ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Slogblog


Oleg Tinkoff is enigszins te vergelijken met mannen als Nico de Vries en Dirk Scheringa. Schathemeltjerijk geworden met een gat in de markt waar ze op het juiste moment ingedoken zijn, wisten ze van gekkigheid niet wat ze al die poen aan moesten.

Oliemagnaat De Vries kocht een wielerploeg en modelleerde die begin jaren zeventig om het supertalent Fedor den Hertog heen; Scheringa kocht de BVO AZ op en strooide er met geld en Oleg Tinkoff deed hetzelfde met een wielerploeg.

Rijk geworden met Tinkoff Credit Systems wilde hij de wereld laten zien hoe rijk hij wel niet was. En wat is dan een betere etalage dan een wielerploeg? Om jonge Russische renners de kans te geven aan het grote wielergebeuren te ruiken.

Het werd in eerste instantie een Russisch-Italiaanse ProContinental-formatie die hij in 2007 de weg opstuurde. Voor de ploegleiding shopte hij in Italië, waar hij ook zijn landgenoot, oud-renner Dmitri Konyshev, oppikte.

Met een tiental Russen en wat Italianen had hij snel een ploeg op de weg, maar de namen waren hem te onbekend om indruk te maken. De echt grote renners zaten verankerd in de ProTour-ploegen dus dat was geen optie.

Er waren wel grote namen beschikbaar, maar die hadden een kruisje achter hun naam. Een dopingkruisje wel te verstaan, waardoor er met een grote boog om ze heen werd gelopen.

Tinkoff geloofde toen nog dat het met de dopingjacht wel mee zou vallen, had minder scrupules en zo traden Danilo Hondo, Tyler Hamilton, Jörg Jaksche en Salvatore Commesso tot zijn ploeg toe.

Geschrokken door wat er allemaal in 2007 is gebeurd werd hun jaarcontract niet verlengd en Oleg ging met zo’n twintig renners verder, die met elkaar gemeen hadden dat ze vrijwel onbekend waren.

Hij kwam weer in beeld toen hij ging samenwerken met de Saxobank-ploeg van Bjarne Riis, maar dat die samenwerking niet goed zou gaan kon je bijna voorspellen.

De wielervakman die als een geweldige coach zijn renners met geduld en toewijding bracht en de rouwdouwer met een te grote bek en te veel macht, die direct successen verlangde met de stelling dat met geld alles te koop is.
... Lees meer
Door Henk Theuns, 29 november 2017 12:00

André Noyelle werd in 1952 Olympisch kampioen bij de spelen van Helsinki. Hij kwam alleen over de finish na een koers over 190 kilometer in een land zonder wielerhistorie.

Zijn landgenoot Robert Grondelaers werd tweede en de Duitser Edi Ziegler derde. Beste Nederlander was Aren van ’t Hof uit Sassenheim die tiende werd. Andere Nederlanders aan de start waren Jan Plantaz, Adri Voorting en Daan de Groot.

Noyelle won met zijn ploeggenoten Grondelaers en Lucien Victor won hij ook het landenklassement met de best totaaltijd van de drie eerst aankomende Belgen. Met twee gouden plakken omhangen keerde hij terug in zijn geboorteplaats Ieper en werd aan het eind van dat jaar beroepsrenner. Zijn bedje leek gespreid.

Maar een gouden plak is geen garantie voor een succesvolle profcarrière. Kijk maar naar de geschiedenis. Zegt de naam Aristidis Konstantinidis u iets? Nee, maar deze Griek was in 1896 de eerste winnaar van de wegwedstrijd op de eerste moderne spelen.

Ook de naam van de Fransman Fernand Vast zegt u hoogstwaarschijnlijk niets. Net zo min als die van de Zuid-Afrikaan Lewis en de Zweed Stenqvist die Vast als Olympisch kampioen opvolgden. Met daarnag meer vergeten kampioenen en eendagsvliegen.

Pas in 1956 won een Italiaan de Olympische wegwedstrijd die het als beroepsrenner ver zou brengen. Dat was Ercole Baldini, die als amateur zowel bij de amateurs als bij de profs het werelduurrecord verbeterde en wereldkampioen achtervolging én op de weg was, alsmede de Ronde van Italië op zijn naam schreef.

