Slogblog


Barry HOBAN (1940, Groot Brittannië)

Deze Engelsman was in de jaren zestig een knap renner. Hij stond een beetje in de schaduw van zijn landgenoot Tommy Simpson en hij trouwde na diens dood met de weduwe van Major Tom. Mijn herinnering aan Hoban stamt uit de Tour van 1968. Daarin won hij de 19e etappe van Grenoble naar Sallanches en wie iets weet van de Tour de France weet dat dat een bergetappe moet zijn in de Alpen. Hoban was geen klimmer, maar toch was hij die dag de beste. Dat kwam omdat hij heel slim profiteerde van de stand van zaken in die merkwaardige Tour. Het was in feite de beslissende etappe, want Jan Janssen slaagde er die dag in om slechts vier seconden te verliezen op Herman Vanspringel, de Belg die hij een paar dagen later in de afsluitende tijdrit zou verslaan om daarmee de Tour te winnen. Met nog zes etappes te gaan was de Tour nog lang niet beslist. Er waren nog zeker acht kandidaten. Die hielden elkaar in de eerste beklimming scherp in de gaten. Het tempo was niet al te hoog en Barry Hoban meldde zich voorin. De Brit woonde al jaren in België en hij sprak een leuke mix van Engels-Vlaams. Hij zei tegen de favorieten voorop ‘I go efkens vooruit, because I moet poepen’. Janssen, Vanspringel en Bracke moesten er om lachen en ze gaven hem het sein dat hij mocht. ‘We hebben hem die dag niet teruggezien, die vuile rat’, vertelde Janssen me een aantal jaren geleden. 25 kilometer verder had Hoban al 8 minuten en 40 seconden voorsprong en daarvan had hij aan de finish nog ruim 4 minuten over. Plus 1500 gulden, de premie die hij op de top van de Col des Aravis verdiend had, omdat hij er als eerste doorkwam. Hij was kennelijk de enige die dat wist en vandaar de sanitaire stop waar hij zogenaamd zo’n behoefte aan had. Dat was Barry Hoban, een van de kleurrijkste renners uit het toenmalige peloton. (Foto: archief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 5 februari 2007 0:00

© Hans Middelveld

De Grote Prijs van Amsterdam was een jaarlijks weerkerend internationaal baanprogramma in het Olympisch Stadion. Op 22 juni 1962 was dat weer het geval maar of het stadion op die vrijdagavond uitverkocht was, waag ik te betwijfelen. De klad kwam in die tijd een beetje in het baanwielrennen. Grote sprintkanonnen als Derksen en Plattner waren in hun nadagen en wereldkampioen Antonio Maspes was weliswaar een geniale sprinter, maar hij had ook regelmatig een offday. Mannen als Debakker, Ogna, Morettini en Gaignard waren niet van dezelfde klasse, om over gelegenheidssprinters als Lambrechts en Captein nog maar te zwijgen. De overwinning ging verrassend naar ...

Door Fred van Slogteren, 4 februari 2007 10:00

Vatcheslav EKIMOV (1966, Rusland)

Toen in 1989 de Muur viel, die West-Europa van het ontluisterde Sowjet-rijk scheidde, wist Peter Post, manager van de zo succesvolle Panasonic-formatie, direct wat hem te doen stond. Hij boekte een vlucht naar Sint Petersburg, dat toen nog Leningrad heette. Hij dacht de eerste en de enige te zijn, maar twee stoelen achter hem in het vliegtuig zat Paul Desmet, baas van de Belgische Histor-ploeg. Post wist naar wie hij op zoek was en haast was geboden. In Leningrad contracteerde hij luttele uren later Vatcheslav Ekimov, de op dat moment 23-jarige Russische tijdrijder. Het type renner waar Post zo van hield, eentje van hetzelfde kaliber als Schuiten en Oosterbosch. Post wist wie hij in huis haalde, want Slava had al zes wereldtitels op zak en een gouden Olympische medaille. In no-time ontwikkelde de Rus zich tot een echte professional die in zijn eerste jaar als prof wereldkampioen achtervolging werd. Verder realiseerde hij een rijke palmares met overwinningen in het Kampioenschap van Zürich, de Ronde van Valencia, de Driedaagse van de Panne, de Ronde van Nederland, de Tour Dupont en nog veel meer. Hij bleef lang in Nederlandse dienst en hij boekte menig succes omdat hij het vermogen had om in een finale uit het peloton te katapulteren dat op dat moment zestig in het uur reed. Een fantastische coureur en teamrenner. Dat was ook Lance Armstrong niet ontgaan en hij haalde Ekimov in 1997 bij Rabobank vandaan en maakte hem tot zijn adjudant in de US Postal ploeg. Ergens in 2000 – meen ik – stopte hij met de wielersport maar luttele maanden later haalde Armstrong hem over om toch weer op te stappen. Hij voegde er nog een paar sterke jaren aan toe. Ik zag hem in augustus jl. nog op het startpodium staan bij de start van de tijdrit in Eneco’s Tour. Scherp, geconcentreerd, lichtelijk trillend van de spanning. Het was zijn laatste wedstrijd, want daarna stopte hij, 40 jaar en 7 maanden jong. Wat een coureur. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 4 februari 2007 0:00

