Slogblog


In de laatste overgangsetappe van Montélimar naar Gap bleken de ploegen hun lesje van gisteren geleerd te hebben. Niet alleen de ploeg van Pereiro bleek bereid de koers te dragen, maar ook de QuickSteps en de jongens van Liquigas zag ik in de tweede helft van de etappe op kop rijden in een flink tempo. Volgens Maarten Ducrot was het een soort strafwerk dat de ploegleiders hun renners hebben opgelegd na de merkwaardige vertoning van gisteren. Het leek eerst een kopie van die rit te worden toen zes renners van zes verschillende ploegen de handen ineensloegen en eendrachtig samenwerkten om ook een grote voorsprong te pakken. Maar bij ruim vijf minuten zeiden de QuickSteps: HO en we zagen Steven de Jongh en Bram Tankink weer op kop van de groep, alsof ze een sprint van Boonen aan het voorbereiden waren. Ze kregen de kopgroep net niet te pakken. De zes waren er nog maar twee, na de spectaculaire valpartij waarvan Cañada en Verbrugghe slachtoffer werden en Kessler na zijn salto over de vangrail de reis nog kon voortzetten, maar in het peloton. De twee die uiteindelijk overbleven – Mario Aerts werd nog gelost – mochten het samen uitvechten met de groep in de straten van Gap als een grote stofzuiger in de nek. Pierrick Fedrigo (foto: Cor Vos) won van Commesso, de Napolitaan met het voorkomen van een Joegoslavische huurmoordenaar. Verder viel het sterke rijden van Boogerd op. Die heeft er enorm veel zin in. En de andere Rabo’s? Ze zien er ontspannen uit op een mokkende Freire na. Maar als zijn kindje er is zal die Spanjool ook wel opknappen.

Door Fred van Slogteren, 16 juli 2006 20:03

Ik vind Maarten Ducrot (op de foto van Cor Vos samen met Herbert Dijkstra) een kundig commentator. Zijn uitleg vanmiddag waarom diverse ploegen ineens gingen rijden was voor mij heel aannemelijk en ik zou zelf die conclusie niet getrokken hebben. Maar er zijn ook dingen die hij niet moet zeggen. Zoals vanmiddag na de valpartij, waar Rik Verbrugghe het belangrijkste slachtoffer van werd. Het zicht van de camera werd hem (en ons) ontnomen door een aantal fotografen. Dat zijn bewonderenswaardige mannen, die in de Tour misschien nog wel harder werken dan de renners. Ik heb Cor Vos vorig jaar eens na afloop in de perszaal gezien en ik had hem bijna geadviseerd om snel zijn bedje op te zoeken. Ze werken zeker harder dan de commentatoren van de televisie die hun werk op één plaats doen. Erg comfortabel zal het niet zijn in zo’n hokje bij de finish, zeker niet in dit weer, maar wat die fotografen allemaal voor truken moeten uithalen om een mooi plaatje te scoren, staat daarmee in geen enkele verhouding. Ze verzorgen net als Maarten de nieuwsvoorziening. Dat is hun vak. En dan bestaat Maarten het om verontwaardigd uit te roepen: ‘Wat doen die fotografen daar?’ Die deden hun werk, Maarten, net als jij dat doet. Daarom foei, je gaat je toch niet de spreekwoordelijke arrogantie van de NOS aanmeten, waar men wel eens denkt belangrijker te zijn dan de renners. Het zal wel een faux pas zijn, want zo ken ik Maarten Ducrot niet.

Door Fred van Slogteren, 16 juli 2006 16:53

Gisteravond zat er een koppel wereldkampioenen aan tafel in Studio Sportzomer. De een was wereldkampioen wielrennen en de ander wereldkampioene judo. En ze waren duidelijk zichtbaar een liefdespaar, Peter Schep en Edith Bosch (foto: www.edithbosch.nl). Hoewel ik die avond liever twee experts aan tafel had gehad om die krankzinnige etappe van gisteren eens diepgaand te analyseren, waren de twee goed voor een leuk gesprek. Volgens Smeets waren ze een uniek koppel. Er zijn tal van voorbeelden bekend van topsporters die voor elkaar vallen, maar dan is het altijd uit dezelfde sport. Logisch, want topsport is a way of living met een heel beperkte kijk op de rest van de wereld. Edith en Peter (foto Cor Vos) hebben elkaar tijdens de Olympische Spelen leren kennen, want dat is de gelegenheid waar de top van de hele sportwereld eens per vier jaar bij elkaar komt. Je schrikt je iedere keer weer te pletter als je hoort hoeveel condooms er in het Olympisch Dorp worden geconsumeerd.

Peter en Edith zijn niet ...

