Slogblog


Philippe THYS (1890, overleden 17.01.1971, België)

In het jaar dat deze Belgische wielergigant zijn eerste Tour de France won, werd mijn moeder geboren. Ze heeft in haar lange leven revolutionaire veranderingen meegemaakt en ze is daar op haar manier mee omgegaan. Ze begreep niks van de werking van al die moderne verworvenheden, maar ze maakte er als dankbaar consumente gretig gebruik van. Andersom is heel wat lastiger, want je kunt je toch niet voorstellen dat Michael Boogerd voor zijn deelname aan de Tour het diploma meestersmid zou moeten overleggen. Toch moest je anno 1913 dat vak terdege beheersen om bij pech verder te kunnen. Daaraan dankt Flup Thys zijn eerste Tourzege, omdat zijn grootste opponent Eugène Christophe, bijgenaamd De Galliër, het kader van zijn fiets brak en dat persoonlijk in een smidse moest repareren. De juryleden stonden er satanisch met hun neus bovenop toen Christhope zijn energie uitleefde met hamer en aambeeld, maar een handje tekort kwam voor het bedienen van de blaasbalg. De knecht van die kleine onderneming hielp een handje en die eikels van de jury trokken direct het rode potlood en noteerden 30 minuten tijdstraf. Nou ja!!! Intussen peddelde Thys vrolijk verder in de wetenschap dat Christophe die avond op meer dan drie uur achterstand zou staan. In zijn tweede Tour nam het noodlot wraak en hem overkwam iets dergelijks. Maar óf de smederij was dichterbij óf hij was een betere smid, want de Brusselaar won ook zijn tweede Tour die startte op de dag dat in Serajewo aartshertog Franz Ferdinand werd vermoord. Dat was de directe aanleiding voor de eerste wereldoorlog. Vier jaar lang kon de Tour daardoor geen doorgang vinden. Bij de hervatting in 1919 stapte Flupke al in de eerste etappe af, omdat hij het niet eens was met het financiële voorstel van zijn sponsor Peugeot, die voor de eindoverwinning nog maar een kwart wilde betalen van het bedrag waar Thys op had gerekend. De Franse kranten noemden hem een mietje en dat kwam hij in 1920 even rechtzetten. Het werd de mooiste zege van zijn carrière, want hij heerste van start tot finish. Hij werd de eerste drievoudige winnaar van de Tour en zijn record zou 35 jaar stand houden. In 1955 won Louison Bobet zijn derde en precies weer 35 jaar later evenaarde Greg LeMond dat aantal. In de tussentijd scoorden Jacques Anquetil, Eddy Merckx en Bernard Hinault echter vijf zeges, maar wel zonder het diploma Maître Forgeron.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 8 oktober 2006 0:00

“Na lang dubben toch een nieuwe renfiets gekocht. Het voelde als verraad aan m'n Gazelle Vuelta. Acht jaar lang heeft ze me meer dan trouw langs 's Heren wegen geleid. Ik heb haar beloofd dat ik haar niet aan de kant zal zetten. Ze wordt mijn winterfiets en ze mag met me mee als ik op fietsvakantie ga met mijn vrouw.
Tsja, en dan mijn nieuwe liefde. Een Trek 1400. Blauw, net als mijn Gazelle, mijn ...

Door Fred van Slogteren, 7 oktober 2006 10:00

Lucien GILLEN (1928, Luxemburg)

