Bergwerff ad ad ad

Slogblog


Truus van der Plaat was in de jaren zeventig een van de betere Nederlandse wielrensters. De uit Geldermalsen afkomstige renster begon pas op haar 21ste met wielrennen. Dat is vrij laat want daarvoor beoefende ze de schaatssport.

Voor trainingsdoeleinden gebruikte ze de racefiets om kilometertjes te maken en ze besloot om ook te gaan koersen. Aanvankelijk als training voor het schaatsen, maar toen ze er achter kwam dat ze een behoorlijk sprintje in de benen had werd de fiets belangrijker dan de schaatsen.

Ze won regelmatig, maar haar strijdwijze maakte haar niet populair bij de andere dames. Truus hing de hele koers achterin de groep en ze kwam pas naar voren als het op een massasprint uitdraaide, of er met een ereplaats een leuke prijs was te verdienen.

Nu zou niemand zich daar druk om maken, maar in die tijd werd je geacht in de eerste plaats sportief te zijn. Ze trok zich er dan ook niets van aan en bouwde gewetensvol aan haar erelijst en was zowel op de weg als op de baan actief.

Met haar grote bril was ze een opvallende verschijning in het peloton, maar verder was ze een wat introverte persoonlijkheid die zich echter niet de kaas van het brood liet eten. Ze ging haar eigen weg en wist heel goed wat haar mogelijkheden waren.

Op de weg was ze jarenlang met die sprint een geduchte tegenstandster van wielrennende dames als de gezusters Hage, Tineke Fopma, Minie Brinkhoff, Bets van IJken, Willy Kwantes, Marijke Lagerlof en andere coryfeeën uit die tijd.

Ze won regelmatig criteriums en stond drie keer bij het NK op de weg op het podium, maar helaas niet op de hoogste trede. In 1973 moest ze Keetie Hage en Willy Kwantes voor laten gaan, twee jaar later versperden Keetie en Gré Knetemann haar de weg naar eeuwige roem en in 1978 waren dat (al weer) Keetie en haar zus Bella Hage.

In 1978 werd Truus Nederlands kampioen sprint op de baan, nadat ze al vijf keer als tweede was geëindigd. In totaal zou ze zeven keer de ondankbare tweede plaats behalen. Haar grootste prestatie leverde ze in 1979 toen ze op de Amsterdamse stadionbaan tweede werd in de strijd om de wereldtitel sprint op de baan.

Ze reed een geweldig toernooi, versloeg in de halve finale de Italiaanse Rosetta Galbiati (foto 2), maar moest het in de finale afleggen tegen de Russische Galina Tsareva. Ze was echter dik tevreden met haar tweede plaats, ongetwijfeld het grootste succes in haar carrière die ze in 1980 op 32-jarige leeftijd afsloot.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 11 mei 2018 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BOUCQUET, Walter (1941, † 10.02.2018, BelgiŽ)
CECCHI, Ezio (1913, † 19.08.1984, ItaliŽ)
COL”M MAS, Antonio (1978, Spanje)
ENGELS, Jean (1922, † 17.04.1972, BelgiŽ)
FACCI, Mauro (1982, ItaliŽ)
HAMELINK, Carel (1932, Nederland)
HANSEN, Adam (1981, AustraliŽ)
HIBBERD, Carly Michelle (1985, AustraliŽ)
SAMYN, Josť (1946, † 28.08.1969, Frankrijk)
VAN DER SLAGMOLEN, Kevin (1980, BelgiŽ)
WALLAYS, Jelle (1989, BelgiŽ)
POWER, Robert (1995, AustraliŽ)

of ons op deze datum ontvielen:
BRAND, Leo van de (1931, † 11.05.2009, Nederland)
NEVES, Bruno (1981, † 11.05.2008, Portugal)
Door Fred van Slogteren, 11 mei 2018 0:00

LEGENDE ROND DE GELE TRUI

door Jan Lutz

Vanaf het jaar dat ik kon lezen was ik lezer. Zeg maar vanaf mijn zesde levensjaar. Ik heb ik mijn jeugd honderden, misschien wel duizenden, boeken gelezen, dankzij de kleine bibliotheek vlak om de hoek.

