Slogblog


Peter PIETERS (1962, Nederland)

De bondscoach van de baanwielrenners is een van de succesvolste coaches in de Nederlandse sportwereld. Hij levert nu al jaren de ene wereldkampioen na de andere af, maar hij was in december jongstleden niet genomineerd voor de beste sportcoach van Nederland. Wel Frank Rijkaard en wat die vorig jaar met FC Barcelona heeft gepresteerd was natuurlijk indrukwekkend. FC Barcelona is echter een Spaanse voetbalclub met slechts één Nederlandse speler in de gelederen. Ik vind dat je zo iemand – met alle respect – dan niet moet selecteren. Pieters werkt als Nederlander met een puur Nederlandse selectie en alle eer voor ... 

Door Fred van Slogteren, 2 februari 2007 0:00

KARAKTERMENS PETER POST

door Fred van Slogteren

“Er zijn heel wat auteurs geweest die voor 1998 de biografie van Peter Post wilden schrijven, maar het niet hebben gedaan omdat de Keizer het niet wilde. Om het zonder de medewerking van de hoofdpersoon te doen is heel wat meer werk en daar schrokken ze allemaal voor terug. Zo niet Fred van Slogteren. Die had zich in zijn hoofd gezet om het levensverhaal van de slagerszoon uit de Amsterdamse Staatsliedenbuurt vast te leggen en dat heeft-ie gedaan. Zonder de medewerking van Post en ik denk dat het daardoor een beter boek is geworden. De voormalige zesdaagsekeizer en de meest succesvolle ploegleider uit de Nederlandse wielergeschiedenis is krachtig neergezet, zoals hij was. Een sterk portret van een man die veertig jaar lang zijn stempel op de Nederlandse wielersport heeft gedrukt, zoals nooit iemand tevoren. Een pure professional die de wielersport naar ...

Door Fred van Slogteren, 1 februari 2007 10:00

William PEDEN (1905, overleden 30.01.1980, Canada)

We denken wel eens dat Steve Bauer de enige Canadese wielrenner is geweest van internationale allure, maar dat komt omdat William Peden een van die vergeten grootheden is, waarover haast niet meer wordt gepraat en geschreven. ‘Torchy’ werd hij genoemd, want het haar van deze oersterke renner uit British Columbia gloeide net zo rood als dat van Bertje Oosterbosch in een latere epoque. The King, zoals hij ook wel met veel respect werd aangesproken, was een geweldenaar. Een krachtmens die vooral uitblonk in de zesdaagsen. Hij reed er 148 en toen hij in 1948 op 43-jarige leeftijd afscheid nam, had hij er 38 gewonnen. Dat was op dat moment een record dat pas 17 jaar later in 1965 door Rik Van Steenbergen werd verbeterd. Een spectaculair renner die met zijn grote kracht een gruwelijk verzet draaide. Hij is maar een enkele keer in Europa geweest, want hij reed zijn wedstrijden vrijwel uitsluitend in Canada en de Verenigde Staten. Hij was daar ontzettend populair en de noodzaak om de oceaan over te steken was er dan ook niet. De Europese renners kwamen in die tijd wel naar Noord-Amerika, waar de SIX toen zo geliefd was dat de tribunes al weken van tevoren uitverkocht waren en de artiesten net zo beroemd waren als de grote filmsterren van toen als Charly Chaplin en Douglas Fairbanks. Torchy was voor de duvel niet bang en in 1931 vestigde hij in Minneapolis in de staat Minnesota een wereldrecord met vliegende start over een mijl. De snelheid die hij bereikte was 119 kilometer en 677 meter. Op de fiets, maar wel achter een auto met een geweldig windscherm. Je moet het maar durven. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Door Fred van Slogteren, 1 februari 2007 0:00

© Henk Theuns

“Je hebt wereldkampioenen en wereldkampioenen. Enerzijds de echte vedetten zoals Merckx, Hinault en in een recenter verleden Cipollini, Boonen en natuurlijk regerend wereldkampioen Paolo Bettini. Maar er zijn ook wereldkampioenen geweest zonder vedettestatus die min of meer per ongeluk de regenboogtrui pakten. De bekendsten van die categorie zijn de Duitser Müller, van wie de meeste journalisten nog nooit hadden gehoord toen hij in 1952 wereldkampioen werd, en onze eigen Harm Ottenbros. Niet dat Harm een slechte renner was, maar de geboren Alkmaarder was bepaald geen vedette. Van Igor Astarloa, die in 2003 verrassend wereldkampioen werd, weet ik niet tot welke categorie hij behoort. Een goede renner, maar ...

