ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Slogblog


Gerard van Beek was een uiterst talentvolle renner die in 1951 aan het begin stond van een veelbelovende profcarrière, die hem heel ver had kunnen brengen.

Maar in de Zesdaagse van Berlijn in maart 1951 kwam hij noodlottig ten val. Een schedelbasisfractuur werd hem fataal, want de operatie mocht niet baten. Het was de eerste keer dat ik in mijn bestaan van wielerliefhebber met de dood werd geconfronteerd en het maakte grote indruk op me.

Van Beek werd in Volendam geboren, maar hij woonde vrijwel zijn hele korte leven bij zijn broer in Oostzaan. Als wielrenner was het een klasbak en als mens een volkse en vrolijke jongen, die uiterst positief in het leven stond.

Als amateur behoorde hij tot de vier musketiers, een kwartet amateurrenners dat met kop en schouders boven de rest uitstak. De andere drie waren Gerrit Voorting, Piet de Vries en Harm Smits. Ook de Amsterdammer Cas Kleefstra had er toe behoord, maar toen die als militair naar Nederlands Indië moest, verdeelden de heren de poet met z’n vieren.

Het was gewoon een officieus genootschap dat elkaar hielp bij het behalen van overwinningen en het winnen van premies om na afloop van de koers de buit te verdelen. Het was in die tijd armoe troef in de wielrennerij en Piet de Vries vertelde me eens dat ze met hun laatste centen per trein naar de koers reisden en dan wel verplicht waren om premies te winnen anders konden ze de terugreis niet betalen.

Als prof is Gerrit Voorting een topper geworden en Van Beek was op weg er ook een te worden toen hem dat fatale ongeluk overkwam. Hij reed die zesdaagse met de Beverwijker Arie Vooren en die moest alleen naar huis. Hoe het met zijn meissie is afgelopen met wie hij op punt van trouwen stond, vermeldt de historie niet.

Over die terugreis van Arie Vooren met verzorger Jan van Dinteren bestaat nog een mooie anekdote. Berlijn was na de Tweede Wereldoorlog een verdeelde stad. Het oostelijk deel stond onder supervisie van de Sowjet Unie.

In het westelijk deel waren de Amerikanen, de Britten en de Fransen de baas. De vier staddelen waren streng gescheiden en de gehele stad lag op het grondgebied van de DDR en het was vrijwel onmogelijk om ongezien vanuit West-Berlijn West-Duitsland te bereiken.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 1 november 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
CEULEN, Bennie (1951, Nederland)
CURTIS, Katie (1988, Groot BrittanniŽ)
DEKKERS, Ad (1953, Nederland)
DUPONT, Timothy (1987, BelgiŽ)
EDALEINE, Christophe (1979, Frankrijk)
HUREL, Tony (1987, Frankrijk)
LASA URQUIA, Miguel-Maria (1947, Spanje)
OVERVELD, Martien van (1930, Nederland)
PELT, Jurgen van (1973, Nederland)
PFENNINGER, Louis (1944, Zwitserland)
PROOST, Leo (1933, † 24.05.2016, BelgiŽ)
RAMON, Albert (1920, † 21.03.1993, BelgiŽ)
REDANT, Hendrik (1962, BelgiŽ)
SCHEIRLINCKX, Bert (1974, BelgiŽ)
SLUIJS, Bram van (1933, Nederland)
VAN DE MOORTELE, Albert (1945, BelgiŽ)
VOGELS SR., Henk (1942, AustraliŽ)
CROKET, Gilke (1992, BelgiŽ)
HURET, Tony (1987, Frankrijk)

of ons op deze datum ontvielen:
GROENEWEGEN, Dirk (1917, † 01.11.2004, Nederland)
MATIGNON, Pierre (1943, † 01.11.1987, Frankrijk)
Door Fred van Slogteren, 1 november 2017 0:00

Een frame zonder race-historie, maar wel met een interessante geschiedenis. Ene meneer Kirk, een Britse ingenieur werkzaam in de automobielindustrie, was de uitvinder van een nieuwe legering waarvoor hij toepassingen vermoedde.

Een legering van magnesium, zink en aluminium zou volgens hem een uitstekend materiaal zou zijn voor een raceframe omdat het niet kapot zou kunnen.

Dat was geen slechte gedachte, want toen hij modellen had liet hij als demonstratie een zware 4wheeldriveauto over zowel een stalen frame als over zijn Kirk Precision rijden.