Tot de ontgroeningspraktijken voor schoolverlaters in het bedrijfsleven behoorde vroeger de opdracht om de map van de Zwitserse marine te gaan halen. Het had ook de lijst met Luxemburgse wielerbanen kunnen zijn. Zwitserland heeft geen marine voor zo ver ik weet en Luxemburg geen wielerbaan. Nooit gehad ook, vermoed ik, maar toch bracht het kleine land in de jaren vijftig een van de beste pistiers van die tijd voort. Lucien (roepnaam Lull, uit te spreken als loel) Gillen was een zwierige alleskunner die zowel op de weg als op de baan nationale titels behaalde. Zo won hij op de weg de Ronde van Picardië en verbeterde hij ooit het wereldrecord over vijf kilometer op overdekte banen. Maar hij was op zijn best in de zesdaagsen, vaak samen met de Italiaan Ferdinando Terruzzi. Ze bonden op spectaculaire wijze de strijd aan met de grote koppels van toen, als Van Steenbergen-Severijns, Schulte-Peters, Carrara-Forlini en Strom-Arnold. Gillen startte in 141 zesdaagsen en hij won er tien. De Luxemburger kwam uit een ander milieu dan de meeste andere wielrenners van toen. Hij was een erudiete man die financiële economie had gestudeerd, maar die zijn liefde voor de fiets niet kon negeren. Als renner was het een absolute vakman en een goede collega. Dat vertelde Peter Post mij die in het winterseizoen 1959/’60 met Gillen de zesdaagse van Munster won. Post herinnert zich de Luxemburger als een echte gentleman. Nooit schreeuwen, nooit vloeken, rustig en beschaafd zijn eigen gang gaan. Een man met stijl en opvoeding. Hij had een fijn gevoel voor humor en met zijn droge opmerkingen kon hij iedereen aan het lachen krijgen. Na zijn carrière ging hij het bankwezen in en hij schopte het ver in de omvangrijke wereld van de Luxemburgse financiële dienstverlening. Hij liet zich nog wel eens zien bij de ronde van zijn land maar verder was het wielrennen verleden tijd. Begrijpelijk als je 141 zesdaagsen hebt gereden. Dat is meer dan 20 duizend uur buffelen. (Foto: srchief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 7 oktober 2006 0:00

Jo MAAS (1954, Nederland)

Deze Limburgse renner was een klasbak die net zo snel verdween als hij was opgekomen. Hij was redelijk onbekend toen hij in 1979 in de Tour debuteerde als lid van die sympathieke DAF-ploeg. In de tiende etappe zat hij in de beslissende ontsnapping met Ludo Peeters en Pol Verschuere. In dat gezelschap dichtte ik hem geen kansen toe, maar hij wist kort voor het einde weg te komen en hij won. Hij stond direct hoog in het klassement, maar een dag later raakte hij, in kansrijke positie voor een topklassering, betrokken bij een valpartij. Daarbij kneusde de in Eysden geboren Maas zijn pols en hij verloor die dag meer dan tien minuten. Weg klassement. Zo leek het althans, maar hij bleef goed presteren en hij eindigde als zevende in Parijs. Een fantastische prestatie voor een debutant. Door een voedselvergiftiging in de aanloop naar de Tour kon hij een jaar later zijn prestatie niet herhalen, laat staan verbeteren. Peter Post haalde hem vervolgens naar Raleigh, destijds de uitverkoren formatie voor een talentvol wielrenner. In de roodgeelzwarte kleuren ...

Door Fred van Slogteren, 6 oktober 2006 0:00

FINISH IN PARIJS

door Jan Cottaar

“De naam Jan Cottaar werd in de jaren vijftig en het begin van de jaren zestig in één adem uitgesproken met de Tour de France. De man verzorgde op de radio – in vergelijking met nu – uiterst summiere finishverslagen en ’s avonds kwam hij daar nog even op terug door de klassementen door te geven. Ze zijn nu nog te horen op http://www.cottaar.nl/ Eigenlijk wisten we toen nog bitter weinig van het fenomeen Tour de France en dit boekje is een van de eerste Nederlandstalige werkjes dat in die lacune voorzag. Cottaar beschrijft alle tot dan verreden Tours van 1903 tot en met 1964 en geeft daar de uitslagen per etappe bij en de eindklassementen. Zo las ik voor het eerst in het Nederlands hoofdstukken met titels als ...

