Slogblog


Vandaag wordt Eddy Merckx, de grootste wielrenner aller tijden, 73 jaar. Er zijn mensen die het betwisten dat hij de allergrootste is geweest, maar ik twijfel daar niet aan. Er is namelijk maar een manier om dat te bepalen, hoe subjectief ook, en dat is de erelijst.

Geen enkele andere renner in de wereld heeft een erelijst als Merckx en het lijkt onwaarschijnlijk dat daar ooit iemand in de buurt van zal komen. Het huidige wielrennen verschilt daarvoor te veel van hoe de sport in zijn tijd werd bedreven.

De man reed het hele jaar door, stond aan de start van alle klassiekers, reed ieder jaar meestal twee grote ronden en diverse kleine en reed in de winter (en won) ook nog een aantal zesdaagsen, de meeste aan de zijde van Patrick Sercu.

Het resultaat was dat toen hij in mei 1978 afscheid nam, hij kon zeggen een derde van alle wedstrijden waarin hij was gestart te hebben gewonnen. Hij won vijf keer de Tour, vijf keer de Giro en een keer de Vuelta.

In alle drie de ronden won hij ook een of meerdere keren een nevenklassement. In de Giro won hij 24 keer een etappe, in de Tour waren dat er 35 en de enige keer dat hij in de Vuelta is gestart won hij zes ritten.

Zijn zeges in kleine rondritten ga ik niet eens opnoemen en in het eendagswerk won hij 32 klassiekers, waarbij zeven keer Milaan-San Remo en vijf keer Luik-Bastenaken-Luik. Ook was hij vier keer wereldkampioen, waarvan één keer bij de amateurs. Kortom zijn erelijst is uniek en door niemand zelfs maar te benaderen.

Dat de Belgen nog steeds niet over hem uitgepraat raken, spreekt vanzelf, net zo min als wij ooit het fenomeen Johan Cruijff zullen vergeten. Er verschijnen nog steeds nieuwe boeken over hem want er is altijd wel een bewonderende journalist die iets over hem ontdekt dat nog niet uitvoerig is beschreven.

Dat de vroegere Belgische koning Boudewijn een bewonderaar was is bekend. Niet alleen bemoeide hij zich er persoonlijk mee, toen d’n Eddy in 1969 in de Ronde van Italië op doping werd betrapt, maar hij wist ook te voorkomen dat zijn oogappel daarvoor werd gestraft. “Dat zie ik koningin Juliana niet doen”, zei Jan Janssen in die tijd.

De koning (ook al was dat Boudewijn's opvolger Albert II) heeft het in 1996 ook behaagd om zijn internationaal beroemdste onderdaan in de adelstand te verheffen en hij mag zich sindsdien officieel Edouard Louis Joseph baron Merckx noemen, een niet door vererfing overdraagbare titel.

Ik heb de baron een keer mogen interviewen. Dat was in 2005 voor het boek dat ik destijds over het leven en de wielercarrière van Joop Zoetemelk aan het schrijven was. Het gesprek vond plaats in zijn kantoor van zijn racefietsenfabriek in Meise.

Hij was na een periode waarin hij heel dik was geweest, enorm afgeslankt en zag eruit of hij zo weer kon opstappen. Dan vond ik knap, hoewel hij nu weer behoorlijk gezet is. Afvallen vereist een enorme discipline en dat verdient respect.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 17 juni 2018 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
APOSTOL, Tyson (1979, Verenigde Staten)
DIELISSEN, Wim (1922, † 07.01.2002, Nederland)
LAISEKA JAIO, Roberto (1969, Spanje)
LEMOINE, Henri (1909, † 21.09.1991, Frankrijk)
MAAS, Jan (1900, † 05.09.1977, Nederland)
MENZIES, Karl (1977, AustraliŽ)
MEUNIER, Charles (1903, † 16.02.1971, BelgiŽ)
MUGERLI, Matej (1981, SloveniŽ)
POEL, Adrie van der (1959, Nederland)
PRESSLAUER, Peter (1978, Oostenrijk)
RAPINSKI, Viktor (1981, Wit Rusland)
SAMBEEK, Frans van (1926, † 12.07.2014, Nederland)
DEGENDT, Aimť (1994, BelgiŽ)

of ons op deze datum ontvielen:
BATTESINI, Fabio (1912, † 17.06.1987, ItaliŽ)
DONGEN, Leo van (1942, † 17.06.2011, Nederland)
JANSEN, Mathieu (1920, † 17.06.1996, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 17 juni 2018 0:00

Interbellum

De tijd, de tussentijd,
de tijd tussen,
twee oorlogen,
de Giro en de Tour,
interbellum, een woord,
dat nog maar zelden wordt gehoord.

