Slogblog


Eind maart 2019 organiseren wij voor de vierde maal Het Utrechtse Wielercafé, dat dit keer geheel gewijd zal zijn aan Peter Post, de man die veertig jaar lang een groot stempel heeft gedrukt op de Nederlandse wielersport.

Hij was met 65 overwinningen de Keizer van de Zesdaagsen en op 19 april 2019 is het 55 jaar geleden dat hij zijn grootste triomf als wegrenner behaalde met het winnen van de mooiste klassieker die er bestaat: Parijs-Roubaix.

Met zijn successen als wielrenner en ploegleider zorgde Peter Post ervoor dat hij een fenomeen in de wielersport werd en er in slaagde ingeslepen gewoontes en conventies in de beroepswielersport te doorbreken en te verbeteren.

Als teammanager en ploegleider van succesformaties als TI-Raleigh en Panasonic heeft Peter Post een professionele structuur geïntroduceerd en zijn renners de status gegeven die ze verdienen. Met als voorwaarde dat er wel voor gereden moest worden, want aan de kantjes eraf lopen had Post een hekel.

Misschien was hij wel meer zakenman dan wielrenner, want als slagerszoon had hij met de harde hand geleerd dat de tegels in de winkel moesten blinken, het vlees in de toonbank er rood en aantrekkelijk moest zijn uitgestald, de eigengemaakte worst van superieure kwaliteit moest zijn en het zaagsel op de winkelvloer fris moest ruiken.

Dat perfectionisme bracht hij over naar de wielersport en nog steeds is zijn hand in de huidige wielersport terug te vinden in de organisatie van de huidige WorldTour-ploegen.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 14 november 2018 9:40

Vincenzo Nibali is met voorsprong de beste Italiaanse wielrenner van de laatste jaren. Waarschijnlijk vinden Italianen dat ook wel zorgelijk, want de Haai van Messina viert vandaag zijn 34ste verjaardag en van een opvolger is nog geen sprake.

Het had Fabio Aru moeten zijn, maar na een daverend begin lijkt zijn profloopbaan ernstig te stagneren, nu hij in diverse grote ronden niet meer met de besten mee kan.

Visconti, Pozzovivo, Trentin en Gasparotto zijn generatiegenoten van Nibali, Ulissi en Rosa blijven net als Aru hangen en dan zijn het alleen nog Colbrelli en Viviani die voor Italiaanse (sprint)successen zorgen.

Een zorgelijke ontwikkeling in een groot wielerland, waar er eigenlijk altijd grote vedetten zijn geweest. Altijd meerdere in één generatie, terwijl Nibali als rondenrenner nu alleen aan de hoge verwachtingen moet voldoen.

Niet dat hij daar problemen mee heeft, want zijn erelijst is lang en indrukwekkend. Hij heeft alle drie de grote ronden gewonnen en de Giro zelfs twee keer. De laatste keer was weliswaar een cadeautje van Steven Kruijswijk, maar zonder geluk vaart niemand wel.

Daar staat tegenover dat hij de Tour de France van 2014 groots en meeslepend won al had hij wel de mazzel dat Froome op de keien van Noord-Frankrijk zijn waterloo vond.

Hij won voorts Milaan-San Remo en twee keer de Ronde van Lombardije en verder won hij meerdere kleine etappekoersen als de Tirreno en de Ronde van Slovenië.

Zijn tijdrit houdt niet over, hij is ook niet de beste klimmer, maar dalen kan hij als geen ander en is hij van het kaliber van de grote dalers uit de geschiedenis als Fiorenzo Magni en Rini Wagtmans.

Maar met z’n 34 jaar heeft hij niet veel meer, om zijn palmares verder op te leuken. Hij lijkt me geen Valverde die van plan lijkt door te gaan tot zijn 65ste. Die kan niet buiten de fiets, terwijl het eerzucht is die Nibali drijft.

