Slogblog


TOUT SUR LE VELO

door Jean Durry

“Dit boek had ook ‘De fiets, de fiets en anders niets’ kunnen heten, maar die titel is al eens bedacht. Deze dikke pil (28x22x5 cm. voor hoogte, breedte en dikte) gaat over de fiets met alle aspecten die bij dit onderwerp een rol spelen. Ik doe maar een greep, de fiets in de reclame met prachtige aanplakbiljetten in kleur, de eerste fiets van de Franse politie, de fiets in de kunst, de fiets in het Franse chanson en natuurlijk de fiets in de sport. Een prachtig boek met heel veel zwart/wit foto’s, waar lithografisch veel aandacht aan is besteed. Dat zie je wel eens anders. Vooral foto’s van renners uit de oudheid zijn nog wel eens vaag en onduidelijk afgedrukt, maar niet in dit boek. Een voorbeeld is een foto van Josef Fischer, een ouwe knar die in 1900 Bordeaux-Parijs won. Het is een foto die ik al vele malen in boeken ben tegengekomen, maar nooit zo scherp en duidelijk als hier. En sommige foto’s zijn ook kostelijk ...

Door Fred van Slogteren, 23 november 2006 10:00

Gösta PETTERSSON (1940, Zweden)

Ik heb het op deze weblog al vaker over fietsende broers gehad. Recordhouders in aantal zijn volgens mij de gebroeders Leene uit Den Haag. Maar liefst vijf telgen uit dat geslacht waren wielrenner. Er was echter een enorm verschil in kwaliteit tussen de broers. Dat was ook wel het geval bij de Zweedse gebroeders Pettersson, maar ze werden met z’n vieren toch maar drie keer achtereen wereldkampioen ploegentijdrit en op de Olympische Spelen wonnen ze in die discipline zilver en brons. Ondanks die gezamenlijke successen was Gösta met afstand de meest talentrijke en hij was in de jaren zestig een van de beste amateurs ter wereld. Hij blonk vooral uit in het tijdrijden en zware etappekoersen. Pas op 30-jarige leeftijd werd hij prof en als je naar zijn resultaten kijkt, dan vraag je je af wat hij bereikt zou hebben als hij op 23-jarige leeftijd beroepsrenner was geworden. Hij won de Ronde van Romandië, met broer Thomas de Trofeo Baracchi en nog veel meer. Zijn grootste triomf is natuurlijk zijn zege geweest in de Ronde van Italië 1971. Hij was dan ook een uitstekend ronderenner die in 1970 derde werd in de Tour de France achter Merckx en Zoetemelk. Hij realiseerde een fantastische carrière en hij is een van de beste Zweedse renners ooit. Van de vier broers is Sture niet meer in leven en er staat Sture Faglum op zijn grafsteen, in plaats van Pettersson. Als je in Nederland Janssen of De Vries heet dan moet je je hele leven blijven uitleggen dat je geen familie bent van Jan of Peter R. Dat is vervelend en in Zweden hebben ze daar wat op gevonden. Als je een heel algemene naam hebt dan kun je die laten veranderen. Gösta zag daar niets in, want er zijn in Zweden slechts twee andere beroemde Gösta Petterssons, een componist en een cineast. Dan ben je wel onderscheidend. Zijn drie broers heten echter Faglum naar hun geboorteplaats. Dat betekent afstand van Gösta, maar dat vonden ze niet zo erg want de vier gelauwerde broers zijn al jaren gebrouileerd.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 23 november 2006 0:00

© Henk Theuns

“Hij was zo blij met zijn contract bij QuickStep. Marc Lotz had het gevoel dat hij bij Rabobank werd ondergewaardeerd en dat hij meer in zijn mars had dan hij bij de Nederlandse ProTour-ploeg mocht bewijzen. Hij sloeg niet met de deuren, want daar is Lotsie veel te beschaafd voor. Hij uitte zijn onvrede op een fatsoenlijke manier en hij greep direct naar de pen toen Patrick Lefevere hem een contract ter ondertekening voorlegde. En wat zagen we? In de voorjaarsklassiekers reed Marc steeds vooraan. Hij was nog nooit zo vaak in beeld geweest. Marc Lotz was in 2005 aan ...

