Slogblog


Danny CLARK (1951, Australië)

Eigenlijk zijn het gastarbeiders, die Aussies. Al sinds mensenheugenis komen ze naar Europa. Met een koffertje met hun persoonlijke bezittingen en een fiets. Dat ze in hun vaderland vaak al een indrukwekkende erelijst bijeen hebben gereden, weet geen mens in Europa. Zo’n renner moet weer van voren af aan beginnen en met inzet en eerzucht schoppen ze het meestal vrij ver. En allemaal dromen ze van de dag dat hun carrière voorbij is en ze met een zak geld terug kunnen keren naar way down under. Zelfs Robbie McEwen, die toch helemaal verbelst is, weet wat hem te doen staat als het rennerseinde daar is. Onder die Australiërs was Danny Clark daar geen uitzondering op. Hij werd een geldwolf genoemd, want iedere verdiende frank of mark die hij niet voor zijn primaire levensonderhoud nodig had werd gespaard of belegd om maar als man in bonus naar zijn vaderland te kunnen terugkeren. Dat is hem meer dan gelukt, want hij was een grote en zijn carrière duurde lang. Weliswaar in het zesdaagsencircuit, maar als er een renner is die vindt dat dat niets voorstelt, dan moet Patrick Sercu die direct maar eens een contract aanbieden. Kijk maar eens naar de koppen van die uitgepierde gelegenheidsbaners na een ploegkoers van drie kwartier. Kapot zijn ze, terwijl de echte specialisten dan pas lekker gerodeerd zijn voor nog twee van die inspanningen op een avond. In dat wereldje is Danny Clark een heel grote geweest. Qua aantal overwinningen de op een na beste uit de wielergeschiedenis. Geliefd bij het publiek, maar veel minder bij zijn collega’s omdat hij hongerig altijd alles wilde hebben. Maar Peter Post zei het al eens tegen me, als je in dat wereldje de top wil bereiken, dan moet je een sekreet zijn. “Kijk maar naar Altig dat kreng, kijk maar naar Bugdahl, ook zo’n etter.” En kijk ook maar naar Post en Clark, zou ik er aan toe willen voegen, want die konden er ook wat van. Spijt hebben ze er niet van, waarom zouden ze ook en ik denk dat Danny hier 20.000 kilometer vandaan nog vaak met een glimlach terugdenkt aan de vele loeren die hij zijn collega’s (!) heeft gedraaid. En wat heeft het publiek daar van genoten. (Foto: archief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 30 augustus 2006 0:00

© T&T Tekst & Traffic

“Nederland heeft altijd goede framebouwers gehad, die degelijk Hollands vakwerk afleverden. En leveren, want ze bestaan gelukkig nog steeds. Zoals Jan van Dalen uit Monster. Het grapje zal wel eens gemaakt zijn dat zijn frames er monsterlijk uitzagen, maar daar hoefde Jan niet boos om te worden, want een kind kan zien dat dit niet waar is. Je ziet er wel de liefde voor het vak van af. Jan is zelf wielrenner geweest en hij had van meet af aan een grote belangstelling voor het materiaal waarop hij reed. Als renner hield het niet over, maar als materiaalexpert behoort hij zeker tot de top. In zijn werkplaatsje ging hij kaders bouwen en hij leverde die aan klanten als Fred Snel en Gerrit Bontekoe. Die plakten daar hun eigen merknaam op en zo is ...

Door Fred van Slogteren, 29 augustus 2006 10:00

Ole RITTER (1941, Denemarken)