Door Fred van Slogteren, 16 juli 2006 11:41

Enkele dagen geleden was Marc Lotz te gast in de Smeets Show op de late Touravond. In die dagelijkse Mart-promotie is er een soort prijsvraag wie de beste vraag stelt. Die kwam die keer van een meneer die vroeg of het normaal is dat je ‘zakie’, zoals Smeets het formuleerde, na enige tijd over een racezadel te hebben gehangen gaat slapen? Iedereen die wel eens een racefiets heeft beklommen kent dat dooie gevoel, waarbij je je de eerste keer afvraagt of je ooit nog wel kinderen zult kunnen verwekken of misschien nog wel erger ooit nog zult kunnen klaarkomen. Smeets deed nogal lacherig en er schoot mij een passage uit een interview met hem in gedachten. Hij – de grote kenner – had nog nooit op een racefiets gezeten, bekende hij eens. Ik vond dat toen net zo gênant als wanneer een generaal had opgebiecht nooit een geweer te hebben afgeschoten. En dan ken je natuurlijk dat klotegevoel niet daar tussen je benen, waarover we ons – volgens Marc Lotz – geen zorgen hoeven te maken. Evenmin als Smeets weet wat een renner – en ook een toerfietser - voelt als de weg met tien procent omhoogloopt. Zijn gaste van gisteravond – judoka Edith Bosch – wist het intussen wel en misschien weet zij inmiddels ook wel iets over het gevoel in het vrouwelijk zakie, waarover Leontien van Moorsel eens bekende: ‘dat zij het mutske behoorlijk had stukgereden op weg naar haar eerste Tour Féminin zege’. En misschien wist Dalida het wel dubbel, want van haar ging altijd het gerucht dat ze een verbouwde vent was. Buenos noches!

(© Cor Vos)

Door Fred van Slogteren, 16 juli 2006 10:47

"Ik heb tot mijn spijt Wim van Est nooit persoonlijk ontmoet. In 2001 was dat bijna gebeurd, maar dat is op het laatste moment niet doorgegaan. Wim van Est was een legende, een Tourlegende, en dat werd hij op 17 juli 1951 toen hij in het ravijn van de Col d’Aubisque viel. Die dag is de dag ervoor, toen hij als eerste Nederlander de gele trui veroverde, gaan overschaduwen. Een legendarisch verhaal dat onder meer uitgebreid is beschreven in het boekje ‘Wim van Est, zijn hart stond stil’. De rit waarin hij de gele trui pakte was de twaalfde etappe van Agen naar Dax en Van Est – een aanvaller pur sang – stond bij de start veertiende in het algemeen klassement. Er ontstond een kopgroep van tien man en die realiseerde een voorsprong van meer dan twintig minuten. Als best geplaatste in het klassement kwam Wimme heel dicht bij de leiderstrui, maar de bonificatie die hij op de sintelbaan van Dax opstreek gaf de doorslag. Hij won voor Louis Caput, Jacques Marinelli en ploeggenoot Gerrit Voorting. Na het finishen van het peloton werd IJzeren Willem in het geel gehesen en de gevolgen van dat feit zijn met geen pen te beschrijven. Nederland stond sportief op de wereldkaart en voor het eerst was er in ons land sprake van Tourkoorts. Het is al weer heel wat jaren geleden dat een Nederlander de gele trui droeg, maar de Tourkoorts is gelukkig altijd gebleven, al was het in mindere tijden wel eens een waakvlammetje.
De hierboven beschreven dag heeft ...

Door Fred van Slogteren, 16 juli 2006 10:15

De eerste Tour die ik zeer bewust van dag tot dag heb gevolgd is die van 1952 geweest. Opa vertelt. Sindsdien ben ik altijd een trouw volger geweest, maar ik kan me niet herinneren ooit een scenario te hebben gezien, zoals vandaag werd opgevoerd. Floyd Landis lijkt me geen ongeschikte kerel, maar geen tactisch meesterbrein. In de bloedhitte een deel van je ploeg offeren voor ….. voor niks. Oscar Pereiro is nu de nieuwe leider en die Spanjool is geen koekenbakker. De enige voor wie het volgens mij een voordelige dag was, is Menchov. Die heeft geen trap te veel gedaan en hij verkeert volgens mij in een bloedvorm met het benodigde zelfvertrouwen. Of hij in de Alpen net zo goed is als in de Pyreneeën moet worden afgewacht, maar hij reed een voortreffelijke Dauphiné. De etappe was nog niet afgelopen of ik vond in mijn mailbox twee schitterende foto’s van Jens Voigt, de winnaar van vandaag. Ze waren afkomstig van mijn goede blogvriend Philip van der Ploeg, een grote fan van de CSC-ploeg. Dank Philip!

