Slogblog



Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
DAM, Laurens ten (1980, Nederland)
DIJKMAN, Petra (1979, Nederland)
DUPONT, Hubert (1980, Frankrijk)
GRAUS, Andrea (1979, Oostenrijk)
HAAREN, Bart van (1984, Nederland)
JANSSENS, Marc (1968, BelgiŽ)
KERKHOF, Tim (1993, Nederland)
KRIIT, Kalle (1983, Estland)
ROLDŃN CARMONA, Josť Luis (1985, Spanje)
YOSHIMITSU, Hiratsuka (1988, Japan)

of ons op deze datum ontvielen:
DELNOY, Karel (1949, † 13.11.1996, Nederland)
MOUJICA, Jacques-Jťsus (1926, † 13.11.1950, Frankrijk)
SCRIBANTE, Pierre (1931, † 13.11.2013, Frankrijk)
TRUEBA PEREZ, Vicente (1905, † 13.11.1986, Spanje)
Door Fred van Slogteren, 13 november 2018 0:00

Eddy Merckx is al meer dan veertig jaar mijn held. En dat terwijl ik de man nooit live heb zien fietsen. Tot de Tour de France van 1975 moest ik eerlijk gezegd niet zoveel van hem hebben. Dat veranderde dat jaar toen de onaantastbare held een gewoon mens bleek te zijn.

In 1974 maakte ik voor het eerst een uitslagenschriftje over de Tour. Eddy Merckx won voor de vijfde keer met overmacht en eigenlijk was er niks aan voor Nederland, voor geen enkel ander land eigenlijk. Joop Zoetemelk deed vanwege een zware val in de Midi Libre niet mee en dus gingen we alleen voor etappezeges.

Maar ja, Eddy Merckx won acht etappes en het eindklassement en voor de rest van de deelnemers was het een jacht op de kruimels. Ik kreeg nog net geen hekel aan die ongenaakbare Belg die een ander niets gunde. Mijn wens en die van vele niet-Belgen werd een jaar later verhoord.

In die Tour liep het ineens niet lekker met Merckx. Hij leek ineens niet meer onaantastbaar. De jonge Fransman Bernard Thevenet stak hem naar de kroon en wist die Tour zelfs te winnen. Bij Merckx ging de leeftijd een rol spelen, maar de reden waarom mijn aversie in bewondering verkeerde was die stomp.

Tijdens de beklimming van de Puy de Dôme, een uitgedoofde vulkaan in het Centraal Massief, toen Merckx door hagen publiek naar boven zwoegde, was daar plots die anonieme vuist die hem vol op de lever raakte. Ik zat als dertienjarige scholier voor de buis en zag het gebeuren.

Ik was verbijsterd, want dit was niet te begrijpen. Zoiets doe je toch niet? Merckx bleef fier overeind en hoewel hij bezig was de Tour van 1975 te verliezen voelde ik een grote bewondering. Hoewel hij veel pijn moet hebben gehad ging hij door, want opgeven zat niet in zijn aard.

Ik was vol bewondering en haatte ineens alle Fransen, chauvinistisch volk. Een paar dagen later werd mijn bewondering voor Merckx nog groter toen hij samen met de Deen Ole Ritter kwam te vallen en maar heel moeizaam krimpend van de pijn overeind kwam. Hij stapte weer op en reed de etappe uit.

’s Avonds bleek dat hij zijn kaakbeen had gebroken en nog slechts vloeibaar eten tot zich kon nemen. Hij had kunnen opgeven, maar dat deed hij niet. Hij stond tweede in het klassement, de Tourzege was onbereikbaar, maar als tweede in Parijs aankomen was ook lucratief en dat geld was voor zijn ploegmaats. Als hij op zou geven zouden die dat mislopen. Dus naar huis gaan was geen optie.

