Slogblog


© Otto Beaujon

“Vorige week had ik het over Groene Leeuw, alweer zo’n merk waarover veel meer te vertellen valt dan in een paar honderd woorden mogelijk is. De fietsenfabriek Groene Leeuw uit Deinze was eigendom van de familie De Kimpe. De oprichter heette volgens sommigen Adolphe en volgens anderen Albert. Ik houd het op Albert, gezien het plaatje en die overleed in 1966. Feit is dat zijn zoon Albert, beter bekend als de kogelronde ploegleider Berten De Kimpe, alle ploegen heeft geleid die op Groene Leeuw hebben gereden.
Mijn persoonlijke herinnering gaat terug naar een dag in de zomer van 1976, toen ik samen met mijn broer in de Leiestreek op zoek was naar interessant oud ijzer. Voor mij balhoofdplaatjes, fietsen en motoren en voor hem oude vrachtwagens en onderdelen. We kwamen door Deinze, maar de fabriek waar ik hoopte nog wat te scoren lag er verlaten bij. De naam Groene Leeuw was al zowat ...

Door Fred van Slogteren, 26 januari 2007 10:00

Ercole BALDINI (1933, Italië)

Toen in de jaren vijftig Gino Bartali en Fiorenzo Magni met fietsen stopten en Fausto Coppi steeds minder ging presteren, vielen de Italiaanse tifosi in een zwart gat. Er was ineens niemand meer om ademloos te bewonderen. Maar in 1956 was daar plotseling Ercole Baldini uit Villanova di Forli, die in één seizoen een drietal wereldprestaties neerzette. Eerst werd hij in Kopenhagen wereldkampioen achtervolging bij de amateurs, daarna verbeterde hij als amateur het werelduurrecord dat op naam stond van de prof Jacques Anquetil en tenslotte behaalde hij in het verre Melbourne Olympisch goud in de wegwedstrijd. De heimwee naar de grote dagen van Bartali, Coppi en Magni was gelijk genezen. De Locomotief van Forli werd prof, maar hij kon de hoge verwachtingen niet langdurig waarmaken. Hij werd in 1958 nog wel wereldkampioen op de weg, nadat hij eerder dat jaar ook de Ronde van Italië met overmacht had gewonnen. Toen wist iedereen het zeker er was geen twijfel mogelijk, deze minzame renner ging nog grootse dingen doen. Maar dat gebeurde niet. Waarom niet? Geen mens die het weet en pas enkele jaren geleden besefte ik dat ik het hem ooit had kunnen vragen. Aan het eind van de jaren zestig bracht ik met mijn jonge gezin enkele jaren achtereen mijn vakantie door in een bungalowpark aan een mooi strakblauw meer in Noord-Italië. We maakten daar kennis met Osvaldo, een aardige man die na zijn dagtaak als electriciën ’s avonds met zijn vrienden bij ons aanschoof in de kroeg. Enkele jaren geleden waren we weer eens in dat plaatsje en we vonden het adres van Osvaldo. De Latin lover van toen was een oude vermoeide man geworden. We spraken over die tijd van toen en ik vertelde hem over mijn wielerbiografieën. Hij ging naar de kast en kwam terug met een vergeeld fotootje. Daar stond hij op met zijn vrienden van toen. Hij wees op één van hen en zei enthousiast: Ercole Baldini. Ik was verbijsterd, ik had lang geleden met de voormalige campionissimo aan tafel gezeten en het glas geheven. Zonder het te weten, verdomme. (Foto: archief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 26 januari 2007 0:00

ALLES UIT DE KAST

door Frans van Schoonderwalt

“In 1988 publiceerde wielerjournalist Frans van Schoonderwalt een fors uit de kluiten gewassen boek met de mooie titel ‘Alles uit de kast’ en dat verscheen bij Uitgeverij Kempenpers. Het boek bevatte uitgebreide statistische informatie over wielrenners en wielerwedstrijden. Een boek dat ik regelmatig raadpleeg, omdat het goede en doorgaans complete en juiste informatie bevat. Daar heeft een statisticus als ik wat aan en vertrouwen in de juistheid is een groot goed. Het nadeel van dit soort werken is dat ze een dag na uitkomst al verouderd zijn, omdat er elke dag ...

