ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Slogblog


HOE ‘DE PIJN’ RENNER WERD

door Jaap Engelberts

Dit is het soort jongensboek waar er in mijn jeugd talloze van bestonden. Naast de bekende boeken over Dik Trom en Pietje Bell lagen er in mijn ijskast werken met titels als Willem Roda, Djoep van Deinze en Het Boek voor de Jeugd.

Dat van die ijskast moet ik even uitleggen. Mijn vader had kort na de oorlog een grote ijskast op de kop getikt. Eentje zonder snoer en stekker, want die bestonden nog niet voor huishoudelijk gebruik.

Twee keer per week kwam er een vrachtautootje voorrijden en de chauffeur droeg dan een paar ijsstaven van zo´n halve meter lengte en een dikte-breedte van zo´n dertig centimeter in het vierkant naar boven.

Bovengekomen, we woonden drie hoog, legde hij dan zijn lading in de zinken bak van het bovenste compartiment van de ijskast, waarna mijn moeder alle bederfelijke waar in de andere twee compartimenten legde.

Na verloop van tijd werd om economische redenen de man van het vriesautootje afbesteld en werd die kast mijn opslagplaats voor speelgoed en boeken. Ik ging er ook wel eens zelf in zitten tot een keer de deur dichtviel en ik er een benauwd kwartiertje in doorbracht.

Als op dat moment dit boek er in had gelegen, had ik waarschijnlijk niets van me laten horen. Mits er ook een zaklantaarn in die kast had gelegen, zou ik me namelijk uitstekend vermaakt hebben.

Hoe 'De Pijn' wielrenner werd vertelt in de stijl van het toenmalige jongensboek hoe de vermaarde baanrenner Jan Pijnenburg, alias De Pijn, als jongen aan zijn eerste racefiets kwam. Geheel overeenkomstig hoe ik zelf over een racefiets droomde.

Met zijn opgespaarde spaarcenten, bijeengebracht door de uitgeknipte punten op de wikkels van Kwattarepen, ging de jonge Jan Pijnenburg net zo lang op zoek tot hij precies de fiets kon kopen die hem voor ogen stond.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 2 november 2017 12:00

Drieënvijftig jaar geleden werd het wereldkampioenschap op de weg verreden op een loodzwaar parcours nabij het Zwitserse Lugano. Een van de zwaarste uit de geschiedenis van het WK.

De vele aanhangers van het fenomeen Fausto Coppi koesteren die dag – zondag 30 augustus 1953 – nog steeds, omdat hun idool toen een van de allergrootste prestaties leverde uit zijn rijke carrière. Veni, vidi, vici, ofwel het exploit van een superkampioen.

In zijn boek Heldenlevens beschrijft Martin Ros het als volgt: ‘Coppi etaleerde het allerdiepste van de wielersport in een maximum aan duw- en trekkracht van zijn spierbundels. Zijn pure macht maakte zijn tegenstanders tot drenkelingen in de branding. Zij waren kansloos.

De enige renner die in dat goddelijke geweld tot in de laatste ronde in het wiel van dit onvergelijkelijk fenomeen kon blijven was een kleine geblokte Belg, afkomstig uit Bellegem.

Dat is een dorp in de buurt van Kortrijk, vermaard door de prachtige dahlia's die daar jaar na jaar tot bloei komen. Hij heette Germain Derycke, een temperamentvol coureurke die heel diep kon gaan en dan ook nog een krachtige spurt in huis had.

Hij ging slingerend over de weg gedreven door een bijna onverantwoordelijke krachtpatserij om maar in het wiel van de goddelijke campionissimo te kunnen blijven. Aan winnen dacht hij niet, want tweede worden was die dag het hoogst bereikbare.

Maar in de tiende en laatste beklimming van de Col de Crespera – stijgingspercentage tien procent – moest hij de Italiaan toch laten gaan. In de luttele kilometers naar de finish verloor hij een kleine zeven minuten', aldus Martin Ros.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 2 november 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
DíANDREA, Nicola (1983, ItaliŽ)
DECKERS, Aaron (1988, Nederland)
DEVINE, John (1985, Verenigde Staten)
GRESPAN, Lisa (1980, ItaliŽ)
HERINNE, Xavier (1983, BelgiŽ)
LEDDY, Frans (1901, † 27.01.1966, Nederland)
MURAVYEV, Dimitri (1979, Kazachstan)
PAVESI, Eberardo (1883, † 11.11.1974, ItaliŽ)
STOUGJE, Martijn (1981, Nederland)
TESSELAAR, Hans (1943, † 29.03.2009, Nederland)
TESSELAAR, Piet (1943, Nederland)
VERMEIRE, Robert (1944, BelgiŽ)
VIEJO, Josť-Luis (1949, † 16.11.2014, Spanje)
FENG, Chun Kai (1988, Taiwan)

of ons op deze datum ontvielen:
KNETEMANN, Gerrie (1951, † 02.11.2004, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 2 november 2017 0:00

De Spaanse bank Caja Rural is een van langst actieve sponsors in de wielersport. Al in de tweede helft van de jaren tachtig sponsorde deze bank een Spaanse wielerploeg met een grote Nederlandse inbreng.

