Slogblog


© Otto Beaujon

“Groene Leeuw was het topmerk van fietsenfabrikant De Kimpe in Deinze. In 1956 werd al de eerste amateurwielerploeg gesponsord, onder leiding van Berten De Kimpe. In 1958 was er vervolgens de eerste profploeg met zestien renners en die ploeg groeide uit tot niet minder dan 39 coureurs in 1965. Co-sponsors waren achtereenvolgens: limonadefabrikant Sinalco, bierbrouwerij Wiel’s en het vermouthmerk Gancia.
Groene Leeuw behaalde met hoofdsponsor Wiel’s de meeste successen en die formatie heeft vele vermaarde renners onder contract gehad, zoals de sprinter Willy Vannitsen. Verder Lucien Matthijs, Jean-Baptiste Claes (die tegenwoordig een keten van herenmodezaken heeft), Yvo Molenaers, Frans Demulder, Walter ...

Door Fred van Slogteren, 19 januari 2007 10:00

Hans DAAMS (1962, Nederland)

Hans behoort tot de renners van wie de carrière voortijdig is afgebroken door het fenomeen hartritmestoornissen. Tot die categorie behoren ook klasbakken als Rini Wagtmans en Danny Nelissen. Er zijn er ook die die waarschuwing niet gekregen hebben en nu niet meer onder ons zijn. Ik ben geen medicus, maar er zijn volgens mij teveel (oud)wielrenners en wielrensters veel te jong om het leven gekomen door een hartstilstand. Bij ieder bericht daarover verbaas ik me weer dat iedereen zich ontzettend druk maakt over doping, terwijl hartstilstanden als een voldongen feit worden geaccepteerd. Waren die gevallen niet te voorkomen geweest door een diepgaand hartonderzoek bij het begin van een carrière? Toen vorig jaar een voetballer om het leven kwam door een hartstilstand zag ik op TV een item, waarin een volleyballster vertelde dat ze vrijwillig een hartonderzoek had laten doen. Toen werd een kleine hartafwijking vastgesteld die door een operatie verholpen is. Van een potentiële hartstilstanddode is ze nu weer een gezonde sportvrouw. Nooit meer iets van gehoord of over gelezen, doodse stilte. Terwijl er vrijwel wekelijks kolommen worden volgeschreven over doping, waardoor nog geen enkele dode is gevallen. Ik begrijp dit totaal niet. Gelukkig zijn Rini Wagtmans, Danny Nelissen en ook Hans Daams tijdig gewaarschuwd. Hans kan terugkijken op een korte maar mooie carrière als beroepsrenner en hij is nu eigenaar van een bloeiende racefietsspeciaalzaak in Valkenswaard. Kan niet eens een cardioloog - met een passie voor de (wieler)sport - met een deskundig en begrijpelijk antwoord reageren? (Foto: archief Wim van Eyle)

Door Fred van Slogteren, 19 januari 2007 0:00

Gerrit VOORTING (1923, Nederland)

Het mooiste vond ik altijd zijn stijl, Doodstil op de fiets, alleen de slanke beentjes maalden en dan die licht wiegelende gang. Een prachtige afgetrainde atleet. En dat is hij als 84-jarige nog steeds. Het is niet te geloven hoe fantastisch die man nog fietst op zijn Jan Janssen, die hij van zijn vrienden cadeau kreeg ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag. Het ravenzwarte haar is allang wit geworden en de gelooide bruine huid verraadt het leven van een buitenman. Hij was een echte beroepsrenner, zo eentje die een gulden doormidden beet, met een voor die tijd rijke palmares. Een heel succesvolle renner. In de jaren vijftig behoorde hij met Wim van Est en Wout Wagtmans tot de top van Nederland. Hij droeg het roze van de Giro en het geel van de Tour en op de Olympische Spelen van 1948 behaalde hij een zilveren medaille in de wegwedstrijd. Toen ik eens bij hem thuis was om over die wedstrijd te praten, vroeg ik of ik die medaille mocht zien. Hij had hem niet meer. Een neefje had hem eens geleend en nooit meer teruggebracht. Maar Gerrit zat er niet mee, hij kan alles perfect relativeren. Wat ik ook altijd in hem heb gewaardeerd is het feit dat hij altijd zegt waar het op staat. Hij is geen ruziezoeker, maar als hij vindt dat hij door iemand tekort is gedaan dan windt hij er geen doekjes om. Vierentachtig jaar en nog altijd een sieraad voor de wielersport. (Foto: © Henk Theuns)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 18 januari 2007 0:00