Door Fred van Slogteren, 22 november 2006 10:00

Leen van der MEULEN (1937, Nederland)

Hij werd in 1961 verrassend wereldkampioen bij de amateurstayers en een jaar later stopte hij al na het een seizoen lang zonder succes bij de profs te hebben geprobeerd. Ik kende hem wel, want ik had in die tijd in Amsterdam wat met de bouw te doen en het bouwbedrijf Van der Meulen uit Badhoevedorp was destijds een grote aannemer in het Amsterdamse. Een vader met vier zoons, van wie Leen er een was. Na het wielrennen ontwikkelde hij binnen dat bedrijf een nieuwe activiteit: projectontwikkeling. In 1979 werd het bedrijf verkocht en Leen verbaasde vriend en vijand door met zijn gezin naar Canada te emigreren. Hij herhaalde daar zijn kunstje met projectontwikkeling en Lien Vandermjoelen werd een succesvol zakenman. Hij zette er en passant het ‘Bike for your Life’ op, een evenement dat enigszins te vergelijken is met de Ride for the Roses. Toen hij uitgewerkt was keerde hij terug naar Nederland en vestigde zich in Limburg. Hij had de racefiets herontdekt en als pensionado fietste hij dagelijks in het bronsgroen eikenhout. In die tijd belde ik hem omdat ik voor mijn boek ‘Wielerhelden van Oranje’ wilde weten hoe het met hem ging. Het werd een lang gesprek, want Leen is een gezellige maar breedsprakige man. Een van mijn belangrijkste vragen was natuurlijk waarom hij zo plotseling met wielrennen was gestopt. Hij vertelde me het verhaal van zijn val in Olympia’s Tour, waardoor hij een schedelbasisfractuur opliep. Hij herstelde daarvan, maar niet helemaal. Op onvoorspelbare tijden trad er in zijn lichaam een soort verkramping op, waardoor hij volledig blokkeerde. Als stayer kon hij de ene keer een wereldrace rijden om de volgende dag simpelweg van de rol te worden gereden. Jaren later is hij er door een manueel therapeut vanaf geholpen. Een paar jaar geleden is Leen weer naar de Randstad verhuisd en hij fietst nog steeds. Een leuke man met weinig rust in zijn kont.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 22 november 2006 0:00

“Valerio Masi en zijn zoon Alberto stonden voor kwaliteit en de romantiek van het Italiaanse gilde van meester framebouwers. Hoewel ze nooit een professionele wielerploeg hebben gesponsord is het een publiek geheim dat menig toprenner stiekem op een MASI reed. Zo reden sterren als Rik Van Looy en Eddy Merckx in feite op een MASI toen ze gezien de merknaam op het frame respectievelijk op een Superia en een Eddy Merckx reden. Eddy Merckx is natuurlijk een topmerk, maar de Kannibaal begon zijn fabriek pas na zijn carrière.
Ruim een halve eeuw geeft de familie Masi frames gebouwd in hun werkplaats onder de Vigorellibaan in Milaan. Valerio Masi had in de jaren dertig het vak geleerd bij ...

Door Fred van Slogteren, 21 november 2006 10:00

“Op 20 november 1955 wonnen Gerrit Schulte en Gé Peters de 6e Zesdaagse van Münster. In het deelnemersveld reden de wegvedette Hugo Koblet uit Zwitserland en de latere dopingjager Manfred Donike uit West-Duitsland. Omdat ik vorige week ook al in 1955 belandde ga ik nu twintig jaar verder in de tijd, want ook toen eindigde de Zesdaagse van die stad in Westfalen op de datum van vandaag. En weer won er een landgenoot. Ditmaal René Pijnen met zijn ploegmaat Günther Haritz van TI-Raleigh. Haritz was in de jaren zeventig een uitstekende baanrenner en zijn erelijst getuigt daarvan. Zoals een gouden olympische medaille ploegachtervolging in 1972 in eigen land, twee wereldtitels ploegachtervolging, twee Europese titels en elf zesdaagseoverwinningen, waaronder dus die van Münster in 1975. In totaal heeft hij zo'n 230 overwinningen achter zijn naam staan.

