Slogblog


Francisco CEPEDA (1906, overleden 14.07.1935, Spanje)

In de Tour de France zijn er vele eersten. De eerste winnaar, de eerste drager van de gele trui, de eerste bergkoning, de eerste groene truiwinnaar, de eerste dopingzondaar en ook de eerste dode. En dat was de Spanjaard Francisco Cepeda. Officieel was hij het niet, want dat was Adolphe Helière, maar die kwam om het leven omdat hij tijdens de Tour de France van 1910 op een rustdag een duik in zee nam en verdronk. Maar echt letterlijk in de Tour op het slagveld sneuvelen deden alleen Francisco Cepeda in 1935, Tom Simpson in 1967 en Fabio Casartelli in 1995. Drie doden in 94 Tours. Als we nagaan hoe zwaar de Tour is - en vooral in de eerste pakweg vijftig jaar is geweest - dan valt dat getal best mee. In elke afdaling in het hooggebergte loert de dood mee. Iedere passage van een volgauto langs een groep renners houdt het risico in dat zo’n kwetsbare renner geschept wordt en verongelukt. Tussen al het publiek kan dat ene ongelijnde hondje staan dat op het verkeerde moment oversteekt. Duizend-en-één gevaren bedreigen de gemiddelde Tourrenner en dan maar drie slachtoffers in 94 jaar. Natuurlijk zijn er in de wielersport veel meer doden gevallen, maar als je dat aantal van hooguit dertig bekende tot beroemde dodelijk verongelukte renners afmeet aan het gigantische getal van alle coureurs die aan alle koersen, die er ooit geweest zijn, hebben deelgenomen, dan is dat aantal te verwaarlozen. Het bewijst dat …

Door Fred van Slogteren, 8 maart 2007 0:00

 

© Henk Theuns

“Caja Rural was in de tweede helft van de jaren tachtig een Spaanse wielerploeg met een grote Nederlandse inbreng. De kopman was de bekende ronderenner Marino Lejarreta en de ploegleider was Domingo Perurena. Er was echter ook een Nederlander als trainer aan de ploeg verbonden. Dat was Albert Stofberg, een trainer die jarenlang in Spanje heeft gewerkt en bekend stond om zijn keiharde aanpak. Hij heeft in de drie jaar van het bestaan van de ploeg nogal wat Nederlandse renners, die bij andere ploegen geen kans kregen, bij Caja Rural binnengeloodst. Dat waren jongens als ...

Door Fred van Slogteren, 7 maart 2007 17:00

Thorvald ELLEGAARD (1877, overleden 27.04.1954, Denemarken)

De Ster van het Noorden’ werd hij genoemd en dat vind ik een van de mooiste bijnamen uit de wielergeschiedenis. Als je naar deze man zijn erelijst kijkt, dan staat hij tussen de Deense wielrenners op eenzame hoogte. Trouwens in heel Scandinavië kan niemand aan deze cykelrytter tippen. Volgens de statistieken heeft Kristian Kristensen, zich noemende Ellegaard, in zijn loopbaan 971 overwinningen geboekt. Het moeten er veel meer zijn, want dat aantal behaalde hij alleen op Duitse wielerbanen, terwijl becijferd is dat hij op 153 wielerbanen in Europa actief is geweest. Ellegaard reed alleen op de baan in sprintwedstrijden, handicapraces en op de tandem. Niet op de weg omdat er in zijn tijd nog nauwelijks wegwedstrijden waren. Tussen 1901 en 1913 stond hij tien keer op het erepodium van het wereldkampioenschap sprint. Zes keer als winnaar en vier keer als tweede. Zijn voornaamste tegenstanders in die tijd waren Edmond Jacquelin, Willy Arend, Gabriel Poulain, Walter Rütt, Emile Friol, Frank Kramer en onze landgenoot Harie Meyers. Een opvallende naam in dat rijtje is Gabriel Poulain. Die werd in 1905 wereldkampioen en in 1923 – dus 18 jaar later – had Piet Moeskops nog de handen vol aan de Fransman. De carrières duurden lang in die tijd en die van Ellegaard duurde meer dan 30 jaar. Na zijn glanzende loopbaan was hij jarenlang directeur van de wielerbaan van Kopenhagen. De naam Ellegaard had hij ontleend aan de boerderij in Odense waar hij geboren was. Die naam is na zijn afscheid nog jarenlang beroemd geweest want zijn dochter France Ellegaard werd geen wielrenster maar concertpianiste, die tot op hoge leeftijd triomfen vierde op concertpodia in de hele wereld.

Door Fred van Slogteren, 7 maart 2007 7:00

 

© T&T Tekst & Traffic

“In 1989 viel de muur in Berlijn en kort daarna spatte het immense Sovjetrijk uiteen in een groot aantal landen, waar een normaal mens, die na de tweede wereldoorlog op school heeft gezeten, nog nooit van gehoord had. In de Sovjet Unie waren het staatsamateurs waar je alleen maar van hoorde bij de WK’s en de Olympische Spelen. En natuurlijk bij de Vredeskoers, de Tour de France voor amateurs. Na de val van de muur konden die voormalige Sovjetamateurs ook prof worden en de beste renners vonden snel onderdak bij grote ploegen. De iets mindere goden kwamen naar het westen met een eigen ploeg Alfa Lum. Een formatie vol met onbekende en moeilijke namen, maar dat zou niet lang zo blijven want de heren konden er wat van. Pjotr Ugrumov, ...

