Slogblog


Ga voor een van de honderden schitterende prijzen die aan de prijsvraag Ronde van het Groene Hart verbonden zijn.

Ga naar www.rondevanhetgroenehart.nl of klik op de banner ‘Ronde van het Groene Hart’ in de linker kolom.

Veel succes!!!

Door Fred van Slogteren, 6 januari 2007 10:30

Patrick LEFEVERE (1955, België)

Hij was geen slechte renner, want hij won Kuurne-Brussel-Kuurne en dat is altijd een lastige wedstrijd. Hij was echter geen topper en daarom stopte hij al op z’n 25e. Hij zag zijn beperkingen, want hij had het vermogen om renners en dus ook zich zelf te doorzien. Hij werd assistent-ploegleider bij Marc-Zeepcentrale, de ploeg waar hij de laatste twee jaar van zijn beroepscarrière voor reed. Hij leerde het vak van Walter Godefroot, zijn sportdirecteur. Hij ging in diens schaduw mee naar Capri-Sonne en vervolgens naar Lotto. Toen Godefroot naar Telekom ging trok hij naar Italië, waar hij bij de Italiaans-Belgische formatie GB-MC doorbrak als een van de beste ploegleiders van het peloton. Na GB-MC werkte hij bij de fameuze Mapei-ploeg om vervolgens weer in België te geraken bij eerst Domo en later QuickStep, de succesformatie waarvan hij nu de grote baas is. Onder zijn leiding kwamen renners als Johan Museeuw, Michele Bartoli, Paolo Bettini en Tom Boonen tot grote bloei. Ik heb hem een keer ontmoet in Luik. Aan de vooravond van La Doyenne had ik in een groot hotel een afspraak met David Duffield, Brits verslaggever van Eurosport. Vanuit de parkeergarage reisde ik met de lift naar de lounge van het hotel. Gelijk met mij stapte Lefevere in de lift en hij knikte mij vriendelijk toe. Luttele seconden stonden we zwijgend in een ruimte van misschien vijf kubieke meter en dat was genoeg voor mij om te zien wat het succes van deze man is. Hij heeft een geweldig charisma en hij zorgt er voor er altijd perfect uit te zien. In de hal van het hotel werd hij direct omringd door mensen die van alles van hem wilden. Hij ging daar prettig en geroutineerd mee om. Ik trof Duffield diep weggezonken in een lederen bankstel en met een pint onder handbereik hadden we het over Peter Post over wie ik een boek aan het schrijven was. Duffield is de man geweest die Post en Raleigh bij elkaar bracht en op mijn vraag waarom hij juist Post voorstelde als de ideale ploegleider voor de Britse ploeg, zei David: “He had that certain something”. Op dat moment liep Lefevere langs. “Like him”, vroeg ik. David knikte en zei: “he also has it.” (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 6 januari 2007 0:00

© Otto Beaujon

“Shrapnell-Giacomelli is een kleine Belgische fietsenmaker in Geraardsbergen. Het bedrijfje is in 1898 begonnen als leverancier van fietsen-op-bestelling en die formule is tot op de dag van vandaag van kracht. Wanneer het bedrijf van smid Oscar Devleeschauer de merknaam Shrapnell heeft laten deponeren, heb ik (nog) niet kunnen ontdekken. In België is het zoeken naar zo’n depot veel moeilijker dan in Nederland, want niemand heeft dat in die tijd bijgehouden, terwijl we in ons land kunnen terugvallen op de onvolprezen Amla-boekjes. Ik denk echter dat Shrapnell - dat granaatscherf betekent en is vernoemd naar H. Shrapnell, de generaal die voor het eerst de fragmentatiebom gebruikte in de Krimoorlog - pas in of na de eerste wereldoorlog als een toen wat modieuze merknaam gekozen is.
De bekendste renner die ooit op een ...

Door Fred van Slogteren, 5 januari 2007 10:00

Jean VAN BUGGENHOUT (1905, overleden 01.06.1974, België)