De tijd van Dauphiné
en Tour de Suisse,
van strijd om
veelkleurige kledij,
het interbellum, het begin,
nee, we zitten er nog altijd middenin.

De tijd van rusten
en herstellen,
van kiezen
en gekozen worden,
een interbellum van zes weken,
naar het einde wordt verlangend uitgekeken.

© Nol van ‘t Wiel
... Lees meer
Door Nol van 't Wiel, 16 juni 2018 12:00

Bert-Jan Lindeman is voor mij vooral die fanatieke aanvaller in de Ronde van Spanje van 2015. Hij won er een etappe en het was vooral de manier waarop die indruk maakte. Hij was in de zevende etappe met een groep van vijf vooruit en hoewel hij misschien op papier niet de sterkste was, was hij wel de taaiste. Het was vooral een gerenommeerde klimmer als Amts Txurruka die in de finale alleen probeerde weg te komen.

Het was allang duidelijk dat ze niet meer zouden worden teruggehaald, zo groot was de voorsprong, maar de renner uit Drenthe moest in de finale bij iedere demarrage lossen. Hij vocht zich echter steeds weer terug in het wiel als Txurruka even de spanning van de benen haalde.

Om het in het zicht van de eindstreep, bovenop de Alpujarra schitterend af te maken en de als tweede aankomende Wit-Rus Ilia Kosjevoj op weg naar de streep bovenop de Alpujarra, een gemene col, stond niet eens op de foto.

Bert-Jan is een rustige, bescheiden jongen die in de jeugdrangen niet echt opviel, maar in de koers iemand was die op kansen loerde en die ook pakte. Hij heeft van nature een goed koersinzicht en is tactisch sterk en won bij de nieuwelingen en junioren de ene na der andere koers.

Bij de elite zonder contract reed hij in de Ronde van Limburg en de Ronde van Midden-Brabant naar een tweede plaats en won hij, rijdend voor Jo Piels, de Ster van Zwolle. Hij behoorde tot de top van Nederland in die klasse en bewees dat met tal van ereplaatsen.

Vanaf 1 augustus 2011 maakte Bert-Jan deel uit van Vacansoleil-DCM, een echte profploeg. Daar manifesteerde hij zich direct als een onvermoeibare aanvaller, die maling had aan reputaties en hij won als neoprof het bergklassement van de Ster van Bessèges en op 10 maart voor eigen publiek de Ronde van Drenthe.

In het Nederlands kampioenschap was hij de hele dag in de aanval en zijn onvermoeibaarheid toonde hij door in de finale nog zoveel over te hebben dat hij als derde naar het podium piekte. Achter kampioen Niki Terpstra en Lars Boom. Nederland had een nieuwe Johnny Hoogerland.

