Slogblog


Het was gisteren een zwarte dag. Een zwarte dinsdag, niet voor de beurs maar voor de wielersport. Twee gebeurtenissen in België hebben de toon gezet voor misschien wel het hele komende seizoen. De krant Het Laatste Nieuws bracht een groot verhaal waarin teammanager Patrick Lefevere van QuickStep-Innergetic wordt beschuldigd al 30 jaar lang met doping bezig te zijn. Eerst als renner en daarna als ploegleider en teammanager bij grote ploegen als GB, Mapei, Domo en QuickStep. Hij zou de spil zijn in een groot dopingnetwerk, waarin het niet alleen om epo zou gaan maar ook om cocaïne, XTC en speed. Ook de bekende ploegarts Yvan Van Mol is in opspraak en de namen van Ferrari en Cecchini worden in dit verband genoemd. Het Laatste Nieuws baseert het hele verhaal op 8 getuigen, waarvan er 6 anoniem wensen te blijven. Lefevere reageerde woedend en hij dreigt met een rechtzaak waarin hij 50 miljoen euro aan schadevergoeding zal eisen.

Door Fred van Slogteren, 24 januari 2007 7:13

Hugh PORTER (1940, Groot Brittannië)

Hugh Porter is de Maarten Ducrot van Groot Brittannië, want hij verzorgt als oud-renner het verslag van wielerwedstrijden op de BBC. Als zodanig is hij net zo populair als hij destijds als renner was. De man die Hugh tot de wielrennerij bracht was de fameuze Britse sprinter Reginald Harris. Porter was tien jaar toen hij ‘The Lord’ zag fietsen op de Halesowen piste in zijn geboortestad Wolverhampton. De kleine Hugh zeurde zijn ouders de kop gek en zijn vader – die zelf wielrenner was – beloofde hem een fiets als hij zijn school naar behoren had afgemaakt. Toen Hugh zestien was, was het zover en hij vroeg zijn eerste licentie aan. Porter geldt als een van de beste Britse wielrenners aller tijden en dat heeft hij voornamelijk te danken aan de vier wereldtitels, die hij tussen 1968 en 1973 behaalde in het nummer 5 kilometer achtervolging op de baan. Zijn palmares in die jaren is indrukwekkend. In 1967 2e achter Tiemen Groen; in 1968 winnaar door winst op Ole Ritter; in 1969 2e achter Ferdi Bracke; in 1970 1e door winst op Lorenzo Bosisio; in 1971 3e achter Dirk Baert en Charly Grosskost, in 1972 1e door winst op Bracke en een jaar later nog eens 1e door een overwinning in de finale op René Pijnen. Een prachtige reeks die nog meer reliëf krijgt door zijn prestaties in andere disciplines van de wielersport. Op de weg was hij een hele baas, maar zijn successen als wegrenner behaalde hij hoofdzakelijk in zijn vaderland. Het is op het vasteland van Europa vrijwel niet bekend dat hij bij de Gemenebest Spelen van 1966 twee maal goud won, op de weg en in de achtervolging. Verder reed Porter vele zesdaagsen, maar daar was hij niet zo succesvol, hoewel hij meestal aan grote mannen werd gekoppeld als Altig, Bugdahl, Gowland en Doyle. Aan de carrière van de tempobeul kwam min of meer een eind toen hij op de terugweg naar Engeland, na het behalen van zijn laatste wereldtitel in San Sebastian, bij een verkeersongeval betrokken raakte en zijn dijbeen brak. Hij kwam nog wel terug maar de macht was uit die poot en hij sukkelde nog enkele jaren door ver onder zijn niveau. In 1977 stopte hij er mee. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Door Fred van Slogteren, 24 januari 2007 0:00

© T&T Tekst & Traffic

“Louison Bobet werd geboren in Bretagne en deze streek lijkt wel een optie te hebben op eigenzinnige goede renners, zoals Lucien Petit-Breton, Jean Robic en natuurlijk Bernard Hinault. De bijnaam van Bobet was ‘de bakkerszoon’ en dat spreekt voor zich, omdat zijn eerste fietskilometers werden afgelegd met de bakkersfiets van zijn vader. Hij gaf in 1946 al zijn visitekaartje af door de nationale amateurtitel te pakken. Als eerste Fransman won hij drie keer de Tour en dat was in de jaren 1953, ‘54 en ‘55. Hij won ook klassiekers als Milaan-San Remo, de Ronde van Lombardije, Parijs-Roubaix, de Ronde van Vlaanderen, Bordeaux-Parijs en de Grand Prix des Nations. Geen resultaten om van te huilen, maar toch werd hij ...