De kopman was de bekende ronderenner Marino Lejarreta en de ploegleider was Domingo Perurena. Er was echter ook een Nederlander aan de ploeg verbonden. Dat was Albert Stofberg.

Stofberg , een trainer die jarenlang in Spanje heeft gewerkt, stond bekend om zijn keiharde aanpak. Hij heeft in de drie jaar dat hij aan de ploeg verbonden was nogal wat Nederlandse renners bij Caja Rural binnengeloodst.

Dat waren jongens als Marcel Arntz, Wim Meijer, Erwin Nijboer, René Beuker (foto), Johnny Broers, Dick Dekker, Huub Kools, Marco van der Hulst en Mathieu Hermans. Ook de Belg Ludo Peeters heeft aan het eind van zijn carrière nog een jaartje voor de ploeg gereden.

Van de Nederlanders hebben vooral Erwin Nijboer en Mathieu Hermans in Spanje de kansen gegrepen om hun talenten ten toon te spreiden. Want behalve Caja Rural waren ook andere Spaanse ploegen in Nederlanders geïnteresseerd.

Zo ontpopte Nijboer zich tot een meesterknecht die heel veel heeft betekend voor de successen van Miguel Indurain. Hermans – van wie ik dit truitje heb gekregen - gaf in Spanje zijn visitekaartje af als een razendsnelle en handige sprinter.

Hij debuteerde in 1985 als prof in Spanje bij Seat-Orbea, ook een ploeg van Stofberg, met wie hij al sinds zijn juniorentijd samenwerkte. Hermans won veel en in de Ronde van Spanje van 1988 won hij in de kleuren van Caja Rural maar liefst zes etappes en een jaar later nog eens vier. Klein, vinnig en voor de duvel niet bang behaalde hij zijn overwinningen.
... Lees meer
Door Henk Theuns, 1 november 2017 12:00

Gerard van Beek was een uiterst talentvolle renner die in 1951 aan het begin stond van een veelbelovende profcarrière, die hem heel ver had kunnen brengen.

Maar in de Zesdaagse van Berlijn in maart 1951 kwam hij noodlottig ten val. Een schedelbasisfractuur werd hem fataal, want de operatie mocht niet baten. Het was de eerste keer dat ik in mijn bestaan van wielerliefhebber met de dood werd geconfronteerd en het maakte grote indruk op me.

Van Beek werd in Volendam geboren, maar hij woonde vrijwel zijn hele korte leven bij zijn broer in Oostzaan. Als wielrenner was het een klasbak en als mens een volkse en vrolijke jongen, die uiterst positief in het leven stond.

Als amateur behoorde hij tot de vier musketiers, een kwartet amateurrenners dat met kop en schouders boven de rest uitstak. De andere drie waren Gerrit Voorting, Piet de Vries en Harm Smits. Ook de Amsterdammer Cas Kleefstra had er toe behoord, maar toen die als militair naar Nederlands Indië moest, verdeelden de heren de poet met z’n vieren.

Het was gewoon een officieus genootschap dat elkaar hielp bij het behalen van overwinningen en het winnen van premies om na afloop van de koers de buit te verdelen. Het was in die tijd armoe troef in de wielrennerij en Piet de Vries vertelde me eens dat ze met hun laatste centen per trein naar de koers reisden en dan wel verplicht waren om premies te winnen anders konden ze de terugreis niet betalen.

Als prof is Gerrit Voorting een topper geworden en Van Beek was op weg er ook een te worden toen hem dat fatale ongeluk overkwam. Hij reed die zesdaagse met de Beverwijker Arie Vooren en die moest alleen naar huis. Hoe het met zijn meissie is afgelopen met wie hij op punt van trouwen stond, vermeldt de historie niet.

Over die terugreis van Arie Vooren met verzorger Jan van Dinteren bestaat nog een mooie anekdote. Berlijn was na de Tweede Wereldoorlog een verdeelde stad. Het oostelijk deel stond onder supervisie van de Sowjet Unie.

