ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Slogblog


Als Peet Oellibrandt niet zulke lieve ouders had gehad, plus een fietsenmaker die hem in ruil voor wat hulp matste met zijn materiaal, dan was er van de wielercarrière van deze coureur uit Beveren-Waas niet veel terechtgekomen.

Oellibrandt kwam uit een gezin met negen kinderen en hij moest al jong als bouwvakker meehelpen om het gezinsinkomen wat op te krikken. De franskes die hij binnenbracht waren meer dan welkom.

Zelf had Peet niet veel nodig. Hij was dan wel wielrenner maar de koersmachien die hij als onderbeginneling bereed had hij van een oom gekregen. Veel soeps was het niet, maar de plaatselijke fietsenmaker sleutelde het vehikel iedere keer weer in topconditie.

Als tegenprestatie plakte de jongen de banden van de klanten. I’ll scratch your back and you scratch mine, was zijn Leitmotiv en dat leidde tot een vruchtbare samenwerking waar Peet de motivatie uit putte om het als renner ver te brengen.

Hij was rap en met die gave reed hij bijna altijd prijs in de jeugdrangen. Als het geen eerste plaats was dan altijd wel een stekkie bij de eerste tien. Hij liep niet over van talent, maar hij kon behalve sprinten heel hard fietsen en tegen een solootje zag hij niet op.

Toen hij amateur werd vroeg hij zijn ouders om hulp. Hij wilde het een jaartje proberen zonder te werken. Alles op het koersen zetten om te kijken of er geld mee te verdienen zou zijn.

Ze gingen akkoord en kregen er een kostganger voor terug die van het prijzengeld meestal wel zijn bijdrage aan de huishoudpot kon leveren. Door veel te trainen ging hij bij de amateurs mooie uitslagen rijden en prijzen winnen.

Zijn naam haalde iedere week de gazetten vol met wieleruitslagen en de Belgische keuzeheren selecteerden hem voor het WK. De beslissing om daarna beroepsrenner te worden was snel genomen.

Hij kreeg een contract bij Poeders Mann en toen was het karren maar. Waar hij maar kon starten stond hij aan de start, zowel op weg als baan. In zijn tweede profjaar werd hij op de weg op indrukwekkende wijze Belgisch kampioen door de sterke Jan Adriaanssens te vernaggelen. Maar liefst drie maal schreef hij de Grote Scheldeprijs op zijn naam.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 1 december 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BOTHEREL, Jacques (1946, Frankrijk)
DAY, Gabriella (1984, Groot BrittanniŽ)
GANNA, Luigi (1883, † 02.10.1957, ItaliŽ)
GUTIERREZ CATALU—A, Josť Ignacio (1977, Spanje)
KATWIJK, Fons van (1951, Nederland)
RHODES, Alex (1984, AustraliŽ)
URIA GONZALEZ, Josť Manuel (1969, Spanje)
VAN DAMME, Albert (1940, BelgiŽ)

of ons op deze datum ontvielen:
AIMO, Bartolomeo (1889, † 01.12.1970, ItaliŽ)
CONTERNO, Angelo (1925, † 01.12.2007, ItaliŽ)
RIVI»RRE, Gaston (1862, † 01.12.1942, Frankrijk)
SCHEPERS, Alfons (1907, † 01.12.1984, BelgiŽ)
Door Fred van Slogteren, 1 december 2017 0:00

ALS JE DE TOUR NIET HEBT GEREDEN …

door Fred van Slogteren

Beste Slogblog-vrienden, jullie zijn het op de donderdag gewend, maar dit is geen recensie. Een slager die zijn eigen vlees keurt, is immers niet de betrouwbaarste persoon. Er komt een dezer dagen wel een recensie op deze plaats, van de hand van Evert de Rooij, oud-hoofdredacteur van Wielerrevue en Wielerland Magazine.

Daarom is dit slechts een mededeling dat morgen het derde deel van Als je de Tour niet hebt gereden … verschijnt en dus vanaf morgen 1 december te koop is.

