij zijn geen jongens voor over een paar jaar. We zijn oud genoeg. We zijn sterk genoeg.

En we zijn meer dan goed. Ervaring is een overschat begrip. De toekomst is nu. Dit is onze tijd.’ Stevige taal en die schrijft Zonneveld neer uit naam van vijf renners die – volgens hem – aan deze omschrijving voldoen.

Dat zijn Thomas Dekker, Lars Boom, Robert Gesink, Sebastian Langeveld en Bauke Mollema. Toen ik het las, dacht ik, niks nieuws onder de zon, want vergelijkbare talenten uit het verleden waren net zo lastig.

Dwars tegen de wind in hebben mannen als Fiel Middelkamp, Gerrit Schulte, Wim van Est, Peter Post, Jan Janssen, Joop Zoetemelk, Hennie Kuiper, Jan Raas en nog een aantal anderen zich zelf gemaakt, door op beslissende momenten keuzes te maken.

Het is een eigenschap van talent. Ze willen zo graag en het duurt hen allemaal veel te lang. Bovengenoemde namen hebben dat allemaal bewezen en het is leuk om negen jaar na het verschijnen van dit boek eens na te gaan in hoeverre de vijf hoofdpersonen de verwachtingen van toen hebben waargemaakt.

Thomas Dekker is anno 2017 al uitgefietst en heeft met al zijn talent een puinhoop van zijn wielercarrière gemaakt. Lars Boom fietst nog, maar is toch niet die grote meneer geworden die velen in hem zagen. Het kan nog, maar dan moet hij wel opschieten.

Robert Gesink fietst ook nog. Van tegenslag naar tegenslag en daarom is zijn carrière niet geworden wat in dit boek wordt gehoopt en min of meer voorspeld. Ik hoop voor die sympathieke jongen uit de Achterhoek dat hij in de laatste jaren van zijn carrière van tegenspoed gevrijwaard blijft.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 16 november 2017 12:00

Hij heeft wel even gewielrend, maar je kunt hem nauwelijks wielrenner noemen. De verdiensten van Karel Steyaert, zich noemende Van Wijnendaele naar zijn geboortedorp, zijn niet fietsend tot stand gebracht, maar schrijvend, pratend en organiserend.

Hij werd op 27-jarige leeftijd sportjournalist in dienst van het maandblad Onze Kampioenen. Drie jaar later stapte hij over naar het weekblad Sportwereld, waarvan hij later eigenaar zou worden.

Van Wijnendaele had een droom, hij wilde in navolging van Henri Desgrange, de stichter van de Tour de France, een grote wielerkoers organiseren. Een eendagswedstrijd die te vergelijken moest zijn met de grote Franse klassiekers Parijs-Roubaix en Parijs-Tours.

Het werd de Ronde van Vlaanderen. Op zondag 25 mei 1913 ging in Mariakerke nabij Gent de eerste editie van start. Het werd een ware helletocht met een lengte van 330 kilometer. De karavaan trok door alle grote Vlaamse steden om weer in Mariakerke te eindigen. De allereerste winnaar van Vlaanderens mooiste was Pol Deman. Een jaar later was het oorlog in België en de belangstelling voor de tweede editie was minimaal.

Er stonden slechts tien renners aan het vertrek. Ook de jaren daarna ging het bedroevend met het geesteskind van Van Wijnendaele en pas in 1919 nam de belangstelling weer toe.

In de loop van de jaren twintig begon de ronde te appelleren aan het zelfbewustzijn van het Vlaamse volk. Het parcours had toen ongeveer al de lengte en de route van de huidige ronde en er namen ook tal van buitenlandse cracks aan deel.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 16 november 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
DE ROECK, Bart (1984, BelgiŽ)
GAYANT, Martial (1962, Frankrijk)
JONG, Jan de (1944, Nederland)
MEER, Johan van der (1954, Nederland)
NEIRYNCKX, Kevin (1982, BelgiŽ)
VAN WIJNENDAELE, Karel (1882, † 20.12.1961, BelgiŽ)
ZIJDEN, Corine van der (1995, Nederland)
K‹NG, Stefan (1993, Zwitserland)
BUYSMAN, Nina (1997, Nederland)
KOOIJ, Bas van der (1995, Nederland)

of ons op deze datum ontvielen:
VIEJO, Josť-Luis (1949, † 16.11.2014, Spanje)
Door Fred van Slogteren, 16 november 2017 0:00

In de jaren toen Theo Bos nog een pure baansprinter was, werd altijd vermeld dat hij de opvolger was van grote sprintkanonnen uit het verleden als Piet Moeskops, Arie van Vliet en Jan Derksen.