Denemarken is geen groot wielerland, maar al sinds het bestaan van de wielersport komen er uitzonderlijke renners uit het kleinste Scandinavische land. De eerste Deense superkampioen was Thorvald Ellegaard (1877-1954) en na hem kwam een lange reeks Deense toprenners die ongeveer eindigt bij Bjarne Riis en Rolf Sörensen. Ergens middenin die lijst staat de naam Ole Ritter en dat was een begenadigd hardrijder. Hij reed zowel op de weg als op de baan, maar zijn vele records hebben vooral zijn naam gevestigd. Op 10 oktober 1968 verbeterde hij op de splinternieuwe Olympische piste van Mexico City het werelduurrecord met een afgelegde afstand van 48,653 kiometer. Vier jaar later werd hij - met 778 meter meer - onttroond door Eddy Merckx en die was toen echt op het toppunt van zijn atletische vermogens. Ondanks die wetenschap ondernam Ritter in 1974 twee pogingen om het record terug te krijgen, maar hij faalde. Hoewel falen? Hij verbeterde beide malen zijn eigen beste tijd, maar bleef net onder de 49 kilometer steken. Ook achter de motor vestigde hij records, maar die werden niet als zodanig erkend. Dat was meer iets voor het Guiness Book of Records. Op de weg won hij een hele reeks tijdritten in diverse rondritten. Een zevende, een negende en een twaalfde plaats in het eindklassement van de Ronde van Italië bewijst dat hij ook als ronderenner over uitstekende kwaliteiten beschikte. Hij wordt vandaag 65 jaar, maar de naam Ritter is nog op elk fietspad van zijn vaderland te bewonderen. Althans fietsen met zijn naam erop, want na zijn loopbaan begon Ole Ritter een groothandel in fietsen, kleding en rijwielonderdelen. Er bestaan echter geen Ritter racefietsen, want die importeert hij uit Italië van het merk Fondriest.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 29 augustus 2006 0:00

"In 1977 vonden de wereldkampioen- schappen wielrennen plaats in San Cristobal in Venezuela en op zondag 28 augustus waren de baankampioenschappen nog in volle gang. Voor Nederland tot dan weinig succesvol. Lau Veldt werd 18e in het onderdeel kilometer tijdrit, Herman Ponsteen haalde de kwartfinales in het achtervolgingstoernooi. Op die zondag stonden er twee halve finales voor de amateurstayers gepland. Gaby Minneboo won met overmacht de eerste rit voor de Duitser Burges, de Spanjaard Fuentes en Martin Rietveld. In de tweede rit waren de finaleplaatsen voor de Duitser Podlesch, de Spanjaard Caldentey, de Belg Sprangers en voor Matthé Pronk. Drie landgenoten in de finale en Minneboo werd achter de rug van Bruno Walrave voor de derde keer in zijn carrière wereldkampioen met 45 meter voorsprong op Caldentey en 270 op Podlesch. Rietveld werd vierde en Pronk negende. (op de foto van Cor Vos Gaby Minneboo (l) met Matthé Pronk senior)

Op diezelfde zondag werden er in Nederland twee ...

Door Fred van Slogteren, 28 augustus 2006 10:00

Roger PINGEON (1940, Frankrijk)

Tussen de regeerperiodes van Anquetil, Merckx, Hinault, Indurain en Armstrong mochten in de Tour de France andere renners even aan de top plaatsnemen. Ze worden tussenpausen genoemd en daardoor lijkt het alsof het om veel mindere renners gaat. Dat is maar gedeeltelijk waar, maar in tegenstelling tot de bovengenoemde goden hebben deze halfgoden een achilleshiel. Bij Roger Pingeon, die de Tour een keer won tussen de periodes Anquetil en Merckx in, was dat zijn grilligheid. De ene dag kon hij alles om de andere dag een diepe inzinking door te maken. In de Tour van 1967 was hij er een keer van gevrijwaard en hij won, terwijl er toch grote renners meededen die in het lijstje van favorieten boven hem stonden. Door een tactische meesterzet van ploegleider Bidot pakte Pingeon al in het begin van die Tour een grote voorsprong en stond die niet meer af. Een jaar later had hij wel weer catastrofale inzinkingen, nadat hij tot twee maal toe de hele meute op grote achterstand had gefietst. Daardoor werd hij slechts vijfde op drieënhalve minuut van winnaar Jan Janssen. Het was de story van zijn leven, maar die ene overwinning staat als een huis in de annalen. 1969 was misschien wel zijn beste jaar, maar toen kreeg hij te maken met een superieure Eddy Merckx die dat jaar alles won en slechts de kruimel van de tweede plaats aan Pingeon liet. Erg populair is hij nooit geweest, want hij miste de uitstraling die het publiek vertaalt in aantrekkingskracht. Een altijd wat nors kijkende man, met lange, dunne benen waardoor hij de bijnaam ‘de steltloper’ kreeg. Na zijn carrière werd hij bloemist en tijdens de Tour werd hij ingehuurd door de Franstalige Zwitserse televisie. Zijn teksten waren weinig inspirerend en na een aantal jaren werd hij bedankt voor de moeite. Met een nurkse reputatie verdween hij in de anonimiteit. Hij ontbrak in 2003 als enige bij het eeuwfeest van de honderdjarige Tour in het gezelschap van alle nog in leven zijnde Tourwinnaars. Wat de reden van zijn absentie was, weet ik niet, maar het verbaasde niemand.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 28 augustus 2006 0:00