Door Fred van Slogteren, 25 januari 2007 10:00

Denis MENCHOV (1978, Rusland)

Bij de presentatie van de Rabobank-ploeg voor 2007, die vorige week in Utrecht werd gehouden, heb ik mij beperkt tot het van nabij observeren van de renners, terwijl slogblog-fotograaf Philip driftig zijn plaatjes schoot. Behoudens een uitgebreid gesprek met Bram de Groot (aardige jongen) en een heel kort gesprekje met Juan Antonio Flecha (ook een heel aardige jongen) heb ik geen van de renners gesproken. Wel gekeken en vrij lang naar Denis Menchov. Hij zat op enig moment helemaal alleen aan een tafeltje. Niemand had belangstelling voor hem en hij straalde ook iets uit van: kom alsjeblieft niks vragen. Het lijkt me een verlegen man. Omdat ik hem van een paar meter afstand nogal ongegeneerd zat aan te staren keek hij plotseling indringend in mijn richting. Mensen voelen het als ze aangegaapt worden. Even keken we elkaar recht in de ogen en ik hield het langer vol dan hij. Hij ging wat ongemakkelijk verzitten en ik staakte mijn gestaar. Ik denk dat als deze man inderdaad de winnaar moet worden die hij potentieel is, hij zijn schuchterheid toch enigszins zal moeten overwinnen. Dat hij veel in zijn mars heeft, bewees hij in de Vuelta van 2005 en de Tour van 2006. Maar een talentvol atleet moet gestuurd worden door een groot ego en daar ontbreekt het aan. Hij wil wel, maar hij kan niet. Misschien vergis ik me en voelde hij zich niet op zijn gemak vanwege de taalbarrière. Bij de presentatie in het auditorium beantwoordde hij de vragen van presentator Jan-Douwe Kroeske met enkele simpele Engelse woorden en dat ging hem niet makkelijk af. Oscar Freire heeft hetzelfde taalprobleem, maar wie Oscarito daar op die persbijeenkomst zag rondspringen en in even matig Engels iedereen te woord staan, zag het verschil in persoonlijkheid. De een blaakt van het zelfvertrouwen en de ander is er naarstig naar op zoek. Er is veel werk te doen in de achterkamers bij Rabobank. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 25 januari 2007 0:00

© Henk Theuns

“Fred schreef er gisteren al over. Dit is de week van Jan Derksen, omdat hij gisteren 88 jaar is geworden. Precies op de helft van dat aantal stopte hij als actief wielrenner en ik ben hem als wielerfotograaf sindsdien nog vaak tegengekomen. Of het nu bij een baanwedstrijd was, een zesdaagse, een wielergala of een gentlemankoersje, Jan Derksen was altijd present. Hij heeft nooit een gelegenheid voorbij laten gaan om weer in het milieu terug te zijn. Het is zijn wereld en heimwee is geen kwaal maar een verslaving. En Jan Derksen is hopeloos verslaafd aan het wereldje, waarin hij al meer dan zeventig jaar meedraait. Hij werd drie ...

Door Fred van Slogteren, 24 januari 2007 10:00

Het was gisteren een zwarte dag. Een zwarte dinsdag, niet voor de beurs maar voor de wielersport. Twee gebeurtenissen in België hebben de toon gezet voor misschien wel het hele komende seizoen. De krant Het Laatste Nieuws bracht een groot verhaal waarin teammanager Patrick Lefevere van QuickStep-Innergetic wordt beschuldigd al 30 jaar lang met doping bezig te zijn. Eerst als renner en daarna als ploegleider en teammanager bij grote ploegen als GB, Mapei, Domo en QuickStep. Hij zou de spil zijn in een groot dopingnetwerk, waarin het niet alleen om epo zou gaan maar ook om cocaïne, XTC en speed. Ook de bekende ploegarts Yvan Van Mol is in opspraak en de namen van Ferrari en Cecchini worden in dit verband genoemd. Het Laatste Nieuws baseert het hele verhaal op 8 getuigen, waarvan er 6 anoniem wensen te blijven. Lefevere reageerde woedend en hij dreigt met een rechtzaak waarin hij 50 miljoen euro aan schadevergoeding zal eisen.