Ik ga dat natuurlijk niet ontkennen, maar het is één naam te weinig. Die van Leijn Loeveseijn hoort er ook bij. Ik begrijp wel waarom, want de drie uit een ver verleden zijn meervoudig wereldkampioen geweest.

Moeskops vijf keer, Van Vliet vier keer en Derksen drie keer. Daar steekt die ene wereldtitel van Leijntje toch wat schril bij af. Wat niet wil zeggen dat hij die ene wereldtitel in 1971 cadeau heeft gekregen.

Hij had in zijn tijd te maken met topspinters als Gordon Johnson, Sante Gaiardoni, Robert Van Lancker, Giordani Turrini en nog een handvol van die flitsers die sneller reden dan hun schaduw.

Leijn Loeveseijn uit Amsterdam was ze allemaal de baas op die augustusdag in 1971 in het Italiaanse Varese. Daarom was Theo Bos niet alleen de opvolger van de grote drie uit de Nederlandse sprintgeschiedenis, maar ook van Loeveseijn.

Derksen en Van Vliet speelden wel een rol in het tot stand komen van die titel. Derksen was in 1971 bondscoach van de baanrenners en Van Vliet de chef d’équipe van de hele Nederlandse afvaardiging.

Toen Leijn de halve finale had bereikt, bepaalde de jury dat hij het tegen Turrini moest opnemen en hij en Derksen waren van mening dat het niet helemaal volgens de regels was gegaan. In het nadeel van Leijn, want de Italiaan was de belangrijkste favoriet voor de wereldtitel.

Verontwaardigd gingen de twee naar Van Vliet met het verzoek een protest in te dienen. Van Vliet zat op dat moment met een paar andere leden van de Nederlandse ploeg te kaarten. Zonder zijn ogen van het spel af te houden, hoorde de Woerdenaar het verzoek aan.

Toen ze uitgesproken waren trok Van Vliet eens flink aan zijn sigaar, legde de winnende kaart op tafel en sprak de legendarische woorden: “Jongen, als je wereldkampioen wil worden, moet je ze allemaal kunnen hebben”
... Lees meer
Door Henk Theuns, 15 november 2017 12:00

Brett Lancaster is een niet zo bekende Australiër die toch twee wereldtitels op zijn naam heeft staan en een olympische gouden plak in zijn kluis heeft liggen. Althans dat veronderstel ik, want ik heb begrepen dat de meeste eigenaren van olympische medailles daar zeer voorzichtig mee omgaan.

Niet allemaal natuurlijk, want ik hoorde eens van Gerrit Voorting, dat die zijn zilveren plak uit 1948 ooit aan een neefje heeft meegegeven voor een spreekbeurt op school, maar het ding nooit meer heeft teruggezien.

Tot welke categorie Brett behoort, weet ik niet, maar ik neem aan tot de eerste. Die wereldtitels dateren uit 2002 en 2003 toen hij met drie landgenoten op het nummer ploegachtervolging op de baan de beste was.

Die gouden plak verdiende hij op hetzelfde nummer tijdens de Olympische Spelen van Athene in 2004. Zijn maten waren daar Raborenner Graeme Brown en verder Luke Roberts en Bradley McGee. Afgaande op de namen moet dat een machtig kwartet zijn geweest.

Als wegrenner hoorden we voor het eerst van Brett toen hij in 2005, uitkomend voor de Italiaanse ploeg Panaria de proloog van de Ronde van Italië won en de roze trui mocht aantrekken. Het duurde maar een dag, maar zijn naam zette zich in vele wielergeheugens.