Deze twee voorvallen zorgden ervoor dat hij in de ogen van de dertienjarige Jantje Houterman een held werd van buitengewone proporties. De mens in De Kannibaal had zich getoond en ondanks die verloren Tour werd hij in eigen land vereerd als nooit tevoren. En ik, een jongetje uit Nederland, vereerde mee.

Ik begon fanatiek alles over Merckx te verzamelen wat ik te pakken kon krijgen. Krantenknipsels, foto’s, wielertijdschriften, programmaboekjes, alles kon ik gebruiken als de naam Merckx er maar mee van doen had. Tijdens de Tourweken nam ik zelfs een abonnement op een Belgische krant en ik kocht wekelijks een Belgisch wielertijdschrift. Mijn hele zakgeld ging er aan op.

In 1978 fietste Merckx vanwege gezondheidsklachten vrijwel geen enkele wedstrijd meer. Op 18 mei van dat jaar maakte hij zijn afscheid bekend. Hoewel niet onverwacht ging er toch een schok door de wielerwereld. Een fenomeen, de beste wielrenner aller tijden, stopte ermee. De Belgen vroegen zich zelfs af: “Is er een leven na Merckx?”

Ik besloot mijn leven na Merckx in te vullen en het begon als een werkstuk voor school, een paar pagina’s meer niet. Maar het liep in de jaren erna behoorlijk uit de hand. In totaal werd het een boekwerk met 360 pagina's vol met foto's, achtergrondinformatie en natuurlijk heel veel cijferwerk, voor mij als cijferfreak een absolute must.

Het werd een ‘project’ van ongekende omvang waar ik als tiener mee begon en dat ik als volwassen vent van 23 jaar in 1984 voltooide. Toen had ik het gevoel dat ik er iets mee moest doen want om het in mijn eigen boekenkast te zetten om het af en toe eens aan iemand te laten zien, leek me een daad van narcisme. Ik besloot mijn levenswerk aan de grote Merckx zelf aan te bieden.
... Lees meer
Door Jan Houterman, 12 november 2018 12:00

Rob Ruijgh wordt vandaag 32 jaar en als hij sinds juli 2017 niet aan de verouderingsziekte Progeria is gaan lijden, ziet hij er nog steeds uit als iemand van hooguit 22. Hij zou Youth Ruijgh moeten heten want zijn drie dochters dragen allemaal een naam beginnend met een Y, Yentle, Yools en Yolie.

Rob, geboren in het Limburgse Heerlen, wist al op zevenjarige leeftijd dat hij wielrenner ging worden, toen hij met zijn vader wielerwedstrijden zag op de baan van Geleen. Hij zat toen al op voetballen maar vond er geen bevrediging in dat het publiek bij een overwinning voor de hele ploeg klapte en niet alleen voor hem.

Als wielrenner zou alle hulde voor hem en voor hem alleen zijn, en dat wilde hij. Hoewel er in de hele familie geen wielrenner te vinden was en er ook geen buurman of buurjongen als zodanig actief, schoot hij volledig bij zijn vader in de roos toen hij thuis liet weten wielrenner te willen worden.

Er kwam een fiets en zijn vader meldde zich direct bij de KNWU aan om er op cursus te gaan voor wielertrainer. Vanaf de eerste pedaalomwenteling begeleidde hij de kleine Robbie bij trainingen en wedstrijden. Ze reisden heel het land door om aan wedstrijden deel te nemen.

Robbie had talent en vader Ruijgh groeide in zijn rol als trainer/begeleider en al na twee jaar werd het kleine ventje kampioen van Nederland bij de negenjarigen. Weer drie jaar later gebeurde er een drama in het gezin, toen zijn vader op 32-jarige leeftijd te horen kreeg dat hij kanker had, de ziekte waar hij al drie maanden later is bezweken.

Het zou het einde van zijn wieleraspiraties hebben kunnen betekenen als niet zijn moeder en zijn opa de rol van vader hadden overgenomen en het jeugdige talentje niet overal naar toe hadden gebracht om te koersen en op de club te trainen.