© Henk Theuns

“Niets wees er in het begin van de jaren negentig op dat de Texaan Lance Armstrong een record aantal Touroverwinningen zou gaan behalen. Een goede renner die bij de Amerikaanse Motorola-ploeg opviel door zijn strijdlust. Hij wilde zo graag en hij smeet met zijn krachten. Een talentvolle, maar domme coureur, oordeelden de Europese deskundigen. Toen Motorola er mee ophield vond hij onderdak bij de Franse ploeg Cofidis. Hij zou er niet schitteren, want hij werd ziek. Hij had teelbalkanker en hij werd genadeloos afgeschreven. Hij overwon de verschrikkelijke ziekte en kwam terug. Bij Cofidis werd hij gevoelloos ontslagen en toen kwam dat karakter bovendrijven, dat alleen de heel groten in de wielersport kenmerkt. Hij zal het in een van zijn ...

Door Fred van Slogteren, 17 januari 2007 10:00

Sébastian LANGEVELD (1985, Nederland)

Ik heb hem vorige week tijdens de presentatie van de Rabobankploeg 2007 langdurig bestudeerd, toen hij daar met zijn ploeggenoten zijn opwachting maakte voor de pers. Een jongen die nog jonger oogt dan de 22 jaren die hij vandaag volmaakt. Een prettig open gezicht met een triomfantelijke oogopslag alsof hij wil zeggen dat hij zijn eerste doel heeft bereikt: lid van een gerenommeerde ProTour-ploeg. Ik heb natuurlijk ook nog de beelden voor me van het NK van vorig jaar toen hij vooruit was met Michael Boogerd. Het dialoogje met een interventie vanuit de ploegleidersauto leerde mij en alle kijkers dat Sébastian zijn eisen had gesteld. Het was het moment om zijn troeven op tafel te leggen. Zij waren in hem geïnteresseerd en hij wilde zekerheid. Niet morgen of volgende week, maar nu. Now is the hour, now is the time! Het duidt op een jongen die weet wat hij wil en onconventionele methodes niet schuwt om zijn zin te krijgen. Ik denk dat hij na Thomas Dekker het tweede talent zal zijn dat niet afwacht, maar eist. Op basis van prestaties uiteraard en daar zal hij voor zorgen. In de Rabo Wielergids 2007 lees ik dat hij een liefhebber is die intens van de fiets houdt. Hij werd wat dat betreft vergeleken met zijn ploeggenoot Flecha. De Spanjaard is een renner die er altijd invliegt, zo eentje met schuim op de ziel. Als die vergelijking klopt, staan ons met Sébas mooie tijden te wachten. En dan hoop ik dat zijn ploegleiders wijs genoeg zijn om hem de kans te geven op zijn bek te gaan. Want een groot renner word je met schade en schande. Sébastian Langeveld, onthou die naam. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 17 januari 2007 0:00

© T&T Tekst & Traffic

“Toen ik in het bezit kwam van deze fiets zei de man van wie ik hem kocht met veel liefde in zijn stem: ‘dit is een echte Italiaan’. Wie verstand heeft van stalen fietsen, weet dat ‘een echte Italiaan’ staat voor ultiem vakwerk van fietsenmakers uit de laars. Ik had alleen nog nooit van Guerra gehoord. Ik tikte de naam in op google en ik kreeg wel 20 miljoen hits. Daar sta je dan van te kijken tot je beseft dat het hier om het Spaanse woord voor oorlog gaat. Uiteindelijk vond ik ook de nodige berichten over de Italiaanse wielrenner Learco Guerra (1902-1963). Ik las met enige gretigheid dat de man de ‘locomotief van Mantua’ werd genoemd en bovenbenen had gelijk drijfstangen. Hij was als een oude stoomlok, die als hij eenmaal goed ...