De enige die daarbij in de buurt komt is Hennie Kuiper, die er na zijn gouden race in 1972 in München een glanzende profcarrière achteraan liet komen met prachtige overwinningen. De overige winnaars van de Olympische wegwedstrijd komen niet bij Baldini en Kuiper in de buurt. De staatsamateurs uit de DDR niet en ook André Noyelle niet.

Hij werd slechts een middelmatige beroepsrenner met een middelmatige palmares voor het merendeel behaald in kermiskoersen. Baldini en Kuiper worden nog overal waar zij verschijnen met eerbied begroet, maar Noyelle werd een anonieme fietsenmaker, zoals er in Belgié duizenden zijn.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 29 november 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BRAKE, Remco te (1988, Nederland)
BRESCI, Giuliano (1921, † 08.08.1998, ItaliŽ)
DANGUILLAUME, Andrť (1920, † 24.04.2004, Frankrijk)
DELFOSSE, Sťbastien (1982, BelgiŽ)
DESSEL, Cyril (1974, Frankrijk)
DRAPAC, Damian (1988, AustraliŽ)
HOOL, Glenn (1993, Nederland)
HUTAROVICH, Yauheni (1983, Wit Rusland)
KULISH, Angelika (1989, Polen)
SIJEN, Danny (1976, Nederland)
SKUJAITE, Lina (1988, Litouwen)
STAMSNIJDER, Bas (1989, Nederland)
ZIMMERMANN, Urs (1959, Zwitserland)
VAN DEN HAUTE, Steffy (1993, BelgiŽ)
NOPPE, Christophe (1994, BelgiŽ)

of ons op deze datum ontvielen:
RANSCHAERT, Bram (1901, † 29.11.1987, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 29 november 2017 0:00

Ik mocht willen dat ik dit baanframe in mijn collectie had. Het is namelijk een uniek exemplaar, in de jaren zeventig door de Tovenaar van Raleigh, de Amsterdammer Jan Legrand gebouwd. Gebouwd met een bepaald doel.

Dat was niets minder dan het werelduurrecord dat Raleigh-renner Roy Schuiten in de ijle lucht van een hooggelegen baan in Mexico moest gaan verbeteren. Het bestaande record stond op naam van niemand minder Eddy Merckx, in 1972 op diezelfde baan gevestigd.

Het is met die recordpoging van Schuiten door allerlei omstandigheden misgegaan daar in Mexico, maar dat lag zeker niet aan de fiets die Legrand met zoveel zorg had gebouwd. Misschien was de Tovenaar van Raleigh nog wel het meest teleurgesteld.

Vier jaar lang hing het frame daarna nutteloos tegen de zoldering van zijn werkplaats, omdat hij het niet over zijn hart kon verkrijgen het op de schroothoop te deponeren. Er zat te veel liefde en toewijding in om tot zo´n gruweldaad over te gaan.

In 1979 kreeg zijn baas Peter Post een idee. Hij had weer een geweldige tijdrijder in zijn ploeg. Een jongen uit Eindhoven die ook zo verschrikkelijk hard kon rijden in net zo´n onbeweeglijke stijl als Schuiten destijds.

Die jongen met dat vuurrode haar moest wereldkampioen achtervolging worden, besliste de Amstelveense ploegbaas. Legrand ontdekte dat die Bert Oosterbosch dezelfde maten had als Schuiten en zo kreeg het wonderframe, waar hij geen afstand van had kunnen doen, een tweede leven.

Op de Amsterdamse stadionbaan, waar in 1979 de wereldkampioenschappen baanwielrennen werden gehouden, overklaste D´n Rooien Bert al zijn tegenstanders inclusief de onklopbaar geachte Francesco Moser die hij in de finale tegenover zich vond.
... Lees meer
Door Peter Ravensbergen, 28 november 2017 12:00

Als ik de naam Stephen Roche hoor of lees denk ik direct aan dat voor hem uitzonderlijke jaar 1987. De mentaal kwetsbare en blessuregevoelige Ier zat dat jaar alles mee. Hij won de Giro, de Tour en als klap op de vuurpijl ook nog het wereldkampioenschap.