Jean Van Buggenhout behoorde tot het selecte groepje mensen die de macht had om te bepalen wie wel en wie niet carrière op de baan mocht maken. Nadat hij zelf voor de tweede wereldoorlog zesdaagsecoureur was geweest, werd hij manager, zeg maar zaakwaarnemer, van diverse renners en matchmaker van de Brusselse winterbaan. Je moest in die tijd van goeden huize komen om als onbekend rennertje een contract te bemachtigen, want zijn oordeel was hard. Bovendien beschermde hij als hun manager de belangen van een aantal baanvedetten en die waren er helemaal niet bij gebaat dat jong talent kwam meeëten uit de gevulde ruif van de overdekte banen in Brussel, Gent en Antwerpen, waar in de wintermaanden vrijwel iedere week een groot programma werd georganiseerd. De matchmaker van Antwerpen Theo Baelemans was het moeilijkst te overtuigen, maar Van Buggenhout streek nog wel eens de hand over zijn hart als een jonge ambitieuze renner om een contractje kwam bedelen. Na ettelijke malen zijn hoofd te hebben gestoten trof de jonge en volmaakt onbekende Peter Post Van Buggenhout eens in zo’n zeldzame menselijke bui. De Amsterdammer kreeg een kans en hij wist dat hij die moest grijpen, want het zou zijn enige zijn. Hij won op indrukwekkende wijze zowel de serie als de finale van een klassementswedstrijd voor abonnenten, de term voor jonge beloften. Het was voor Post het begin van een imposante carrière, waarin hij Van Buggenhout meer dan eens is tegengekomen. Het laatst in 1973 (foto) toen Peter Post voor het eerst de organisatie van de Zesdaagse van Rotterdam op zich nam. Hij wilde er een groot succes van maken en hij besefte dat hij maar één ding hoefde te doen en dat was Eddy Merckx contracteren. Dat lukte met de hulp van Van Buggenhout, de manager van Merckx. Het kostte Post een gigantisch bedrag, maar dat heeft hij er dubbel en dwars uitgehaald met de recettes want het zat avond aan avond bomvol in Ahoy’. (Foto: archief Sportpaleis Ahoy’)

Door Fred van Slogteren, 5 januari 2007 0:00

Vanavond begint in Ahoy’ de Zesdaagse van Rotterdam. Voor de 25e keer nog wel en dat is een behoorlijke mijlpaal die herdacht moest worden, besloot auteur Peter Ouwerkerk. Hij ging aan de slag en bijgestaan door vijf co-auteurs en de onvermijdelijke Huisdichter Cornelis ging hij aan de slag. Het resultaat is een prachtig boek geworden met de titel ‘Op de Rotterdamse latten’. Wielerboeken worden steeds mooier en strijden onderling om een ereplaats in de boekenkast van iedere wielerliefhebber. Die ereplaats mag dit boek wat mij betreft hebben, want de zesdaagse komt in een lichtvoetige en overzichtelijke stijl in al zijn aspecten aan de orde. Er is aandacht voor de ontstaansgeschiedenis van het fenomeen Zesdaagsche en uiteraard voor de eerste vooroorlogse edities van de Rotterdam SIX. Vedetten uit die tijd als Jan Pijnenburg, Piet van Kempen en Cor Wals krijgen volop aandacht. Die twee zesdaagsen uit lang vervlogen tijden kregen pas weer een vervolg in 1968 toen het fenomeen ...

Door Fred van Slogteren, 4 januari 2007 12:00

David MILLAR (1977, Groot Brittannië)

Een van de beste tijdrijders uit de geschiedenis van de wielersport, maar hij heeft zijn prestaties op de fiets niet kunnen verzilveren met een klinkende palmares. Hij boekte mooie overwinningen en vooral in de jaren 2001 en 2003 was hij heel succesvol met respectievelijk acht en zes overwinningen. Bij die zes van 2003 zat ook de wereldtitel tijdrijden. 2004 werd echter het jaar van schuld en boete. Tijdens de Tour werd bekend dat Millar stelselmatig al vanaf 2001 epo gebruikte. In plaats van de gebruikelijke operette van ontkennen en zwijgen, gaf de Schot ruiterlijk toe dat hij helemaal fout zat. Hij werd door de UCI voor twee jaar geschorst, terwijl hem bovendien zijn wereldtitel werd afgepakt. David Millar heeft zijn schorsing inmiddels uitgezeten en in het afgelopen jaar keerde hij terug in het peloton. Niet meer bij zijn sponsor Cofidis, die hem direct had ontslagen toen zijn dopinggebruik bekend werd, maar bij Saunier Duval. Hij reed dit jaar zowel de Tour de France als de Ronde van Spanje. Hij toonde in die twee rondritten aan dat twee jaar uit competitie zijn, niet zonder gevolgen blijft. Hij won weliswaar een rit in Spanje, maar verder was het meerijden geblazen. Misschien heeft hij nog wat tijd nodig om weer bij de toppers te geraken, maar it makes you wonder. Die overwinning in Spanje was overigens niet zijn enige in 2006. Hij werd ook nog heel symbolisch kampioen van zijn land in de achtervolging. Want hoezeer hij ook spijt heeft betuigd en er zwaar voor is gestraft, zal zijn dopingverleden hem altijd blijven achtervolgen. Alsof hij de enige is. Het pleit in ieder geval voor hem dat hij als vrijwel enige zijn zonden heeft toegegeven. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 4 januari 2007 0:00

© Henk Theuns

“Piet Rentmeester was lang geleden een goede beroepsrenner die net tegen de internationale top aanzat. Dat was op zich al een hele prestatie, want Nederlandse renners hadden in die tijd de grootste moeite om ergens aan de bak te komen. Nederland had in die tijd geen profploegen en Piet was een van de weinige landgenoten die er in slaagde bij Franse ploegen onderdak te vinden. Hij was een specialist in de zogenoemde semi-klassiekers en hij won er twee. Kuurne-Brussel-Kuurne en Parijs-Camembert. Rijk werd je er in die tijd niet van en toen Piet er vanwege zijn leeftijd mee op moest houden moest hij nog maar zien hoe hij ...