Door Fred van Slogteren, 16 januari 2007 10:00

Roger LAPÉBIE (1911, overleden, Frankrijk)

Deze Franse Bask had twee bijnamen en die zijn zwaar met elkaar in tegenspraak. 'La placide' betekent de rustige of de zwijgzame, terwijl 'le pétandier' zoiets betekent als de tijdbom. Hoe het ook zij, beide zijn overdreven. Lapébie kon zich heel rustig gedragen als alles naar wens verliep, maar als hij zich benadeeld voelde dan was het huis te klein. En benadeeld werd hij nog wel eens, maar ook flink bevoordeeld volgens de Belgen. Daarmee doelen ze op de door hem gewonnen Tour de France van 1937. Hij was bepaald niet als favoriet vertrokken, want na een veelbelovend profdebuut in 1932 waarin hij direct een zware bergetappe in de Tour won, waren de jaren daarna veel minder florissant. In 1934 ging het nog goed, maar hem werd de zege in Parijs-Roubaix ontnomen omdat hij van fiets had gewisseld. In de Tour streed hij voor het eerst mee in het klassement en hij eindigde als derde achter zijn streekgenoot Antonin Magne en de Italiaan Mantano. Hij leek op weg een topper te worden, maar in de twee jaar daarna reed hij als een krant. Pas in 1937 meldde hij zich weer bij de besten. In het voorjaar won hij op indrukwekkende wijze Parijs-Nice om direct daarna aan zijn voorbereiding op de Tour te beginnen. De favorieten waren de Belg Sylvère Maes, de winnaar van het jaar ervoor en het Italiaanse wonderkind Gino Bartali. In de eerste bergetappe greep de pas 23-jarige Italiaan magistraal de gele trui en voor de tifosi leek de Tour beslist. Maar Gino kwam een paar dagen later zwaar ten val en moest opgeven. De trui ging naar Maes. De organisatie deed toen een paar merkwaardige dingen die met elkaar in tegenspraak waren. De ploegentijdrit werd uit de ronde geschrapt, waardoor de Belgische ploeg van Maes ernstig werd gedupeerd en Lapébie kreeg anderhalve strafminuut aan zijn broek wegens ongeoorloofd geduwd worden op de Aubisque. Dit terwijl Maes ook voor iedereen zichtbaar werd geduwd. Zo kreeg Lapébie na zijn gewonnen bergetappe niet de gele trui, maar raakte hij verder achter op de Belg. De Franse supporters namen het niet en verzamelden zich voor het hotel van Maes en de agressieve spreekkoren hielden lepe Peer de hele nacht uit zijn slaap. Om bang van te worden was het en de man uit Gistel besloot niet meer te starten. Zo won Roger Lapébie zijn Tour. Misschien wel terecht, maar hij is nooit meer op het niveau van 1937 gekomen.

Door Fred van Slogteren, 16 januari 2007 0:00

“Graag wil ik beginnen met een felicitatie aan Gerben Karstens, vanwege zijn 65e verjaardag gisteren. Hoewel Fred in het kader van de Burgerlijke Stand reeds uitvoerig bij De Karst heeft stilgestaan, doe ik dat vandaag nog eens dunnetjes over. Eerst in het kader van de Historische Zesdaagsen, die ons vandaag naar het Duitse Bremen brengen. Daarna bij het doornemen van de kranten van 15 januari uit het voorbije verleden en ook nog eens in de WEEK VAN 1979.