Mijn eerste held was Bolke de Beer die een bijzonder contact had met de heer A.D. Hildebrand, schrijver van deze reeks jeugdboeken. Ik heb die boeken keer op keer gelezen en de plaatjes bewonderd, want er stonden vele illustraties in.

Die waren van de hand van Jan Lutz (1888-1957, een Rotterdamse tekenaar en illustrator. Dankzij Wikipedia weet ik dat Lutz onder andere de illustraties maakte voor de boeken van Chris van Abkoude over Pietje Bell en hij de filmpjes tekende van Flipje.

Dat waren in mijn jeugd zeer gewilde vouwblaadjes die geheel uitgevouwen een avontuur van Flipje het fruitbaasje van Tiel in woord en beeld vertelde. Die filmpjes, zoals we die noemden waren populaire verzamel- en ruilobjecten voor de jeugd van toen.

Dat Jan Lutz ook nog een van de eerste Nederlanders is geweest die een boek over de Tour de France heeft geschreven, wist ik tot voor kort niet, want een mens kan niet alles weten.

Mij past wel de nodige eerbied voor de man die een aantal van mijn jeugdhelden een gezicht heeft gegeven. Dat hij daarnaast ook nog iemand was die een boek heeft geschreven over de Tour verheft hem op de ladder van mijn postume bewondering in de adelstand.

Het zijn leuke verhalen die je in de tijd moet kunnen plaatsen toen er over de Tour nog weinig bekend was in Nederland. We kenden de renners natuurlijk, vooral de Nederlandse, maar hadden nog geen idee van de ambiance, de heksenketel en de omvang van de karavaan.

Dat is pas veel later gekomen, terwijl de kennis van Lutz ophoudt in 1957, het laatste jaar van Kees Pellenaars.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 10 mei 2018 12:00

Uit Vlaanderen kwamen de Flandriens, de wielrenners die de koersfiets gebruikten om zich uit de armoe te verheffen. Maar het waren niet alleen Vlamingen, want ook net over de grens in het westen van Nederlands Brabant werden ze geboren.

Op de schrale zandgronden woonden in de eerste helft van de vorige eeuw kroostrijke gezinnen in grote armoede. De kinderen hadden één zekerheid: ze zouden net zo arm worden als hun ouders. Ze aanvaardden hun lot gelaten, maar soms zat er een joch tussen dat zich niet bij dat onrecht wilde neerleggen; een die zich sufpiekerde hoe hij zijn leven in eigen hand moest nemen en zich van een toekomst verzekeren.

Kees Pellenaars uit Terheyden was er zo eentje. 'Waarom moest hij zich in zijn lot schikken? Hij was voor beter in de wieg gelegd. Is't te waor of te nie?' Vanaf zijn dertiende werkte Kees in de bouw als timmerman en op z'n achttiende verdiende hij vijfentwintig gulden schoon in de week.

Dat ging in de huishoudpot van moeder en Kees kreeg een knaak zakgeld. Geen cent gebruikte hij ervan. Maandenlang bracht hij de vrije zondag liggend op bed door, dromend dat hij als een beroemde wielerheld het publiek in de grote sportpaleizen in extase zou brengen.

Bergen geld zou hij verdienen om later een groot huis te kunnen kopen en zijn kinderen voor dokter te laten leren. Nooit meer armoe, geld moest ie hebben! Na acht maanden had hij eindelijk de vijfentachtig gulden bij elkaar om een koersmachien te kopen. Hij kon er niet eens mee thuiskomen, want op last van de clerus werd de wielrennerij als een spel van de duivel beschouwd.

Hij ging in het geniep koersen en hij behaalde overwinningen en ereplaatsen bij de vleet. Hij was een bikkel op de fiets, eentje die voor niemand opzij ging. Toen ze er thuis toch achterkwamen, werd er gehuild en gejammerd want ons Kees was tot de duivel bekeerd. Toen ze het geld zagen dat hij met die duivelskunsten bij elkaar had getoverd, sloeg de stemming om. In die paar maanden had hij meer verdiend dan vader Pellenaars in twee jaar.