Het stalen frame kon naar de schroothoop, maar op zijn frame kon – mits afgemonteerd als racefiets - zo weer opgestapt worden. Meneer Kirk had het ei van Columbus uitgevonden, rijkdom wachtte hem.

Een Noors bedrijf zag kans om 1,3 kilo magnesium te winnen uit duizend liter zeewater. Vervolgens werd de legering bij een temperatuur van zevenhonderd graden Celsius in een matrijs geperst tot een compleet kader.

Het werd een prachtig en qua vormgeving uniek product en er zijn eind jaren tachtig vele van op de markt gekomen. En toen bleek dat Kirk én geen verstand van de wielersport had én een slecht zakenman was.

De afgemonteerde fiets was dan weliswaar niet kapot te krijgen, maar hij was met een gewicht van bijna elf kilo ook veel te zwaar voor de racerij. Bovendien viel de stijfheid tegen en tal van die frames zijn gewoon gebroken.
... Lees meer
Door Peter Ravensbergen, 31 oktober 2017 12:00

Vandaag 32 jaar geleden overleed Lucien Michard een van de grootste baansprinters uit de wielergeschiedenis. Hij was in de jaren twintig de renner die onze landgenoot Piet Moeskops van de troon stootte.

In de Tour de France zien we al sinds de Tweede Wereldoorlog het beeld van coureurs die een aantal jaren lang met harde hand het Tourcircus domineren en in het sprinten was het net zo.

Bobet, de Franse kampioen uit de jaren vijftig, werd opgevolgd door Anquetil, die door Merckx, Merckx door Hinault, vervolgens kwam LeMond, daarna Indurain en tenslotte Armstrong.

In de wereld van de beroepssprinters zien we iets dergelijks. Onze landgenoot Piet Moeskops werd in de jaren twintig vijf keer wereldkampioen. Hij werd vanwege het ouder worden opgevolgd door de Fransman Lucien Michard.

De 114 jaar geleden in de buurt van Parijs geboren Fransman , werd vier keer (van 1927 tot en met 1930) wereldkampioen, nadat hij al twee wereldtitels en Olympisch goud had veroverd bij de amateurs.

Daarna kwam de periode Jef ‘Poeske’ Scherens die maar liefst zeven maal wereldkampioen werd. De Belg was volgens Jan Derksen de beste sprinter die hij in zijn lange carrière (van 1939 tot en met 1964) aan het werk heeft gezien.

Maar terug naar Michard die eigenlijk vijf keer wereldkampioen had moeten zijn. In 1931 werd het WK in Kopenhagen verreden en de Fransman bereikte moeiteloos de finale. Zijn tegenstander Willy Falck Hansen reed een thuiswedstrijd en de Deense jury zou hem wel even een handje helpen.

Michard won de eerste rit en de Deen de tweede. Er was dus een beslissende derde rit nodig. Die ‘belle’ werd nipt maar duidelijk waarneembaar gewonnen door Michard. Geen twijfel mogelijk, het verschil was zeker anderhalf wiel. Zie foto 2.

Tot zijn verbijstering zag hij echter dat Falck Hansen tot winnaar werd uitgeroepen. “Was nou maar naar Specsavers gegaan”. Met deze woorden diende Michard direct een protest in, maar dat werd door de jury afgewezen.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 31 oktober 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
CRUZ, Antonio (1971, Verenigde Staten)
HOPMANS, Kees (1964, Nederland)
KLEMME, Dominic (1986, Duitsland)
KOEDOODER, Vera (1983, Nederland)
LIP, Bert (1986, Nederland)
LONGO-CIPRELLI, Jeannie (1958, Frankrijk)
MEENT, Eric van de (1985, Nederland)
MICHELOTTO, Claudio (1942, ItaliŽ)
ORTIZ ORTIZ, Nilton Alexis (1983, Colombia)
RANUCCI, Sante (1933, ItaliŽ)
VAN DER SLAGMOLEN, Herman (1948, BelgiŽ)
WALKER, William (1985, AustraliŽ)
WEL, Ruud van (1988, Nederland)
MAMYKIN, Matvey (1994, Rusland)
GRELLIER, Fabien (1994, Frankrijk)

of ons op deze datum ontvielen:
DE CORTES, Basile (1921, † 31.10.2011, Frankrijk)
TERRONT, Charles (1857, † 31.10.1932, Frankrijk)
Door Fred van Slogteren, 31 oktober 2017 0:00

Een tijdje geleden schreef ik op deze plaats al eens over een van de mislukte projecten van de Belgische auteur Bernard Callens. Zoals in 1978 toen hij zonder succes een viertal wielerkranten uitbracht

Waarschijnlijk was het de bedoeling om meerdere jaargangen uit te brengen maar zoals het zovele uitgevers van sportbladen en –magazines is vergaan, bleef het bij deze eerste jaargang.