Door Fred van Slogteren, 5 oktober 2006 10:00

Joseph BRUYÈRE (1948, België)

Ik heb op deze weblog al vaker geschreven dat het veel voorkomt dat kopmannen de ontwikkeling van kopmannen in spe blokkeren. Dat was ook het geval bij Joseph Bruyère. Een halve Nederlander, want de moeder van deze Waal is een echte Maastrichtse. Hij reed het grootste deel van zijn tienjarig profbestaan in de ploeg van Eddy Merckx. Hij had veel klasse en was daarnaast een toegewijd helper. Beide eigenschappen is niet aan Merckx ontgaan en die zorgde er persoonlijk voor dat Bruyère zo nu en dan een koers kon winnen die bij zijn klasse paste. Zoals twee maal de Omloop Het Volk en een keer Luik-Bastenaken-Luik. Maar in 1977 kwam de sleet op Merckx, want twaalf jaar beulen begonnen hun tol te eisen. Eind 1977 liep het contract met sponsor Fiat af en Merckx merkte voor het eerst dat de geldschieters niet meer voor hem in de rij stonden. Pas vlak voor de aanvang van het seizoen 1978 kwam hij rond met confectiegigant C&A en vol goede moed werd aan het seizoen begonnen. Maar in het voorjaar kwamen de C&A’ers er niet aan te pas en Merckx zelf al helemaal niet. Na Luik-Bastenaken-Luik ging de zon weer een beetje schijnen toen Bruyère zijn uitzonderlijke klasse demonstreerde en met overmacht La Doyenne voor de tweede maal op zijn naam schreef. Maar nu op eigen klasse en niet met de hulp van Merckx. Op de Stockeu demarreerde Michel Pollentier en alleen Bruyère kon volgen. Ze pakten ruim een minuut op een sterke groep achtervolgers en op de Redoute besliste Bruyère de koers door met enkele felle pedaalstoten Pollentier van zich af te schudden. Daarna ontspon zich achter hem een gigantisch machtsspel met Moser, Kuiper, Thurau en Vanspringel als toonzetters. Ze liepen wel iets in op de ontketende Bruyère, maar niet genoeg om hem in zicht te krijgen. Een maand later kondigde Merckx per direct zijn afscheid aan en C&A trok zich al na een jaar uit de wielersport terug. Bruyère bolde nog twee jaar uit in de Flandria-ploeg en in zijn laatste jaar won hij voor de derde maal de Omloop Het Volk. Hij wordt vandaag 58. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 5 oktober 2006 0:00

© Henk Theuns

“Met al zijn successen als bondscoach van de Nederlandse baanrenners zou je bijna vergeten dat Peter Pieters ook een heel goede wielrenner is geweest. Hij komt uit zo’n echte wielerfamilie uit dat kleine poldergebied tussen Amsterdam en Haarlem, waar meer wielertalent wortel heeft geschoten dan alleen in huize Pieters. Ook wielerschrijftalent trouwens want Jan Zomer is een dorpsgenoot van Peter.
Peter is vooral bekend geworden als zesdaagserenner en dat deed hij heel goed, hoewel hij voor zijn plaatsje heeft moeten knokken. In zijn tijd werden er in ...

Door Fred van Slogteren, 4 oktober 2006 10:00

Maurice DE MUER (1921, Frankrijk)

Ik ken hem hoofdzakelijk uit de verhalen van Jan Janssen. Jan is nog altijd idolaat van zijn vroegere ploegleider die van 1963 tot en met 1971 zijn baas was. De Muer werd in 1943 beroepsrenner. Geen gelukkige tijd om prof te worden, lijkt me. Ik weet daarom niet zo goed welke waarde ik moet toekennen aan zijn zege in 1944 in Paris-Camembert, een koers die in de jaren vijftig ook eens door Arie den Hartog is gewonnen. In ieder geval heeft De Noord-Fransman toch de beroemdheid gehaald, zij het niet als renner maar als ploegleider. Volgens Janssen de beste van zijn tijd. Een geslepen baasje, die in tegenstelling tot tijdgenoten als Pellenaars en Driessens niet van een harde aanpak uitging, maar van een psychologische. Hij liet renners altijd in hun waarde, maar wist ze op een speciale manier te prikkelen waardoor ze tot grootse prestaties kwamen. Toen in 1968 bierbrouwer Pelforth zich uit de wielrennerij terugtrok omdat reclame maken voor alcoholica in Frankrijk verboden werd, kreeg De Muer met zijn hele ploeg onderdak bij BIC, de sterkste Franse ploeg van dat moment. Daar werd hij tweede ploegleider achter Raymond Louviot. Die verongelukte kort daarna en zo werd De Muer de eerste man. Janssen was toen al in zijn nadagen en daarom focuste De Muer (samen met Janssen op de foto ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag) zich helemaal op Luis Ocaña. Die won de Tour van 1973 en zo kwam De Muer alsnog met een Tourwinnaar thuis, want Jan Janssen behaalde zijn zege in een jaar dat de oude landenformule weer van stal was gehaald en De Muer zijn belangrijkste troef moest afstaan. Maurice De Muer wordt vandaag 85 jaar. Hij woont teruggetrokken in Seillans in de buurt van Marseille. De wereld hoort nog maar zelden van hem, maar zoals Jan Janssen het gisteren uitdrukte: „Dat is normaal, want op die leeftijd kunnen mensen elke dag omvallen.“ (Foto: © Bruno Bade)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 4 oktober 2006 0:00