Hennie KUIPER (1949, Nederland)

Grote wielrenners hebben niet alleen aan hun ontwikkeling als atleet gewerkt, maar ook aan hun persoonlijkheid. Een mens is een verzameling van botten, vlees en spieren, maar er moet de bezieling zijn om dat lijf aan te sturen. Hennie heeft zich als atleet en als mens fantastisch ontwikkeld. Hij heeft zijn tekortkomingen overwonnen en zijn sterke punten geoptimaliseerd. Zo heeft hij een fantastische carrière gerealiseerd met vele hoogtepunten. Hij koos zijn wedstrijden uit en bereidde zich daar zo op voor dat hij vaak als een zombie aan de start stond. Strijdplan in het hoofd, voor duizend procent geconcentreerd en ver weg van de rest van de wereld. Zo won Kuiper zijn koersen en hij werd er om bewonderd. Behalve die ene keer bij de Olympische Spelen in München in 1972. Na de afschuwelijke moord door Palestijnse terroristen op Israëlische sporters verkeerde de hele sportwereld in verwarring. De lol was er af en verschillende atleten verlieten het Olympisch dorp en gingen naar huis. Voor Hennie Kuiper was dat geen optie. Hij was in München ... 

Door Fred van Slogteren, 3 februari 2007 0:00

© Otto Beaujon

“Het verhaal van Richard Depoorter is even bekend als tragisch. Hij werd tijdens de Ronde van Zwitserland 1948 door de wagen van zijn ploegleider doodgereden in een tunnel. De ploegleider in kwestie was een nog jonge Lomme Driessens, maar die zat niet aan het stuur. De toedracht werd later breed uitgemeten toen Louis Hanssens, de chauffeur, twee jaar later in België werd vervolgd voor dood door schuld. ‘Het toebrengen van slagen bij gebrek aan bedachtzaamheid, de dood ten gevolge hebbend’, zo zou de ...

Door Fred van Slogteren, 2 februari 2007 10:00

Peter PIETERS (1962, Nederland)

De bondscoach van de baanwielrenners is een van de succesvolste coaches in de Nederlandse sportwereld. Hij levert nu al jaren de ene wereldkampioen na de andere af, maar hij was in december jongstleden niet genomineerd voor de beste sportcoach van Nederland. Wel Frank Rijkaard en wat die vorig jaar met FC Barcelona heeft gepresteerd was natuurlijk indrukwekkend. FC Barcelona is echter een Spaanse voetbalclub met slechts één Nederlandse speler in de gelederen. Ik vind dat je zo iemand – met alle respect – dan niet moet selecteren. Pieters werkt als Nederlander met een puur Nederlandse selectie en alle eer voor ... 

Door Fred van Slogteren, 2 februari 2007 0:00

KARAKTERMENS PETER POST

door Fred van Slogteren

“Er zijn heel wat auteurs geweest die voor 1998 de biografie van Peter Post wilden schrijven, maar het niet hebben gedaan omdat de Keizer het niet wilde. Om het zonder de medewerking van de hoofdpersoon te doen is heel wat meer werk en daar schrokken ze allemaal voor terug. Zo niet Fred van Slogteren. Die had zich in zijn hoofd gezet om het levensverhaal van de slagerszoon uit de Amsterdamse Staatsliedenbuurt vast te leggen en dat heeft-ie gedaan. Zonder de medewerking van Post en ik denk dat het daardoor een beter boek is geworden. De voormalige zesdaagsekeizer en de meest succesvolle ploegleider uit de Nederlandse wielergeschiedenis is krachtig neergezet, zoals hij was. Een sterk portret van een man die veertig jaar lang zijn stempel op de Nederlandse wielersport heeft gedrukt, zoals nooit iemand tevoren. Een pure professional die de wielersport naar ...

Door Fred van Slogteren, 1 februari 2007 10:00

William PEDEN (1905, overleden 30.01.1980, Canada)

We denken wel eens dat Steve Bauer de enige Canadese wielrenner is geweest van internationale allure, maar dat komt omdat William Peden een van die vergeten grootheden is, waarover haast niet meer wordt gepraat en geschreven. ‘Torchy’ werd hij genoemd, want het haar van deze oersterke renner uit British Columbia gloeide net zo rood als dat van Bertje Oosterbosch in een latere epoque. The King, zoals hij ook wel met veel respect werd aangesproken, was een geweldenaar. Een krachtmens die vooral uitblonk in de zesdaagsen. Hij reed er 148 en toen hij in 1948 op 43-jarige leeftijd afscheid nam, had hij er 38 gewonnen. Dat was op dat moment een record dat pas 17 jaar later in 1965 door Rik Van Steenbergen werd verbeterd. Een spectaculair renner die met zijn grote kracht een gruwelijk verzet draaide. Hij is maar een enkele keer in Europa geweest, want hij reed zijn wedstrijden vrijwel uitsluitend in Canada en de Verenigde Staten. Hij was daar ontzettend populair en de noodzaak om de oceaan over te steken was er dan ook niet. De Europese renners kwamen in die tijd wel naar Noord-Amerika, waar de SIX toen zo geliefd was dat de tribunes al weken van tevoren uitverkocht waren en de artiesten net zo beroemd waren als de grote filmsterren van toen als Charly Chaplin en Douglas Fairbanks. Torchy was voor de duvel niet bang en in 1931 vestigde hij in Minneapolis in de staat Minnesota een wereldrecord met vliegende start over een mijl. De snelheid die hij bereikte was 119 kilometer en 677 meter. Op de fiets, maar wel achter een auto met een geweldig windscherm. Je moet het maar durven. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Door Fred van Slogteren, 1 februari 2007 0:00