De Belg Eddy Schepers was een ploeggenoot van Roche. Schepers was een van die talenten die na het afscheid van Eddy Merckx dreigde te bezwijken onder de verwachtingen, omdat hij als amateur de Tour de l’Avenir had gewonnen.

De Belg twijfelde daardoor hevig aan zichzelf, want hij slaagde er maar niet in als prof door te breken. Tot er een telefoontje kwam uit Italië van Davide Boifava, de ploegleider van de sterke Italiaanse ploeg Carrera.

Of hij er à raison van een gigantisch salaris iets voor voelde om als knecht van Stephen Roche en Roberto Visentini voor de door een spijkerbroekenfabrikant gesponsorde topploeg te komen rijden.

Schepers hapte direct toe en maakte kennis met de wankelmoedige Ier. ‘Het was net zo’n twijfelkont als ik en het klikte tussen ons’, vertelde hij me eens in zijn weelderige tuin waar hij bezig was een megalomaan tuinhuis te bouwen in de stijl van een Romeins paleis.

Roche en Schepers werden dikke vrienden, want hoewel de Belg niet overtuigd was van zijn eigen kwaliteiten, slaagde hij er wel in om Roche over diens vele dieptepunten heen te praten.

In de Ronde van Italië van dat voor Roche zo gedenkwaardige jaar 1987 werden de kaarten van de Carrera-formatie geheel op Visentini gezet. Roche was echter in supervorm en in de eerste zware bergrit toonde hij zijn grote klasse door van kop af iedereen los te rijden, de etappe met overmacht te winnen en de roze trui te grijpen.

Een kopgroep van zes ontstond en Visentini kon slechts aanklampen. Tot hij onvermijdelijk moest lossen. Boifava gebood Schepers zich af te laten zakken om Visentini weer bij de kopgroep te brengen.

De Belg ging naast Roche rijden, en vroeg: "als gij nu zegt dat u voor mijn toekomst gaat zorgen, dan blijf ik bij u." Roche antwoordde: "Eddy ik zorg voor u." Schepers bleef bij Roche tot woede van Boifava.

Die avond daalde de helikopter van de Carrera-directie op het gazon voor het hotel en de heren eisten dat Roche en Schepers hun koffers zouden pakken en direct vertrekken. Boifava weigerde met de vraag: "ge kunt de roze trui toch niet wegsturen?"

De directie haalde bakzeil en Roche won de Giro en vergaarde daardoor zoveel zelfvertrouwen dat hij ook in de Tour en het WK dat jaar de allerbeste was.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 28 november 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
FLAHAUT, Denis (1978, Frankrijk)
GUNS, Fons (1929, Nederland)
HOUWELINGEN, Arie van (1931, Nederland)
JEKER, Fabian (1968, Duitsland)
LOPEZ SANCHEZ, Josť Carlos (1985, Spanje)
MALFAIT, Geert (1953, BelgiŽ)
RIBEIRO, Sergio (1980, Portugal)
RODRIGUEZ BARROS, Emilio (1923, † 21.02.1984, Spanje)
SUNDERLAND, Scott (1966, AustraliŽ)
VAN DER SANDE, Tosh (1990, BelgiŽ)
VAN GOOLEN, Jurgen (1980, BelgiŽ)
RESTREPO VALENCIA, Jhonatan (1994, Colombia)

of ons op deze datum ontvielen:
HEEREN, Wout (1933, † 28.11.1996, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 28 november 2017 0:00

Toen eerder deze maand de biografie Hennie Kuiper, kampioen van de wilskracht op mijn deurmat viel, een pareltje van Joop Holthausen, Jacob Bergsma en Bjorn Kuiper, moest ik meteen denken aan een ander boek van Holthausen. Fedor, eenzaamheid in de school van het genie, de biografie die in november 2008 verscheen.

En omdat Wielerrevue acht jaar geleden een mooi interview publiceerde met de hoofdpersoon van dat boek is dit een gelegenheid om deze bijzondere coureur weer eens voor het voetlicht te halen. Fedor den Hertog was uniek als coureur en én uniek als mens. Tussen 1967 en 1973 was de zoon van een Nederlandse vader en een Oekraïnse moeder ‘s werelds beste amateur. Hij was de Merckx van de amateurcategorie.

