Slogblog


© Otto Beaujon

“De in 1910 geboren wielrenner Maurice Richard was in zijn tijd een weergaloos tijdrijder. De Parijzenaar verbeterde twee maal het werelduurrecord, in 1933 en in 1936. De eerste keer deed hij dat op de wielerbaan van St. Truiden in België. Zijn record werd verbeterd door de Italiaan Giuseppe Olmo en Maurice Richard trok als reactie daarop naar de toen snelste piste in de wereld: de Vigorellibaan in Milaan om andermaal een poging te doen. Richard maakte er een soort op zichzelf staande sport van om records te verbeteren. Hij bleef aan de gang en in de zomer van 1938 voegde hij de records over ...

Door Fred van Slogteren, 16 februari 2007 10:00

César GARIN (1879, overleden 27.03.1951, Frankrijk)

César was de jongste van de drie broers Garin die alle drie wielrenner werden. Maurice, de oudste, is als winnaar van de allereerste Tour de France natuurlijk de beroemdste van de drie geweest en Ambroise, de tweede in leeftijd, de minst succesvolle. César is vooral bekend geworden vanwege zijn diskwalificatie in de Tour de France van 1904. Ook hier weer in de schaduw van broer Maurice, die ook die ronde op zijn naam schreef met César op een verdienstelijke derde plaats. Je zult de namen van de Garins echter vergeefs in de uitslag van de editie 1904 zoeken, want vier maanden later werden ze gediskwalificeerd, uit de uitslag verwijderd en allebei twee jaar geschorst. Evenals de nummer twee Hypolite Aucouturier en Lucien Pothier, die als vierde was geëindigd, werd zelfs voor het leven uitgesloten. De heren hadden delen van het parcours met de trein afgelegd en er waren meerdere getuigen die dat waren komen bevestigen. Nummer vijf in de einduitslag, de pas 19-jarige Henri Cornet, werd tot winnaar verklaard en hij zal dat net zo hebben ondergaan als Denis Menchov, de papieren winnaar van de Ronde van Spanje meer dan een eeuw later. Van César Garin is verder niet zoveel bekend en daarom hier wat aandacht voor de verschrikkingen van die Tour van 1904. Het was een Tour met een totale lengte van 2.428 kilometer, verdeeld over zes etappes, een gemiddelde van meer dan 400 kilometer per rit. Er stonden 88 renners aan de start, waarvan er slechts 27 de finish haalden. Cornet had een voorsprong van meer dan twee uur op nummer twee en ruim acht uur op de derde van het klassement. De nummer 27 en laatste deed er zelfs meer dan 101 uur langer over. Dat is meer dan vier dagen! Er waren nog geen bergen in het parcours, want die kwamen pas twee jaar later. Maar zonder die bergen was het al zwaar genoeg. Als je op de eerste dag het ritje Parijs-Lyon over 467 kilometer krijgt voorgeschoteld en daarna Lyon-Marseille over 374 kilometer dan sta je niet van hoi-hoi te doen dat je nog vier ritten mag. Nee, daar zie je tegenop als tegen een berg en wie mag het die renners dan kwalijk nemen dat ze af en toe een stukkie met de trein deden. En wie zegt dat Cornet dat ook niet heeft gedaan? Er waren alleen geen getuigen van.

Door Fred van Slogteren, 16 februari 2007 0:00

EEN GEZANT IN ZIJDEN TRUI
 

door Willem Van Wijnendaele

 

“Willem Van Wijnendaele was een goed sportjournalist en publicist, maar hij werd ernstig belast door zijn achternaam. Karel Van Wijnendaele is de godfather van de Belgische wielerpers en zo’n legendarische vader valt moeilijk te overtreffen. Je kunt Willem dan ook vergelijken met Axel Merckx. Wat je ook doet, altijd wordt je vader erbij gehaald. Nou heeft Willem dat ook wel een beetje aan zich zelf te danken, want Van Wijnendaele was een pseudoniem. De heren heten in werkelijkheid Steyaert en als Willem die naam had aangehouden, had hij veel minder last gehad van de slagschaduw van zijn beroemde vader. Het boek gaat in op de wielercarrière van George Ronsse, een van de beste ...