© Henk Theuns

“Je hebt wereldkampioenen en wereldkampioenen. Enerzijds de echte vedetten zoals Merckx, Hinault en in een recenter verleden Cipollini, Boonen en natuurlijk regerend wereldkampioen Paolo Bettini. Maar er zijn ook wereldkampioenen geweest zonder vedettestatus die min of meer per ongeluk de regenboogtrui pakten. De bekendsten van die categorie zijn de Duitser Müller, van wie de meeste journalisten nog nooit hadden gehoord toen hij in 1952 wereldkampioen werd, en onze eigen Harm Ottenbros. Niet dat Harm een slechte renner was, maar de geboren Alkmaarder was bepaald geen vedette. Van Igor Astarloa, die in 2003 verrassend wereldkampioen werd, weet ik niet tot welke categorie hij behoort. Een goede renner, maar ...

Door Fred van Slogteren, 31 januari 2007 10:00

Henri DESGRANGE (1865, overleden 16.08.1940, Frankrijk)

Gehaat werd hij door de renners uit de beginjaren van de Tour de France en vergeleken met de duivel en de Markies De Sade. Hij was zelf wielrenner geweest en een voor die tijd heel goede. Hij was de eerste Fransman die nationaal kampioen was en hij was ook de eerste die een werelduurrecord (35 kilometer en 325 meter) vestigde. Hij was daarna een bekend sportjournalist die het tot hoofdredacteur bracht van een sportkrant. Dat blad heette L’Auto Vélo, en uit die krant is na de tweede wereldoorlog l’Équipe ontstaan, een van de meest gezaghebbende sportkranten ter wereld. De naam l’Auto Vélo werd betwist door de concurrerende sportkrant Le Vélo en de zaak werd voor de rechter uitgevochten. De krant van Desgrange verloor het proces en werd gedwongen de naam te veranderen. Het werd L’Auto en het Franse publiek moest opnieuw veroverd worden. Kranten werden destijds nog aan de man gebracht door schreeuwende krantenjongens, maar de nieuwe naam was te onbekend en de verkoopcijfers daalden dramatisch. Het was Desgrange die een onwaarschijnlijke reclamestunt bedacht: een wielerwedstrijd in etappes door heel Frankrijk heen. Op 19 januari 1903 legde hij het plan voor aan zijn directie en hij kreeg fiat. Nog datzelfde jaar ging de eerste editie van start en hoewel het daar een aantal jaren niet naar uitzag werd de Tour de France een groot succes. Desgrange begreep dat als hij de aandacht van het publiek wilde vasthouden hij de renners onmenselijke dingen moest laten doen, waarover hij en zijn journalisten dan grote heldenverhalen konden schrijven. De etappes waren monsterlijk lang. Meer dan vierhonderd kilometer was meer regel dan uitzondering. De wegen waren bij voorkeur zandpaden vol grit en gruis, die bij regen veranderden in onbegaanbare modderpoelen. Ook voerde hij al na enkele jaren de bergetappes in en de renners van toen maakten dagen van zestien uur en meer om die etappes uit te kunnen rijden. Ze vervloekten hem, maar er is in die jaren nooit een rennersstaking geweest. Die kwam pas in 1978, toen de coureurs onder aanvoering van Bernard Hinault weigerden op te stappen, vanwege de vele verplaatsingen om maar zo veel mogelijk etappeplaatsen aan te kunnen doen. Inmiddels is de Tour teruggebracht tot etappes van maximaal 200 kilometer. De wegen zijn voor het merendeel glad geasfalteerd en het materiaal en de verzorging kunnen niet beter. Toch kwam de voorzitter van het IOC vorig jaar met de suggestie om in de strijd tegen doping de Tour tot twee weken in te korten en de lengte van de etappes te beperken tot hooguit honderd kilometer. Die dag pakten donkere wolken zich samen boven het dorp Beauvallon, nabij de stad Valence in het departement Drôme. De hovenier op de plaatselijke begraafplaats hoorde een monotoon zoevend geluid. Het kwam vanonder een grafsteen vandaan. Het hield pas op nadat Jean-Marie Leblanc het plan van Jacques Rogge belachelijk had genoemd. En alle liefhebbers van de Tour de France wisten het zeker. Henri Desgrange had zich als een propeller in zijn graf omgedraaid.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 31 januari 2007 0:00

« Vorige 1 2 3 ... 1150 1151 1152 1153 1154 1155 1156 1157 1158 1159 1160 ... 1233 1234 1235 Volgende »