Door Fred van Slogteren, 31 januari 2007 10:00

Henri DESGRANGE (1865, overleden 16.08.1940, Frankrijk)

Gehaat werd hij door de renners uit de beginjaren van de Tour de France en vergeleken met de duivel en de Markies De Sade. Hij was zelf wielrenner geweest en een voor die tijd heel goede. Hij was de eerste Fransman die nationaal kampioen was en hij was ook de eerste die een werelduurrecord (35 kilometer en 325 meter) vestigde. Hij was daarna een bekend sportjournalist die het tot hoofdredacteur bracht van een sportkrant. Dat blad heette L’Auto Vélo, en uit die krant is na de tweede wereldoorlog l’Équipe ontstaan, een van de meest gezaghebbende sportkranten ter wereld. De naam l’Auto Vélo werd betwist door de concurrerende sportkrant Le Vélo en de zaak werd voor de rechter uitgevochten. De krant van Desgrange verloor het proces en werd gedwongen de naam te veranderen. Het werd L’Auto en het Franse publiek moest opnieuw veroverd worden. Kranten werden destijds nog aan de man gebracht door schreeuwende krantenjongens, maar de nieuwe naam was te onbekend en de verkoopcijfers daalden dramatisch. Het was Desgrange die een onwaarschijnlijke reclamestunt bedacht: een wielerwedstrijd in etappes door heel Frankrijk heen. Op 19 januari 1903 legde hij het plan voor aan zijn directie en hij kreeg fiat. Nog datzelfde jaar ging de eerste editie van start en hoewel het daar een aantal jaren niet naar uitzag werd de Tour de France een groot succes. Desgrange begreep dat als hij de aandacht van het publiek wilde vasthouden hij de renners onmenselijke dingen moest laten doen, waarover hij en zijn journalisten dan grote heldenverhalen konden schrijven. De etappes waren monsterlijk lang. Meer dan vierhonderd kilometer was meer regel dan uitzondering. De wegen waren bij voorkeur zandpaden vol grit en gruis, die bij regen veranderden in onbegaanbare modderpoelen. Ook voerde hij al na enkele jaren de bergetappes in en de renners van toen maakten dagen van zestien uur en meer om die etappes uit te kunnen rijden. Ze vervloekten hem, maar er is in die jaren nooit een rennersstaking geweest. Die kwam pas in 1978, toen de coureurs onder aanvoering van Bernard Hinault weigerden op te stappen, vanwege de vele verplaatsingen om maar zo veel mogelijk etappeplaatsen aan te kunnen doen. Inmiddels is de Tour teruggebracht tot etappes van maximaal 200 kilometer. De wegen zijn voor het merendeel glad geasfalteerd en het materiaal en de verzorging kunnen niet beter. Toch kwam de voorzitter van het IOC vorig jaar met de suggestie om in de strijd tegen doping de Tour tot twee weken in te korten en de lengte van de etappes te beperken tot hooguit honderd kilometer. Die dag pakten donkere wolken zich samen boven het dorp Beauvallon, nabij de stad Valence in het departement Drôme. De hovenier op de plaatselijke begraafplaats hoorde een monotoon zoevend geluid. Het kwam vanonder een grafsteen vandaan. Het hield pas op nadat Jean-Marie Leblanc het plan van Jacques Rogge belachelijk had genoemd. En alle liefhebbers van de Tour de France wisten het zeker. Henri Desgrange had zich als een propeller in zijn graf omgedraaid.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 31 januari 2007 0:00

© T&T Tekst & Traffic

“Ik mag me gelukkig prijzen de BSA baanfiets van Gerrit Bontekoe junior in bezit te hebben, samen met de complete prijzenkast van zijn vader Gerrit Bontekoe senior (1893-1962). Junior was een goede renner die net na de tweede wereldoorlog vooral op de baan uitblonk. Senior was een kleurrijk figuur die van 1917 tot 1930 beroepsrenner was. Een ernstige val in Amsterdam maakte een einde aan zijn wielerloopbaan. Senior was in die tijd met zijn vaste tandemmaat Willem van Duin schier onverslaanbaar. Spontaan kregen ze op de Scheveningse dwarslattenbaan de bijnaam ‘Jopie Slim en Dikkie Bigmans’, met Bontekoe in de rol van de eerste. Toentertijd was ‘Jopie Slim en Dikkie Bigmans’ de eerste regel van een populair revueliedje en dat werd hartstochtelijk gezongen als de twee Hagenaars de baan betraden. De baan van Scheveningen had een bijzondere constructie. De latten lagen niet in de lengterichting maar juist dwars, en dat zorgde voor een monotoon ratelend geluid als de renners er op reden. Gerrit Bontekoe senior komt ook meermalen voor in ...