Ik was een fan van Gerben Karstens. In eerste instantie nog niet zozeer vanwege zijn prestaties of zijn grappen en grollen, maar vanwege een toegestuurde kaart. Het was de eerste keer dat ik op deze manier ‘in contact’ kwam met een profwielrenner en dat maakte indruk. Als 16-jarig broekie word je dan direct een fan en volg je je idool via de krant en de wielerbladen Wielersport en Wieler Revue. Aanleiding was trouwens de zware valpartij van Karstens tijdens de Zesdaagse van Bremen in 1977. Hij liep een zware hersenschudding op en brak enkele ribben en een sleutelbeen. Hij moest enkele dagen in het ziekenhuis van Bremen blijven. Er werd nog even gevreesd voor een schedelbreuk maar onderzoek leerde dat dit niet het geval was. Volgens mij stond er in de Wielersport een oproep om Gerben beterschap te wensen en onder de indruk van het verhaal in de krant deed ik dat. Later dat jaar ontving ik de hierbij afgedrukte publiciteitsfoto retour met ‘Bedankt voor je kaart’. Gerben Karstens kon bij mij niet meer kapot.

Morgenavond is de finish van de 44e editie van de Zesdaagse van Bremen. Bremen staat al sinds ...

Door Fred van Slogteren, 15 januari 2007 10:00

Maurizio FONDRIEST (1965, Italië)

Ik heb eens ergens gelezen dat de wereldkampioen van 1988 van Nederlandse afkomst is. Met de familienaam Van Driest vestigde een van zijn voorouders zich in Zuid-Tirol, ook wel bekend als Trente, en in de loop der tijd is Van Driest in Fondriest veranderd. Ik heb het nooit ergens bevestigd gezien, maar Maurizio Fondriest is wel een van de weinige Italiaanse renners – misschien wel de enige - geweest die in Nederlandse dienst (Panasonic) tot uitstekende prestaties kwam en door ploegleider Peter Post als een voorbeeld voor de hele ploeg werd gezien. Post trok hem in 1990 aan, omdat de UCI punten ging toekennen aan uitslagen. Met de verzamelde punten van hun renners waren ploegen gerechtigd aan bepaalde wedstrijden deel te nemen. Post had punten nodig en zowel de wereldkampioen 1988 als die van 1990 (Rudy Dhaenens) tekenden voor de miljoenenformatie van De Lange. Onder het strenge regime van Post kwam de snelle Italiaan tot volle wasdom en met een hele reeks knappe uitslagen won hij in 1991 de wereldbeker. Zijn wereldtitel was een grote verrassing, want de Trentijn was toen nog maar net een jaar beroepsrenner. Hij heeft die titel later meer dan bevestigd. In 1993 won hij drie klassiekers (Milaan-San Remo, De Waalse Pijl en het Kampioenschap van Zürich), almede de Tirreno Adriatico. Die reeks was meer dan voldoende voor zijn tweede wereldbeker. Voor de grote rondes had Maurizio van Driest wellicht te weinig in huis, maar een 15e plaats in de Tour en een 8e in de Giro bewijzen dat hij niet louter een meerijder was. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 15 januari 2007 0:00

© Hans Middelveld

De meeste affiches in het museum van Hans hebben betrekking op wielerprogramma’s in het Olympisch Stadion in Amsterdam. We hebben al eens een uitstapje gemaakt naar Alkmaar en vandaag gaan we de grens over. Niet ver, want Dülken – een stadje met 20.000 inwoners - ligt net over de grens bij Venlo in de deelstaat Noordrijn-Westfalen, vlakbij de stad Mönchengladbach. In het stadspark lag toen - en daar ligt het nog steeds - een stadion met een wielerbaan. Daar werd op zondagmiddag 19 juli 1953 een wielerprogramma verreden met twee Amsterdamse renners als topattracties. Piet van Heusden was toen regerend wereldkampioen achtervolging bij de amateurs en Jan ...

Door Fred van Slogteren, 14 januari 2007 10:00

« Vorige 1 2 3 ... 1092 1093 1094 1095 1096 1097 1098 1099 1100 1101 1102 ... 1172 1173 1174 Volgende »