Slogblog


 

Sorry mensen, maar ik heb de afgelopen weken nauwelijks tijd gehad om op de slogblog de actualiteit van het wielrennen van commentaar te voorzien. Ik was en ben nog steeds druk met mijn functie in de werkgroep pers en promotie – officieel heet het PR en Pers – voor de Campina Ronde van het Groene Hart. Mijn boekje ’26 rondjes in het groene hart’ is afgelopen donderdag officieel aan de pers gepresenteerd en dat is – gezien de korte productietijd - ook een hele klus geweest. De Campina Ronde van het Groene Hart is bedoeld om via een rechtstreekse en volledige TV-registratie aandacht te vragen voor een natuurgebied dat om allerlei redenen onder de aandacht moet worden gebracht. Het is een prachtig en ...

Door Fred van Slogteren, 17 maart 2007 10:00

Pello RUIZ CABESTANY (1962, Spanje)

Spanje is geen land dat je direct met baanrenners associeert, zeker niet in het verleden. Pello Ruiz was echter een echte pistier toen hij in 1984 prof werd. In de amateurrangen behaalde hij acht Spaanse kampioenschappen op de baan, maar hij zag wel in dat daar als broodrenner weinig muziek in zat. Hij bleek op de weg ook tot veel in staat en behoorde in de tweede helft van de jaren tachtig tot de betere coureurs in het internationale wielerpeloton. In zijn debuutjaar won hij een rit in de Ronde van Valencia en een jaar later een rit in de Ronde van Spanje. De Ronde van Valencia zou hij ook een keer winnen, maar in de Vuelta was een vierde plaats zijn beste klassering. Die plaats behaalde hij overigens twee keer. In de Tour reikte hij niet zo ver, want een twaalfde plaats in 1990 was zijn beste resultaat. Pello Ruiz was een goede renner met een redelijke palmares, met heel veel ereplaatsen. Een moedige aanvallende renner maar een matig klimmer en ook een echte chauvinistische Spanjaard. Dat bleek in de Vuelta van 1985. Nadat Pedro Delgado de leiderstrui was kwijtgeraakt aan de Schot Robert Millar door een gigantische inzinking stond Perico in het klassement op dik zes minuten. In de laatste etappe leek het klassement gemaakt en toen een ongevaarlijke Spanjaard aan een solo begon en Delgado er achteraan sprong reageerde niemand. De afstand naar de finish was te gering om nog ver te komen, oordeelde Millar en hij accepteerde alvast de felicitaties van Pello Ruiz die gezellig naast hem reed en derde in het klassement stond. Ze lachten wat en ze hadden het over de ceremonie protocollaire die straks zou gaan plaatsvinden. Intussen zweeg de Tourradio in alle talen, maar alle Spanjaarden in het peloton en in de volgauto’s wisten dat Delgado al zeven minuten voorsprong had en bezig was de Ronde van Spanje te winnen. En zo werd Millar het slachtoffer van een omvangrijke Spaanse combine, zoals ook Denis Menchov in 2005 overkwam. En die Pello Ruiz maar feliciteren. Hij kreeg direct zijn verdiende straf, want hij kukelde mooi van het erepodium. Maar dat zal Delgado financieel wel goed hebben gemaakt.

Door Fred van Slogteren, 17 maart 2007 0:00

 

“Toen ik er voorhet eerst kwam in het voorjaar van 1990, had de montagehal van de Mitteleuropäische Fahrradfabrik Mifa nog een vloer van aangestampt leem. Een erg hoge dunk hadden ze na vijfenveertig jaar DDR ook zelf niet meer van het eens zo beroemde merk: ‘Ein Stückchen Blech, eine Rolle Draht, und fertig ist das Mifa-Rad’, was hun slagzinnetje-met-zelfspot.
Na de eerste wereldoorlog was Mifa met Opel, Dürkopp en Brennabor één van de vier grote Duitse wielersportmerken. Zoiets als in Frankrijk destijds ...

Door Fred van Slogteren, 16 maart 2007 10:00

Susanne LJINGSKOG (1976, Zweden)

Ze ziet er uit zoals je je een Zweedse voorstelt. Groot en blond. Een zeer ervaren renster in het internationale vrouwenpeloton. Met een erelijst van hier tot Stockholm. Ze won de Ronde van Toscane, de Holland Ladies Tour, ze was meerdere malen kampioene van Zweden, zowel in de individuele wegwedstrijd als in de tijdrit en ze was natuurlijk twee keer wereldkampioene. In 2002 in het Belgische Zolder en een jaar later in het Canadese Hamilton. Beide keren zat ze in het vaarwater van onze Mirjam Melchers. Mevrouw Van Poppel ging beide keren voor goud, maar ook twee maal was Susanne haar kwelgeest. In Zolder raakten ze elkaar in de finale en Ljungskog bleef overeind, terwijl Melchers op het asfalt stuiterde en in Hamilton gooide die verrekte ouwe taainagel Jeannie Longo roet in het eten, toen de dames in de laatste kilometers positie kozen. De onverwoestbare Française plaatste een demarrage en verscheurde daarmee alle strijdplannen. Atletisch was de schonkige Longo geen partij meer voor kanonnen als Ljungskog en Melchers, maar dan moesten ze haar wel gaan halen. En wie dat als eerste doet is geklopt. Een ijzeren wielerwet en om dat spelletje perfect te spelen heb je stalen zenuwen nodig. En de zenuwen van Melchers waren wel van staal, maar een van de grootste exportproducten van Zweden is edelstaal. Melchers pakte Longo en werd vervolgens op de streep geklopt door Susanne. Balen natuurlijk, maar de dames kennen elkaar te goed om er een vete van te maken. Ze zijn zelfs ploeggenoten bij Team Flexpoint. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 16 maart 2007 0:00