Door Fred van Slogteren, 3 januari 2007 10:00

Alessandro PETACCHI (1974, Italië)

Er zijn ploegen die naar een grote ronde gaan met geen ander oogmerk dan het winnen van zo veel mogelijk etappes. Ze hebben meestal geen klassementsrenner van formaat en daarom wordt de ploeg gebouwd rond een sprinter van wereldklasse. Die wordt elke dag volledig uit de wind gehouden, vertroeteld en verzorgd om in de laatste kilometers optimaal in stelling te worden gebracht. Voor zo’n ploeg is Petacchi de ideale afmaker, want hij is een koel en berekenend sprinter. En als hij goed uit het wiel komt dan is er geen houden meer aan. Dan kan hij lengtes pakken, ook op McEwen, Boonen en al die andere snelle mannen. Het is een mooi gezicht, maar verder heb ik er niet zo veel mee. De etappe is langer dan die paar kilometers van de finale en dat is dan meestal een saaie vertoning. In 2003 won Petacchi op die manier vijf ritten in de Vuelta, zes in de Giro en vier in de Tour. Ik zag hem dat jaar ook de eerste etappe van de Ronde van Nederland winnen. Op de Boompjes in Rotterdam. Nog een beetje gewend aan het fenomeen Cipollini verwachtte ik ook zo’n Italiaanse blitskikker. Maar op het podium stond een schuchter mannetje die bijna verlegen de kussen van de missen incasseerde en bij het zwaaien naar het publiek keek, alsof hij wilde zeggen: kijk mij nu eens gek doen. Alessandro Petacchi is een wereldsprinter, zonder de geweldige uitstraling van Cipo en nog een paar honderd Italiaanse wielrenners uit het verleden. Vorig jaar ging al in het voorjaar zijn seizoen naar de knoppen door een val waarbij hij zijn knieschijf brak. Hij zal er dit jaar wel weer bij zijn en ongetwijfeld weer veel winnen. Dat is een mooi gezicht, maar ze mogen dat huldigen van mij overslaan. Van hem ook trouwens. (Foto: © Cor Vos)

Door Fred van Slogteren, 3 januari 2007 0:00

Op oudejaarsdag had ik een ontmoeting met Tom Cordes in diens geboortedorp Wilnis, waar hij was neergestreken om er oudejaar te vieren bij zijn ouders. Tom woont al jaren in Baarle Hertog en het gesprek kwam op zijn plaatsgenoot Teun van Vliet. Ik heb Teun onlangs even gesproken. Dat was eind november tijdens het wielergala in Den Bosch. Ik schrok van hem, net als bijna iedereen die daar aanwezig was. De zoveelste aanslag op zijn leven door de sluipmoordenaar die wij kanker noemen, was met een operatie gepareerd en hij zag er beklagenswaardig uit. Het gesprekje was kort, want Teun was bijna niet meer bij machte te spreken. Het was onverstaanbaar gestamel. Via wielervrienden bleef ik in de weken daarna op de hoogte tot die ontmoeting met Tom Cordes. Hij had het kerstnummer van Wieler Revue bij zich en tot mijn schrik zag ik het hoofd van Teun bijna levensgroot op de voorpagina. Tom en ik vonden het walgelijk. Het interview dat Gio Lippens met hem had, heb ik niet gelezen, maar de hoofdredacteur die goedkeurt dat die foto op de cover staat, heeft voor mij ...

Door Fred van Slogteren, 2 januari 2007 17:00

© T&T Tekst & Traffic

“Het baanseizoen draait op volle toeren en de zesdaagsecoureurs strijken deze week neer in Rotterdam. Verwonderlijk is het daarom niet dat ik vandaag een echte baanfiets in de spotlights zet en wel de stayersfiets van Martin Havik. Martin reed achter de grote motor in de tijd dat hij een contract had bij de Italiaanse GIS-ploeg en in die ploeg werd op fietsen gereden van het merk Francesco Moser. Op de horizontale buis staat een sticker van de Super Prestige Pernod 1978, het jaar dat Moser eindwinnaar was van het wereldbekerklassement. Aangezien Martin Havik getrouwd was met een Italiaanse en daar ook woonde, paste het plaatje om voor het team van Moser uit te komen mooi in elkaar. Wat minder mooi in elkaar paste, waren de ...

Door Fred van Slogteren, 2 januari 2007 10:00

« Vorige 1 2 3 ... 1100 1101 1102 1103 1104 1105 1106 1107 1108 1109 1110 ... 1177 1178 1179 Volgende »