Het seizoen 2018 is dramatisch voor hem verlopen al begon het in San Remo in majeur. Daarna was er die val in de Tour waar hij een ruggenwervel brak en zijn seizoen min of meer naar de knoppen was.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 14 november 2018 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
ABBOTT, Mara (1985, Verenigde Staten)
BELL, Zachary (1982, Canada)
BENITEZ ROMAN, Alberto (1981, Spanje)
BERTOU, Michas (1946, Nederland)
BOIFAVA, Davide (1946, ItaliŽ)
DE MATTIS, Micula (1983, ItaliŽ)
DUGGAN, Timothy (1982, Verenigde Staten)
GASTAUER, Ben (1987, Luxemburg)
HERV…, Cťdric (1979, Frankrijk)
IGNOLIN, Guy (1936, † 15.12.2011, Frankrijk)
KONINGS, Jan (1931, Nederland)
MULLER, Ernst (1911, † 26.12.1991, Duitsland)
NAKANO, Koicho (1955, Japan)
NEK, Marieke van (1988, Nederland)
OLSSON, Madeleine (1982, Zweden)
POLAK, Bram (1902, † 23.11.1983, Nederland)
RHEE, Joey van (1992, Nederland)
RUSS, Matthias (1983, Duitsland)

of ons op deze datum ontvielen:
GIANELLO, Dante (1912, † 14.11.1992, Frankrijk)
MAGNE, Pierre (1906, † 14.11.1980, Frankrijk)
SCHAEKEN, Pol (1926, † 14.11.2002, BelgiŽ)
Door Fred van Slogteren, 14 november 2018 0:00

Van mijn wielervriend Hans Middelveld kreeg ik eens een aantal foto’s van amateurploegen die in 1962 aan de start stonden van Olympia’s Tour. Toen nog een evenement waar heel veel media-aandacht voor was.

Een van die ploegen was die van sponsor Dextro Energen, een merk druivensuiker waar je tijdens een lange autorit een tabletje van op je tong liet smelten om te voorkomen dat je oogleden zwaar werden van de slaap.

De ploeg hier afgebeeld stond onder leiding van Wim van Beek, in de jaren zeventig een dorpsgenoot van me. Ik meen dat hij een broer was van Gerard van Beek, een talentvol baan- en wegrenner die in 1950 dodelijk verongelukte tijdens de Zesdaagse van Berlijn.

Wim van Beek had midden in het dorp Wilnis een CV-verwarmingsbedrijf. We hadden een onderhoudscontract bij hem lopen en eens per jaar kwam hij langs voor een servicebeurt, want dat was onderdeel van de overeenkomst.

Het was een kortdurig werkje waarvoor hij op zolder wat in het binnenste van de ketel zat te rommelen, nadat hij met veel lawaai de wit plaatstalen behuizing had verwijderd.

Nadat die er weer netjes omheen was gehangen keek hij er geruime tijd zorgelijk naar om vervolgens mee te delen dat onze ketel op zijn laatste benen liep en hij toevallig enkele zeer aantrekkelijk geprijsde soortgenoten in de aanbieding had.

Hoewel ik geen moer verstand had van zijn ambacht wist ik hem iedere keer na lang doorvragen, je bent journalist of je bent het niet, weer de uitspraak te ontlokken dat de ketel het nog wel een jaartje zou uithouden.

Door Van Beek zag ik regelmatig bekende wielrenners door het dorp fietsen, want hij was in zijn vrije tijd ploegleider van de Dextro Energen-ploeg. Een sterke formatie, met in de amateurklassiekers en in Olympia’s Tour van die tijd altijd wel een kanshebber in de gelederen.

Zoals ook in deze ploeg aangetreden op de baan van het Olympisch Stadion voor Olympia’s Tour 1962. Hij had van links naar rechts de volgende renners meegebracht: Van links naar rechts: Mik Snijder, Bert Boom, Gerard Wesseling, Jurrie Dokter, Piet Verwey en Hennie Schouten.

Zelf stond hij er dus ook bij, evenals mekanieker Jasper Bouma en verzorger Joop van Slooten, als stafleden van een ploeg die dat jaar geen beslag kon leggen op een podiumplaats, hoewel Mik Snijder in 1961 nog Olympia’s Tour had gewonnen.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 13 november 2018 12:00

In 1995 deed het Europese Hof van Justitie uitspraak in een door de Belgische voetballer Jean-Marc Bosman aangehangen zaak oven mensenhandel in de sport. Die uitspraak staat bekend als het Bosman Arrest en het gaf de zeggenschap over hun eigen persoon terug aan de individuele voetballer.