Toen Vacansoleil stopte werd hij opgevangen door de opleidingsploeg van Rabobank. Dat leek een stap terug, maar dat vond hijzelf niet. Hij werd zich meer bewust van zijn mogelijkheden. Dat hij een goede leerling bleek, bewees hij door een zware bergetappe in de Tour de l’Ain te winnen, waar hij als laatste afrekende met niemand minder dan Romain Bardet. Hij veroverde met die zege ook de leiderstrui en stond die niet meer af. En toen kon hij uit meerdere aanbiedingen kiezen.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 16 juni 2018 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
AL, Thijs (1980, Nederland)
AZANZA SOTO, Jorge (1982, Spanje)
BUUTS, Piet (1940, † 09.01.1988, Nederland)
COBELO FOJO, Jesus (1977, Spanje)
DEKKERS, Hans (1928, † 30.08.1984, Nederland)
ELDRIDGE, Joe (1982, Verenigde Staten)
ENGELS, Addy (1977, Nederland)
FISCHER, Murilo Antonio (1979, BraziliŽ)
HARINGS, Peter (1961, Nederland)
HOUTERMAN, Jan (1961, Nederland)
KRIKILION, Dirk (1960, BelgiŽ)
PAS, Jos van der (1967, Nederland)
PECHARROMAN, Josť Antonio (1978, Spanje)
PEREZ RODRIGUEZ, Luis (1974, Spanje)
SCHR÷DER, Jan (1941, † 04.01.2007, Nederland)
SOUVEREIN, Dennis (1989, Nederland)
STEENUIT, Robin (1990, BelgiŽ)
TEMMERMAN, Tom (1988, BelgiŽ)
WOLF, Jean-NoŽl (1982, Frankrijk)
DEBESAY, Mekseb (1991, Eritrea)
STENUIT, Robin (1990, BelgiŽ)

of ons op deze datum ontvielen:
FAUR…, BenoÓt (1900, † 16.06.1980, Frankrijk)
Door Fred van Slogteren, 16 juni 2018 0:00

Edmond Gentil was de oprichter van Alcyon. Wie de geschiedenis van de Tour de France kent, weet dat tot 1930 de ploegen werden gesponsord door rijwielmerken en van die merken was Alcyon een van de meest gerenommeerde.

Achtereenvolgens wonnen François Faber (1909), Octave Lapize (1910), Gustave Garrigou (1911), Odiel Defraye (1912), Nicolas Frantz (1927 en 1928) en Maurice Dewaele (1929) op een Alcyon fiets de Tour de France en al die successen hadden grote gevolgen voor de verkoopcijfers.

De grote concurrent in die jaren was het Franse merk Automoto die in de tussenliggende jaren met onder andere Henri Pélissier, Ottavio Bottecchia en Lucien Buysse vaak de Tourwinnaar leverde. Maar Alcyon was toch de meest succesrijke. Het bedrijf werd in 1903 opgericht door Edmond Gentil die het fietsenmakersvak had geleerd bij Peugeot.

Alcyon maakte naast fietsen ook motorfietsen en tussen 1906 en 1928 werden er ook automobielen gemaakt. Lichte autootjes voor stadsverkeer met een tweetakt boxermotor. Dit alles onder de bedrijfsnaam Ets. Gentil & Cie., gevestigd in Neuilly-sur-Seine, een voorstad van Parijs.

Het aloude merk verloor de slag in de jaren vijftig toen de kaars langzaam uitging. De toenmalige eigenaren verkochten het merk aan een Belgische groothandel en het ging moeilijk traceerbaar van hand tot hand.

De naam van de oprichter, Gentil, bleek ook als merk gedeponeerd te zijn en kwam terecht bij Kessels, een gerenommeerde groothandel en fabrikant in Oostende.

Het belangrijkste merk van Kessels was Main d’Or, maar hij had nog wel een dozijn andere in zijn assortiment. Waar Kessels vooral bekend door is geworden, is het feit dat hij voor een jonge Eddy Merckx diens eerste maatfietsen bouwde.

De naam Gentil is ook om een andere reden belangrijk geweest. Dat was vanwege de Trophée Edmond Gentil, ingesteld ter nagedachtenis van de oprichter van Alcyon. De wisselprijs werd door een jury toegekend aan de renner die in een jaar de meest spraakmakende prestatie had geleverd.

De trofee was een een kunstwerk van Carlo Sarabezolles (1888-1971), een vermaard beeldend kunstenaar. De winnaars van de Trophée Edmond Gentil waren van 1946 tot en met 1963 niet de minsten. Bijna alle groten in die periode hebben de troffe een of meer keren gewonnen.
... Lees meer
Door Otto Beaujon, 15 juni 2018 12:00

De Ier Martin Earley koerste in de periode dat ook zijn beroemde landgenoten Sean Kelly en Stephen Roche actief waren. De uit Clonsilla, een voorstad van Dublin, afkomstige Earley was beroepsrenner van 1985 tot en met 1996.