Een jaar eerder had Callens al geprobeerd een stukje van de markt te veroveren met het tijdschrift Koereur 77. Na de vierde editie was de kritiek niet van de lucht.

Het was al een moeizaam jaar geweest omdat de abonnees het blad nooit op tijd ontvingen. De lezer wilde in 1978 meer en vooral tijdiger nummers voor minder geld. En zo ging ook Koereur 77 ter ziele.

En dus prijs ik mij veertig jaar later gelukkig dat ik toch nog een exemplaar in mijn archief heb bewaard, misschien is het wel een collectors item.

Op de cover staan de karikaturen van Roger De Vlaeminck en Freddy Maertens. Of, zoals Callens ze benoemd ‘Maertens, de kwantiteit’ en ‘De Vlaeminck, de kwaliteit’. In het blad lees ik echter geen woord over De Vlaeminck.

Wel schrijft Callens heel kritisch over Maertens. Die moet eerst ‘uithuilen en herbeginnen in 1978’. Aanleiding is de matige elfde plaats in de Grote Landenprijs. Daar moest Maertens maar liefst negen minuten toegeven op Bernard Hinault.

De ploegleiding kreeg de schuld. Maertens’ programma is onvakkundig ineengestoken. Zijn eerste zes maanden in 1977 waren overbeladen; zesdaagsen, alle voorbereidingswedstrijden, alle klassiekers, de Ronden van Spanje, Italië en Zwitserland, het kampioenschap van België.

Het kon niet op en zijn recuperatietijd was voor de Ronde van Frankrijk ontoereikend. In het tweede deel van het seizoen blies Freddy regelmatig een roemloze aftocht. En wat deed de ploegleiding?

Ondanks ogenschijnlijke vormcrisis kondigde men aan dat Freddy Maertens ook nog de Ronde van Lombardije ging betwisten, gevolgd door Dwars door Lausanne en de Trofeo Baracchi.
... Lees meer
Door Jan Houterman, 30 oktober 2017 12:00

Als deze renner serieus was geweest dan zou zijn naam wellicht nog steeds - in gouden letters geschreven - in de Nederlandse wielerannalen staan. Dat wisten de kenners van toen zeker.

Hij was slechts zes jaar actief als coureur en doorliep in die periode de rangen van amateur, onafhankelijke en beroepsrenner.

Het waren niet de beste jaren om in de wielersport te slagen, want in 1942 was Nederland bezet en in 1948 was schraalhans keukenmeester in ons bevrijde land. Er was dan ook geen moer te verdienen.

Jan had longen als van een paard en hij was sterk als een os en als hij zijn dag had kon niemand zijn wiel houden. Dan stond er geen maat op de Oostzaner.

Hij werd in 1943 als onafhankelijke tweede in het Nederlands kampioenschap achter de Rotterdammer Wim de Ruyter, maar voor zijn streekgenoot Bouk Schellingerhoudt.

Die hebben het aanzienlijk verder geschopt in de wielersport, want Jan Lust hield het verder bij wat ereplaatsen. Zijn makke was zijn levenswijze waarin zijn achternaam een grote rol speelde.

Bier was zijn lust en zijn leven en het verhaal ging in de Zaan dat Jan op bier reed, zoals een auto op benzine. Bij de start van een koers zaten op zijn stuur twee aluminium drinkbussen, net als bij alle andere coureurs.

Die hadden er echter water in zitten en soms koude thee of zwarte koffie. De bidons van Jan waren echter tot de rand gevuld met pils. Hij vloog er op, dacht hij zelf.

Hij had echter niet in de gaten dat, naarmate de bidons leger werden, steeds meer renners hem links en rechts voorbijvlogen.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 30 oktober 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
LENFERINK, Jan (1950, Nederland)
QUINZIATO, Manuel (1979, ItaliŽ)
BIERMANS, Jenthe (1995, BelgiŽ)
MERLIER, Tim (1992, BelgiŽ)

of ons op deze datum ontvielen:
DOSSCHE, Aimť (1902, † 30.10.1985, BelgiŽ)
Door Fred van Slogteren, 30 oktober 2017 0:00

In 2007 en 2008 heb ik in het kader van de Campina Ronde van het Groene Hart, een 1.1 koers op de UCI-kalender, een tweetal boekjes gemaakt, waarin (oud) wielrenners en aanverwante personen die in het Groene Hart zijn geboren of er wonen, aan het woord komen..