Dat komt in de wielersport gelukkig niet voor, dacht ik toen vroom, tot ik het verhaal van de Poolse renner Lech Piasecki las. Deze sterke jachtrijder won in 1985 vier ritten en het eindklassement in de Vredeskoers en hij werd wereldkampioen bij de amateurs op de weg.

Daarmee stond hij prompt in de belangstelling bij menige West-Europese profploeg. Maar Lech Piasecki was niet in de markt, omdat hij uit Polen kwam en dat land behoorde tot het communistische oostblok, waar het bestaan van beroepssport ontkend werd.

Een overstap voor renners uit de Sowjet Unie en de satellietlanden was tot de val van de Muur streng verboden, een staaltje collectieve vrijheidsberoving die zijn weerga niet kent. De Italiaanse fietsenfabriek Colnago had er echter iets op gevonden.

Een delegatie van die fabriek reisde naar Warschau en ging daar een gesprek aan met de Poolse wielerbond, die dringend om goed materiaal verlegen zat. “Hoeveel fietsen en onderdelen moeten jullie hebben in ruil voor Piasecki?,” was de vraag.

Nadat de morele verontwaardiging omtrent een dergelijk voorstel had plaatsgemaakt voor hebzucht, kwamen de gewenste aantallen op tafel. Ze werden het eens en Lech Piasecki werd de eerste renner van achter het IJzeren Gordijn die een westers profcontract mocht tekenen.

Toen dat gordijn in oktober 1989 eindelijk was verdwenen maakten nog veel meer renners de gang naar de grote ploegen in West-Europa. Piasecki was toen al lang een sterke profrenner met een mooie erelijst en twee gele truien in de kast.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 13 november 2018 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
DAM, Laurens ten (1980, Nederland)
DIJKMAN, Petra (1979, Nederland)
DUPONT, Hubert (1980, Frankrijk)
GRAUS, Andrea (1979, Oostenrijk)
HAAREN, Bart van (1984, Nederland)
JANSSENS, Marc (1968, BelgiŽ)
KERKHOF, Tim (1993, Nederland)
KRIIT, Kalle (1983, Estland)
ROLDŃN CARMONA, Josť Luis (1985, Spanje)
YOSHIMITSU, Hiratsuka (1988, Japan)

of ons op deze datum ontvielen:
DELNOY, Karel (1949, † 13.11.1996, Nederland)
MOUJICA, Jacques-Jťsus (1926, † 13.11.1950, Frankrijk)
SCRIBANTE, Pierre (1931, † 13.11.2013, Frankrijk)
TRUEBA PEREZ, Vicente (1905, † 13.11.1986, Spanje)
Door Fred van Slogteren, 13 november 2018 0:00

Eddy Merckx is al meer dan veertig jaar mijn held. En dat terwijl ik de man nooit live heb zien fietsen. Tot de Tour de France van 1975 moest ik eerlijk gezegd niet zoveel van hem hebben. Dat veranderde dat jaar toen de onaantastbare held een gewoon mens bleek te zijn.

In 1974 maakte ik voor het eerst een uitslagenschriftje over de Tour. Eddy Merckx won voor de vijfde keer met overmacht en eigenlijk was er niks aan voor Nederland, voor geen enkel ander land eigenlijk. Joop Zoetemelk deed vanwege een zware val in de Midi Libre niet mee en dus gingen we alleen voor etappezeges.

Maar ja, Eddy Merckx won acht etappes en het eindklassement en voor de rest van de deelnemers was het een jacht op de kruimels. Ik kreeg nog net geen hekel aan die ongenaakbare Belg die een ander niets gunde. Mijn wens en die van vele niet-Belgen werd een jaar later verhoord.

In die Tour liep het ineens niet lekker met Merckx. Hij leek ineens niet meer onaantastbaar. De jonge Fransman Bernard Thevenet stak hem naar de kroon en wist die Tour zelfs te winnen. Bij Merckx ging de leeftijd een rol spelen, maar de reden waarom mijn aversie in bewondering verkeerde was die stomp.