In zijn eerste jaar als nieuweling won hij al drieëntwintig koersen. Als amateur mocht hij in 1934 mee naar het wereldkampioenschap in Leipzig. Hij moest knechten voor Piet Snoeijers uit Hoogerheide, maar de opstandige Pellenaars ging voor eigen kans. 'Hij had toch geen acht maanden op z'n nest gelegen en geen pintje aangeraakt voor diejen Snoeijers'.

In de zevende ronde ontsnapte hij met drie anderen en in de eindsprint won hij met klein verschil. Hij was wereldkampioen bij de amateurs en de zo begeerde weg naar rijkdom lag voor hem open. Hij werd beroepsrenner en wie naar zijn palmares kijkt, raakt niet onder de indruk. Hij werd één keer Nederlands kampioen en hij won tweeënveertig criteriums in zeventien profseizoenen. Toch was hij een van de grootverdieners en hij had minstens de reputatie van een Schulte en een Middelkamp.

Hij was een op geld beluste wielerartiest die het publiek gaf, waar het voor gekomen was. Hij stookte en konkelde, kocht en verkocht, organiseerde combientjes, vergat nooit af te rekenen en hield zorgvuldig zijn boekhouding bij. Zijn spaartegoed werd groter en groter, mede omdat hij op de winterbaan ook tot de vedetten behoorde.

Ook daar behaalde hij niet veel overwinningen, maar met zijn strijdlustige manier van rijden maakte hij het spektakel, waardoor het publiek op de banken klom en hem keer op keer ovationeel toejuichte. De baandirecteuren betaalden hem graag de hoge gages, die hij verlangde. Elke avond voor het slapen gaan telde hij zijn centen en het grote huis voor zijn gezin en de universiteit voor zijn kinderen kwamen steeds meer binnen bereik.

In 1950 kwam er een abrupt einde aan zijn wielercarrière toen hij in de Ronde van Duitsland in volle afdaling op een auto knalde. In een Belgische krant verscheen al een In Memoriam, maar Kees was nog niet rijp voor het hiernamaals. Er wachtte hem nog een taak.

Het Nederlandse beroepswielrennen op de weg zat in een diep dal en dat had het eigenlijk altijd gezeten op enkele succesjes na. Nederland was geen groot wielerland als België, Frankrijk of Italië. Het Nederlandse wegrennen stelde niks voor, maar de wielerliefhebbers snakten naar successen in de klassiekers en de Tour.

En daar kon de zakenman Pellenaars voor zorgen, meenden twee doorgewinterde wielerjournalisten die als Tourvolgers de superlatieven in hun barokke proza ook wel eens op vaderlandse coureurs wilden plakken. Met zijn voorkeur voor Brabanders stelde Pellenaars ze niet teleur. Met Wim van Est en Wout Wagtmans, twee buurtgenoten, en met Gerrit Voorting, die nep-Brabander die eigenlijk een Ollander was, had hij de kern van zijn succes snel te pakken.

Er was niet zo veel verschil tussen de ploegleider Pellenaars en de wielrenner. Hij stookte en konkelde, kocht en verkocht, organiseerde combientjes, vergat nooit af te rekenen en hield zorgvuldig zijn boekhouding bij.

Het enige verschil was dat zijn renners nu de uitvoerende macht waren, maar die waakten er wel voor om ongehoorzaam te zijn. Ze verdienden uitstekend in die jaren en Wout Wagtmans kocht ieder jaar een nieuwe Porsche.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 10 mei 2018 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BODNAR, Lukasz (1982, Polen)
BONNIN, Thomas (1989, Frankrijk)
BROECKX, Stig (1990, BelgiŽ)
DRANCOURT, Pierre (1982, Frankrijk)
DUE—AS NEVADO, Moisťs (1981, Spanje)
FINETTO, Mauro (1985, ItaliŽ)
GARIN, Ambroise (1875, † 31.03.1969, Frankrijk)
GUIGNARD, Paul (1876, † 15.02.1965, Frankrijk)
KNOOPS, Frits (1937, Nederland)
MINNE, Stijn (1984, BelgiŽ)
OCKELOEN, Jasper (1990, Nederland)
PELLENAARS, Kees (1913, † 30.01.1988, Nederland)
PIVA, David (1988, BelgiŽ)
WELLENS, Tim (1991, BelgiŽ)
WITECKI, Mariusz (1981, Polen)
ZABELINSKAYA, Olga (1980, Rusland)
ROHDE, Leon (1995, Duitsland)

