Slogblog


“Van Herwerden Wielersport in Voorburg is al sinds 1898 leverancier van handgemaakte wedstrijdframes. In de catalogus van 1983 lees ik dat ze jarenlang op zoek zijn geweest naar een locatie in Nederland waar ze 8000 frames per jaar konden maken. Die ambitie stuitte overal af op milieuvoorschriften die met name gelden voor het verchromen.
Toen ze er in eigen land niet uitkwamen zijn ze in het buitenland gaan zoeken en ze kwamen in contact met de Italiaanse framebouwer Tiziano Zullo. Exclusief voor Van Herwerden ging die Italiaan ...

Door Fred van Slogteren, 10 oktober 2006 10:00

Bart BRENTJENS (1968, Nederland)

Iemand die gek is van de wielersport is besmet met de wielerbacil, zegt men vaak. Dat wordt natuurlijk niet letterlijk bedoeld, maar overdrachtelijk. Toch was het bij Bart Brentjens een bacteriële vergiftiging die hem tot de wielersport bracht. Als sportieve jongen deed hij in zijn jeugd zowel aan voetballen als aan schaatsen. Wielrennen was iets wat zijn neef deed en die heette Frans Maassen. Op een dag deed Bart mee aan een partijtje ijshockey. De dertienjarige scholier hield er een blaar aan over. So what, doorprikken, pleister erop, over. Maar Bart liep er mee door en de blaar werd een ontsteking, een hardnekkige infectie die zich vastzette in zijn scheenbeen. En toen moest de chirurg er aan te pas komen. Na de ingreep volgde de revalidatie, want Bart moest vrijwel opnieuw leren lopen. Om de natuur een beetje te helpen leende hij een oude racefiets van Frans en hij ging aan de slag. Veel leuker dan voetbal en schaatsen, concludeerde hij al snel. Hij vroeg een licentie aan en hij ging koersen. Niet onverdienstelijk, maar niet echt goed want er moest ook gestudeerd worden aan de middelbare tuinbouwschool. Toen hij uitgestudeerd was begon hij een tuinderij. Hij was inmiddels overgestapt op een nieuwe tak van het wielrennen: het mountainbiken. Eigenlijk had hij er geen tijd voor, maar met een goede planning kon hij toch het bedrijf goed runnen en op niveau aan zijn sport doen. Maar toen hij echt doorbrak en het buitenland hem graag aan de start zag, moest-ie kiezen tussen de fiets en het gewas. Het werd de fiets en daar heeft hij nooit spijt van gehad. Hij werd wereldkampioen in 1995 en een jaar later de eerste Olympische kampioen in zijn sport. Hij wordt vandaag 38 jaar, maar hij denkt nog niet aan stoppen en je zou het niet zeggen, maar de bescheiden Limburger is in grote delen van deze aardkloot, wereldberoemd! (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 10 oktober 2006 0:00

"In het tweede weekend van oktober in het jaar 1975 hadden onze landgenoten er zin in om het seizoen succesvol uit te luiden. Vooral de vorige maand overleden Roy Schuiten deed van zich spreken. Hij won op indrukwekkende wijze de Grand Prix des Nations. Joop Zoetemelk werd tweede met een achterstand van maar liefst 4 minuut 29. Bernard Hinault eindigde, in zijn eerste profjaar, als zesde op meer dan 7 minuten.

Joop won vervolgens voor de eerste keer Dwars door Lausanne, een koers die hem bijzonder goed bleek te liggen. Eddy Merckx - in zijn nadagen maar nog steeds een topper - werd tweede. Joop had 16 tellen voorsprong.

In hetzelfde weekend won Aad van den Hoek de rittenkoers Ster der Beloften. Roy Schuiten won de tijdrit over 29,5 kilometer en Van den Hoek de slotrit. De 10 seconden voorsprong op de groep waren voldoende om Bernard Vallet uit de leiderstrui te rijden. Bert Pronk werd vijfde.
Een week later won Schuiten alweer een ...

Door Fred van Slogteren, 9 oktober 2006 10:00

Reginald ARNOLD (1924, Australië)