Door Fred van Slogteren, 24 januari 2007 7:13

Hugh PORTER (1940, Groot Brittannië)

Hugh Porter is de Maarten Ducrot van Groot Brittannië, want hij verzorgt als oud-renner het verslag van wielerwedstrijden op de BBC. Als zodanig is hij net zo populair als hij destijds als renner was. De man die Hugh tot de wielrennerij bracht was de fameuze Britse sprinter Reginald Harris. Porter was tien jaar toen hij ‘The Lord’ zag fietsen op de Halesowen piste in zijn geboortestad Wolverhampton. De kleine Hugh zeurde zijn ouders de kop gek en zijn vader – die zelf wielrenner was – beloofde hem een fiets als hij zijn school naar behoren had afgemaakt. Toen Hugh zestien was, was het zover en hij vroeg zijn eerste licentie aan. Porter geldt als een van de beste Britse wielrenners aller tijden en dat heeft hij voornamelijk te danken aan de vier wereldtitels, die hij tussen 1968 en 1973 behaalde in het nummer 5 kilometer achtervolging op de baan. Zijn palmares in die jaren is indrukwekkend. In 1967 2e achter Tiemen Groen; in 1968 winnaar door winst op Ole Ritter; in 1969 2e achter Ferdi Bracke; in 1970 1e door winst op Lorenzo Bosisio; in 1971 3e achter Dirk Baert en Charly Grosskost, in 1972 1e door winst op Bracke en een jaar later nog eens 1e door een overwinning in de finale op René Pijnen. Een prachtige reeks die nog meer reliëf krijgt door zijn prestaties in andere disciplines van de wielersport. Op de weg was hij een hele baas, maar zijn successen als wegrenner behaalde hij hoofdzakelijk in zijn vaderland. Het is op het vasteland van Europa vrijwel niet bekend dat hij bij de Gemenebest Spelen van 1966 twee maal goud won, op de weg en in de achtervolging. Verder reed Porter vele zesdaagsen, maar daar was hij niet zo succesvol, hoewel hij meestal aan grote mannen werd gekoppeld als Altig, Bugdahl, Gowland en Doyle. Aan de carrière van de tempobeul kwam min of meer een eind toen hij op de terugweg naar Engeland, na het behalen van zijn laatste wereldtitel in San Sebastian, bij een verkeersongeval betrokken raakte en zijn dijbeen brak. Hij kwam nog wel terug maar de macht was uit die poot en hij sukkelde nog enkele jaren door ver onder zijn niveau. In 1977 stopte hij er mee. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Door Fred van Slogteren, 24 januari 2007 0:00

© T&T Tekst & Traffic

“Louison Bobet werd geboren in Bretagne en deze streek lijkt wel een optie te hebben op eigenzinnige goede renners, zoals Lucien Petit-Breton, Jean Robic en natuurlijk Bernard Hinault. De bijnaam van Bobet was ‘de bakkerszoon’ en dat spreekt voor zich, omdat zijn eerste fietskilometers werden afgelegd met de bakkersfiets van zijn vader. Hij gaf in 1946 al zijn visitekaartje af door de nationale amateurtitel te pakken. Als eerste Fransman won hij drie keer de Tour en dat was in de jaren 1953, ‘54 en ‘55. Hij won ook klassiekers als Milaan-San Remo, de Ronde van Lombardije, Parijs-Roubaix, de Ronde van Vlaanderen, Bordeaux-Parijs en de Grand Prix des Nations. Geen resultaten om van te huilen, maar toch werd hij ...