Het Groene Hart is het landelijke gebied dat ingeklemd tussen de vier grootste steden van Nederland vecht voor een agrarisch en recreatief voortbestaan met de steeds meer oprukkende verstedelijking van de Randstad als voornaamste vijand.

In een aantal gevallen leverde die ontmoetingen ware liefdesverklaringen op en om gelijk maar met de mooiste te beginnen was ik met fotograaf Cor Vos in Amstelhoek aan de Amstel voor een ontmoeting met Peter Zijerveld.


Peter was in de jaren tachtig een redelijke beroepsrenner, daarna een sterke triatleet en hij coördineert nu als talentcoach op Papendal de werkzaamheden van motivering tot topsport. Hij houdt van zijn werk, maar als iemand hem een salaris zou bieden om elke dag tachtig kilometer in het Groene Hart te fietsen, dan zou hij dat direct doen.

Als kind was Peter Zijerveld (1955) altijd buiten, voetballen, hardlopen en natuurlijk fietsen. Hij werd een goede amateurwielrenner met een gave voor het klimmen. Hij was daarna vijf jaar beroepsrenner en zijn beste prestaties waren een vijfde plaats in Parijs-Nice en een vijftiende in de Ronde van Spanje.

Na zijn wielercarrière kwam hij door toeval in de wereld van de triatlon terecht en hij vond het prachtig. Een werkdag lang zwemmen, fietsen en hardlopen was nog veel leuker dan alleen wielrennen. Hij behoorde zeven jaar lang tot de wereldtop, met tal van ereplaatsen op zijn palmares. Hij kijkt met dankbaarheid op zijn actieve sportjaren terug en hij geniet van het feit dat hij in zijn huidige werkkring nog midden in de sport staat.

“Zonder de fiets kan ik niet leven, denk ik. Zodra ik kon lopen, was ik ook aan het fietsen. In mijn jeugd speelden we iedere zomer Toerdefransje. De ene jongen was Anquetil, een andere Merckx, maar ik was – vanwege mijn brilletje – natuurlijk Jan Janssen.

De fiets is mijn leven. In mijn wielerjaren, in mijn tijd als triatleet en nu in mijn baan bij de KNWU. Honderden jeugdrenners uit het hele land heb ik begeleid. Een dagtaak maar als ik even gemist kan worden, dan kleed ik me gauw om en dan rij ik mee.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 29 oktober 2017 12:00

Maurice Blomme was een renner uit een belangrijke époque van het Belgische wielrennen. Je had toen de grote drie in Rik Van Steenbergen, Stan Ockers en Briek Schotte en daaronder een heel leger subtoppers.

Dat is geen diskwalificatie want renners als Jan Adriaensens, André Rosseel, Marcel Rijckaert, Marcel Hendrickx, Raymond Impanis, Nest Sterckx, André Vlayen, Pol Schaecken en ook Maurice Blomme waren heel goede renners.

Ze wonnen ook klassiekers en etappes in grote ronden en stonden internationaal hoog aangeschreven. Zo was Maurice Blomme in zijn proftijd die van 1949 tot en met 1959 duurde een van de beste tijdrijders ter wereld.

Dat duurvermorgen had hij opgedaan in de vele veldlopen waaraan hij als atleet had deelgenomen voor hij wielrenner werd. In 1950 won hij de Grand Prix des Nations, toen de meest prestigieuze tijdrit van het hele seizoen en toen het officieuze wereldkampioenschap tijdrijden.

Blomme zou ook een uitstekend wegrenner zijn geweest, maar als typische tijdrijder miste hij tactisch inzicht en liet hij zich door mindere renners nog wel eens in de luren leggen. Wel kon hij hard op koprijden en renners van andere ploegen de lust ontnemen te demarreren.

Daarom is zijn erelijst niet groot. Hij startte slechts twee keer in de Tour de France. Dat was in 1950 en 1952 en hij reed de ronde beide keren niet uit. Wel won hij in 1950 een etappe. Het was de twaalfde rit die eindigde in Perpignan. Blomme kwam er na een lange solo over de streep met een voorsprong van ruim zeven minuten op de nummer twee en bijna dertien minuten op nummer drie.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 29 oktober 2017 9:00

« Vorige 1 2 3 ... 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 ... 1078 1079 1080 Volgende »