Door Fred van Slogteren, 30 januari 2007 10:00

Magnus BACKSTEDT (1975, Zweden)

Hij is de onbetwiste reus van het huidige peloton, deze blonde Zweed die naar de 1 meter 90 piekt en een gewicht met zich meedraagt van 90 kilo. Hij moet het dus niet van klimmen hebben, maar van puur hardrijden en daarin is hij een kanjer. Zijn grootste triomf was zijn zege in Parijs-Roubaix 2004, de koers die eigenlijk een prooi voor Johan Museeuw of Peter Van Petegem had moeten worden. Vooral Museeuw was er op gebrand de Hel van het Noorden nog eens te winnen, want zijn afscheid stond al gepland. Hij had er zelfs groeihormonen voor genomen, zoals we sinds vorige week weten. De beide Belgen kregen echter materiaalpech en er bleven vier man op kop over. Een onverwacht viertal, van wie er niemand bij de favorieten stond genoteerd. De vandaag eveneens jarige Brit Roger Hammond, onze landgenoot Tristan Hoffman, de jonge Zwitser Fabian Cancellara en Magnus Backstedt uit Linköping. In een interview aan de vooravond van Parijs-Roubaix had de Zweed na zijn tweede plaats in Gent-Wevelgem zelfverzekerd laten weten dat hij naar Compiègne vertrok om Parijs-Roubaix te winnen, maar niemand nam dat serieus. Hij zelf ook niet echt, want hij reed voor het nietige Alessio en hoefde daardoor niet op veel steun te rekenen. Maar hij flikte het hem. De vier werkten goed samen om te voorkomen dat Museeuw en Van Petegem konden terugkeren en vochten het vervolgens met elkaar uit op de wielerbaan van Roubaix. Daar had Backstedt geen enkele moeite met zijn medevluchters. Het leverde hem niet alleen de kei op, maar ook een contract bij de Italiaanse ploeg Liquigas-Bianchi, nadat hij bij Crédit Agricole wat in de versukkeling was geraakt en hij zijn heil enkele jaren lang bij kleinere ploegen had moeten zoeken. Ook dit jaar zal hij weer in het lindegroen van die Italiaanse formatie aan de start staan. Wie weet wat de reus nog in petto heeft? (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 30 januari 2007 0:00

Voor de historische zesdaagse blijven we deze keer in eigen land, want Rotterdam is in 1986 de plaats van handeling. Daar eindigde op 29 januari de 20e editie van de zesdaagse met een overwinning voor de Australiër Danny Clark en de Italiaanse vedette Francesco Moser (foto). De rest van de uitslag luidde: 2) Pijnen-Vanderaerden 3) Oosterbosch-Thurau 4) Elshof-Frank 5) Hermann-Knetemann 6) Dhaenens-De Wilde 7) Bondue-Kristen 8) Tourné-Leo van Vliet 9) Doyle-Teun van Vliet 10) Oersted-Pedersen 11) Vaarten-Vandenbroucke 12) Moorman-Pieters.
De geschiedenis van de zesdaagse van Rotterdam strekt zich in 25 edities uit over de jaren tussen 1936 en 2007 en dat betekent dat in het merendeel van de jaren er geen zesdaagse in Rotterdam was. Maar de keren dat er gekoerst werd, was het altijd boeiend en waren er winnaars met naam en faam. In totaal 23 renners hebben de Rotterdamse zesdaagse een of meerdere malen op hun erelijst geschreven. Zoals wel vaker is René Pijnen met 10 zeges recordhouder. Danny Clark won 7 maal, Patrick Sercu 6 maal, Leo Duyndam 4 maal, Peter Post 3 maal, het koppel Robert Slippens en Danny Stam 2 maal en dan nog 16 renners die elk eenmaal wonnen. Daaronder toppers als ...

