Slogblog


Tino Tabak (1946)

Hij werd geboren in Enschede, maar als vierjarige emigreerde hij met zijn ouders naar Nieuw-Zeeland. Een echte sportjongen die in dat prachtige land wielrenner werd. Hij won er in de jaren zestig drie maal op rij de Tour of Southland, de belangrijkste wedstrijd in dat verre land. Omdat Nieuw-Zeeland niet echt een wielerland is, kwam hij in 1968 naar zijn geboorteland om er op de fiets zijn geluk te beproeven. Bij de amateurs behaalde hij in twee seizoenen dertien overwinningen, waaronder de Ronde van Noord-Holland. In 1971 werd hij prof bij de Mars-Flandria-ploeg. Een jaar later was hij kampioen van Nederland en werd hij 18e in de Tour de France. In 1974 werd hij de eerste kopman van de Raleigh-ploeg, maar de verstandhouding met ploegleider Post was slecht. Hij won er de Ronde van Midden-Zeeland en de Acht van Chaam. Daarna liep zijn carrière langzaam af en in 1978 stopte hij er mee. Over Tino Tabak circuleren nog steeds de meest wilde verhalen, want hij zat nergens mee, zegt men. Het zal wel. Hij woont nu weer in Nieuw-Zeeland en zijn zoon Paul is een bekende ploegleider in het continental peloton.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 6 mei 2006 0:00

© Otto Beaujon

“Het Franse merk Automoto bestond al in 1902. Dat weet ik uit een dikke postordercatalogus van het merk, waarin behalve fietsen ook auto’s, motoren en allerlei onderdelen en accessoires worden aangeboden. Vrijwel niemand had in het begin van de vorige eeuw eigen vervoer en er waren in het jaar 1900 nog maar 2500 geregistreerde auto’s in heel Frankrijk. Het was dus niet mogelijk om met de auto grotere hoeveelheden van de dagelijkse behoefte in te slaan en daarom werd alles thuisbezorgd. De bakker, de slager, de groenteman, de melkslijter en de ...

Door Fred van Slogteren, 5 mei 2006 10:00

Maurice Peeters (1882, overleden 06.12.1957)

Stel: je bent 34 jaar en je besluit wielrenner te worden. Vier jaar later ben je zowel wereldkampioen als Olympisch kampioen. Dat zou nu onmogelijk zijn, maar negentig jaar geleden heeft iemand dat gepresteerd. Hij heette Maurice Peeters, geboren in Antwerpen, maar grootgebracht in Den Haag. Van beroep sprinter, zo eentje van lange halen, gauw thuis. Niks geen surplace of tactische hoogstandjes, maar rammen met die handel. Hij was een bravoureachtig mannetje die met het dialect van Haagse Harry de wereld veroverde. Alleen toegerust met dat Haagse taaltje maakte hij zich overal verstaanbaar en als dat niet lukte liet hij zijn gouden plak zien, die hij aan zijn horlogeketting droeg. In 1924 bracht hij het in Parijs wederom tot een Olympische finale. Ditmaal op de tandem met Jonkheer Gerard Dagobert Bosch van Drakestein achter zich. Samen tachtig jaar, maar ze leken te gaan winnen. Door een vreemde stuurmanoeuvre van Peeters ging het feest echter niet door en ze werden derde en laatste. De hevig teleurgestelde jonkheer vond na de huldiging een lege cognacfles in de kleedkamer. Van Peeters was geen spoor meer te bekennen.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 5 mei 2006 0:00

Gisteravond zond Studio Sport een item uit over de Duitse sprinter Albert Richter, die in de oorlog door de Nazi’s werd vermoord, omdat hij er niet over peinsde te breken met zijn Joodse manager Berliner. Een buitengemeen moedige houding van een Duitser in het Duitsland van Hitler. Het door Jean Nelissen gepresenteerde programma-onderdeel bleek te zijn gebaseerd op het boek Der vergessene Weltmeister, geschreven door de Keulse sporthistorica Renate Franz. Ze legde de geschiedenis van de vergeten wereldkampioen aan ons uit. Het was een sympathiek stukje en ik probeerde me een Nederlandse wielrenner te herinneren die ook zo moedig was geweest. Ik kwam uit bij Jan van Hout, de Eindhovense renner die als werelduurrecordhouder weigerde nog in Duitsland te rijden toen Hitler daar in 1933 aan de macht kwam. Toen de Duitsers Nederland binnenvielen koos hij de enige weg die voor hem mogelijk was: hij ging in het verzet. Hij heeft de oorlog niet overleefd. Daarom denk ik elk jaar tijdens de herdenkingsstilte altijd even aan Jan van Hout. Vanavond ook aan Albert Richter.

Door Fred van Slogteren, 4 mei 2006 17:05

DICTIONNAIRE DU CYCLISME
door Claude Sudres

“Een boek uit 1984 en het aardige is dat het heel goed aansluit op de middenpagina’s van Le Miroir du Cyclisme, waarop heel lang allerlei wielerwetenswaardigheden zijn gepubliceerd. Het zijn allemaal korte lemma’s die een aardig beeld geven van alles wat er in de wielersport speelt. Dus niet alleen renners en wedstrijden, maar ook fietsen en fietsonderdelen, wielerjargon en het verklaren daarvan. Het is een vrij dik boek. Met 462 pagina’s is het een hele pil. Het moet gretig aftrek hebben gevonden, want het boek is daarna aangepast nog een aantal malen uitgegeven. Claude Sudres is geen vreemde in de wielersport. Onder Felix ...