Hij werd ouder, kwam in de nationale juniorenselectie van bondscoach Egon van Kessel en kreeg als eerstejaars belofte een contract bij een Belgische continentalploeg onder leiding van oud-prof Wilfried Nelissen.

Daar werd hij opgemerkt door Rabobank en de opleidingsploeg moest de springplank worden naar de grote profwereld. Maar hij zat in een sterke lichting en er zat geen overgang naar de profploeg in en zo kwam Rob bij een Duitse continentalploeg.

Dat was in 2009 en halverwege het seizoen kreeg hij een aanbieding van Vacansoleil, de nieuwe Nederlandse ploeg met grote plannen en per 1 augustus 2009 werd Rob daar aangenomen als stagiair. Een jaar later werd die verbintenis omgezet in een profcontract en weer een jaar later debuteerde Rob Ruijgh in de Tour de France.

Zijn jongensdroom was uitgekomen en drie drie weken in het Tourcircus werden één grote ontdekkingsrein. Op de Champs Elysées in Parijs eindigde hij als beste Nederlander. Nederland was in de ban van dat jonge ventje dat er uitzag als achttien, maar in feite 24 was. Een getrouwd man bovendien, vader van twee dochters en een derde op komst.

Zijn kostje leek gekocht, maar een jaar later gooide een vervelende knieblessure roet in het eten en moest hij, toen er ook nog een darminfectie overheen kwam, in de Tour de strijd staken. De rest van het seizoen ging door nog meer tegenspoed verloren.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 12 november 2018 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
DIDIER, Louis FranÁois (1887, † 00.03.1979, Nederland)
DOMHOF, Barend (1915, † 02.07.1977, Nederland)
LIGNEEL, Brian (1989, BelgiŽ)
MOLICHEVA, Irina (1988, Rusland)
SEROV, Alexander (1982, Rusland)
VAN BRAECKEL, Kenny (1983, BelgiŽ)
VAN HOECKE, Gijs (1991, BelgiŽ)
VERBEKE, Grace (1984, BelgiŽ)
OFFREDO, Yoann (1986, Frankrijk)
FOURNIER, Marc (1994, Frankrijk)

of ons op deze datum ontvielen:
FRANTZ, Paul (1915, † 12.11.1995, Luxemburg)
HOEVENAERS, Rik (1902, † 12.11.1958, BelgiŽ)
Door Fred van Slogteren, 12 november 2018 0:00

De afgelopen week was niet om aandacht aan te besteden. De renners liggen op het strand, de teammanagers proberen hun ploegen te versterken en onderhandelen met hun sponsors over meer geld, Matthieu van der Poel gaat als Europees kampioen door met winnen en deze weekbeschouwer weet niet waar hij over moet schrijven. Daarom een prachtig verhaal opgediept uit de kelders van de slogblog van Jan van der Horst en zijn terugblik op de dag dat hij zijn fiets aan de wilgen hing. Hieronder als hommage aan Jan _ Ria die gisteren hun 50-jarig huwelijksjubileum vierden …

Het zwarte gat …

Nog één keer gaf ik mijzelf de kans te bewijzen dat ik echt met reden beroepsrenner was en ik had daarbij niet de eenvoudigste weg gekozen. Nee, Jan moest goed aan de bak in het Ardenner weekend, wat in mijn profperiode de benaming was voor de combinatie van de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik.

Twee klassiekers die in een tijdsbestek van enkele dagen werden verreden. Mijn loopbaan in het profpeloton zou in de Ardennen worden beëindigd en de enige kans die ik mijzelf gaf om aan het afscheid te ontkomen was een klassering bij de eerste tien. Lukte dat niet dan was het definitief afgelopen met mijn wielerloopbaan.