De verschijning is het sluitstuk van een lang en vaak moeizaam proces, waaraan de geportretteerde renners overigens part noch deel hebben. In december 2014 verscheen deel II en het was de bedoeling dat deel III in juni 2015 zou verschijnen, vlak voor de Tourstart in Utrecht.

Van alle kanten werd mij van de Tourorganisatie (dank Ton Wetselaar en Femke van der Meij) en het Business Peloton Utrecht (dank Cor Jansen en Laurens Hillmann) hulp aangeboden om omtrent dat evenement zo veel mogelijk publiciteit voor de trilogie te kunnen maken.

Helaas liet mijn gezondheid het niet toe hiervan gebruik te maken. Het voortbewegen na een gebroken heup en de door artrose vervangen andere heup, was er oorzaak van dat het lopen strompelen is geworden. Een rugprobleem maakte het alleen nog maar erger.

Ook tobde ik met de naweeën van een gebroken schouder en een vastzittend schouderblad en ik was geestelijk meer met al die ellende bezig dan met deel III. Ook mijn vrouw kreeg in die periode het een en ander te verwerken, maar we telden onze zegeningen.

Ook Frans van den Muijsenberg die met zijn uitgeverij Sylfaen de verschijning van deze boeken heeft mogelijk gemaakt (dank Frans) ondervond de nodige tegenslag. Ook zijn gezondheid speelde hem parten en de verkoopcijfers van de eerste twee delen gaven evenmin aanleiding voor het uitsteken van de vlag.

Maar op enig moment begrepen we beide door al die verhalen van die Tourrenners dat het bij het rijden van de Tour op karakter aankomt en je altijd weer op dit fiets moet omdat de eindstreep te halen.

Niet voor niets heten deze boeken: Als je Tour niet hebt gereden …, waarbij iedere renner weet dat daar zes woorden achteraan komen, namelijk: ben je niet echt wielrenner geweest! Want de Tour de France is voor renners het hoogste en een Tour de Force is voor een schrijver en een uitgever niet anders.

Ik begon aan deel III in de wetenschap dat het in de eerste paar honderd bladzijden kommer en kwel zou zijn omdat het Nederlandse wielrennen in de jaren negentig en de eerste jaren van de nieuwe eeuw op z’n gat lag.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 30 november 2017 12:00

De in Schoten nabij Antwerpen geboren Emile Severeyns was een echte baanrenner die zijn geld tussen 1953 en 1970 voornamelijk verdiende met het rijden van zesdaagsen en koppelkoersen.

Hij reed 151 zesdaagsen, waarvan hij er 25 won. De meeste met Rik Van Steenbergen als koppelgenoot, een van de grootste renners aller tijden.

Hoewel Severeyns van zichzelf veel klasse had, werd hij aan de zijde van Rik I een grote. Dan kon hij meer dan zonder The Boss, een bekend verschijnsel zeker bij renners die van nature bescheiden zijn. Hij trok zich op aan zijn partner.

Van Steenbergen had aan de andere kant het vermogen bij zijn partners iets extra’s op te wekken, waardoor ze boven zich zelf uitstegen. Bij Miel Severeyns was dat heel duidelijk het geval, zo vertelde Peter Post mij.

Post was samen met eerst Rik Van Looy en later de Zwitser Fritz Pfenninger de grootste concurrent was van het duo Van Steenbergen-Severeyns. Met Stan Ockers met wie Rik I eerder zesdaagsen reed, was die kruisbestuiving veel minder het geval.

Toen ik Peter een jaar of tien geleden eens naar Severeyns vroeg, antwoordde hij dat de Belg een prettige collega was geweest en als zesdaagsenrenner opviel door een tomeloze inzet.