Door Fred van Slogteren, 4 mei 2006 10:00

Bouke Schellingerhoudt (1919)

In de jaren zestig heb ik eens een pakje sigaretten bij hem gekocht in zijn sigarenzaak in Zaandam. Een struise man met een forse blonde kuif. In zijn tijd bestond het pensioen van een wielrenner of voetballer uit een sigarenwinkel. Aan de muur hing een uitvergrote karikatuur van hem in het rood-wit-blauw van Nederlands kampioen. Dat was hij in 1946. In plaats van een gouden kampioensmedaille kreeg hij slechts een oorkonde. Omdat hij dat verhaal zelf jaar na jaar levend hield, vroeg Gerrie Knetemann de KNWU in 2000 om hem alsnog een gouden plak uit te reiken. 54 jaar na dato. Rijk is hij niet van zijn sport geworden. Wel gelukkig, want hij kan er nog steeds mooi over vertellen in dat zangerige Zaans. Ik bel hem wel eens als ik wat wil weten over een Zaankanter uit zijn tijd. Dat doet hij met veel plezier, als het maar niet over Cor Bakker gaat, want die heeft hem eens geflikt in de Ronde van Nederland van 1948. Dat is noch vergeten, noch vergeven. De heren gaan nog steeds niet samen in één auto zitten, laat staan bij elkaar aan tafel. Bouke wordt vandaag 87 en Cor is dat al een half jaar. Jongens, slik die drol nou eens door!

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 4 mei 2006 0:00

© Henk Theuns

“Het was in 1972 toen mijn vriend Rini Wagtmans dit truitje droeg. Goudsmit-Hoff was een behangfabriek en ik weet niet eens of dat bedrijf nog bestaat. Doet er ook niet toe, Rini bestaat gelukkig nog wel en dit mooie truitje ook. Na drie jaar voor Willem II-Gazelle te hebben gereden en een turbulent jaar in de Molteni-ploeg van Eddy Merckx ging Rini op een aanbod in van Kees Pellenaars om bij de behangers te komen fietsen. 1972 was niet zijn beste seizoen, ook al won hij voor de derde keer een rit in de Tour de France. De 54e plaats in het eindklassement ...

Door Fred van Slogteren, 3 mei 2006 10:00

Robert Slippens (1975)

Deze altijd vrolijk ogende Noord-Hollander is een echte zesdaagse-specialist. Samen met zijn provinciegenoot en vriend Danny Stam vormt hij een koningskoppel dat elk jaar beter wordt. Vier overwinningen en vier tweede plaatsen werden in het afgelopen winterseizoen hun deel. Daarmee behoren ze tot de top, samen met de Zwitsers Risi en Betschart en de Belgen Keisse-Gilmore. Danny Stam is de man van de zware jachten en Robert de snelle jongen die het vaak subliem afmaakt. En dan is daar altijd weer die bevrijdende lach als er weer eens gewonnen is. Een wereldtitel hebben ze nog niet op zak, maar dat komt nog wel. Die twee zijn nog lang niet uitgefietst. (© Cor Vos)

Door Fred van Slogteren, 3 mei 2006 0:00

“Zoals de gele trui in de Tour de France is afgeleid van de kleur van het papier van l’Auto, de organiserende krant, zo is de roze leiderstrui in de Ronde van Italië afgeleid van de kleur van het papier van La Gazetta dello Sport. LA GAZETTA DELLO SPORT. Alleen al die naam brengt je in wielerextase, hoewel het gewoon ‘sportkrant’ betekent. De Italiaanse taal suggereert schoonheid en dat valt vertaald nog wel eens tegen. De naam van de grote Latijnse lover uit de achttiende eeuw, Giacomo Casanova vereenzelvig je met romantisch kaarslicht, maar als je weet dat die naam in het Nederlands ...

Door Fred van Slogteren, 2 mei 2006 10:00

Erwin Nijboer (1964)

Hij was er een van de Spaanse wielerschool van Albert Stofberg. Samen met de Brabantse sprinter Mathieu Hermans begon de lange Denekamper in 1985 aan een Spaans avontuur dat hem vooral een knechtenrol opleverde. Maar je hebt knechten en knechten en Erwin was er één van de bovenste plank. Iemand die nimmer twijfelde aan zijn kopman en zijn eigen kansen volledig kon wegcijferen. Legendarisch is het verhaal dat hij samen met Mathieu in een kopgroep zat op een moment dat de zege de kleine Brabander niet kon ontgaan. Tot Hermans in een bocht onderuit ging. In plaats van door te gaan en zijn eigen kans te gaan, kneep Erwin direct in de remmen, viste zijn kopman uit de berm, zette hem op fiets en sleurde hem terug bij de kopgroep. Hermans won op één been. Later werd Erwin de zeer gewaardeerde meesterknecht van Miguel Indurain, de Bask die vijf keer de Tour won. Zelf won Erwin Nijboer ook wel eens wat. Zoals in 1990 de Driedaagse van de Panne. Een goede renner en een sympathiek mens. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 2 mei 2006 0:00

« Vorige 1 2 3 ... 1196 1197 1198 1199 1200 1201 1202 1203 1204 1205 1206 ... 1226 1227 1228 Volgende »