Tijdens de beklimming van de Puy de Dôme, een uitgedoofde vulkaan in het Centraal Massief, toen Merckx door hagen publiek naar boven zwoegde, was daar plots die anonieme vuist die hem vol op de lever raakte. Ik zat als dertienjarige scholier voor de buis en zag het gebeuren.

Ik was verbijsterd, want dit was niet te begrijpen. Zoiets doe je toch niet? Merckx bleef fier overeind en hoewel hij bezig was de Tour van 1975 te verliezen voelde ik een grote bewondering. Hoewel hij veel pijn moet hebben gehad ging hij door, want opgeven zat niet in zijn aard.

Ik was vol bewondering en haatte ineens alle Fransen, chauvinistisch volk. Een paar dagen later werd mijn bewondering voor Merckx nog groter toen hij samen met de Deen Ole Ritter kwam te vallen en maar heel moeizaam krimpend van de pijn overeind kwam. Hij stapte weer op en reed de etappe uit.

’s Avonds bleek dat hij zijn kaakbeen had gebroken en nog slechts vloeibaar eten tot zich kon nemen. Hij had kunnen opgeven, maar dat deed hij niet. Hij stond tweede in het klassement, de Tourzege was onbereikbaar, maar als tweede in Parijs aankomen was ook lucratief en dat geld was voor zijn ploegmaats. Als hij op zou geven zouden die dat mislopen. Dus naar huis gaan was geen optie.

Deze twee voorvallen zorgden ervoor dat hij in de ogen van de dertienjarige Jantje Houterman een held werd van buitengewone proporties. De mens in De Kannibaal had zich getoond en ondanks die verloren Tour werd hij in eigen land vereerd als nooit tevoren. En ik, een jongetje uit Nederland, vereerde mee.

Ik begon fanatiek alles over Merckx te verzamelen wat ik te pakken kon krijgen. Krantenknipsels, foto’s, wielertijdschriften, programmaboekjes, alles kon ik gebruiken als de naam Merckx er maar mee van doen had. Tijdens de Tourweken nam ik zelfs een abonnement op een Belgische krant en ik kocht wekelijks een Belgisch wielertijdschrift. Mijn hele zakgeld ging er aan op.

In 1978 fietste Merckx vanwege gezondheidsklachten vrijwel geen enkele wedstrijd meer. Op 18 mei van dat jaar maakte hij zijn afscheid bekend. Hoewel niet onverwacht ging er toch een schok door de wielerwereld. Een fenomeen, de beste wielrenner aller tijden, stopte ermee. De Belgen vroegen zich zelfs af: “Is er een leven na Merckx?”

Ik besloot mijn leven na Merckx in te vullen en het begon als een werkstuk voor school, een paar pagina’s meer niet. Maar het liep in de jaren erna behoorlijk uit de hand. In totaal werd het een boekwerk met 360 pagina's vol met foto's, achtergrondinformatie en natuurlijk heel veel cijferwerk, voor mij als cijferfreak een absolute must.

Het werd een ‘project’ van ongekende omvang waar ik als tiener mee begon en dat ik als volwassen vent van 23 jaar in 1984 voltooide. Toen had ik het gevoel dat ik er iets mee moest doen want om het in mijn eigen boekenkast te zetten om het af en toe eens aan iemand te laten zien, leek me een daad van narcisme. Ik besloot mijn levenswerk aan de grote Merckx zelf aan te bieden.
... Lees meer
Door Jan Houterman, 12 november 2018 12:00

Rob Ruijgh wordt vandaag 32 jaar en als hij sinds juli 2017 niet aan de verouderingsziekte Progeria is gaan lijden, ziet hij er nog steeds uit als iemand van hooguit 22. Hij zou Youth Ruijgh moeten heten want zijn drie dochters dragen allemaal een naam beginnend met een Y, Yentle, Yools en Yolie.

Rob, geboren in het Limburgse Heerlen, wist al op zevenjarige leeftijd dat hij wielrenner ging worden, toen hij met zijn vader wielerwedstrijden zag op de baan van Geleen. Hij zat toen al op voetballen maar vond er geen bevrediging in dat het publiek bij een overwinning voor de hele ploeg klapte en niet alleen voor hem.