Als mens was het volgens Peter een stille, rustige man die zich uitstekend thuisvoelde in de schaduw van Van Steenbergen voor wie hij door het vuur ging als het moest. Hij was heel gedisciplineerd en kon heel diep gaan.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 30 november 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BERGAUD, Louis (1928, Frankrijk)
BUYSSE, Albert (1911, † 13.10.1998, BelgiŽ)
F…DRIGO, Pierreck (1978, Frankrijk)
GOOS, Marc (1990, Nederland)
HABETS, Piet (1942, Nederland)
HOEVENAERS, Jos (1932, † 15.06.1995, BelgiŽ)
KLOOSTERMAN, Nol (1941, Nederland)
LINDEN, Ad van der (1961, Nederland)
POZZOVIVO, Domenico (1982, ItaliŽ)
ROKS, Thijs (1930, † 07.02.2007, Nederland)
SNIJDERS, Ron (1959, Nederland)
SYS, Klaas (1986, BelgiŽ)
TULLEKEN, Jan (1883, † 03.11.1962, Nederland)
VAN RIJ, Jeroen (1985, BelgiŽ)
WERF, Teake-Piet van der (1987, Nederland)

of ons op deze datum ontvielen:
B‹CHNER, Bruno (1871, † 30.11.1943, Duitsland)
HUYBRECHTS, Frans (1884, † 30.11.1944, BelgiŽ)
KIRCHEN, Jean (1919, † 30.11.2010, Luxemburg)
LUGINB‹HL, Ueli (1941, † 30.11.2010, Duitsland)
PELSER, Gerrie (1911, † 30.11.1997, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 30 november 2017 0:00

Oleg Tinkoff is enigszins te vergelijken met mannen als Nico de Vries en Dirk Scheringa. Schathemeltjerijk geworden met een gat in de markt waar ze op het juiste moment ingedoken zijn, wisten ze van gekkigheid niet wat ze al die poen aan moesten.

Oliemagnaat De Vries kocht een wielerploeg en modelleerde die begin jaren zeventig om het supertalent Fedor den Hertog heen; Scheringa kocht de BVO AZ op en strooide er met geld en Oleg Tinkoff deed hetzelfde met een wielerploeg.

Rijk geworden met Tinkoff Credit Systems wilde hij de wereld laten zien hoe rijk hij wel niet was. En wat is dan een betere etalage dan een wielerploeg? Om jonge Russische renners de kans te geven aan het grote wielergebeuren te ruiken.

Het werd in eerste instantie een Russisch-Italiaanse ProContinental-formatie die hij in 2007 de weg opstuurde. Voor de ploegleiding shopte hij in Italië, waar hij ook zijn landgenoot, oud-renner Dmitri Konyshev, oppikte.

Met een tiental Russen en wat Italianen had hij snel een ploeg op de weg, maar de namen waren hem te onbekend om indruk te maken. De echt grote renners zaten verankerd in de ProTour-ploegen dus dat was geen optie.

Er waren wel grote namen beschikbaar, maar die hadden een kruisje achter hun naam. Een dopingkruisje wel te verstaan, waardoor er met een grote boog om ze heen werd gelopen.

Tinkoff geloofde toen nog dat het met de dopingjacht wel mee zou vallen, had minder scrupules en zo traden Danilo Hondo, Tyler Hamilton, Jörg Jaksche en Salvatore Commesso tot zijn ploeg toe.

Geschrokken door wat er allemaal in 2007 is gebeurd werd hun jaarcontract niet verlengd en Oleg ging met zo’n twintig renners verder, die met elkaar gemeen hadden dat ze vrijwel onbekend waren.

Hij kwam weer in beeld toen hij ging samenwerken met de Saxobank-ploeg van Bjarne Riis, maar dat die samenwerking niet goed zou gaan kon je bijna voorspellen.

De wielervakman die als een geweldige coach zijn renners met geduld en toewijding bracht en de rouwdouwer met een te grote bek en te veel macht, die direct successen verlangde met de stelling dat met geld alles te koop is.
... Lees meer
Door Henk Theuns, 29 november 2017 12:00

André Noyelle werd in 1952 Olympisch kampioen bij de spelen van Helsinki. Hij kwam alleen over de finish na een koers over 190 kilometer in een land zonder wielerhistorie.

Zijn landgenoot Robert Grondelaers werd tweede en de Duitser Edi Ziegler derde. Beste Nederlander was Aren van ’t Hof uit Sassenheim die tiende werd. Andere Nederlanders aan de start waren Jan Plantaz, Adri Voorting en Daan de Groot.