© Philip van der Ploeg

Door Fred van Slogteren, 15 juli 2006 18:14

“Als in de Tour de stad Bordeaux wordt aangedaan komt altijd weer het verhaal van de Nederlandse stad, omdat een Nederlandse renner daar zo vaak gewonnen heeft. Onzin, want er heeft misschien wel twee keer zo vaak een Belg gewonnen. Maar het is toch een hele reeks die in de loop der jaren is opgebouwd. De laatste was enkele jaren geleden Servais Knaven, maar de allereerste was de Eindhovenaar Hans Dekkers. Dat was op 15 juli 1952. De vrijbuiters van Kees Pellenaars kenden maar één werkwoord: AANVALLEN!!! Was er een ontsnapping, dan ging er altijd een mannetje mee. In de negentiende etappe van Pau naar Bordeaux zelfs twee. De sierlijke Haarlemse stilist Gerrit Voorting en de eerdergenoemde Hansje Dekkers in de roodwitblauwe trui van Nederlands kampioen. Helemaal geen renner voor de Tour en we hadden tot dat moment nog weinig van hem gezien, hoewel hij voor zijn doen redelijk over de bergen was gekomen. Maar in de laatste Tourweek kreeg hij de geest. Het peloton – moegestreden – maakte er een lange wandeletappe van en tegen het einde probeerde Dekkers het eens. Hij sloeg een flink gaatje, dat alleen door de Franse regionaal Pierre Pardoen werd overbrugd. Uiteraard ging een Nederlander ter bewaking in zijn wiel mee. Tegen die Hollandse overmacht had de Fransman geen schijn van kans en in het zicht van de wielerbaan in Bordeaux liet Voorting het beslissende gaatje vallen en Dekkers maakte het vakkundig af. Enkele tientallen seconden later pakte Voorting de tweede plaats.
We moesten vervolgens 36 jaar wachten voor er ...

Door Fred van Slogteren, 15 juli 2006 10:00

Het is me in het verleden al vaker opgevallen, de wijze waarop de Rabobank-ploeg wordt geleid lijkt sterk op de wijze waarop bankiers hun bank leiden. Voorzichtig met het gecontracteerde talent als was het het spaargeld van de cliënten. Geen risico nemen en een zeker resultaat is beter dan een onzeker (hoger) resultaat. Te allen tijde kiezen voor zekerheid. Dat is de bancaire mentaliteit, waarmee Rabobank, ABN Amro en ING tot de grootste banken van de wereld zijn geworden. Een bank leidt zelden verlies en er kan meestal een gestaag groeiend resultaat aan de aandeelhouders worden getoond. Is het resultaat gunstig dan is de bankier de eerste om het enthousiasme te temperen en is er onverwacht tegenslag, dan weet de bankier dat het tij spoedig zal keren omdat dat nu eenmaal het gevolg is van het beleid.
Dat ging door mijn hoofd toen ik gisteren ...

Door Fred van Slogteren, 14 juli 2006 19:23

"Het is van vandaag Quatorze Juillet de belangrijkste Franse feestdag. De Fransen gedenken hun revolutie en dat is zo inspirerend voor het volk dat hun renners die dag altijd iets meer kunnen. Quatorze Juillet is in 1936 voor Nederland ook een soort ommekeer geweest, die we vandaag gedenken omdat het precies zeventig jaar geleden is dat een Nederlandse coureur voor het eerst een etappe won in de Tour de France. Dat was Theofiel Middelkamp en het was de zevende rit over 224 km van Aix les Bains naar Grenoble. Nederland kreeg dat jaar voor het eerst een startbewijs voor een viermansformatie en die bestond uit de in Frankrijk wonende broers Albert en Antoon van Schendel, de piepjonge Brabander Albert Gijzen en Middelkamp. Het verhaal is bekend. Fiel was nog maar 22 jaar en de zoon van een haringventer had nog nooit een berg gezien, laat staan er een beklommen. Nou was Middelkamp geen uitgesproken klimmer, maar wel iemand die voor de duvel niet bang was en in het dalen enorme risico’s nam. Op de top van de Galibier had hij ruim 12 minuten achterstand op een kopgroep en op de Lautaret was dat een minuutje minder. Toen volgde een afdaling van 75 kilometer en daarin is hij zo tekeer gegaan dat hij zijn achterstand in het zicht van de finish volledig had goedgemaakt. Fieleke was rap en hij versloeg al zijn concurrenten en de eerste Nederlandse ritoverwinning was een feit.
Pas veertig jaar later was het ...

Door Fred van Slogteren, 14 juli 2006 10:00

Vandaag start de Tour in Bagnères-de-Luchon en die plaats in de Pyreneeën is al vele malen in de geschiedenis start- of finishplaats geweest. Het is slechts een dorp met 2900 inwoners en het ligt in het departement Haute Garonne. In 1926 was Luchon de aankomstplaats van wellicht de meest helse etappe uit de hele Tourgeschiedenis. De renners begonnen om twee uur ’s nachts in Bayonne aan die verschrikkelijke rit over 326 kilometer. Het was vreselijk slecht weer met striemende regen- en hagelbuien en er wachtten die dag maar liefst zes cols, waaronder de Aubisque, de Tourmalet, de Aspin en de Peyresourde. Toen de eerste col – de Osquich - bedwongen was werd het dag en de renners waren toen al zo doorweekt dat ...

Door Fred van Slogteren, 14 juli 2006 6:00

« Vorige 1 2 3 ... 1131 1132 1133 1134 1135 1136 1137 1138 1139 1140 1141 ... 1173 1174 1175 Volgende »