Ik had net zo goed direct mijn besluit bekend kunnen maken, want een topklassering was in een dergelijke koers voor mij echt te hoog gegrepen. Diep in mijn hart wist ik dat natuurlijk wel, maar stoppen is een zwaar besluit en je weet het immers maar nooit. Niet geschoten is altijd mis, zei mijn vader altijd.

Met die wijsheid in het achterhoofd, reisde ik af naar Limburg waar de Caballero-ploeg bij elkaar zou komen in het hotel van Jeu Lambrichts onze vaste pleisterplaats als we in die contreien moesten koersen. Zo hadden we overal van dat soort vaste onderkomens en als je er een aantal keren was geweest dan voelde dat vertrouwd.

Zo ook bij de oom van mijn ploeggenoten Huub en Jan Harings in het mooie Geulle. Op de ochtend van de koers voelde ik me gespannen. Het was erop of eronder en de kans was groot dat het vandaag mijn laatste koers zou zijn. Slechts een wonder zou een afscheid van mijn grote liefde kunnen voorkomen.

Ik liet niets aan het toeval over. De benen werden zorgvuldig geschoren en geolied. Met zorg wreef ik de uierzalf in de porieën van mijn broekzeem en ik druppelde de ogen en de neus voor een goed zicht en wijd openstaande luchtwegen. Zelfs een schoon petje voor bij een eventuele huldiging werd niet vergeten, hoewel ik wist dat dit overbodige ballast zou zijn.

Kortom, met een supergesoigneerd lijf, maar met twijfel tussen de oren ging Jantje van start in De Waalse Pijl. Al op de eerste steile klimmetjes gaven de bovenbenen aan dat het moeilijk zou worden en na enkele uren gaf ik gedemoraliseerd de doodstrijd op om via een kortere weg naar de aankomst te fietsen.

Mijn tot mislukken gedoemde Ardennenoffensief was ten einde en daarmee mijn bestaan als beroepsrenner. Onderweg naar de finish kwam er een auto naast me rijden en uit het portierraam grijnsde het hoofd van Jean De Gribaldy, een Franse ploegleider. Hij bood me aan dat ik mee kon rijden en die vriendelijkheid verbaasde me, want ik had nooit eerder een woord met die man gewisseld.

Toen mijn fiets was ingeladen en ik was ingestapt, begreep ik pas zijn welkome geste. Op de achterbank zat soigneur Jan Heil en ik vertelde hem direct dat mijn laatste koers erop zat. Jan verzekerde me lachend dat hij dat al zo vaak had gehoord en opperde er eerst maar eens een nachtje over te slapen, want morgen zou ik er ongetwijfeld heel anders over denken.

Ook mijn ploegmaten reageerden ongelovig toen ik die avond met de tas in de hand emotioneel afscheid kwam nemen. Ploegleider Gé Peters stond er beteuterd bij. Hij kende me beter dan wie ook en wist wat er in me omging. We omhelsden elkaar zwijgend en wisten dat de vader afscheid nam van zijn zoon.

Met de tas op het stuur fietste ik naar Maastricht om daar met de trein naar Utrecht te reizen en vandaar naar Kockengen te fietsen, waar bij het huis van Gerard Vianen mijn auto stond. ‘Wat kom jij doen?’, vroeg Alie zijn vrouw verbaasd. Ik vertelde haar dat mijn wielerloopbaan erop zat en met een brok in de keel en een dikke zoen namen we afscheid.
... Lees meer
Door Jan van der Horst, 11 november 2018 12:00

Op de dag dat we gedenken dat honderd jaar geleden de Eerste Wereldoorlog door een wapenstilstand ten einde kwam, viert Tom Dumoulin zijn 28ste verjaardag. Volgens velen met voor zich een Gordiaanse Knoop, in plaats van een taart.

Wat moet hij doen, de Giro rijden die hem zogenaamd op het lijf is geschreven of de Tour die op het lijf is geschreven van de heren Romain Bardet en Thibaut Pinot. Zeggen de deskundigen, die al zo vaak hebben bewezen er naast te zitten.