Als wielrenner zou alle hulde voor hem en voor hem alleen zijn, en dat wilde hij. Hoewel er in de hele familie geen wielrenner te vinden was en er ook geen buurman of buurjongen als zodanig actief, schoot hij volledig bij zijn vader in de roos toen hij thuis liet weten wielrenner te willen worden.

Er kwam een fiets en zijn vader meldde zich direct bij de KNWU aan om er op cursus te gaan voor wielertrainer. Vanaf de eerste pedaalomwenteling begeleidde hij de kleine Robbie bij trainingen en wedstrijden. Ze reisden heel het land door om aan wedstrijden deel te nemen.

Robbie had talent en vader Ruijgh groeide in zijn rol als trainer/begeleider en al na twee jaar werd het kleine ventje kampioen van Nederland bij de negenjarigen. Weer drie jaar later gebeurde er een drama in het gezin, toen zijn vader op 32-jarige leeftijd te horen kreeg dat hij kanker had, de ziekte waar hij al drie maanden later is bezweken.

Het zou het einde van zijn wieleraspiraties hebben kunnen betekenen als niet zijn moeder en zijn opa de rol van vader hadden overgenomen en het jeugdige talentje niet overal naar toe hadden gebracht om te koersen en op de club te trainen.

Hij werd ouder, kwam in de nationale juniorenselectie van bondscoach Egon van Kessel en kreeg als eerstejaars belofte een contract bij een Belgische continentalploeg onder leiding van oud-prof Wilfried Nelissen.

Daar werd hij opgemerkt door Rabobank en de opleidingsploeg moest de springplank worden naar de grote profwereld. Maar hij zat in een sterke lichting en er zat geen overgang naar de profploeg in en zo kwam Rob bij een Duitse continentalploeg.

Dat was in 2009 en halverwege het seizoen kreeg hij een aanbieding van Vacansoleil, de nieuwe Nederlandse ploeg met grote plannen en per 1 augustus 2009 werd Rob daar aangenomen als stagiair. Een jaar later werd die verbintenis omgezet in een profcontract en weer een jaar later debuteerde Rob Ruijgh in de Tour de France.

Zijn jongensdroom was uitgekomen en drie drie weken in het Tourcircus werden één grote ontdekkingsrein. Op de Champs Elysées in Parijs eindigde hij als beste Nederlander. Nederland was in de ban van dat jonge ventje dat er uitzag als achttien, maar in feite 24 was. Een getrouwd man bovendien, vader van twee dochters en een derde op komst.

Zijn kostje leek gekocht, maar een jaar later gooide een vervelende knieblessure roet in het eten en moest hij, toen er ook nog een darminfectie overheen kwam, in de Tour de strijd staken. De rest van het seizoen ging door nog meer tegenspoed verloren.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 12 november 2018 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
DIDIER, Louis FranÁois (1887, † 00.03.1979, Nederland)
DOMHOF, Barend (1915, † 02.07.1977, Nederland)
LIGNEEL, Brian (1989, BelgiŽ)
MOLICHEVA, Irina (1988, Rusland)
SEROV, Alexander (1982, Rusland)
VAN BRAECKEL, Kenny (1983, BelgiŽ)
VAN HOECKE, Gijs (1991, BelgiŽ)
VERBEKE, Grace (1984, BelgiŽ)
OFFREDO, Yoann (1986, Frankrijk)
FOURNIER, Marc (1994, Frankrijk)

of ons op deze datum ontvielen:
FRANTZ, Paul (1915, † 12.11.1995, Luxemburg)
HOEVENAERS, Rik (1902, † 12.11.1958, BelgiŽ)
Door Fred van Slogteren, 12 november 2018 0:00

De afgelopen week was niet om aandacht aan te besteden. De renners liggen op het strand, de teammanagers proberen hun ploegen te versterken en onderhandelen met hun sponsors over meer geld, Matthieu van der Poel gaat als Europees kampioen door met winnen en deze weekbeschouwer weet niet waar hij over moet schrijven. Daarom een prachtig verhaal opgediept uit de kelders van de slogblog van Jan van der Horst en zijn terugblik op de dag dat hij zijn fiets aan de wilgen hing. Hieronder als hommage aan Jan _ Ria die gisteren hun 50-jarig huwelijksjubileum vierden …

Het zwarte gat …

Nog één keer gaf ik mijzelf de kans te bewijzen dat ik echt met reden beroepsrenner was en ik had daarbij niet de eenvoudigste weg gekozen. Nee, Jan moest goed aan de bak in het Ardenner weekend, wat in mijn profperiode de benaming was voor de combinatie van de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik.