In de jaren zestig kwamen de eerste Italianen en Spanjaarden naar ons land om hier het werk te doen waar Nederlanders geen trek meer in hadden. Ze werden gastarbeiders genoemd en dat was een nieuw woord in ons taalgebied. Het verschijnsel kenden we echter al veel langer, vanuit onder meer de wielrennerij. Bob Spears zal wel niet de eerste Australiër zijn geweest die in Europa zijn geluk kwam beproeven, maar wel een van de bekendste. Er zijn er vele gevolgd. Zo kwamen in 1947 twee jonge Aussies met de boot naar Engeland. Hun bagage bestond uit wat bescheiden bezittingen en een baanfiets en hun namen luidden Alfred Strom en Reginald Arnold. Ze vonden een kamertje in Londen en van daaruit probeerden ze een contractje te bemachtigen voor baanwedstrijden. In Engeland was dat moeilijk, maar toen ze door hadden dat je daarvoor in België moest zijn, kwamen ze aan de bak. De locomotief Strom en de razendsnelle flyer Arnold groeiden in korte tijd uit tot een van de beste zesdaagsekoppels van hun tijd. Hun eerste overwinning in een SIX vierden ze in 1949 in New York en daarna wonnen ze er nog een aantal. In 1952 gingen ze uit elkaar, maar ze bleven succesvol zij het met wisselende partners. Strom bracht totaal negen zesdaagsen op zijn naam en Arnold zestien. Ze waren aan het eind van hun carrière volledig verbelst, maar in tegenstelling tot Strom die in Brugge bleef wonen, keerde Arnold terug naar zijn vaderland ‚way down under’. Strom overleed in 1973, maar als Reginald Arnold nog leeft dan wordt hij vandaag 82 jaar en woont hij waarschijnlijk in zijn geboorteplaats Murwillembank. Het lijkt een onmogelijke vraag, maar weet iemand iets meer van deze voormalige baangeweldenaar? Graag een reactie. (Foto: archief Wim van Eyle)

Door Fred van Slogteren, 9 oktober 2006 0:00

Twee jaar geleden vielen we bijna van onze stoel toen Erik Dekker in de finale van Parijs-Tours een voorsprong van luttele seconden kilometers lang wist te verdedigen en vandaag liet Frédéric Guesdon zien dat hij dat ook kan. Samen met Arvesen, Gasparotto, Moreni en Van Impe had hij op 40 kilometer van de streep nog een dikke twee minuten op het peloton, maar de groep elimineerde onder aanvoering van Ballan die voorsprong tot slechts enkele seconden. Terwijl Gasparotto en Moreni zich lieten inlopen en Van Impe al eerder door pech was teruggevallen gaf de Fransman Guesdon nog eens alles. De Deen Kurt-Asle Arvesen maakte de oversteek en eendrachtig samenwerkend hielden ze stand. Een knappe prestatie, vergelijkbaar met die van Erik Dekker, twee jaar geleden. (Foto: © Cor Vos)

Door Fred van Slogteren, 8 oktober 2006 16:58

Philippe THYS (1890, overleden 17.01.1971, België)

In het jaar dat deze Belgische wielergigant zijn eerste Tour de France won, werd mijn moeder geboren. Ze heeft in haar lange leven revolutionaire veranderingen meegemaakt en ze is daar op haar manier mee omgegaan. Ze begreep niks van de werking van al die moderne verworvenheden, maar ze maakte er als dankbaar consumente gretig gebruik van. Andersom is heel wat lastiger, want je kunt je toch niet voorstellen dat Michael Boogerd voor zijn deelname aan de Tour het diploma meestersmid zou moeten overleggen. Toch moest je anno 1913 dat vak terdege beheersen om bij pech verder te kunnen. Daaraan dankt Flup Thys zijn eerste Tourzege, omdat zijn grootste opponent Eugène Christophe, bijgenaamd De Galliër, het kader van zijn fiets brak en dat persoonlijk in een smidse moest repareren. De juryleden stonden er satanisch met hun neus bovenop toen Christhope zijn energie uitleefde met hamer en aambeeld, maar een handje tekort kwam voor het bedienen van de blaasbalg. De knecht van die kleine onderneming hielp een handje en die eikels van de jury trokken direct het rode potlood en noteerden 30 minuten tijdstraf. Nou ja!!! Intussen peddelde Thys vrolijk verder in de wetenschap dat Christophe die avond op meer dan drie uur achterstand zou staan. In zijn tweede Tour nam het noodlot wraak en hem overkwam iets dergelijks. Maar óf de smederij was dichterbij óf hij was een betere smid, want de Brusselaar won ook zijn tweede Tour die startte op de dag dat in Serajewo aartshertog Franz Ferdinand werd vermoord. Dat was de directe aanleiding voor de eerste wereldoorlog. Vier jaar lang kon de Tour daardoor geen doorgang vinden. Bij de hervatting in 1919 stapte Flupke al in de eerste etappe af, omdat hij het niet eens was met het financiële voorstel van zijn sponsor Peugeot, die voor de eindoverwinning nog maar een kwart wilde betalen van het bedrag waar Thys op had gerekend. De Franse kranten noemden hem een mietje en dat kwam hij in 1920 even rechtzetten. Het werd de mooiste zege van zijn carrière, want hij heerste van start tot finish. Hij werd de eerste drievoudige winnaar van de Tour en zijn record zou 35 jaar stand houden. In 1955 won Louison Bobet zijn derde en precies weer 35 jaar later evenaarde Greg LeMond dat aantal. In de tussentijd scoorden Jacques Anquetil, Eddy Merckx en Bernard Hinault echter vijf zeges, maar wel zonder het diploma Maître Forgeron.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 8 oktober 2006 0:00

“Na lang dubben toch een nieuwe renfiets gekocht. Het voelde als verraad aan m'n Gazelle Vuelta. Acht jaar lang heeft ze me meer dan trouw langs 's Heren wegen geleid. Ik heb haar beloofd dat ik haar niet aan de kant zal zetten. Ze wordt mijn winterfiets en ze mag met me mee als ik op fietsvakantie ga met mijn vrouw.
Tsja, en dan mijn nieuwe liefde. Een Trek 1400. Blauw, net als mijn Gazelle, mijn ...