Zoals ik al eerder op deze plaats heb geschreven gaat Tom dat helemaal zelf uitmaken en trekt hij zich niets aan van die adviezen die hij in kranten en tijdschriften onder ogen krijgt of wat hij hoort op radio en tv, dan wel hem ongevraagd wordt toegetwitterd.

‘Dat maak ik zelf wel uit,’ zal hij terecht denken, komt tijd, komt raad. En tijd heeft hij nog wel even om een besluit te nemen. Dus zorgen (van anderen) aan de kant, schijt aan dronken Naatje, waar is het feestje? Hier is het feestje!

Een mijlpaal als zijn 28ste verjaardag is veel meer geschikt om stil te staan bij de razendsnelle ontwikkeling van deze Maastrichtse jongen, die pas op zijn vijftiende ging wielrennen, omdat hij voetballen niet zo leuk meer vond.

Hij kocht een racefiets, werd lid van een wielervereniging, maar kon er geen hout van. Hij had geen wielerachtergrond, niemand in de familie of in zijn omgeving deed aan die sport en hij weet eigenlijk niets eens meer waarom hij voor het wielrennen koos.

De eerste jaren bij de junioren en bij de beloften werd hij er steeds afgereden. Hij vond het niet eens erg, want hij vond dat fietsen best leuk ook al reed hij nooit prijs. Jongens die hem uit die tijd kennen, kunnen er nog niet over uit dat hij nu met de top van de wereld om de zege in Tour, Giro of Vuelta strijdt.

Het enige dat de wielrenner in hem verraadde was dat hij ontiegelijk hard kon fietsen en dat hij wel wat weg had van de jonge Eddy Merckx, maar verder leek voor hem geen grote toekomst als wielrenner weggelegd. Dat was ook niet zijn ambitie, want hij wilde arts worden.

De onverwachte ommekeer kwam in zijn tweede jaar bij de beloften toen bondscoach Aart Vierhouten, getipt door een wielerkenner uit Limburg die het nog verborgen talent in een tijdrit aan het werk had gezien, hem uitnodigde voor een achtdaagse etappekoers in Portugal.

In de eerste rit werd hij tweede en in de derde (een tijdrit) legde hij iedereen erop en mocht de leiderstrui aantrekken om die in de rest van die rondrit met elan te verdedigen. Hij won de ronde met beloften aan het vertrek als Izagirre, Atapuma, Demare, De La Cruz, Pantano, Chaves en Quintana, die toen al op weg waren beroemd te worden.

Zijn ploeggenoten begrepen er niets van want toen hij zich voor de reis naar Portugal op het vliegveld meldde hadden Jesper Asselman, Pim Ligthart en Bas Stamsnijder nog nooit van Tom Dumoulin gehoord. Onbekend en dan zomaar van uit het niets een hoog aangeschreven koers winnen, die deel uitmaakte van de strijd om de Nations Cup.

Het feit dat hij kort daarna werd uitgeloot voor de medicijnenstudie aan de Universiteit van Maastricht heeft eraan bijgedragen dat hij toen heeft besloten om serieus wielrenner te worden. Hij koos nog voor een alternatieve studie, maar hij zat toen al meer op het racezadel dan in de collegebanken.