Door Fred van Slogteren, 15 februari 2007 10:00

Oscar FREIRE GOMEZ (1976, Spanje)

Wielrenners zijn geen paarden, maar toch kun je bij WK’s bij Spaanse en Italiaanse bookies je geld op een renner zetten om er hopelijk beter van te worden. Frank Vandenbroucke noteerde in 1999 3,5 keer de inzet, Francesco Casagrande 9 keer en Michael Boogerd 10 keer. De renner die op 14 oktober 1999 echter de regenboogtrui kreeg aangetrokken zal niemand geld hebben opgeleverd, want de meeste mensen moest worden uitgelegd wie die Oscar Freire Gomez was, die als 22-jarige invaller in de Spaanse ploeg, omdat Abraham Olano ziek was geworden, zijn medekoplopers te slim af was. Dit terwijl hij op dat moment als professional nog maar elf koersen had gereden. Onder de verslagenen zaten grote namen als de eerdergenoemden VDB en Casagrande en routiniers als Jan Ullrich en Dimitri Konychev. Het was ook een wonder dat dit gebeurde en Freire werd al als een toevalswinnaar bestempeld. Maar in 2001 flikte hij het ‘m nog een keer en in 2004 nog eens. Drie keer wereldkampioen in zes jaar tijd, dat is geen toeval meer. Inmiddels is Oscarito een door iedereen gerespecteerde vedette die in staat is de grootste wedstrijden te winnen en dat heeft hij inmiddels meer dan bewezen. Hij rijdt al weer een aantal jaren voor Rabobank en daar zijn ze vast heel blij met hem. Niet alleen omdat het een goede renner is die regelmatig wint, maar ook omdat het een leuke positieve knul is die zijn nummer (en dus ook dat van zijn sponsor) goed verkoopt. Hij is goedlachs, makkelijk benaderbaar en zijn Engels klinkt grappig. Hij is helaas enigszins blessuregevoelig en dat heeft hem zeker van meer overwinningen afgehouden. Maar zijn carrière is nog niet voorbij, er is nog volop gelegenheid zijn palmares nog mooier te maken dan die nu al is. Misschien komt er nog wel een vierde wereldtitel bij. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 15 februari 2007 0:00

 

© Henk Theuns

“Gerrit Solleveld was negen jaar beroepsrenner en al die jaren reed hij voor ploegen die onder leiding stonden van Jan Raas. Drie jaar voor Kwantum Hallen, drie jaar voor Superconfex-Yoko en drie jaar voor Buckler, het favoriete biertje van Youp van ’t Hek. Het hierboven afgebeelde shirtje is dus uit de middelste periode. De Sol of De Tomaat, want hij is de zoon van een Westlandse tomatenkweker, was een goede renner, maar hij heeft zich toch vooral onderscheiden als goede ploegmaat. Dat hij er zelf ook wat van kon bewijzen zijn regenboogtrui, als lid van de ploeg die in 1982 de 100 kilometer ploegentijdrit won, en overwinningen van twee Touretappes en de klassieker Gent-Wevelgem. Raas heeft steeds sterke ploegen gehad, maar omdat hij geen ...

Door Fred van Slogteren, 14 februari 2007 10:00

Gianni BUGNO (1964, Italië)

Gianni Bugno was een van de beste renners van zijn tijd en die tijd ligt tussen 1985 en 1998. Hij was een allround renner die zowel in het eendags- als het rondewerk tot de absolute toppers hoorde. Hij won de Ronde van Italië en stond twee maal op het erepodium van de Tour de France. Hij won Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen en de Clasica San Sebastian. Hij werd twee maal kampioen van Italië en ook twee keer wereldkampioen. Twee keer op rij en die prestatie deelt hij met de Belgen Ronsse, Van Steenbergen en Van Looy, waarbij moet worden aangetekend dat Van Steenbergen ook al in 1949 wereldkampioen was geweest toen hij in 1956 en ’57 de dubbel realiseerde. De eerste wereldtitel van Gianni Bugno was in 1991 in Stuttgart. Hij was de grote favoriet en hij maakte dat ook waar door dominant te koersen, met de hulp en instemming van de gehele Italiaanse squadra onder leiding van bondscoach Alfredo Martinello. Zijn zege werd dan ook door iedereen verdiend genoemd. Ik was toen en ik ben nog steeds van mening dat Steven Rooks die dag wereldkampioen had kunnen worden, als hij wat slimmer gesprint had. Rooks was geen supersprinter, maar dat was Bugno ook niet. En de derde in de kopgroep van drie al helemaal niet. Miguel Indurain is een van de beste tijdrijders aller tijden en hij kon bergop bij de beste klimmers aanklampen, maar zijn sprintvermogen was te verwaarlozen. En toen de eindsprint begon, koos Rooks uitgerekend het wiel van de Spanjaard in plaats van dat van Bugno. Zo had hij geen enkele kans, hoewel het er nog even naar uitzag dat hij nog zou winnen. Bugno oordeelde al vele meters voor de streep dat de titel in de tas zat en hij richtte zich op, hield de benen stil en freewheelde juichend naar de finish. Dit alles terwijl Rooks nog alles aan het geven was. Het scheelde maar een half wieleke. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 14 februari 2007 0:00