“Een frame zonder race-historie, maar wel met een interessante geschiedenis. Ene meneer Kirk, een Britse ingenieur werkzaam in de automobielindustrie, bedacht dat een legering van magnesium, zink en aluminium een uitstekend materiaal zou zijn voor een raceframe dat niet kapot zou kunnen. Dat was geen slechte gedachte, want toen hij modellen had liet hij als demonstratie een zware 4wheeldriveauto over zowel een stalen frame als over zijn Kirk Precision rijden. Het stalen frame kon naar de schroothoop, maar op zijn frame kon – mits afgemonteerd als racefiets - zo weer opgestapt worden. Een Noors bedrijf zag kans om ...

Door Fred van Slogteren, 3 oktober 2006 10:00

Arthur DE CABOOTER (1936, België)

Hij is nog van voor het televisietijdperk. Arthur – zeg maar Tuur – De Cabooter. Een grofgebouwde ijzersterke coureur, gezegend met een messcherp eindschot. In zijn tijd kocht ik regelmatig een Belgisch sportblad waarvan ik de naam ben vergeten. Dat deed ik het liefst in het voorjaar, want dan stonden er veel foto’s in van de Vlaamse koersen die in februari en maart waren verreden. Ik maakte zo kennis met piepjonge amateurs die later beroemde profs werden. Zoals Fredje De Bruyne, Martin Van Geneugden, Richard Van Genechten, Walter Godefroot, de twee Gilberts en Manten Desmet, Noël Foré en natuurlijk ook Tuur. Besmeurde rennerskoppen in zwart/wit waarin het lijden diepe groeven had getrokken. Jongens van rond de twintig leken op mannen van veertig en ouder. En daar tussen zag ik voor het eerst de brede kop van Tuur. Hij had toen de Ronde van Vlaanderen voor amateurs gewonnen en hij was er dolblij mee. Hij won die koers ook als onafhankelijke en als kroon op het werk ook als prof. Dan brak een gulle lach door het moddermasker heen, want de Ronde van Vlaanderen werd in die tijd uitsluitend in pokkeweer gereden. Hoe de organisatoren dat flikten is me een raadsel, maar het lukte ze keer op keer. En Tuur reed altijd van voren in die ronde, evenals in Parijs-Robaix. Maar hij kon meer. In de Tour was hij meestal niet gelukkig, maar in de Vuelta kon hij aardig uit de voeten. Hij won er etappes en in 1960 het puntenklassement. De zwager – in Vlaanderen zeggen ze schoonbroer – van Walter Godefroot was razend populair en toen hij twee jaar achtereen niet werd geselecteerd voor het WK, omdat Rik Van Looy hem er niet bij wilde hebben, kwamen duizenden mensen op de been om bij de Belgische Wieler Bond te demonstreren tegen zo veel onrecht. Tuur wordt vandaag 70 jaar en dat is een mooie gelegenheid om even aan hem te denken. Als het monument van de Vlaamse drek, waarvan de laatste sporen wellicht nog in zijn ooghoeken te zien zijn.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 3 oktober 2006 0:00

« Vorige 1 2 3 ... 1121 1122 1123 1124 1125 1126 1127 1128 1129 1130 1131 ... 1180 1181 1182 Volgende »