Door Fred van Slogteren, 6 maart 2007 10:00

Roland LIBOTON (1957, België)

Hennie Stamsnijder werd gek van hem. Ze`waren in hun tijd met afstand de beste veldrijders van de wereld. Ze ontliepen elkaar niet veel, maar de Belg was sneller en zo werd Liboton vier keer wereldkampioen en Stamsnijder slechts één maal. Roland Liboton was van wereldklasse en ik denk dat Sven Nys voor hem had ondergedaan, mochten ze van dezelfde generatie zijn geweest. Liboton was een echt winnaarstype die zich door een opmerking of een minachtende blik van een tegenstander zich zo kon opnaaien dat hij moest en zou winnen. In zijn streven om eerste te worden ging hij op het gebied van sportiviteit tot op het randje, maar er zelden overheen. Hij kon het overigens goed vinden met Stamsnijder. Terwijl Stammie nu een mooie functie bekleedt bij Shimano, staat Liboton nog dagelijks in de bouwput waar hij de bekistingen stelt voor het betonstorten. Hij heeft in zijn carrière goed verdiend, maar er weinig van overgehouden. Dat gebeurde in zijn tijd vaker. Jonge jongens van net twintig gaan ineens heel veel geld verdienen en ze hebben vaak geen idee van belastingen en reserveringen en vroeg of laat kom de fiscus altijd even afrekenen. In zijn vrije tijd doet hij wat PR-werk voor de Fidea-ploeg om relaties van de sponsor over de fijne kneepjes van het crossen te vertellen. Hij bewondert Sven Nys, maar hij laakt de mentaliteit van veel andere crossers die naar de koers komen in het besef dat een tweede plaats het hoogst bereikbare is. Dat is gebrek aan winnaarsmentaliteit en dan vindt hij helemaal niks. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 6 maart 2007 0:00

“Vandaag de voorlaatste aflevering in de serie historische zesdaagsen. Daarvoor ga ik nog één keer naar het land van de onbegrensde mogelijkheden, waar in de eerste decennia van de vorige eeuw een enorme reeks aan zesdaagsen werd georganiseerd. Alleen al in de Verenigde Staten in 24 verschillende steden. Uiteraard voerden de Amerikaanse coureurs de boventoon en maar een enkele keer behaalden de Europeanen succes. “Black Pete” van Kempen (foto) was er zo een. Hij won in Chicago, Cleveland, Kansas City, Minneapolis, San Francisco en New York. En Peter Post won in de States zijn allereerste Six, in 1957 in Chicago met Harm Smits. De organisator van die zesdaagse was een goede bekende: Piet van Kempen.

Mijn historische zesdaagse eindigde op 5 maart 1932 in New York. Het was de 48e editie die in de Big Apple werd georganiseerd. In december 1899 wonnen Charles Miller en Frank Waller de eerste. In 1904 vinden we voor het eerst een landgenoot in de eindstand. Dat was de ...

Door Fred van Slogteren, 5 maart 2007 10:00

Mario DE CLERCQ (1966, België)

Mario De Clercq was een goede wegrenner die af en toe wel eens een crossje reed. Dat ging niet onverdienstelijk. Maar zijn hart lag op de weg en hij startte in de Lotto-ploeg in de Tour van  1995. In de Alpen ontdekte hij zijn beperkingen en in de voor hem afgrijselijke etappe naar La Plagne stapte hij met vier ploeggenoten in de bezemwagen, die enkele meters achter ze reed. Hij werd ontslagen en hij kreeg een contract bij Palmans. Qua aanzien een stuk minder, maar hij voelde zich er prima thuis. Roger De Vlaeminck was er ploegleider en die adviseerde hem meer te gaan crossen. Hij volgde die raad op en hij werd direct derde in het Belgisch kampioenschap. Tot genoegen van zijn vader René De Clercq die in de tijd van Eric De Vlaeminck en Albert Van Damme in België een degelijke subtopper was, volgde Mario de raad van zijn ploegleider op en hij besloot zich geheel op het veldrijden te gaan richten. Hij trainde met De Vlaeminck hard om zijn techniek te verbeteren en in die tak van sport kende hij nauwelijks beperkingen. Er volgde een mooie carrière met overwinningen in het Belgisch kampioenschap, wereldbeker- en superprestigewedstrijden en drie wereldtitels. Een prachtige carrière die helaas wordt overschaduwd door de Landuyt-affaire die ook Johan Museeuw de kop kostte. De Clercq is nooit positief getest, maar bij een huiszoeking werd een schriftje gevonden waarin de merknamen van een aantal voor een wielrenner verboden preparaten waren geschreven. Zijn verweer was dat hij na zijn carrière een boek wilde schrijven over het dopingvraagstuk en dat hij daarom de correcte namen had willen weten. In het burgerleven zal niemand veroordeeld worden als er in zijn huis foto’s worden gevonden van een vermoorde, maar in de wielersport is alles geoorloofd. In ieder geval werd het einde van zijn prachtige carrière door deze affaire verkankelemiend. (Foto: © Luc Claessen)

Wat vermeldt het geboorteregister nog meer?