Door Fred van Slogteren, 29 januari 2007 10:00

KROON, Karsten (1976, Nederland)

Karsten vertrok aan het eind van 2005 met veel publiciteit bij de Rabobank-ploeg om zijn geluk bij CSC te beproeven. Met veel publiciteit, omdat de journalisten hoopten een stuk rancune te kunnen vastleggen. Die was er wat hem betreft niet, hoewel het wel duidelijk was dat hij het bij Rabobank wel gezien had. En dat kan natuurlijk gebeuren. Een jonge renner groeit als het goed is en merkt dan op een bepaalde dag dat zijn groei zo ver is dat hij in een finale meekan en zelfs kan winnen. Als dat inzicht niet strookt met het ploegbelang en je in kansrijke positie wordt teruggefloten, dan kan ik me voorstellen dat je naar andere wegen zoekt om je progressie te kunnen manifesteren. Zo kwam Karsten bij CSC terecht en die keus heb ik niet goed begrepen. Die ploeg is zo uitgebalanceerd met op iedere positie een toprenner, dat hij daar tegen hetzelfde probleem moest oplopen. Hoewel hij in zijn wedstrijden in alle finales van voren zat, is de grote overwinning – en daar hebben we het natuurlijk over – nog niet gekomen. Wat Kroon mijns inziens had moeten doen is financieel een stapje terug zetten en zich bijvoorbeeld bij Skil Shimano moeten melden. Met al die wildcards voor klassiekers en semi-klassiekers die de ploeg van Arend Scheppink in het voorjaar mocht rijden, had hij dan kunnen doen en laten wat hij wilde. Dan was het resultaat zijn beslissing geweest en had hij niemand iets kunnen verwijten of moeten bedanken. Met een grote overwinning op zak had hij dan ergens het absolute kopmanschap in zijn wedstrijden kunnen afdwingen. Jan Raas deed dat lang geleden door van Raleigh naar Frisol te verhuizen om daarna met twee onvervalste klassiekers op zak bij Post terug te keren om de plaats op te eisen, waarnaar hij eerder vergeefs had gesolliciteerd. Dat vraagt soms een financieel offer en dat moet je willen brengen. Een wielrenner is een ondernemer en die moet weten wanneer hij moet investeren om verdere groei mogelijk te maken. Benieuwd hoe het dit jaar met Kroon gaat? (Foto: © Philip van der Ploeg)

Door Fred van Slogteren, 29 januari 2007 0:00

Gisteravond was er op France 2 een urenlange uitzending met de titel ‘La fête de la chanson Française’. Een hommage aan het Franse chanson door de jaren heen met de vertolkers ervan. Een stoet aan grootheden trok voorbij en mijn gedachten gingen terug naar de jaren zeventig en tachtig toen de chansons van Michel Sardou, Michel Delpech, Claude François, Eddy Mitchell, Hervé Vilard, Julien Clerc, Joe Dassin en Veronique Sanson bij de Tour hoorden, als fietsten zij zelf mee. De Tour dat is muziek en er was ieder jaar wel een grote hit, die drie weken lang met de coureurs meedaverde. Ook Radio Tour de France leverde ieder jaar een grote bijdrage, want muzieksamensteller Herman van der Velden is niet alleen een groot liefhebber van The Amazing Stroopwafels (FRANKKRIJKK), maar ook van het Franse chanson. ‘Reviens’ van Hervé Vilard (on va vivre la main dans la main) was jarenlang een soort herkenningsmelodie van het programma. De uitzending van gisteravond was pure nostalgie, te meer daar de helden en heldinnen van toen ‘óf niet meer leven óf heel ouwe koppies hebben gekregen. Wie met zijn tachtig jaar nog fier overeind stond als was hij een jonge god was Charles Aznavour. Ik heb de man en met hem Jacques Brel, Gilbert Becaud en Jean Ferrat lang geleden net zo bewonderd als de renners die in die tijd het beeld bepaalden: Jacques Anquetil, Rik Van Looy, Peter Post, Jan Janssen en Federico Bahamontes. Helaas is het Franse chanson door Hilversum verbannen. Het bestaat nog wel degelijk, maar het komt Nederland niet meer in. Reviens!!!

Door Fred van Slogteren, 28 januari 2007 22:58

« Vorige 1 2 3 ... 1144 1145 1146 1147 1148 1149 1150 1151 1152 1153 1154 ... 1227 1228 1229 Volgende »