Sylvère MAES (1909, overleden 05.12.1966, België)

Toen hij in 1936 zijn eerste Tour won was hij nog maar 25 jaar en drie jaar later 28 toen hij zijn tweede Touroverwinning behaalde. Die tweede had al in 1937 behaald kunnen zijn, maar door allerlei chauvinistische manipulaties van de Franse inrichters, die liever hun landgenoot Lapébie zagen winnen, ging Maes met de hele Belgische ploeg voortijdig naar huis. In 1939 had hij eigenlijk maar één grote concurrent en dat was de Italiaan Gino Bartali. Daarom is het best verantwoord om te stellen dat hij de Tour nog enkele malen had kunnen winnen als er geen oorlog was geweest. Hij was een echte ronderenner die zijn krachten goed kon verdelen en zich zelden liet verrrassen. Na de tweede wereldoorlog koerste hij nog enkele jaren, maar grote successen waren er niet meer bij.
In 1950 werd hij door de Belgische wielerbond aangesteld als ploegleider van de nationale ploeg, die onder meer in de Tour de France werd ingezet. Die ploegleiders van toen – Marcel Bidot voor Frankijk, Alfredo Binda voor Italië, Kees Pellenaars voor Nederland en Maes dus voor België – hadden in feite alle macht en Maes maakte nog wel eens keuzes die niet in het belang van de Belgische kansen waren. Daarin speelde de verborgen strijd tussen Vlamingen en Walen een grote rol. Er is zelfs wel eens gesuggereerd dat Maes graag voor eeuwig de laatste Belgische Tourwinnaar wilde blijven. Waar het zijn eigen waarneming betreft is hem dat gelukt, want hij overleed in 1966 en pas drie jaar later werd hij als Belgische Tourwinnaar opgevolgd door Eddy Merckx. Zijn café Au Tourmalet in Gistel – langs de route van de Ronde van Vlaanderen – is een soort bedevaartsoord voor de echte Vlaamse wielerliefhebber en dat is het bij mijn weten nog steeds, veertig jaar na het verscheiden van Lepe Peer.

(op de foto Maes in gesprek met collega Kees Pellenaars)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 27 augustus 2006 0:00

Vandaag begint in Malaga de 61e editie van de Ronde van Spanje met een ploegentijdrit van 7,3 kilometer. Tot de finish in Madrid op zondag 17 september moet er behoorlijk worden geklommen. Negen etappes zijn echte bergritten, waarvan er vijf bergop eindigen.
De ronde van vorig jaar is in net zo’n ellende geëindigd als dit jaar de Tour de France en dat is voor de Ronde van Spanje al de tweede keer in de geschiedenis. Ook in 1982 werd de winnaar na afloop uit het klassement geschrapt, vanwege een positieve plas. Laten we hopen dat het dit jaar niet gebeurd en we weer eens een spannende ronde krijgen met een goede winnaar.
Wie dat zal zijn is moeilijk te zeggen omdat er geen ...

Door Fred van Slogteren, 26 augustus 2006 10:14

Chris BOARDMAN (1968, Groot Brittannië)