Door Fred van Slogteren, 23 januari 2007 10:00

Jan DERKSEN (1919, Nederland)

Wat moet ik nog over deze man te berde brengen wat jullie nog niet weten? Al sla je me dood. Alles is al gezegd en geschreven over dit sieraad van de wielersport, dat vandaag 88 jaar wordt. Het is een soort Jan Derksen Week. Zondag was het Museum van Hans aan hem gewijd, gisteren stonden de ordners van Jan in het teken van de vroegere supersprinter en morgen presenteert Henk in zijn wasserette een echte kampioenstrui van de Lange Jan van Amsterdam, zoals hij in Kopenhagen werd genoemd. Jan Derksen is als wielrenner geboren en hij zal ongetwijfeld als wielrenner dit ondermaanse verlaten. Hij heeft alles bereikt wat hij wilde bereiken, ook al stak de tweede wereldoorlog ook een behoorlijke spaak in zijn wiel. Drie keer wereldkampioen, ontelbare nationale titels en ik weet niet hoeveel overwinningen waar geen titel maar wel vaak een grote prijs aan verbonden was. Tot zijn grote verdriet zag hij na zijn afscheid als renner de belangstelling voor de baansport dalen tot ver onder nul. Niemand maakte zich daar echt druk om, behalve Jan. Overal declameerde hij hartstochtelijk zijn passie voor de baan. Men hoorde hem belangstellend aan, maar er gebeurde niets. Tot het vanzelf weer ging leven. Hij mag gelukkig nog beleven dat zijn sport weer het aanzien heeft dat het zo lang heeft ontbeerd. Hij heeft ook vreselijk veel plezier in het fenomeen Theo Bos, zijn opvolger. Het betekent dat hijzelf niet de geschiedenis zal ingaan als de laatste der grote sprinters. De lijn Moeskops, Van Vliet, Derksen is naar deze tijd doorgetrokken en hopelijk zal Theo Bos nog zoveel losmaken dat er ook voor hem opvolgers opstaan. Want de sprint is het elitenummer van het wielrennen. Dat hield hij mij enkele jaren geleden nog eens voor en hij keek er zo fanatiek bij dat ik geen weerwoord aandurfde. De sprinters zijn de aristocraten van de wielersport. Ik weet niet of dat zo is, maar waar het hemzelf betreft heeft hij zeker gelijk. Koningin, sla die man tot ridder nu het nog kan. Jan Derksen, Ridder van het Snelle Wiel. Nog vele jaren beste Jan!!! (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 23 januari 2007 0:00

“De historische Zesdaagse van de Week is de allereerste Zesdaagse van Kopenhagen, die vandaag exact 73 jaar geleden ten einde kwam. Winnaars waren de Duitsers Willy Funda en Hans Pützfeld. Ze legden in zes dagen 3290 kilometer af. Met twee ronden achterstand werden Willy Falck Hansen en Willy Rieger tweede. De Deen Falck Hansen was een van de sterkste sprinters in de periode tussen de twee wereldoorlogen. In 1931 was hij wereldkampioen sprint en eind 1934 zou hij in zijn vaderland zijn enige zesdaagsezege boeken. Als amateur won hij op de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam de kilometer tijdrit.
In 1934 kende Kopenhagen om organisatorische redenen twee zesdaagsen. Klaas van Nek werd in de eerste met koppelgenoot Mogens Danholt achtste. Later dat jaar in datzelfde Kopenhagen wederom slechts één Nederlandse deelnemer, Adriaan Braspennincx (foto) werd met de Belg Adolphe Van Nevele vijfde, twee ronden achter de winnaars Falck Hansen en Rieger. Braspennincx behaalde in zijn loopbaan ruim vijfhonderd zeges op de baan, waaronder vreemd genoeg slecht één zesdaagse. Dat was die van Brussel in 1932 met Jan Pijnenburg.

Diezelfde Pijnenburg, bijgenaamd ‘de kanonbal’, vanwege zijn sterke demarrage, won er zeventien. In 1936 was hij, samen met Frans Slaats, de eerste Nederlandse winnaar in Kopenhagen. Slaats was in totaal zevenmaal succesvol. Een jaar later won ...