Na zijn loopbaan startte hij in Leimen (Baden-Württemberg) een rijwielzaak met de naam ...

Door Fred van Slogteren, 20 november 2006 10:00

Levinus KLAASEN (1947, Nederland)

Er is vandaag geen grote (oud)renner jarig en daarom moet ik een keus maken. Een B-keus met alle respect. Dick Dekker of Andrew McQuad zou ik kunnen kiezen omdat ze familie zijn van, maar dan schrijf je toch weer meer over Erik of over de voorzitter van de UCI. Marc Siemons is een optie, maar dan kom je toch weer bij het bordeel van zijn ouders uit. Jo Vrancken en Adrie Wouters zijn geen renners geweest waar je uit de losse pols meer dan honderd woorden over neerpent en Bruno Mealli is misschien wel de beste van de jarigen van vandaag geweest, maar ik weet niks van die man behalve zijn uitslagen. Wat moet je dan als eenvoudige wielerblogger. Dan kies je voor Livin. Niemand zal hem een groot coureur noemen en hij zelf nog het minst. Maar Livin Klaasen, geboren Nederlander maar woonachtig in België, heeft een eigen website, hij heeft een boek geschreven en hij publiceerde op zijn site een mooie column over doping. Een onderwerp dat hem na aan het hart ligt en hij heeft er een heldere kijk op. Hij vertelt vrijmoedig over de praktijken in het huidige peloton en daar wordt je niet vrolijk van. Wat niet wil zeggen dat je die site niet moet bezoeken, want dat moet je wel. Je blijft er zeker een kwartier hangen. Het is net Big Brother, het leven van Livin met zijn gezin van binnenuit en met hobby’s en al. En als je naar dat kwartier doorsurft of teruggaat naar deze weblog dan denk je vast: aardige man! De foto is afkomstig van http://www.livinklaasen.net/

Door Fred van Slogteren, 20 november 2006 0:00

© Hans Middelveld

Vandaag deze fraaie affiche uit 1956, waarmee de Grote Prijs van Amsterdam werd aangekondigd. Ik zal er wel bij geweest zijn, want ik bezocht in die tijd ieder baanprogramma in het stadion. Die Grote Prijs was oorspronkelijk bedoeld voor sprinters, later werd er ook één voor stayers ingesteld en het is ook voorgekomen dat een stayer werd gekoppeld aan een sprinter. Ze reden dan elk afzonderlijk hun wedstrijd, kregen daar punten voor en bij elkaar opgeteld maakten die het verschil tussen winst en verlies. In 1956 was er kennelijk een Grote Prijs te verdienen voor zowel de sprinters als de stayers. Bij de sprinters stonden echt de beste ...

Door Fred van Slogteren, 19 november 2006 10:00

Richard VIRENQUE (1969, Frankrijk)