© T&T Tekst & Traffic

“Philip Wilhelm Opel was slotenmaker van beroep en hij woonde in het 800 zielen tellende dorp Rüsselsheim, ergens tussen Frankfurt en Mainz. Adam, de oudste zoon was een opstandige jongen, die barstte van de ideeën en daardoor regelmatig met zijn conservatieve vader in conflict kwam. Om hem wat af te koelen stuurde vader Opel hem naar Parijs, omdat er thuis geen land met die jongen te bezeilen was. Hij had hem beter naar een klooster kunnen sturen, want de bruisende metropool voedde zijn progressieve denkbeelden alleen maar meer. Adam Opel vond in Parijs een baantje in een naaimachinefabriek, een tak van industrie die in die tijd een stormachtige groei doormaakte. Daar zag hij wel brood in, maar na terugkomst in Rüsselsheim vond hij alleen maar steun bij zijn moeder, terwijl zijn vader niets in de plannen zag. Adam was een doorzettertje en in ...

Door Fred van Slogteren, 13 februari 2007 10:00

Freddy MAERTENS (1952, België)

Als William Shakespeare in deze tijd had geleefd dan zou de geschiedenis van Freddy Maertens ongetwijfeld dienst hebben kunnen doen voor een van zijn toneelstukken. Het verhaal van de man die op basis van zijn talenten torenhoog steeg om daarna dieper dan diep te vallen, heeft vele aangrijpingspunten voor een groots meeslepend koningsdrama. Want een koning was hij toen hij op het punt stond de grote Eddy van zijn troon te stoten. Moeiteloos reed Freddy in het midden van de jaren zeventig op z’n gemak meer dan vijftig overwinningen per seizoen bij elkaar. Hij won klassiekers, kleine rondritten, het wereldkampioenschap en zelfs de Ronde van Spanje. Dat was in 1976 en hij won niet alleen de ronde, maar ook dertien etappes en het puntenklassement. Dat laatste klassement won hij ook drie keer in de Tour de France en in slechts drie starts won hij in la Grande Boucle maar liefst vijftien etappes. Hij startte één keer in de Ronde van Italië en daar won hij er zeven, hoewel hij die ronde niet eens uitreed. Op 28 mei 1977 was hij met zijn landgenoot Rik Van Linden in een spannend spurtduel gewikkeld, dat hem zijn achtste ritzege moest opleveren, toen de sturen van de heren in elkaar raakten en zij gebroederlijk op het asfalt smakten. ‘Polsbreuk’, zei de dokter, nadat hij d’n Freddy had onderzocht. Wat niemand toen wist was dat dit schijnbaar onbeduidende ongeval het einde van een briljante wielercarrière inluidde. Maertens bleef last houden van die pols en zijn prestaties werden steeds minder. Tot Lomme Driessens zich in 1981 over hem ontfermde en ‘m aan een streng regime onderwiep. Geen seks, geen drugs en geen rock’nroll voor Freddy en de geruchten dat Lomme in de echtelijke sponde tussen Freddy en Carine in sliep, deden de ronde. Maar het had resultaat: in de Tour van 1981 won hij vijf etappes en de groene trui en hij werd wederom wereldkampioen. Maar Freddy was niet meer de Freddy van 1976, zijn beste seizoen. Hij geleek een zombie die gevaarlijk slingerend door het peloton reed, in onsamenhangende zinnen met de pers sprak en er bepaald niet gezond uitzag. Het was dan ook een eenmalige opstanding, want de val die hij daarna maakte was peilloos diep. Alleen kleine ploegjes waren nog in hem geïnteresseerd en daar werd hij steeds sneller ontslagen dan hij was gecontracteerd. Dat hij niet definitief in de goot belandde, dankt hij aan enkele goede vrienden en zijn vrouw. Hij is nu rondleider in het wielermuseum in Roeselare. Ik hoop dat hij zijn zaakjes weer op orde heeft en dat hij gelukkig is. Want dat verdient hij voor de mooie sport die hij ons in de jaren zeventig voortoverde. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 13 februari 2007 0:00