Hij kon in een koers soms zo verwoestend tekeergaan dat ze hem Iwan de Verschrikkelijke noemden. Een fenomeen, niet alleen op de fiets, maar ook daarbuiten. Hij had een sluier van geheimzinnigheid rond zich geweven, die hem een andere bijnaam opleverde: Fedor de Mysticus.

Zijn verhaal is in het kort samen te vatten in zeven bondige statements: een moeilijke jeugd; een grootse amateurtijd; teleurstellend als professional; een gestrand huwelijk; mislukt als zakenman; onbegrepen, maar zeker niet onbemind en een dramatisch einde.

Fedor was fascinerend en ongrijpbaar. Holthausen sprak met iedereen die een rol in Fedor’s leven speelde en maakte er een prachtig levensverhaal van. “Fedor den Hertog was een raadsel en werd na afloop van zijn fietsloopbaan een nog groter raadsel”, zei hij na het verschijnen van het boek.

De in Utrecht geboren Den Hertog vierde grote successen als amateur met als hoogtepunt de gouden medaille op de Spelen van Mexico. Hij won ook de Ronde van de Toekomst, Olympia's Tour en tal van nationale titels. Zijn opmerkelijkste zegereeks dateert van 1969, toen hij in de Ronde van Rheinland-Pfalz negen van de elf ritten won en uiteraard het eindklassement.

Hij stapte pas op z’n 28ste over naar de profs en dat was veel te laat om nog de top te bereiken. Fedor reed als prof vier keer de Ronde van Frankrijk uit en won tussen 1974 en 1979 de nodige koersen, waaronder een etappe in de Tour en de Ronde van Spanje. In 1977 werd hij Nederlands kampioen.
... Lees meer
Door Jan Houterman, 27 november 2017 12:00

Een jaar of twaalf geleden gold Theo Eltink als een van de grote beloften in de Rabobank-ploeg, maar eind 2009 zette hij noodgedwongen al een punt achter zijn carrière.

Een jaar eerder had de belangrijkste Nederlandse ploeg niet langer plaats voor hem gehad en ook Skil-Shimano bleek niet langer dan één seizoen in hem te geloven.

Na een zoektocht bij andere ploegen kwam Theo tot de conclusie dat zijn carrière erop zat en dat hij wat anders in het leven moest gaan doen. Hoe kan dat?

In 2005 was Jan Zomer voor zijn jaarlijkse boekje Wielerexpress bij hem op bezoek in zijn ouderlijk huis in het Brabantse Westelbeers en trof daar een renner die net een mooi seizoen achter de rug had.

Getuige een 29ste plaats in de eindstand van de Ronde van Italië. Zijn contract werd verlengd tot en met 2007 en het leven lachte hem toe. Maar toen kwam de tegenslag.

Na twee redelijke seizoenen (2005 en 2006) zat het in 2007 behoorlijk tegen. Pech en problemen met de luchtwegen zorgden er voor dat Theo nauwelijks een uitslag reed.

Zijn geplande Tourdebuut ging daarom niet door, te meer daar hij maar bleef sukkelen. De klachten waren achteraf terug te voeren op een niet goed functionerende lever.

Verder speelde hem parten dat Rabobank in de grote etappekoersen met een echte kopman reed (Menchov, Thomas Dekker) en Theo langzaam in de rol van knecht werd gedrongen en nauwelijks nog toe kwam aan eigen kansen.

Aan het eind van 2008 kreeg hij daarom te horen dat er geen plaats meer voor hem was bij de sponsor waar hij tot dat moment zijn hele wielerleven had doorgebracht.