Door Fred van Slogteren, 7 oktober 2006 10:00

Lucien GILLEN (1928, Luxemburg)

Tot de ontgroeningspraktijken voor schoolverlaters in het bedrijfsleven behoorde vroeger de opdracht om de map van de Zwitserse marine te gaan halen. Het had ook de lijst met Luxemburgse wielerbanen kunnen zijn. Zwitserland heeft geen marine voor zo ver ik weet en Luxemburg geen wielerbaan. Nooit gehad ook, vermoed ik, maar toch bracht het kleine land in de jaren vijftig een van de beste pistiers van die tijd voort. Lucien (roepnaam Lull, uit te spreken als loel) Gillen was een zwierige alleskunner die zowel op de weg als op de baan nationale titels behaalde. Zo won hij op de weg de Ronde van Picardië en verbeterde hij ooit het wereldrecord over vijf kilometer op overdekte banen. Maar hij was op zijn best in de zesdaagsen, vaak samen met de Italiaan Ferdinando Terruzzi. Ze bonden op spectaculaire wijze de strijd aan met de grote koppels van toen, als Van Steenbergen-Severijns, Schulte-Peters, Carrara-Forlini en Strom-Arnold. Gillen startte in 141 zesdaagsen en hij won er tien. De Luxemburger kwam uit een ander milieu dan de meeste andere wielrenners van toen. Hij was een erudiete man die financiële economie had gestudeerd, maar die zijn liefde voor de fiets niet kon negeren. Als renner was het een absolute vakman en een goede collega. Dat vertelde Peter Post mij die in het winterseizoen 1959/’60 met Gillen de zesdaagse van Munster won. Post herinnert zich de Luxemburger als een echte gentleman. Nooit schreeuwen, nooit vloeken, rustig en beschaafd zijn eigen gang gaan. Een man met stijl en opvoeding. Hij had een fijn gevoel voor humor en met zijn droge opmerkingen kon hij iedereen aan het lachen krijgen. Na zijn carrière ging hij het bankwezen in en hij schopte het ver in de omvangrijke wereld van de Luxemburgse financiële dienstverlening. Hij liet zich nog wel eens zien bij de ronde van zijn land maar verder was het wielrennen verleden tijd. Begrijpelijk als je 141 zesdaagsen hebt gereden. Dat is meer dan 20 duizend uur buffelen. (Foto: srchief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 7 oktober 2006 0:00

Jo MAAS (1954, Nederland)

Deze Limburgse renner was een klasbak die net zo snel verdween als hij was opgekomen. Hij was redelijk onbekend toen hij in 1979 in de Tour debuteerde als lid van die sympathieke DAF-ploeg. In de tiende etappe zat hij in de beslissende ontsnapping met Ludo Peeters en Pol Verschuere. In dat gezelschap dichtte ik hem geen kansen toe, maar hij wist kort voor het einde weg te komen en hij won. Hij stond direct hoog in het klassement, maar een dag later raakte hij, in kansrijke positie voor een topklassering, betrokken bij een valpartij. Daarbij kneusde de in Eysden geboren Maas zijn pols en hij verloor die dag meer dan tien minuten. Weg klassement. Zo leek het althans, maar hij bleef goed presteren en hij eindigde als zevende in Parijs. Een fantastische prestatie voor een debutant. Door een voedselvergiftiging in de aanloop naar de Tour kon hij een jaar later zijn prestatie niet herhalen, laat staan verbeteren. Peter Post haalde hem vervolgens naar Raleigh, destijds de uitverkoren formatie voor een talentvol wielrenner. In de roodgeelzwarte kleuren ...

Door Fred van Slogteren, 6 oktober 2006 0:00

FINISH IN PARIJS

door Jan Cottaar

“De naam Jan Cottaar werd in de jaren vijftig en het begin van de jaren zestig in één adem uitgesproken met de Tour de France. De man verzorgde op de radio – in vergelijking met nu – uiterst summiere finishverslagen en ’s avonds kwam hij daar nog even op terug door de klassementen door te geven. Ze zijn nu nog te horen op http://www.cottaar.nl/ Eigenlijk wisten we toen nog bitter weinig van het fenomeen Tour de France en dit boekje is een van de eerste Nederlandstalige werkjes dat in die lacune voorzag. Cottaar beschrijft alle tot dan verreden Tours van 1903 tot en met 1964 en geeft daar de uitslagen per etappe bij en de eindklassementen. Zo las ik voor het eerst in het Nederlands hoofdstukken met titels als ...

Door Fred van Slogteren, 5 oktober 2006 10:00

« Vorige 1 2 3 ... 1150 1151 1152 1153 1154 1155 1156 1157 1158 1159 1160 ... 1209 1210 1211 Volgende »