Geert OMLOOP (1974, België)

Ik ken ene Smit die smid van beroep is; er bestaat ongetwijfeld een bakker die Bakker heet en er zal ook wel ergens een meneer De Vries zijn die iets met diepvriesproducten doet. Ik vind dat leuke toevalligheden en als ik een enkele keer de slaap niet kan vatten dan wil ik daar wel eens over peinzen. Het helpt Klaas Vaak te ontbieden en het is leuker dan schaapjes tellen. In de wielrennerij is er niemand die ‘Wielrenner’ heet. Er is volgens mij überhaupt niemand die zo heet. De Belg Hilaire Cou(v)reur komt er dicht bij, maar door dat veetje is het ’t niet en leg je ook het verband niet. Aandewiel – en die renner heeft wel bestaan – is veel meer to the point en ik ken in de wielrennerij ook een Slikker, maar dat is een uitbater van een racespeciaalzaak en ik weet niet of die goede man zelf gefietst heeft. Er bestaan natuurlijk ook renners als Egbert Koersen en Jans Koer(t)s en er zijn in België nogal wat Omloopjes in omloop. Omloop is natuurlijk een prachtige naam voor een renner, hoewel erg Vlaams. In Nederland noemen we een wielerwedstrijd niet snel een omloop, hoewel we natuurlijk wel de Omloop van de Kempen hebben. Er zijn zelfs twee Omlopen: Wim en Geert en ik geloof dat ze allebei nog actief zijn. Echte Belgische kermiscoureurs en allebei ook zoon van een kermiscoureur. Wim is de zoon van Henri Omloop en de vader van Geert heet Marcel Omloop. Zowel Geert als Wim hebben heel wat omlopen gewonnen, want ze beschikken allebei over een sterk eindschot. Verder hou je ze nauwelijks uit elkaar. Geert heeft wel iets met doping van doen gehad, maar dat is tegenwoordig ook niet echt onderscheidend. Ik geloof dat Geert nu ploegleider bij Unibet is, maar dat weet ik ook niet zeker. En zo moet je als dagelijks schrijver wel eens ’n end weglullen als aan de jarige van de dag geen lekker verhaal vastzit. Dan mag ik ook eens een keertje freewheelen en me voorbereiden op morgen, want dan zijn er twee voormalige kanjers jarig. (Foto: © Cor Vos)

Door Fred van Slogteren, 12 februari 2007 0:00

© Hans Middelveld

Jarenlang werden de Nederlandse baankampioenschappen in een weekend in juli afgewerkt. Dat was al zo voor de tweede wereldoorlog en zelfs in de oorlog gingen die toernooien gewoon door. De Duitse bezetter stimuleerde dat zelfs onder het motto ‘een volk dat naar sport of ander vermaak kijkt, voelt geen behoefte aan verzets- of sabotage-activiteiten’. Voor de renners was het ook aantrekkelijk omdat er in die tijd weinig startgelegenheid was en er ook nog wat te verdienen viel. En zo zat het publiek in het weekend van 31 juli en 1 augustus 1943 lekker in het zonnetje van het wielrennen te genieten, alsof er geen oorlog was. Het enige dat aan de bezetting, en dus aan schaarste, herinnerde was het ontbreken van het ...

Door Fred van Slogteren, 11 februari 2007 10:00

« Vorige 1 2 3 ... 1141 1142 1143 1144 1145 1146 1147 1148 1149 1150 1151 ... 1227 1228 1229 Volgende »