Door Fred van Slogteren, 22 januari 2007 10:00

Andrei TCHMIL (1963, België)

Zo midden in de jaren tachtig onderging het internationale wielerpeloton vrij geruisloos een grote metamorfose. De Briek Schottes en de Tuur Decabooters waren op en voor dat soort types kwamen ideale schoonzonen in de plaats. Gesoigneerde jongens met goede opleidingen die anders koersten dan de Vlaamse houwdegens van weleer. Ze hoefden zich niet meer van februari tot november uit de naad te fietsen om hun geld te verdienen, want ze kregen – dankzij Greg LeMond - riante salarissen van de firma. En toen werd in 1989 het ijzeren gordijn opgerold en kwamen de Sowjet-krijgers meeëten aan de welgevulde ruif van het West-Europese profwielrennen. En daar waren ze weer de coureurs in armoe grootgebracht, die dankzij de fiets een andere wereld konden binnentreden. Aan Tchmil kon je zijn povere afkomst nog het meest afzien. Geboren in Rusland, stond hij jaren te boek als Moldaviër om ineens tot ieders verrassing Belg te worden. Hij woonde eerst in Italië om vervolgens ingezetene van Roubaix te worden. Roubaix of all places, wie wil er nu in Roubaix wonen? Je wil er als wielrenner winnen en dan als de wiedeweerga maken dat je wegkomt uit die sombere industriestad vol met werklozen. Maar Tchmil hoorde daar, hij won op weergaloze wijze een van de mooiste afleveringen van de Hel van het Noorden. Ik zie hem nog als een veldrijder solerend een rotonde nemen. Rechtdoor ging-ie met zijn fiets over de obstakels springend. Hij was voor die koers gemaakt en toen hij alleen over de finish kwam, moesten er heel wat washanden aan te pas komen om na het verwijderen van alle modder en slik te kunnen controleren of het inderdaad wel Tchmil was. Hij was het en hij keek somber met zijn kei naar de camera’s. Echt blij was-ie nooit. Misschien thuis, in het geniep als hij zijn zuurverdiende centen zat te tellen en aan zijn armoedige jeugd dacht in Chabarovsk. Die rotonde ergens in Noord-Frankrijk ligt er nog, maar er is geen Tchmil meer. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 22 januari 2007 0:00

© Hans Middelveld

Aanstaande dinsdag wordt hij 88 jaar en dat is natuurlijk hoogbejaard. Maar alles is relatief, want in 1957 werd Jan Derksen al tot de oudjes gerekend. 38 jaar en 7 maanden is natuurlijk oud voor een topsporter en er werd niet veel meer van hem verwacht toen hij eind augustus 1957 met zijn vriend, collega en tegenstander Arie van Vliet zijn intrek nam in een hotel in Maastricht. Vandaar zouden de twee dagelijks naar het nabijgelegen Luik rijden waar op de baan van Rocour het WK 1957 werd verreden. Van Vliet was nog drie jaar ouder dan Derksen en die werd helemaal niet meer voor vol aangezien, aangezien hij had aangekondigd met dit WK zijn rijke loopbaan te willen besluiten. En laten die twee afgeschreven oudjes nou uitgerekend de finale halen van het sprinttoernooi. Het was ...

Door Fred van Slogteren, 21 januari 2007 10:00

Martin VAN GENEUGDEN (1932, België)