Hij reed voor ploegen als Fagor, KAS, de Nederlandse PDM-ploeg en Festina. Geen toprenner zoals zijn beroemde landgenoten, maar toch in staat dankzij een scherp eindschot ritten te winnen in de rondes van Italië, het Baskenland, de Vaucluse en Galicië.

In 1994 was hij in de strijd om de Ierse nationale kampioenstitel de sterkste. Een klein mannetje met een opvallend grote bril, maar dat was mode in die tijd, was vooral in het peloton aanwezig om Sean Kelly bij te staan.

Van de Spaanse ploeg KAS transfereerden ze in 1989 samen naar PDM, na een slimme manoeuvre van Jan Gisbers, die Kelly al enkele jaren op zijn verlanglijstje had staan. De Ierse importeur van cassettebandjes zwoer bij een ander merk en toen Gisbers blufte dat de nationale held Kelly het volgende jaar bij PDM zou rijden, kon PDM een contract afsluiten voor de Ierse markt.

Kelly kon vervolgens geen nee zeggen tegen een lucratieve aanbieding op voorwaarde dat ook Earley een contract kon tekenen bij de Nederlandse ploeg, gesponsord door PDM destijds internationaal marktleider van videobanden en cassettebandjes.

Er stonden in 1989 vier Ieren aan de start van de Tour de France. Stephen Roche en zijn meesterknecht Paul Kimmage in de Fagor-ploeg en Kelly en Earley namens PDM. Een ploeg met grote namen, want behalve Kelly zaten ook de Mexicaan Raùl Alcala en de Nederlanders Steven Rooks, Gert-Jan Theunisse en Jean-Paul van Poppel dat jaar in de formatie van Jan Gisbers.

In de zevende rit kwamen kwamen Kelly en Alcala broederlijk midden in het peloton ten val en na een spartelend verblijf in een greppel, was het Earley die het tweetal in één gereden streep naar het peloton terugbracht.

Een dag later werd hij als bewaker van het ploegbelang meegestuurd toen de Fransman Caritoux en de Australiër Wilson op avontuur gingen op weg naar Pau, vaste etappeplaats in de Tour. Er kwam nog een Fransman (Louviot) bij en het tempo zat er goed in.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 15 juni 2018 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
ALBANI, Giorgio (1929, ItaliŽ)
APERRIBAY ARANDA, Lander (1982, Spanje)
ARRIETA LUJAMBIO, Josť Luis (1971, Spanje)
BORGATO, Giada (1989, ItaliŽ)
BREEMES, Stefan (1988, Nederland)
BRUSEGHIN, Marzio (1974, ItaliŽ)
DUNGEN, Tonny van de (1922, † 14.10.1999, Nederland)
HEEREN, Walter (1943, Nederland)
KERSHAW, Jack (1950, Groot BrittanniŽ)
KLOK, Danica (1978, Nederland)
KOEMAN, Ed (1927, † 00.04.2009, Nederland)
MARTISOVA, Julia (1976, Rusland)
MEULENHOF, Wim van de (1966, Nederland)
PETTERSSON, Thomas (1947, Zweden)
POEL, David van der (1992, Nederland)
REULING, Dirk (1984, Nederland)
RIJEN, Linda van (1988, Nederland)
RUITER, Wim de (1951, Nederland)
THOME, Kevin (1989, BelgiŽ)
WORRE, Jesper (1959, Denemarken)
KENNAUGH, Peter (1989, Groot BrittanniŽ)
SKUJINS, Toms (1991, Letland)

of ons op deze datum ontvielen:
DAVID, Wilfried (1946, † 15.06.2015, BelgiŽ)
HOEVENAERS, Jos (1932, † 15.06.1995, BelgiŽ)
REDOLFI, Attilio (1923, † 15.06.1977, Frankrijk)
Door Fred van Slogteren, 15 juni 2018 0:00

ETEN EN DRINKEN BIJ DE TOUR DE FRANCE

door Anne Scheepmaker

Hoewel ik al jaren niets meer over haar heb vernomen of gelezen is of was Anne Scheepmaker een bekende culinair journaliste en als zodanig een nazate van Wina Born, de oermoeder van het genre. Anne schreef vele jaren voor NRC Handelsblad en ze heeft vele kookboeken op haar naam staan.