Twee klassiekers die in een tijdsbestek van enkele dagen werden verreden. Mijn loopbaan in het profpeloton zou in de Ardennen worden beëindigd en de enige kans die ik mijzelf gaf om aan het afscheid te ontkomen was een klassering bij de eerste tien. Lukte dat niet dan was het definitief afgelopen met mijn wielerloopbaan.

Ik had net zo goed direct mijn besluit bekend kunnen maken, want een topklassering was in een dergelijke koers voor mij echt te hoog gegrepen. Diep in mijn hart wist ik dat natuurlijk wel, maar stoppen is een zwaar besluit en je weet het immers maar nooit. Niet geschoten is altijd mis, zei mijn vader altijd.

Met die wijsheid in het achterhoofd, reisde ik af naar Limburg waar de Caballero-ploeg bij elkaar zou komen in het hotel van Jeu Lambrichts onze vaste pleisterplaats als we in die contreien moesten koersen. Zo hadden we overal van dat soort vaste onderkomens en als je er een aantal keren was geweest dan voelde dat vertrouwd.

Zo ook bij de oom van mijn ploeggenoten Huub en Jan Harings in het mooie Geulle. Op de ochtend van de koers voelde ik me gespannen. Het was erop of eronder en de kans was groot dat het vandaag mijn laatste koers zou zijn. Slechts een wonder zou een afscheid van mijn grote liefde kunnen voorkomen.

Ik liet niets aan het toeval over. De benen werden zorgvuldig geschoren en geolied. Met zorg wreef ik de uierzalf in de porieën van mijn broekzeem en ik druppelde de ogen en de neus voor een goed zicht en wijd openstaande luchtwegen. Zelfs een schoon petje voor bij een eventuele huldiging werd niet vergeten, hoewel ik wist dat dit overbodige ballast zou zijn.

Kortom, met een supergesoigneerd lijf, maar met twijfel tussen de oren ging Jantje van start in De Waalse Pijl. Al op de eerste steile klimmetjes gaven de bovenbenen aan dat het moeilijk zou worden en na enkele uren gaf ik gedemoraliseerd de doodstrijd op om via een kortere weg naar de aankomst te fietsen.

Mijn tot mislukken gedoemde Ardennenoffensief was ten einde en daarmee mijn bestaan als beroepsrenner. Onderweg naar de finish kwam er een auto naast me rijden en uit het portierraam grijnsde het hoofd van Jean De Gribaldy, een Franse ploegleider. Hij bood me aan dat ik mee kon rijden en die vriendelijkheid verbaasde me, want ik had nooit eerder een woord met die man gewisseld.

Toen mijn fiets was ingeladen en ik was ingestapt, begreep ik pas zijn welkome geste. Op de achterbank zat soigneur Jan Heil en ik vertelde hem direct dat mijn laatste koers erop zat. Jan verzekerde me lachend dat hij dat al zo vaak had gehoord en opperde er eerst maar eens een nachtje over te slapen, want morgen zou ik er ongetwijfeld heel anders over denken.

Ook mijn ploegmaten reageerden ongelovig toen ik die avond met de tas in de hand emotioneel afscheid kwam nemen. Ploegleider Gé Peters stond er beteuterd bij. Hij kende me beter dan wie ook en wist wat er in me omging. We omhelsden elkaar zwijgend en wisten dat de vader afscheid nam van zijn zoon.

Met de tas op het stuur fietste ik naar Maastricht om daar met de trein naar Utrecht te reizen en vandaar naar Kockengen te fietsen, waar bij het huis van Gerard Vianen mijn auto stond. ‘Wat kom jij doen?’, vroeg Alie zijn vrouw verbaasd. Ik vertelde haar dat mijn wielerloopbaan erop zat en met een brok in de keel en een dikke zoen namen we afscheid.
... Lees meer
Door Jan van der Horst, 11 november 2018 12:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 ... 1165 1166 1167 Volgende »