Een klasbak deze coureur uit Belgisch Limburg. Hij had veel inhoud en hij was snel. Hij won in zijn loopbaan maar liefst 204 bloementuilen in zeer uiteenlopende wedstrijden. Hij was goed in eendagskoersen, maar ook in rondritten. Hij won zes etappes in de Tour de France en hij excelleerde ook enkele malen in Bordeaux-Parijs, de monsterrit die hij helaas niet op zijn palmares heeft staan. Zijn belangrijkste overwinning in eigen land was zijn zege in Dwars door België in 1962. Een loodzware koers met bijna uitsluitend karakterrenners op de erelijst. Van Geneugden is een vrolijke man, die nog altijd positief in het leven staat. Hij maakte echter de fout om na zijn carrière te gaan kotsen. Hij bracht een aantal verhalen naar buiten over dopinggebruik en dat moet je niet doen. Dan wordt je door de wielerkerk geëxcommuniceerd. Als je dan zonodig moet praten doe het dan als actief renner en vergeet daarbij dan niet je eigen rol, wordt dan altijd gezegd. Maar dat heeft Van Geneugden niet gedaan, waardoor zijn persoon voor sommige van zijn tijdgenoten persona non grata is. Hij zit er niet mee, want hoewel zijn gezondheid de laatste jaren te wensen overlaat is de Genkenaar nog altijd een goedlachse man en in eigen streek een graag geziene gast in forums bij sportbijeenkomsten. Vorig jaar kwam hij nog in het nieuws als lijstduwer van de politieke partij PVDA in zijn woonplaats Genk. Snel is hij niet meer, want hij beweegt zich voort met een stokje, maar de gulle lach heeft weinig aanmoediging nodig om vol door te breken. De driekwart eeuw maakt hij vandaag vol en de spirit is nog volop aanwezig om er nog een paar jaar aan vast te plakken.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 21 januari 2007 0:00

Er ligt een lang weekend voor ons en het weer is zodanig dat het geen pretje is je buiten te wagen. Het is andermaal storm en regen. Ideale dagen om je aan de prijsvraag te wagen van de Campina Ronde van het Groene Hart. Vijftig pittige vragen, maar bepaald niet onoplosbaar. Iedereen met doorzettingvermogen en wielrennerskarakter, heeft hier een leuke klus aan. En de prijzen zijn prachtig en talrijk! Wat let je?

Voor je het weet rijdt je op zo’n prachtige Gazelle-fiets rond.

www.rondevanhetgroenehart.nl

WIE NIET WAAGT, WIE NIET WINT!!!

Door Fred van Slogteren, 20 januari 2007 10:00

Jan NOLTEN (1930, Nederland)

1952 was voor mij een ellendig jaar. Als jongetje had ik me jarenlang in niets onderscheiden van mijn vriendjes en toen greep de natuur wreed in. Ik ging groeien. Niet een stukkie, maar wel een halve meter in nog geen jaar. Mijn lichaamsgewicht werd ineens over veel meer centimeters verdeeld en als een elastiek werd ik uitgerekt. Van een gemiddeld jongetje werd ik een lange, breekbare slungel. Mijn ouders prezen me de hemel in, want aan lengte kleefde alleen maar voordelen, zeiden ze. Maar de kinderen in mijn klas dachten daar heel anders over en iedere passant op straat informeerde of het boven koud was. Ik voelde me diep ongelukkig en als iemand mij op dat moment een cursus zelfdoding had voorgesteld, zou ik het ernstig hebben overwogen. Maar in juli 1952 was daar ineens Tourdebutant Jan Nolten. Op het cinemadoek van Cineac Reguliersbree. Een lange sliert met net zulke dunne staken als ik had en hetzelfde magere koppie met dat blonde achterover gekamde haar met brylcream. Een schok van herkenning en hoop. Want die slungel uit Limburg was in het hooggebergte van de Tour de France wel even zelf gaan voelen of het boven koud was en hij had op de Col de la Turbie Jean Dotto verslagen en op de Puy de Dôme Bartali, Geminiani en Robic achter zich gelaten en bijna Fausto Coppi geklopt. Er was dus hoop. Wat hij met dat onooglijke lijf kon, moest ook voor mij zijn weggelegd, dacht ik en de eerste voorbijganger die naar de temperatuur op mijn hoogte informeerde, kreeg de wedervraag of het daar beneden stonk. Ik liep op wolken en ik durf te stellen dat Jan Nolten mij destijds, zonder het te weten, een stuk zelfvertrouwen heeft geschonken. In augustus jongstleden stond ik tijdens de Eneco Tour in Landgraaf oog in oog met mijn evenbeeld van toen. In zijn lengte had ik mij niet vergist. Met Jefke Janssen aan zijn zijde geleek hij op Watt met Halfwatt. Ik overwoog even om hem over 1952 te vertellen. Ik heb het niet gedaan, omdat ik niet het gevoel had dat hij me daarna nog voor vol zou aanzien. Een beetje gêne mag een mens toch houden, lijkt me. Toch bedankt Jan, al weet je niet waarom.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 20 januari 2007 0:00

« Vorige 1 2 3 ... 1146 1147 1148 1149 1150 1151 1152 1153 1154 1155 1156 ... 1227 1228 1229 Volgende »