Niet van het soort ‘men neme’, want het zijn over het algemeen thematische boeken. In dit geval liet ze zich inspireren door de Tour de France. Het is haar enige sportboek, vertelde ze ooit aan sporthistoricus Jurryt van de Vooren, verwijzend naar haar overleden echtgenoot Nico Scheepmaker.

Nico was een erudiete man, een eminent journalist en publicist, een groot liefhebber van sport en de naamdrager van de Nico Scheepmaker Beker voor het mooiste sportboek van het jaar. Nico is een van de weinige journalisten die ik mateloos bewonderd heb om zijn stijl van schrijven en oog voor detail.

De passie van haar man voor de sport moet ergens in 1991 op haar zijn overgeslagen en kennelijk is daaruit dit boekje ontstaan. En wie kun je voor inside information dan beter inschakelen dan Tim Krabbé om hier en daar het boek te verlevendigen.

Ongeveer de helft van het aantal pagina’s is gewijd aan een beschrijving hoe er in de Tour de France door de renners gegeten en gedronken wordt. Ik heb eens met de Rabobank-ploeg mogen meeëten, maar dat herinner ik me niet als een vorm van haute cuisine, integendeel.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 14 juni 2018 12:00

In de jeugdrangen en als amateur was de Drent Jan Aling een echte kanjer. Als nieuweling behaalde hij al achttien overwinningen, waaronder het kampioenschap van Nederland. Geboren in Bunne, een dorp met nauwelijks tweehonderd inwoners, trainde hij dagelijks met Popke Oosterhof uit het nabijgelegen Eelde.

Dat waren geen trainingen, maar regelrechte strafexpedities, zo gingen die twee tekeer. Met de kop onder het stuur, zoals renners dat plastisch zeggen, maakten ze om en om lange beurten op kop om dan bij het meteren elkaar helemaal kapot te rijden.

‘Meteren’ is het naast elkaar rijden met de bedoeling precies naast elkaar te blijven. Kwam je een half wiel achter dan moest je een ontzettende inspanning leveren om weer naast de ander te komen. Het vergt het uiterste van renners en het was een geliefd spelletje van grooten als Jan Janssen en Jan Raas.

Als amateur boekte Jan Aling 75 zeges onder meer in de Ronde van Friesland, de Ronde van Overijssel en de Omloop der Kempen, de amateurklassieker die hij twee keer won. In 1969 en 1973.

De eerste keer wekte hij de woede op van Harry Jansen, die na afloop niet met hem op het podium wilde staan. “Die Aling is een boef”, riep de Amsterdammer. “Hij heeft geen meter kop gedaan.”

Dat was niet helemaal juist. Aling had vijf keer geprobeerd de beslissing te forceren. De vijfde keer lukte het met Jansen en met Fedor den Hertog. Als Iwan de Verschrikkelijke op kop kwam groeide de voorsprong met iedere pedaalomwenteling. Jan Aling kon maar ternauwernood het wiel houden en zeker twintig kilometer niet op kop kon komen, vermoeid als hij was van het forceren van de beslissende ontsnapping.

Maar hij kwam er doorheen en in de laatste tien kilometer leverde hij volop zijn aandeel om in de laatste honderden meters af te rekenen met de rappe Harry Jansen, die verbaal bij de mannen van de pers verhaal ging halen over die boef.

In 1973 was er geen sprake van ongenoegen bij zijn tegenstanders. Er was een groep van zeven renners gaan lopen met Aling en drie topamateurs als Piet van der Kruijs, Frits Schür en Fons van Katwijk. In de sprint had de rappe Aling geen kind aan ze.

Met die overwinning op zak stapte Drentse Jan in 1974 over naar de profs. Om er op de koffie te komen, want het winnen was goeddeels verleden tijd. Hij kon zijn belofte niet waarmaken. Dat lag in de eerste plaats aan de tijd waarin hij actief was. Je moest bij een grote ploeg onder dak komen en dat lukte maar niet.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 14 juni 2018 9:00

« Vorige 1 2 3 ... 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 ... 1126 1127 1128 Volgende »