of ons op deze datum ontvielen:
FAIGNAERT, Emile (1919, † 10.05.1980, BelgiŽ)
RIJCKAERT, Marcel (1924, † 10.05.2001, BelgiŽ)
Door Fred van Slogteren, 10 mei 2018 0:00

Léon van Bon gold volgens ploegarts Geert Leinders in de jaren dat hij voor Rabobank reed als een onwaarschijnlijk supertalent die zo maar aan het ontbijt kon zeggen, ik ga vandaag maar weer eens winnen en het dan nog deed ook.

Zo'n mededeling zouden zijn generatiegenoten Erik Dekker en Michael Boogerd nooit over hun lippen hebben gekregen, want die moesten het volgens Leinders hebben van inzet en focus, en ze hebben bewezen dat je daar vaak verder mee komt.

Van Bon heeft een mooie erelijst, maar die had volgens de kenners nog veel mooier kunnen zijn als hij die andere kwaliteiten had gehad. Hetzelfde geldt overigens voor zijn collega Max van Heeswijk die ook als zodanig door Leinders is bestempeld.

Van Bon heeft zich daarom nooit echt prettig gevoeld bij Rabobank. Omdat ze daar bijna allemaal uit de opleidingsploeg zijn voortgekomen, had de sfeer in de ploeg, volgens veel renners van toen, iets van een kleuterklas.

Het was voor een onafhankelijke geest als Van Bon dan ook een verademing toen hij in 2003 tekende voor Lotto-Domo, na eerst een jaar voor Domo-Farm Frites te hebben gereden. In 2005 ging hij over naar Davitamon-Lotto, maar dat was gewoon dezelfde ploeg met een iets andere sponsornaam.

Daar was hij gelukkig, zeurden ze niet aan zijn kop en kon hij zelf bepalen wanneer de dag was aangebroken dat hij aan zijn water voelde dat het weer eens tijd was voor de woorden: “Ik ga vandaag maar weer eens winnen.”

Zo vlinderde hij door zijn carrière en een bewijs voor zijn ongebonden karakter was het feit dat hij na een mislukt jaar terug bij Rabobank ervoor koos om met het Marco Polo Cycling Team de wereld door te trekken en in exotische landen in Afrika en Azië te gaan koersen.
... Lees meer
Door Henk Theuns, 9 mei 2018 12:00

François Faber is de geschiedenis ingegaan als de eerste niet-Fransman die de Tour de France won, maar dat is maar gedeeltelijk juist. Hij was een halve Fransman, want zijn vader was een Luxemburger en zijn moeder een Française.

Hij is wel in het Groothertogdom geboren, maar hij heeft bijna zijn hele korte leven in Parijs gewoond. Hij was een grote sterke vent met een klein hartje. Hij werd dan ook de goedmoedige reus genoemd.

Met zijn 1 meter 80 bij een gewicht van ruim 90 kilo was hij iemand die je in die tijd niet over het hoofd zag, al zijn de mensen tegenwoordig gemiddeld een stuk langer. Hij kon als wielrenner alles.

Hij was een sterke rouleur, hij kon in de cols bij de beste klimmers aanklampen en als het op sprinten aankwam dan hadden ze een kwaaie aan hem. De Tour die hij won, die van 1909, was een van de zwaarste uit de geschiedenis.

Geen zonnetje te bekennen, alleen maar regen, wind en zelfs natte sneeuw. Er viel zoveel regen dat de onverharde wegen in de bergen in beken veranderden en de renners door de geulen heen moesten baggeren.