In 2007 kwam hij nog dichterbij toen hij voor Team Milram tekende en onder de hoede kwam van Gerry van Gerwen. In 2009 verkaste hij naar Cervélo om in 2012 zijn eindbestemming te vinden in zijn vaderland bij Orica-GreenEdge.

Zijn erelijst past op een A-viertje, want met zijn kwaliteiten van een razendsnelle tijdrijder op de korte afstanden wist hij de overwinningen niet aan elkaar te rijgen. Hij won nog eens de proloog van de Ronde van Duitsland en hier en daar een etappe en dat was het.

Veel meer heeft hij voor de achtereenvolgende ploegen betekend, waar hij als een betrouwbare helper uitstekend werk verrichtte. Bij Team Milram was hij op zijn plaats als leadoutman voor Alessandro Petacchi die in die jaren vele sprintzeges behaalde.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 15 november 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
AMPLER, Klaus (1940, Duitsland)
COSTA DA FARIA, Mario (1985, Portugal)
DE MEERSMAN, Philemon (1914, † 02.04.2005, BelgiŽ)
ERVITI OLLO, Imanol (1983, Spanje)
FERNANDEZ SAINZ, Alberto (1981, Spanje)
GOMEZ DEL MORAL, Antonio (1939, Spanje)
JONGH, Pieter de (1934, Nederland)
KLEINSMAN, Rob (1962, Nederland)
K÷NIG, Leopold (1987, TsjechiŽ)
KOOI, Ben van der (1986, Nederland)
LOENHOUT, Willem-Jan van (1965, Nederland)
MELCKENBEECK, Frans (1940, BelgiŽ)
PONT, Guillaume (1979, Frankrijk)
TRUEBA PEREZ, Vicente (1905, † 13.11.1986, Spanje)
VALKENBURG, Reinier (1962, † 04.12.1987, Nederland)
VISSERS, Job (1984, Nederland)
VLIET, Leo van (1955, Nederland)

of ons op deze datum ontvielen:
Door Fred van Slogteren, 15 november 2017 0:00

De naam Feijenoord staat in Rotterdam voor veel meer dan voor het roemruchte voetbalbedrijf op Zuid. De wijk waar De Kuip staat, heet ook Feijenoord en die heette al zo voor de vereniging werd opgericht.

De regerende voetbalkampioen van Nederland gaat overigens sinds de jaren zestig, toen er voor het eerst internationaal werd gevoetbald, door het leven als Feyenoord met een 'y', omdat Feijenoord met een 'i' en een 'j' in veel landen onuitspreekbaar is.

In de wijk Feijenoord is ook een honkbalvereniging met die naam ontstaan en natuurlijk ook een wielervereniging. De Rotterdamse Renners Club (R.R.C.) Feijenoord. Die vereniging had vroeger eigen fietsen.

Dat waren fietsen van diverse fabrikaten die echter in de clubkleuren (wat dacht je? Rood en wit, natuurlijk!) werden afgeleverd. Ik heb er één – een baanfiets - omdat ik voor R.R.C. Feijenoord een warm plekje in mijn hart heb.

De club is opgericht in 1927. Op 1 november om precies te zijn en dat is mijn verjaardag. De vereniging heeft goede renners voortgebracht en dat lees ik allemaal in het jubileumboekje dat in 1977 is verschenen ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan.

R.R.C. Feijenoord heeft vele jaren lang op Koninginnedag de Ronde van Feijenoord georganiseerd en in dat boekje wordt een hele pagina besteed aan een Rotterdamse renner, die nooit lid van R.R.C. Feijenoord is geweest.

Hij was wel een Rotterdammer die dertig jaar lang van 1947 tot en met 1977 vrijwel jaarlijks prijs reed in de Ronde van Feijenoord. Ik heb het over H. Brinkman.

Die ‘H’ staat voor Hermanus en met die naam afgekort is Manus Brinkman als wielrenner geboren en heeft ook als wielrenner dit ondermaanse verlaten. Tot kort voor zijn dood in juni vorig jaar zat hij nog dagelijks op de racefiets.
... Lees meer
Door Peter Ravensbergen, 14 november 2017 12:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 ... 1078 1079 1080 Volgende »