De rest is bekend. Hij ontwikkelde zich in korte tijd tot een tijdrijder van wereldniveau, maar de wereld kwam er al gauw achter dat hij nog tot veel meer in staat was. Met zevenmijlslaarzen ging hij als ronderenner door, op weg naar de wereldtop.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 11 november 2018 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BLASON, Sara (1988, ItaliŽ)
BOERMAN, Coen (1976, Nederland)
BONO, Matteo (1983, ItaliŽ)
DE NUL, Johnny (1955, BelgiŽ)
FEDI, Matteo (1988, ItaliŽ)
GROOT, Daan de (1991, Nederland)
HEBIK, Martin (1982, TsjechiŽ)
IRIARTE GARRO, Francisco Javier (1986, Spanje)
LE DISSEZ, Andrť (1929, Frankrijk)
WEST, Leslie (1943, Groot BrittanniŽ)
WOLSINK, Jelle (1995, Nederland)

of ons op deze datum ontvielen:
BEGHETTI, Oreste (1926, † 11.11.2004, Frankrijk)
CHAUMARAT, Albert (1925, † 11.11.2013, Frankrijk)
COONE, Jef (1934, † 11.11.2002, Nederland)
NORET, Jean (1909, † 11.11.1990, Frankrijk)
PAVESI, Eberardo (1883, † 11.11.1974, ItaliŽ)
SOLARO, Bart (1939, † 11.11.2015, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 11 november 2018 0:00

DWDD

Zodra in Tour en Giro
de fietspaden zijn gekleurd,
gebeurt wat er altijd gebeurd,
dan verschijnen de auteurs
in beeld, die als acteurs
hun gepachte wijsheid
met ons komen delen.

En juist dat gaat vervelen,
maar ja, er is geen groter eer,
om gezeten naast meneer,
jouw verhaal pontificaal
met het volk te delen.

‘Die Wielerauteurs Draven Door’,
is wat ik de volgende dag bij
bakker en slager hoor.

© Nol van ‘t Wiel
... Lees meer
Door Nol van 't Wiel, 10 november 2018 12:00

Hij is het neefje van Jean, de nestor van de Nederlandse wielerjournalistiek. Als De Neel in zijn TV-verslag zijn naam moest uitspreken dan probeerde hij dat altijd zo neutraal mogelijk te doen. Maar dat lukte hem niet, want hij had als wielrenner het voorbeeld willen zijn voor dat kleine eigenwijze opdondertje.

Sinds de dag dat hij als broekventje voor een dubbeltje een rondje mocht rijden op de racefiets van Jan Nolten, had Jean een groot coureur willen worden. Dat is niet uitgekomen, maar neef Danny is in 1999 toch nog in zijn voetsporen getreden, zij het als verslaggever van wielerwedstrijden bij Eurosport.

De wielercarrière van Danny Nelissen lijkt nog het meest op een bergetappe met hoge pieken en diepe dalen. De hoogste piek was het wereldkampioenschap op de weg bij de amateurs in 1995 en het diepste dal zijn ontslag bij TVM nadat hij last had gekregen van hartritmestoornissen.

Het was loos alarm en de Limburgse klasbak kreeg bij een second opinion te horen dat hij kerngezond was. De klachten waren het gevolg van stress en uitputting door het loodzware programma dat hij dat jaar had moeten rijden. De ploegleiding van TVM was er niet van onder de indruk en Danny restte slechts een terugkeer naar de amateurstatus.

Hij vond onderdak bij de gastrennersvereniging Dextro Volendam van Leo van Etten en hij stelde zich zelf drie doelen: Olympia's Tour, het NK en het WK. Nadat hij Olympia's Tour had gewonnen en nationaal kampioen was geworden bereidde hij zich supergemotiveerd voor op het wereldkampioenschap in Columbia, waar de hele Nederlandse wielerwereld als een berg tegenop zag omdat het daar zo gevaarlijk zou zijn.

Toen Danny er aankwam schrok hij zich te pletter. De zwaarte van het parcours overtrof de meest verschrikkelijke voorspellingen. Hij ging toch op het pittige rondje trainen en elke dag ging het ietsje beter. Op de dag zelf, zaterdag 7 oktober 1995, had het eigenzinnige talent een superdag.