De Tour van 1909 is nog steeds de koudste uit de geschiedenis. De totale afstand was 4497 kilometer verdeeld over veertien etappes. De langste rit was 415 kilometer en de kortste 251. Van de 150 vertrekkers kwamen er slechts 55 in Parijs aan.

Ze kwamen daar meer dood dan levend over de eindstreep, behalve die onverwoestbare reus met de Luxemburgse nationaliteit. Hij klaagde geen moment, maar genoot blijmoedig van iedere kilometer. Hij won in die Tour zes etappes waarvan vijf achter elkaar.

Dat is meer dan een eeuw later nog altijd een record. Hij startte negen keer in de Tour, maar het is bij die ene overwinning gebleven. Dat kwam voornamelijk door het ploegbelang, want hij reed voor het fietsenmerk Alcyon.

Een sterke formatie, zo niet de sterkste met meerdere kandidaten voor een Tourzege. De meeste van die kanshebbers hadden de Franse nationaliteit dus was de Luxemburger meestal niet de eerste die steun van de ploeg mocht verwachten.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 9 mei 2018 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BERTOGLIATI, Rubens (1979, Zwitserland)
BUSCHE, Matthew (1985, Verenigde Staten)
CAETHOVEN, Steven (1981, BelgiŽ)
CAPELLI, Ermanno (1985, ItaliŽ)
CORSET, Ruth (1977, AustraliŽ)
DE GROOTTE, Thierry (1975, BelgiŽ)
DE LIS DE ANDRES, Sergio (1986, Spanje)
KELLENERS, Wim (1950, Nederland)
LANDALUZE INTXAURRAGA, IŮigo (1977, Spanje)
LEMIEUX, Audrey (1985, Canada)
LI, Fuyu (1978, China)
MAYOLO PIC, Tina (1966, Verenigde Staten)
MENTH…OUR, Pierre-Henri (1960, † 12.04.2014, Frankrijk)
MEUNIER, Georges (1925, Frankrijk)
PLAZA MIRA, Esteban (1986, Spanje)
SALMON, BenoÓt (1974, Frankrijk)
SCHENDEL, Antoon van (1910, † 08.08.1990, Nederland)
SLOCHTEREN, Hilde van (1984, Nederland)
SOKOLL, Christoph (1986, Oostenrijk)
STEVENS, Evelyn (1983, Verenigde Staten)
TRIGT, Rhett van (1952, Nederland)
VANDERSTUYFT, Lťon (1890, † 26.02.1964, BelgiŽ)
ZAUGG, Oliver (1981, Zwitserland)
CHERNETSKIY, Sergey (1990, Rusland)

of ons op deze datum ontvielen:
GUEGUEN, Jean (1924, † 09.05.1998, Frankrijk)
WEYLANDT, Wouter (1984, † 09.05.2011, BelgiŽ)
VERDICK, Gijs (1994, † 09.05.2016, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 9 mei 2018 0:00

Mario Rossin was een begaafd technicus, die alles van lastechniek wist en dat bracht hem er toe in 1974 een fietsenfabriek op te richten, met zijn eigen achternaam als merk.

Van meet af aan werd de goede kwaliteit onderkend en het merk is vaak materiaalsponsor geweest van een grote ploeg. Daarom hebben beroemde renners op zijn fietsen gereden en er successen mee behaald.

Roger De Vlaeminck, Jean-Paul van Poppel, Evgeni Berzin, Pjotr Ugrumov, Richard Virenque, Moreno Argentin, Sean Kelly en natuurlijk Hennie Kuiper zijn enkele namen die op een Rossin hun palmares hebben verfraaid.

De hoofdsponsors waren onder andere Mobilvetta, Verandalux en de Belgische meubelgigant Jacky Aernoudt. Bij die laatste twee ploegen waren Fred De Bruyne en Jose De Cauwer ploegleider.