Noyelle won met zijn ploeggenoten Grondelaers en Lucien Victor won hij ook het landenklassement met de best totaaltijd van de drie eerst aankomende Belgen. Met twee gouden plakken omhangen keerde hij terug in zijn geboorteplaats Ieper en werd aan het eind van dat jaar beroepsrenner. Zijn bedje leek gespreid.

Maar een gouden plak is geen garantie voor een succesvolle profcarrière. Kijk maar naar de geschiedenis. Zegt de naam Aristidis Konstantinidis u iets? Nee, maar deze Griek was in 1896 de eerste winnaar van de wegwedstrijd op de eerste moderne spelen.

Ook de naam van de Fransman Fernand Vast zegt u hoogstwaarschijnlijk niets. Net zo min als die van de Zuid-Afrikaan Lewis en de Zweed Stenqvist die Vast als Olympisch kampioen opvolgden. Met daarnag meer vergeten kampioenen en eendagsvliegen.

Pas in 1956 won een Italiaan de Olympische wegwedstrijd die het als beroepsrenner ver zou brengen. Dat was Ercole Baldini, die als amateur zowel bij de amateurs als bij de profs het werelduurrecord verbeterde en wereldkampioen achtervolging én op de weg was, alsmede de Ronde van Italië op zijn naam schreef.

De enige die daarbij in de buurt komt is Hennie Kuiper, die er na zijn gouden race in 1972 in München een glanzende profcarrière achteraan liet komen met prachtige overwinningen. De overige winnaars van de Olympische wegwedstrijd komen niet bij Baldini en Kuiper in de buurt. De staatsamateurs uit de DDR niet en ook André Noyelle niet.

Hij werd slechts een middelmatige beroepsrenner met een middelmatige palmares voor het merendeel behaald in kermiskoersen. Baldini en Kuiper worden nog overal waar zij verschijnen met eerbied begroet, maar Noyelle werd een anonieme fietsenmaker, zoals er in Belgié duizenden zijn.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 29 november 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BRAKE, Remco te (1988, Nederland)
BRESCI, Giuliano (1921, † 08.08.1998, ItaliŽ)
DANGUILLAUME, Andrť (1920, † 24.04.2004, Frankrijk)
DELFOSSE, Sťbastien (1982, BelgiŽ)
DESSEL, Cyril (1974, Frankrijk)
DRAPAC, Damian (1988, AustraliŽ)
HOOL, Glenn (1993, Nederland)
HUTAROVICH, Yauheni (1983, Wit Rusland)
KULISH, Angelika (1989, Polen)
SIJEN, Danny (1976, Nederland)
SKUJAITE, Lina (1988, Litouwen)
STAMSNIJDER, Bas (1989, Nederland)
ZIMMERMANN, Urs (1959, Zwitserland)
VAN DEN HAUTE, Steffy (1993, BelgiŽ)
NOPPE, Christophe (1994, BelgiŽ)

of ons op deze datum ontvielen:
RANSCHAERT, Bram (1901, † 29.11.1987, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 29 november 2017 0:00

Ik mocht willen dat ik dit baanframe in mijn collectie had. Het is namelijk een uniek exemplaar, in de jaren zeventig door de Tovenaar van Raleigh, de Amsterdammer Jan Legrand gebouwd. Gebouwd met een bepaald doel.

Dat was niets minder dan het werelduurrecord dat Raleigh-renner Roy Schuiten in de ijle lucht van een hooggelegen baan in Mexico moest gaan verbeteren. Het bestaande record stond op naam van niemand minder Eddy Merckx, in 1972 op diezelfde baan gevestigd.

Het is met die recordpoging van Schuiten door allerlei omstandigheden misgegaan daar in Mexico, maar dat lag zeker niet aan de fiets die Legrand met zoveel zorg had gebouwd. Misschien was de Tovenaar van Raleigh nog wel het meest teleurgesteld.