Engeland is geen groot wielerland en behoudens een enkeling – zoals de betreurde Tommy Simpson – zijn er weinig bekende Britse wielrenners geweest. Er heerst daar ook niet de continentale wielercultuur en de wielersport wordt er dan ook beoefend met de voorkeuren van de Brit. Ze zijn daar dol op tijdritten en die worden met grote regelmaat georganiseerd. Met het gevolg dat Engeland veel hardrijders heeft voortgebracht, die echter voornamelijk in eigen land bleven. Alleen bij het wereldkampioenschap achtervolging was er altijd wel een sterke Brit in het toernooi en we maakten kennis met tempobeulen als Cyril Cartwright, Peter Brotherton, John Geddes, Ian Hallam en vooral Hugh Porter. Bij de Spelen van 1992 in Barcelona was er weer zo’n flonkerende diamant in het pure hardrijden die de concurrentie verpletterde en lachend naar het goud reed. Chris Boardman heette hij en hij ging op zoek naar mogelijkheden om zijn uitzonderlijk talent als jachtrijder zoveel mogelijk uit te buiten. Zijn ambitie was het winnen van de Tour de France, maar dat vereist meer en daar kon Chris niet aan voldoen. Wel won hij een hele reeks prologen en tijdritten in tal van rittenkoersen, inclusief de Tour. De meeste naam heeft hij gemaakt met het twee maal verbeteren van het werelduurrecord op een moment dat het record aller records een soort opera comique was geworden. Nadat Francesco Moser op een heel speciale fiets en in zijn nadagen het record van Merckx uit de boeken had gereden, volgden nog meer pogingen op steeds vreemdere fietsen met als hoogtepunt – of dieptepunt zo u wilt – het vehikel van de Schot Graeme Obree. Ook Boardman verbeterde het record op een merkwaardig rijwiel en bracht het op 56 km. en 375 meter. Nadat die afstand in de annalen was bijgeschreven bepaalde de UCI dat het record alleen nog maar verbeterd mocht worden met een fiets die aan bepaalde voorschriften voldeed en zo werd Eddy Merckx ineens weer werelduurrecordhouder met zijn tijd uit 1972. Met een superlicht baanfietsje verbeterde Chris ook dit record, maar met slechts 10 meter verschil en bracht het op 49 km en 441 meter. Vorig jaar is het pas verbeterd door de volslagen onbekende Tsjech Ondrej Sosenka, die in een uur tijd op een baan in Moskou 259 meter meer reed. Wie zal het eerst over de 50 kilometer gaan? Niet Chris Boardman, want die stopte in 2000 met de wielersport.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 26 augustus 2006 0:00

© Otto Beaujon

“Er waren zo rond de voorlaatste eeuwwisseling twee (motor)fietsenfabriekjes in Frankrijk met de naam Thomann. Die van Alphonse Thomann had als logo twee olifantjes en die van Jean Thomann een rode gorilla. Beide fietsenmakers werkten in de omgeving van Parijs. Alphonse in Courbevoie, en later in het aangrenzende Nanterre en Jean in Montreuil. Beide fabriekjes zijn later overgenomen door het beroemde merk Alcyon.
Alphonse Thomann begon zijn bedrijf in 1904 en de renner Louis Mottiat behaalde op een van zijn fietsen in 1913 een klinkende overwinning in de beroemde wedstrijd Bordeaux-Parijs. De verdienste van ...

Door Fred van Slogteren, 25 augustus 2006 10:00

Gisteravond ben ik in mijn woonplaats naar de plaatselijke wielerronde gaan kijken. Het was jaren geleden dat ik leunend op een dranghek naar een koers heb gekeken. Het was leuk. De ronde werd al voor de 55e keer georganiseerd en op de erelijst zag ik namen als Maarten Ducrot, Tom Cordes, Karl Zoetemelk en Odwin Bink. Die laatste ken ik uit één van de laatste Wielerexpressen van Jan Zomer en hij stond gisteravond weer aan de start, samen met zo’n tachtig eliterenners en espoirs. Voor aanvang had het een halfuurtje hevig geregend en daardoor waren de bochten spekglad geworden. Door valpartijen werd het veld dan ook snel uitgedund. Tot mijn verrassing zag ik tussen de renners Thomas Rabou uit Schijndel rijden. Thomas is een groot talent die naarstig op zoek is naar een sponsor in het ProTour circuit of als dat niet mogelijk is bij een sterk continental team. Hij is een talentje en hij won in de eerste dagen van dit jaar in het verre Thailand de Tour of Siam. Voor Wieler Revue ben ik toen naar Schijndel afgereisd om het ambitieuze mannetje in zijn ouderlijk huis naar zijn plannen te vragen. Sindsdien rijdt hij overal in de wereld de sterren van de hemel. Dat deed hij gisteravond ook weer. Door die valpartijen reed hij halverwege koers op een behoorlijke achterstand, maar vooral onder zijn leiding werd het gat met het eerste peloton gedicht en toen ging Thomas zich met de koers bezighouden. Op zo’n 15 kilometer voor het einde ging hij er vandoor, maar hij kreeg de sterke criteriumspecialist Ronald Roos mee. Samen sloegen ze een gaatje en ze werden niet meer gepakt. Tegen het eindschot van Roos was Thomas niet opgewassen, maar hij had zich wel laten zien. (Foto: © T&T Tekst & Traffic)

Door Fred van Slogteren, 25 augustus 2006 7:59

« Vorige 1 2 3 ... 1086 1087 1088 1089 1090 1091 1092 1093 1094 1095 1096 ... 1136 1137 1138 Volgende »