In het westelijk deel waren de Amerikanen, de Britten en de Fransen de baas. De vier staddelen waren streng gescheiden en de gehele stad lag op het grondgebied van de DDR en het was vrijwel onmogelijk om ongezien vanuit West-Berlijn West-Duitsland te bereiken.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 1 november 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
CEULEN, Bennie (1951, Nederland)
CURTIS, Katie (1988, Groot BrittanniŽ)
DEKKERS, Ad (1953, Nederland)
DUPONT, Timothy (1987, BelgiŽ)
EDALEINE, Christophe (1979, Frankrijk)
HUREL, Tony (1987, Frankrijk)
LASA URQUIA, Miguel-Maria (1947, Spanje)
OVERVELD, Martien van (1930, Nederland)
PELT, Jurgen van (1973, Nederland)
PFENNINGER, Louis (1944, Zwitserland)
PROOST, Leo (1933, † 24.05.2016, BelgiŽ)
RAMON, Albert (1920, † 21.03.1993, BelgiŽ)
REDANT, Hendrik (1962, BelgiŽ)
SCHEIRLINCKX, Bert (1974, BelgiŽ)
SLUIJS, Bram van (1933, Nederland)
VAN DE MOORTELE, Albert (1945, BelgiŽ)
VOGELS SR., Henk (1942, AustraliŽ)
CROKET, Gilke (1992, BelgiŽ)
HURET, Tony (1987, Frankrijk)

of ons op deze datum ontvielen:
GROENEWEGEN, Dirk (1917, † 01.11.2004, Nederland)
MATIGNON, Pierre (1943, † 01.11.1987, Frankrijk)
Door Fred van Slogteren, 1 november 2017 0:00

Een frame zonder race-historie, maar wel met een interessante geschiedenis. Ene meneer Kirk, een Britse ingenieur werkzaam in de automobielindustrie, was de uitvinder van een nieuwe legering waarvoor hij toepassingen vermoedde.

Een legering van magnesium, zink en aluminium zou volgens hem een uitstekend materiaal zou zijn voor een raceframe omdat het niet kapot zou kunnen.

Dat was geen slechte gedachte, want toen hij modellen had liet hij als demonstratie een zware 4wheeldriveauto over zowel een stalen frame als over zijn Kirk Precision rijden.

Het stalen frame kon naar de schroothoop, maar op zijn frame kon – mits afgemonteerd als racefiets - zo weer opgestapt worden. Meneer Kirk had het ei van Columbus uitgevonden, rijkdom wachtte hem.

Een Noors bedrijf zag kans om 1,3 kilo magnesium te winnen uit duizend liter zeewater. Vervolgens werd de legering bij een temperatuur van zevenhonderd graden Celsius in een matrijs geperst tot een compleet kader.

Het werd een prachtig en qua vormgeving uniek product en er zijn eind jaren tachtig vele van op de markt gekomen. En toen bleek dat Kirk én geen verstand van de wielersport had én een slecht zakenman was.

De afgemonteerde fiets was dan weliswaar niet kapot te krijgen, maar hij was met een gewicht van bijna elf kilo ook veel te zwaar voor de racerij. Bovendien viel de stijfheid tegen en tal van die frames zijn gewoon gebroken.
... Lees meer
Door Peter Ravensbergen, 31 oktober 2017 12:00

Vandaag 32 jaar geleden overleed Lucien Michard een van de grootste baansprinters uit de wielergeschiedenis. Hij was in de jaren twintig de renner die onze landgenoot Piet Moeskops van de troon stootte.

In de Tour de France zien we al sinds de Tweede Wereldoorlog het beeld van coureurs die een aantal jaren lang met harde hand het Tourcircus domineren en in het sprinten was het net zo.

Bobet, de Franse kampioen uit de jaren vijftig, werd opgevolgd door Anquetil, die door Merckx, Merckx door Hinault, vervolgens kwam LeMond, daarna Indurain en tenslotte Armstrong.

In de wereld van de beroepssprinters zien we iets dergelijks. Onze landgenoot Piet Moeskops werd in de jaren twintig vijf keer wereldkampioen. Hij werd vanwege het ouder worden opgevolgd door de Fransman Lucien Michard.

De 114 jaar geleden in de buurt van Parijs geboren Fransman , werd vier keer (van 1927 tot en met 1930) wereldkampioen, nadat hij al twee wereldtitels en Olympisch goud had veroverd bij de amateurs.

Daarna kwam de periode Jef ‘Poeske’ Scherens die maar liefst zeven maal wereldkampioen werd. De Belg was volgens Jan Derksen de beste sprinter die hij in zijn lange carrière (van 1939 tot en met 1964) aan het werk heeft gezien.