Door Fred van Slogteren, 5 maart 2007 0:00

Vanmiddag ben ik naar de presentatie van het jaarboek Wielerexpress van Jan Zomer geweest. Het was in Naaldwijk en dat een eind rijden, maar achteraf zeer de moeite waard. Het organisatiecomité - Joop, Dennis, Evaline en Dick - had gezorgd voor een evenement in een western-entourage, waarbij vele (oud)toprenners en anderen, die veel met de wielersport te maken hebben en bovenal  de hoofdpersoon van de Wielerexpress Leo Duyndam een warm hart toedragen, aanwezig waren. Ik zag Jo de Roo, Fedor den Hertog, René Pijnen, Gerben Karstens, Herman Krott, Gerard Koel en vele anderen. Presentator Henk van der Linden haalde diverse personen naar voren. Bijvoorbeeld René Pijnen en Gerard Koel, waarmee Duyndam vele successen op de baan haalde.
Warme herinneringen had ook Piet Libregts, die als ploegleider de opkomst van Duyndam als amateurrenner meemaakte, maar als vriend ook getuige was van het einde van zijn profloopbaan. En Gerben Karstens, heel vaak koppelgenoot van Leo Duyndam in de zesdaagsen, haalde herinneringen op. Hij droomt nog wel eens van Leo, ‘dat hij plots voor mijn deur staat en zegt: Gerben jij bent mijn vriend, ik hou van je!’
Vervolgens werd symbolisch het eerste exemplaar van de Wielerexpress door Gerben Karstens aan Piet Libregts overhandigd. Libregts was er trots op en bedankte namens de familie Duyndam met een snik in zijn stem alle aanwezigen voor hun belangstelling.
Van harte aanbevolen!

Jan Houterman
 
Wielerexpress 2007 van Jan Zomer is voor 8 euro 50 verkrijgbaar via
www.wielerexpress.nl.

Door Fred van Slogteren, 4 maart 2007 20:44

En zo beleefden we het eerste Vlaamse wielerweekend met twee mooie koersen. Zaterdag de prachtige finale in de Omloop Het volk en zondag waren de laatste kilometers van Kuurne-Brussel-Kuurne minstens zo spannend. Twee sterke winnaars in Pippo Pozzato en Tom Boonen. En hoofdrollen voor Raborenner Juan Antonio Flecha in de Omloop en Matthé Pronk in Kuurne. Ik had de indruk dat Flecha zich liet verrassen door Pozzato omdat hij iets te laat reageerde op het erop-en-erover van de Italiaan. Maar de vrolijkheid waarmee de Spanjaard op het podium stond gaf weer niet de indruk dat er meer in had gezeten. Voor Pronk en zijn vluchtmaatje Preben Van Hecke was het schjemielig dat ze op drie kilometer voor de finish gepakt werden door het jagende peloton. Vooral Pronk was lang in de aanval geweest. Toen ik de kopgroep voor het eerst in beeld zag, veerde mijn hart op. Pronk zit erbij, want de Noord-Hollander herken ik uit duizenden door zijn stijl. Die zesdaagsen in de winter doen hem goed. Het is kennelijk een goede voorbereiding. Je maakt je kilometers en er is competitie. In Kuurne zag ik Iljo Keisse dan ook als derde eindigen en die heeft ze allemaal gereden. Bij de beide winnaars miste ik het uitbundige. Ze keken allebei een beetje blasé, alsof ze niet echt gelukkig waren met hun zege. Daarom vond ik de verbeten wilskracht op hun gezichten, toen ze naar de finish snelden, mooier dan de beelden na afloop. Het was in ieder geval goed weer, er was strijd en dat belooft wat voor de komende weken. (Foto"s: © Cor Vos)

Door Fred van Slogteren, 4 maart 2007 17:00

 

© Hans Middelveld

Hij heet al weer jaren de Eneco Tour, eerst door Nederland en sinds 2005 door België en Nederland. Daarvoor heette het gewoon de Ronde van Nederland en in 1948 was de allereerste uitgave. Het was toen nog echt een rondrit door ons land met start en finish in de hoofdstad. Op 6 mei was de start op de Dam en de finish was op 15 mei in het Olympisch Stadion. Een negendaagse etappekoers waarvan ik vorig jaar nog wat beelden op TV heb gezien van de passage over de Afsluitdijk. In het stadion werd een mooi baanprogramma georganiseerd om in afwachting van de aankomst het publiek te vermaken. Bij die eersteling in 1948 had de stadiondirectie goed uitgepakt. Het hoofdnummer was een omnium voor beroepsrenners met kanjers als ...

Door Fred van Slogteren, 4 maart 2007 10:00

« Vorige 1 2 3 ... 1093 1094 1095 1096 1097 1098 1099 1100 1101 1102 1103 ... 1183 1184 1185 Volgende »