Goudkuip, zoals Kuiper in zijn gloriejaren wel liefkozend werd genoemd, verraste in 1975 alle Belgen, waaronder Merckx, De Vlaeminck en Maertens, door in Yvoir in het hol van de leeuw met de geweldige hulp van Joop Zoetemelk en Gerrie Knetemann de wereldtitel op te eisen.

Als ploegleider stond onze Tukkerse ‘gentleman’ aan de fundamenten van de vermaarde Motorola-ploeg en de indrukwekkende carrière van Lance Armstrong.

In dienst van Jacky Aernoudt en Verandalux werden de prestaties van Kuiper geleverd op een rode Rossin met witte letters. Mijn Rossin is echter wit/blauw met gele letters en daarom vermoed ik dat hij uit de pre-Kuiper periode stamt.

Let bijvoorbeeld eens op het detail bij de zadelstrop, waar de naam meestal staat ingefreest, terwijl hier de letters Rossin als het ware op het frame liggen, wat veel arbeidsintensiever is.
... Lees meer
Door Peter Ravensbergen, 8 mei 2018 12:00

Henk de Hoog werd als een na oudste geboren in een gezin dat uiteindelijk negen kinderen zou tellen. Zijn geboorteplaats was aan boord van het zandschip waarmee zijn ouders door Nederland voeren. Later heeft vader De Hoog het schip verkocht en van het geld nam hij een café over in Amsterdam-Noord dat toen vanuit de stad alleen te bereiken was via een pontveer.

Terwijl het hele gezin supporter was van De Volewijckers, de voetbalclub van dat overwegend agrarische stadsdeel, werd Henk al jong gegrepen door de wielersport. Hij wist een racefiets te bemachtigen en werd lid van Le Champion.

Bij de amateurs schuimde hij de criteriums af met zijn maten De Groot, Kors en Kleerekoper, eveneens drie goede amateurs van wie alleen Cor de Groot het later met weinig succes bij de profs heeft geprobeerd.

Eén keer per jaar werd het Nederlands kampioenschap op de weg verreden in Zuid-Limburg en dat was ver weg voor een Amsterdammer die geen auto bezat en voor wie de trein te duur was. In 1937 stapte hij daarom twee dagen voor de titelstrijd in Amsterdam-Noord op de fiets en fietste het hele eind naar Valkenburg om daar aan het nationaal kampioenschap deel te nemen.

Onderweg overnachtte hij in de hooiberg van een boerderij en eenmaal in Valkenburg aangekomen, bracht hij de nacht voor de wedstrijd door liggend op een bankje in een park. Toen hij wakker werd en de zon opkwam was hij helemaal verstijfd en gaf hij geen cent meer voor zijn kansen.

Maar het wonder geschiedde, Henk de Hoog werd na een fraaie solo kampioen van Nederland en hij fietste met de kampioenstrui en de medaille in zijn rugzak terug naar Amsterdam-Noord. Zijn titel gaf recht op deelname aan het wereldkampioenschap en in Kopenhagen eindigde hij op de vijfde plaats. In 1938 werd hij derde bij het NK en zesde bij het WK en een jaar later stond hij na afloop van de nationale titelstrijd andermaal als derde op het erepodium.

Het WK werd dat jaar niet verreden, want de Tweede Wereldoorlog was uitgebroken en dat haalde een dikke streep door zijn toekomstplannen in de wielersport. Henk werd desondanks beroepsrenner, maar het werden slechte tijden voor een wielrenner.

Er werden nog wel wedstrijden georganiseerd, want de Nederlandse profs werden vrijgesteld van tewerkstelling in Duitsland omdat ze geacht werden als artiesten het volk te vermaken. Henk kon er niet van leven, deed er van alles bij en zo scharrelde hij zich door de oorlog.

Na de bevrijding was hij direct weer een van de beste Nederlandse profs. Hij won diverse criteriums en werd in 1949 vierde in de Ronde van Nederland. Vanaf 1948 was hij drie jaar op rij vaste keus in de Nederlandse ploeg voor de Tour de France.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 8 mei 2018 9:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 ... 1108 1109 1110 Volgende »