Tegen zijn ploegmaten zei hij: "Jongens ik verdubbel uit eigen zak de premie van de KNWU als jullie allemaal voor mij rijden. Dat betekent onder meer direct je wiel afstaan als ik lek rijd." Hij had het hele strijdplan klaar. Na twee ronden zou hij demarreren en de hele wedstrijd op kop blijven.

Al in de eerste ronde reed hij lek en hij werd door een ploegmaat in het peloton teruggebracht. Hij stoomde direct door naar de kop van het peloton om nog net aan te kunnen pikken bij een groepje dat er vandoor ging. Hij had rustig bij die kopgroep kunnen blijven, want in de sprint had hij van niemand iets te vrezen. Hij wilde echter een paar mensen in Nederland laten zien wie Danny Nelissen is.

Hij demarreerde in een afdaling en hij ramde omlaag op de grootste versnelling. Niemand kon hem volgen. Hij voelde zijn benen niet en op stukken waar iedereen op de zestien reed, reed hij op de twaalf. Het was ongelooflijk wat hij die dag kon.

In zijn gedachten had hij de wedstrijd al honderd keer gereden. Er kon niks misgaan. Hij werd wereldkampioen en de laatste uit de geschiedenis van de UCI, want het jaar daarna werd de indeling met beroepsrenners onder en boven de drieëntwintig jaar van kracht.

Toch was er wel iets misgegaan want de volgende dag was Danny ziek. Hij was van start gegaan met een slijmbeursontsteking in de linkerknie. Geen nood, spuit erin. Maar hij forceerde tijdens de koers en hij reed de kwetsbare knie voorgoed kapot. Maar dat wist hij toen nog niet.

Hij werd weer beroepsrenner en direct ingelijfd bij de net opgerichte Rabobank-ploeg van Jan Raas en Theo de Rooij. Hij kreeg daar niet de tijd om de knie te laten herstellen en zijn hele seizoen was naar de knoppen. Via een sterke Ronde van Zwitserland dwong hij in 1997 op het laatste moment een plaatsje af in de Tourploeg.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 10 november 2018 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
ALBERTS, Jos (1961, Nederland)
BRUESSING, Jules (1949, Nederland)
CERUTI, Roberto (1953, ItaliŽ)
DíANIELLO, Antonio (1979, ItaliŽ)
DEHAES, Kenny (1984, BelgiŽ)
ELDEREN, Toon van (1929, Nederland)
FOGNINI, Fausto (1985, ItaliŽ)
GANDINI, Simona (1988, ItaliŽ)
HUPOND, Thierry (1984, Frankrijk)
KERSTEN, Jaap (1934, Nederland)
LEMBO, Eddy (1980, Frankrijk)
MAERTENS, Marc (1959, BelgiŽ)
MINALI, Nicola (1969, ItaliŽ)
NEKKER LACOTA, Mie (1988, Denemarken)
NOVIKOV, Nikita (1989, Rusland)
PINTARELLI, Daniela (1983, Oostenrijk)
PROTIN, Robert (1872, † 04.11.1953, BelgiŽ)
RAYNAUD, Andrť (1904, † 20.03.1937, Frankrijk)
SARTASSOV, Andrej (1975, BraziliŽ)
TEKLEHAIMANOT GIRMAZION, Daniel (1988, Eritrea)
TXURRUKA ANSOLA, Amets (1982, Spanje)
VANHEULE, Bart (1983, BelgiŽ)
WAGTMANS, Wout (1929, † 16.08.1994, Nederland)
ZOONS, Jan (1946, Nederland)
KOPECKY, Lotte (1995, BelgiŽ)
DOOL, Jens van den (1998, Nederland)

of ons op deze datum ontvielen:
AESCHLIMANN, Georges (1920, † 10.11.2010, Zwitserland)
GROEN, Bennie (1945, † 10.11.2015, Nederland)
ZIEGE, Otto (1926, † 10.11.2014, Duitsland)
Door Fred van Slogteren, 10 november 2018 0:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 ... 1163 1164 1165 Volgende »