Door Fred van Slogteren, 23 januari 2007 10:00

Jan DERKSEN (1919, Nederland)

Wat moet ik nog over deze man te berde brengen wat jullie nog niet weten? Al sla je me dood. Alles is al gezegd en geschreven over dit sieraad van de wielersport, dat vandaag 88 jaar wordt. Het is een soort Jan Derksen Week. Zondag was het Museum van Hans aan hem gewijd, gisteren stonden de ordners van Jan in het teken van de vroegere supersprinter en morgen presenteert Henk in zijn wasserette een echte kampioenstrui van de Lange Jan van Amsterdam, zoals hij in Kopenhagen werd genoemd. Jan Derksen is als wielrenner geboren en hij zal ongetwijfeld als wielrenner dit ondermaanse verlaten. Hij heeft alles bereikt wat hij wilde bereiken, ook al stak de tweede wereldoorlog ook een behoorlijke spaak in zijn wiel. Drie keer wereldkampioen, ontelbare nationale titels en ik weet niet hoeveel overwinningen waar geen titel maar wel vaak een grote prijs aan verbonden was. Tot zijn grote verdriet zag hij na zijn afscheid als renner de belangstelling voor de baansport dalen tot ver onder nul. Niemand maakte zich daar echt druk om, behalve Jan. Overal declameerde hij hartstochtelijk zijn passie voor de baan. Men hoorde hem belangstellend aan, maar er gebeurde niets. Tot het vanzelf weer ging leven. Hij mag gelukkig nog beleven dat zijn sport weer het aanzien heeft dat het zo lang heeft ontbeerd. Hij heeft ook vreselijk veel plezier in het fenomeen Theo Bos, zijn opvolger. Het betekent dat hijzelf niet de geschiedenis zal ingaan als de laatste der grote sprinters. De lijn Moeskops, Van Vliet, Derksen is naar deze tijd doorgetrokken en hopelijk zal Theo Bos nog zoveel losmaken dat er ook voor hem opvolgers opstaan. Want de sprint is het elitenummer van het wielrennen. Dat hield hij mij enkele jaren geleden nog eens voor en hij keek er zo fanatiek bij dat ik geen weerwoord aandurfde. De sprinters zijn de aristocraten van de wielersport. Ik weet niet of dat zo is, maar waar het hemzelf betreft heeft hij zeker gelijk. Koningin, sla die man tot ridder nu het nog kan. Jan Derksen, Ridder van het Snelle Wiel. Nog vele jaren beste Jan!!! (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 23 januari 2007 0:00

“De historische Zesdaagse van de Week is de allereerste Zesdaagse van Kopenhagen, die vandaag exact 73 jaar geleden ten einde kwam. Winnaars waren de Duitsers Willy Funda en Hans Pützfeld. Ze legden in zes dagen 3290 kilometer af. Met twee ronden achterstand werden Willy Falck Hansen en Willy Rieger tweede. De Deen Falck Hansen was een van de sterkste sprinters in de periode tussen de twee wereldoorlogen. In 1931 was hij wereldkampioen sprint en eind 1934 zou hij in zijn vaderland zijn enige zesdaagsezege boeken. Als amateur won hij op de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam de kilometer tijdrit.
In 1934 kende Kopenhagen om organisatorische redenen twee zesdaagsen. Klaas van Nek werd in de eerste met koppelgenoot Mogens Danholt achtste. Later dat jaar in datzelfde Kopenhagen wederom slechts één Nederlandse deelnemer, Adriaan Braspennincx (foto) werd met de Belg Adolphe Van Nevele vijfde, twee ronden achter de winnaars Falck Hansen en Rieger. Braspennincx behaalde in zijn loopbaan ruim vijfhonderd zeges op de baan, waaronder vreemd genoeg slecht één zesdaagse. Dat was die van Brussel in 1932 met Jan Pijnenburg.

Diezelfde Pijnenburg, bijgenaamd ‘de kanonbal’, vanwege zijn sterke demarrage, won er zeventien. In 1936 was hij, samen met Frans Slaats, de eerste Nederlandse winnaar in Kopenhagen. Slaats was in totaal zevenmaal succesvol. Een jaar later won ...

Door Fred van Slogteren, 22 januari 2007 10:00

« Vorige 1 2 3 ... 1091 1092 1093 1094 1095 1096 1097 1098 1099 1100 1101 ... 1172 1173 1174 Volgende »