Vier jaar lang hing het frame daarna nutteloos tegen de zoldering van zijn werkplaats, omdat hij het niet over zijn hart kon verkrijgen het op de schroothoop te deponeren. Er zat te veel liefde en toewijding in om tot zo´n gruweldaad over te gaan.

In 1979 kreeg zijn baas Peter Post een idee. Hij had weer een geweldige tijdrijder in zijn ploeg. Een jongen uit Eindhoven die ook zo verschrikkelijk hard kon rijden in net zo´n onbeweeglijke stijl als Schuiten destijds.

Die jongen met dat vuurrode haar moest wereldkampioen achtervolging worden, besliste de Amstelveense ploegbaas. Legrand ontdekte dat die Bert Oosterbosch dezelfde maten had als Schuiten en zo kreeg het wonderframe, waar hij geen afstand van had kunnen doen, een tweede leven.

Op de Amsterdamse stadionbaan, waar in 1979 de wereldkampioenschappen baanwielrennen werden gehouden, overklaste D´n Rooien Bert al zijn tegenstanders inclusief de onklopbaar geachte Francesco Moser die hij in de finale tegenover zich vond.
... Lees meer
Door Peter Ravensbergen, 28 november 2017 12:00

Als ik de naam Stephen Roche hoor of lees denk ik direct aan dat voor hem uitzonderlijke jaar 1987. De mentaal kwetsbare en blessuregevoelige Ier zat dat jaar alles mee. Hij won de Giro, de Tour en als klap op de vuurpijl ook nog het wereldkampioenschap.

De Belg Eddy Schepers was een ploeggenoot van Roche. Schepers was een van die talenten die na het afscheid van Eddy Merckx dreigde te bezwijken onder de verwachtingen, omdat hij als amateur de Tour de l’Avenir had gewonnen.

De Belg twijfelde daardoor hevig aan zichzelf, want hij slaagde er maar niet in als prof door te breken. Tot er een telefoontje kwam uit Italië van Davide Boifava, de ploegleider van de sterke Italiaanse ploeg Carrera.

Of hij er à raison van een gigantisch salaris iets voor voelde om als knecht van Stephen Roche en Roberto Visentini voor de door een spijkerbroekenfabrikant gesponsorde topploeg te komen rijden.

Schepers hapte direct toe en maakte kennis met de wankelmoedige Ier. ‘Het was net zo’n twijfelkont als ik en het klikte tussen ons’, vertelde hij me eens in zijn weelderige tuin waar hij bezig was een megalomaan tuinhuis te bouwen in de stijl van een Romeins paleis.

Roche en Schepers werden dikke vrienden, want hoewel de Belg niet overtuigd was van zijn eigen kwaliteiten, slaagde hij er wel in om Roche over diens vele dieptepunten heen te praten.

In de Ronde van Italië van dat voor Roche zo gedenkwaardige jaar 1987 werden de kaarten van de Carrera-formatie geheel op Visentini gezet. Roche was echter in supervorm en in de eerste zware bergrit toonde hij zijn grote klasse door van kop af iedereen los te rijden, de etappe met overmacht te winnen en de roze trui te grijpen.

Een kopgroep van zes ontstond en Visentini kon slechts aanklampen. Tot hij onvermijdelijk moest lossen. Boifava gebood Schepers zich af te laten zakken om Visentini weer bij de kopgroep te brengen.

De Belg ging naast Roche rijden, en vroeg: "als gij nu zegt dat u voor mijn toekomst gaat zorgen, dan blijf ik bij u." Roche antwoordde: "Eddy ik zorg voor u." Schepers bleef bij Roche tot woede van Boifava.

Die avond daalde de helikopter van de Carrera-directie op het gazon voor het hotel en de heren eisten dat Roche en Schepers hun koffers zouden pakken en direct vertrekken. Boifava weigerde met de vraag: "ge kunt de roze trui toch niet wegsturen?"

De directie haalde bakzeil en Roche won de Giro en vergaarde daardoor zoveel zelfvertrouwen dat hij ook in de Tour en het WK dat jaar de allerbeste was.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 28 november 2017 9:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 ... 1078 1079 1080 Volgende »