Maar terug naar Michard die eigenlijk vijf keer wereldkampioen had moeten zijn. In 1931 werd het WK in Kopenhagen verreden en de Fransman bereikte moeiteloos de finale. Zijn tegenstander Willy Falck Hansen reed een thuiswedstrijd en de Deense jury zou hem wel even een handje helpen.

Michard won de eerste rit en de Deen de tweede. Er was dus een beslissende derde rit nodig. Die ‘belle’ werd nipt maar duidelijk waarneembaar gewonnen door Michard. Geen twijfel mogelijk, het verschil was zeker anderhalf wiel. Zie foto 2.

Tot zijn verbijstering zag hij echter dat Falck Hansen tot winnaar werd uitgeroepen. “Was nou maar naar Specsavers gegaan”. Met deze woorden diende Michard direct een protest in, maar dat werd door de jury afgewezen.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 31 oktober 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
CRUZ, Antonio (1971, Verenigde Staten)
HOPMANS, Kees (1964, Nederland)
KLEMME, Dominic (1986, Duitsland)
KOEDOODER, Vera (1983, Nederland)
LIP, Bert (1986, Nederland)
LONGO-CIPRELLI, Jeannie (1958, Frankrijk)
MEENT, Eric van de (1985, Nederland)
MICHELOTTO, Claudio (1942, ItaliŽ)
ORTIZ ORTIZ, Nilton Alexis (1983, Colombia)
RANUCCI, Sante (1933, ItaliŽ)
VAN DER SLAGMOLEN, Herman (1948, BelgiŽ)
WALKER, William (1985, AustraliŽ)
WEL, Ruud van (1988, Nederland)
MAMYKIN, Matvey (1994, Rusland)
GRELLIER, Fabien (1994, Frankrijk)

of ons op deze datum ontvielen:
DE CORTES, Basile (1921, † 31.10.2011, Frankrijk)
TERRONT, Charles (1857, † 31.10.1932, Frankrijk)
Door Fred van Slogteren, 31 oktober 2017 0:00

Een tijdje geleden schreef ik op deze plaats al eens over een van de mislukte projecten van de Belgische auteur Bernard Callens. Zoals in 1978 toen hij zonder succes een viertal wielerkranten uitbracht

Waarschijnlijk was het de bedoeling om meerdere jaargangen uit te brengen maar zoals het zovele uitgevers van sportbladen en –magazines is vergaan, bleef het bij deze eerste jaargang.

Een jaar eerder had Callens al geprobeerd een stukje van de markt te veroveren met het tijdschrift Koereur 77. Na de vierde editie was de kritiek niet van de lucht.

Het was al een moeizaam jaar geweest omdat de abonnees het blad nooit op tijd ontvingen. De lezer wilde in 1978 meer en vooral tijdiger nummers voor minder geld. En zo ging ook Koereur 77 ter ziele.

En dus prijs ik mij veertig jaar later gelukkig dat ik toch nog een exemplaar in mijn archief heb bewaard, misschien is het wel een collectors item.

Op de cover staan de karikaturen van Roger De Vlaeminck en Freddy Maertens. Of, zoals Callens ze benoemd ‘Maertens, de kwantiteit’ en ‘De Vlaeminck, de kwaliteit’. In het blad lees ik echter geen woord over De Vlaeminck.

Wel schrijft Callens heel kritisch over Maertens. Die moet eerst ‘uithuilen en herbeginnen in 1978’. Aanleiding is de matige elfde plaats in de Grote Landenprijs. Daar moest Maertens maar liefst negen minuten toegeven op Bernard Hinault.

De ploegleiding kreeg de schuld. Maertens’ programma is onvakkundig ineengestoken. Zijn eerste zes maanden in 1977 waren overbeladen; zesdaagsen, alle voorbereidingswedstrijden, alle klassiekers, de Ronden van Spanje, Italië en Zwitserland, het kampioenschap van België.

Het kon niet op en zijn recuperatietijd was voor de Ronde van Frankrijk ontoereikend. In het tweede deel van het seizoen blies Freddy regelmatig een roemloze aftocht. En wat deed de ploegleiding?

Ondanks ogenschijnlijke vormcrisis kondigde men aan dat Freddy Maertens ook nog de Ronde van Lombardije ging betwisten, gevolgd door Dwars door Lausanne en de Trofeo Baracchi.
... Lees meer
Door Jan Houterman, 30 oktober 2017 12:00

« Vorige 1 2 3 ... 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 ... 1077 1078 1079 Volgende »