Het was al laat in het seizoen toen hij die mededeling kreeg en de meeste ploegen waren voorzien. Skil-Shimano had echter nog een plaatsje voor hem, maar in 2009 kon hij bij zijn nieuwe werkgever geen indruk meer maken.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 27 november 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
CHICCHI, Francesco (1980, ItaliŽ)
ERKELENS, Cees (1889, † 07.01.1959, Nederland)
GUNNEWIJK, Loes (1980, Nederland)
GUTIERREZ PALACIOS, Josť Ivan (1978, Spanje)
KILUM, Roman (1981, Verenigde Staten)
LEUNG CHI YIN, (1981, HongKong)
MOINEAU, Julien (1903, † 14.05.1980, Frankrijk)
MOREELS, Sammy (1965, BelgiŽ)
OSINSKI, Marcin (1983, Polen)
PEDRAZA MORALES, Walter (1981, Colombia)
PUCINSKAITE, Edita (1975, Litouwen)
SCHUR, Jan (1962, Duitsland)
VELGHE, Bart (1978, BelgiŽ)
VRANCKEN, Jacques (1933, † 08.10.1988, Nederland)

of ons op deze datum ontvielen:
GOMMANS, Piet (1914, † 27.11.1998, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 27 november 2017 0:00

Tien jaar geleden heb ik een boekje gemaakt over fietsen in het Groene Hart, waar ik zeventien jaar heb gewoond. Ik praatte toen met 26 (oud)wielrenners, een paar schaatsers en een bekende tratleet.

Een van die ontmoetingen was met de toen zeventienjarige Raymond Kreder, een van de zes Kredertjes uit Zevenhuizen, een mooi dorp tussen Rotterdam en Gouda waar Raymond met twee broers en drie neven bezig was naam te maken als veelbelovend wielrenner.

Op de grens van junior naar belofte had hij al het nodige laten zien zoals het winnen van de juniorenversie van Parijs-Roubaix en de Trophee Morbihan, een zware klimkoers in Frankrijk. Hij werd dat jaar belofte en was al een grote belofte.

Ik trof een wat verlegen jongen in een doorzonwoning die vol stond met racefietsen. Vader en moeder luisterden mee toen ik hem aan de eetkamertafel interviewde. Ik hoorde dat het zijn grootste wens was om beroepsrenner te worden.

Zijn jonge leven stond volledig in het teken van zijn toekomst. Hij zat in selecties, reed al veel in het buitenland, had zijn opleiding voltooid maar zat nog op een cursus Frans omdat hij als klimmer en tijdrijder zijn toekomst in dat land zag.

Over zijn trainingsgebied in het Groene Hart had hij niet veel te melden. “Het is gewoon mijn thuis. Het mooie is dat er altijd veel wind staat en dat is goed voor mijn inhoud, maar verder heb ik er niet veel mee, als ik eerlijk ben.”

Zo snel als hij klaar was met zijn omgeving zo uitgebreid had hij het toen over zijn fiets. “Die is alles voor me. Ik sta ermee op en ga er mee naar bed. Ik heb voor het fietsen gekozen en niet voor een baan.”

Op mijn vraag of hij dan geen alternatief had als het met het fietsen niets zou worden, zei hij: “Daar heb ik nog niet bij stilgestaan en daar ga ik ook niet vanuit. Ik zet alles op het wielrennen. Ik ben normaal een stille jongen, maar op de fiets ben ik hondsbrutaal. Dat zeggen ze althans over me.”

Even later zag ik hem vertrekken, richting Moerkapelle, voor een kort rondje van zo’n zestig kilometer om via Waddinxveen, Moordrecht Gouda, Stolwijk, Berkenwoude, Gouderak, Nieuwerkerk aan den IJssel weer in Zevenhuizen aan te komen, het dorp van de Kredertjes.

We zijn nu tien jaar verder, Raymond wordt vandaag 27 jaar en we mogen de vraag stellen of hij in zijn opzet is geslaagd. Niet bepaald, want zijn erelijst bij de profs is bescheiden. Hij werd in 2010 als stagiair ingelijfd door Jonathan Vaughters, de manager van een Amerikaanse ploeg die toen Garmin-Transitions heette.

Hij kreeg een jaar later een contract en reed tot en met 2014 voor Garmin-Sharp. Hij won hier en daar een etappe in een kleine ronde reed een keer de Vuelta, maar de grote doorbraak is er niet gekomen. Zijn contract werd niet verlengd en hij rijdt vanaf 2015 voor Team Roompot.

Sindsdien heeft hij geen overwinning van betekenis meer geboekt. Of zijn doorbraak er nog komt is de vraag. Maar het kan nog altijd, want hij heeft nog een paar jaren voor zich.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 26 november 2017 12:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 ... 1077 1078 1079 Volgende »