Op 6 juli 2005 stond ik in het Franse stadje Montargis in een perstentje op zo’n vijftig meter voorbij de finish, waar een uur later de vijfde etappe van de Tour zou finishen. Het was winderig en regenachtig en de wind rukte aan het tentje. Er stond een monitor en ik was in het gezelschap van een Franse fotograaf en een massieve man met een Latijns uiterlijk. Op het scherm zagen we een uitlooppoging van de Hongaar Bodrogi. De Latino pakte zijn mobiel, hield dat ongeveer vijf centimeter voor zijn mond en barstte los in een luide spraakwaterval, waaruit ik alleen de naam Botero kon opmaken. Schreeuwend, gesticulerend spoot hij zijn totale vocabulaire richting Bogota, terwijl er op het scherm niets anders te zien was dan een eenzame renner in het groene shirt van Crédit Agricole. De man beëindigde zijn verslag, ging zitten en doezelde direct weg. Toen kwam Richard Virenque lopend langs en nu raakte de Fransman uiterst opgewonden. “Richaaaare, Richaaaare”, sprak hij in vervoering alsof Miss France naakt en op hoge hakjes langs tripte. Ook het dichtopeengepakte publiek achter de dranghekken roerde zich en Virenque deelde overal handtekeningen uit. Als altijd onberispelijk gekleed en gekapt. Hij onderging de over hem uitgestrooide hulde hovaardig, knikte, lachte, zwaaide, ging met iedereen op de foto, gaf kushandjes terug en schreed als een ware zonnekoning verder. Hij had ook ongezien langsachter kunnen lopen, zoals Pedro Delgado deed, maar hij verkoos de belangstelling. Een merkwaardig fenomeen die Virenque. Enerzijds een mooie aanvallende wielrenner en aan de andere kant een bedrieger, die pas twee jaar na dato voor de rechter toegaf dat hij na de Tour de dôpage gelogen had. En het publiek? Ach, doping is een hobby van de officials en de pers. Geen mens die zich er verder druk om maakt. Raar maar waar. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 19 november 2006 0:00

Bobby JULICH (1971, Verenigde Staten)

Zijn vader was tri-atleet en dus moest er dagelijks getraind worden. Zoon Bobby ging op de fiets mee. Dat zwemmen vond hij niks, hardlopen zag hij al helemaal niet zitten, maar het fietsen beviel hem wel. Op al die trainingstochten kon hij zich identificeren met Greg LeMond, zijn idool die in die jaren Europa liet kennis maken met het Amerikaanse wielrennen en vooral met de mentaliteit van sportende yanks en de cultuur die daarbij hoort. Bobby vond het allemaal geweldig en hij werd wielrenner. Hij ontdekte dat hij redelijk kon klimmen en het in ritten tegen het horloge tegen de beste tijdrijders kon opnemen. In 1992 werd hij op 21-jarige leeftijd beroepsrenner en vier jaar later stond hij op het erepodium van de Tour de France. Derde achter Bjarne Riis en Jan Ullrich. Was er een nieuwe Amerikaanse Tourwinnaar opgestaan? Niet helemaal, want de renner uit Colorado miste de regelmaat en de constante van een groot ronderenner. Hij kreeg een gevoelige lik mee van de dopingperikelen rond zijn ploeg Cofidis, maar ook bij Crédit Agricole en T-Mobile kon hij zijn vorm van 1996 niet meer vinden. Net op het moment dat iedereen dacht dat zijn carrière verzand was, kwam andermaal Bjarne Riis op zijn pad. Ditmaal niet als renner, maar als teammanager van CSC, het Deense wonderteam dat toch anders is dan anderen. Julich was inmiddels 33 jaar en hij dacht al aan afscheid, maar hij liet zich door Riis overtuigen dat hem nog mooie dingen te wachten zouden staan in het rood/zwart van de Deense formatie. En zo werd 2005 zijn topjaar met overwinningen in Parijs-Nice en de Eneco Tour Benelux. Een 17e plaats in de Tour bevestigde nog eens dat hij weer helemaal back in business was. Hij genoot er van, maar kon toch niet verhinderen dat het dit jaar een heel stuk minder was. Hij won de proloog van Parijs-Nice en hij won met zeven andere CSC’ers de ProTour ploegentijdrit in Eindhoven en dat was het wel zo’n beetje. Een val in de 7e etappe zorgde er voor dat hij in de Tour van dit jaar Parijs niet haalde. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Door Fred van Slogteren, 18 november 2006 0:00

« Vorige 1 2 3 ... 1086 1087 1088 1089 1090 1091 1092 1093 1094 1095 1096 ... 1154 1155 1156 Volgende »