10 X TOUR
door Jan Cottaar

 

“Ik heb dit boekje ooit op een beurs gekocht, maar er staat geen uitgever in vermeld. Ik denk dat het een soort incentive is geweest van de Confectiefabriek G.H. Kayser N.V. in Enschede. Dat was de fabrikant van Lonneker bedrijfskleding en in een voorwoord schrijft de directie dat ze hopen dat de lezer vele uren van plezier zal beleven. Dan moeten ze een langzame lezer voor ogen hebben gehad, want het is maar een klein, dun boekje met slechts 128 pagina’s. Het is een terugblik van Jan Cottaar op tien jaar Tourverslagen op de radio. De laatste keer dat hij dat deed was in 1959 en hij is daarna niet meer in de Tour teruggeweest. In een aantal hoofdstukken beschrijft hij zijn belevenissen, die uiterst primitief waren als je zijn verblijf in de Tour vergelijkt met die van de NOS-equipe in deze tijd. In die stukjes beschrijft hij ...

Door Fred van Slogteren, 15 maart 2007 10:00

Gert FRANK (1956, Denemarken)

Over Gert Frank (op de foto rechts naast Patrick Sercu) zei Gerrie Knetemann eens tegen me: een echte baner. Dat is ook zo, want ik heb nauwelijks resultaten van hem gevonden in wegwedstrijden. Een derde plaats in een etappe van de Tour de l’Avenir van 1976 is de enige uitslag die ik heb kunnen vinden. In datzelfde jaar won hij met drie landgenoten brons in de 100 kilometer ploegentijdrit op de Olympische Spelen van 1976 in Montreal. Hij werd daarna direct prof om zesdaagsecoureur te worden. Hij debuteerde met een derde plaats in de Six van Herning aan de zijde van zijn landgenoot Ole Ritter. Een jaar later stond hij er weer aan de start met René Pijnen als maat en de twee wonnen. René had er toen al een fiks aantal op zijn palmares, maar voor Frank was het de eerste uit een reeks van twintig. Hij had nooit een echt vaste maat, maar hij was wel een aantrekkelijke partner voor groten als Sercu, Pijnen en Oerstedt, een landgenoot van hem die meerdere malen wereldkampioen achtervolging was. In ieder geval leek Gert Frank de opvolger te gaan worden van Sercu en Pijnen toen die er mee stopten. Maar Frank stopte er in 1987 ook mee. Hij was toen nog maar 31 en had nog jaren mee gekund. Maar om de een of andere reden lukte het niet meer om in zijn specialiteit te domineren. Hij eindigde opeens regelmatig in de achterhoede met vele ronden achterstand. Van een ster was hij een krabber geworden. Ik heb geen idee hoe dat nou kan. Er zal wel een andere reden zijn geweest dan een atletische. In ieder geval behoorde hij in zijn tijd bij de groten van de Six.

Door Fred van Slogteren, 15 maart 2007 0:00

 

© Henk Theuns

“Er zijn kopmannen en er zijn knechten, maar daar krijgt de inrichter van een criterium zijn programma niet mee vol. Er moeten voldoende renners aan de start staan om dat mooie kleurige lint te vormen dat begeleid door muziek en Cees Maas en met de geur van patat en bier door de straten van een mooi Brabants dorp slingert. Zo zijn veel renners, die misschien beter amateur hadden kunnen blijven, beroepsrenner geworden. Zeker toen ze ook nog een sponsor vonden in Jos Elen, de snackkoning van Elro. Jos heeft met onderbrekingen van 1977 tot en met 1994, vaak samen met een co-sponsor een bescheiden profploegje gefinancierd. Soms waren het slechts een of twee renners, maar ook wel eens een man of acht. In de laatste jaren deed hij het ook ...

Door Fred van Slogteren, 14 maart 2007 10:00

Firmin LAMBOT (1886, overleden 19.01.1964, België)

Hij won de eerste Tour de France waarin de gele trui werd gedragen, maar hij was niet de eerste drager ervan. Als dat zo was, dan was deze Waal misschien veel bekender geweest. De eerste geletruidrager was Eugène Christophe, de oude Galliër, een man met een martiale snor en veel pech. Daardoor was hij enorm populair bij de Fransen en je zou hem een soort Poulidor kunnen noemen. Firmin Lambot was in het geheel niet populair, want hij was een onopvallende figuur. Een echte ronderenner, die weinig zei en als hij niet at of fietste op bed lag om te rusten. Iemand met de regelmaat van een pendule. Ook in eigen land was hij nauwelijks bekend. De liefde voor het wielrennen zit voornamelijk de Vlamingen ingebakken en Lambot was een Waal en bij de Franstalige Belgen zit de wielerliefde veel minder diep. De Tour van 1919 was de eerste van na de eerste wereldoorlog en heel Frankrijk lag nog in puin. Er stonden maar 68 renners aan het vertrek op zeer slecht materiaal, want de oorlogsjaren hadden zwaar ingehakt op de economie en de fietsen- en bandenfabrieken hadden zwaar te lijden gehad onder de oorlog. Bovendien was het die hele Tour lang slecht weer en dat zorgde er voor dat slechts elf renners de finish bereikten. Lambot zou die Tour nooit gewonnen hebben als Christophe, die met een half uur voorsprong aan de voorlaatste etappe begon, geen materiaalpech had gekregen. Er was in die tijd nog de belachelijke regel dat een renner bij pech zelf moest repararen zonder hulp van derden. Voor een gebroken voorvork werd geen uitzondering gemaakt en de oude Galliër moest op zoek naar een smidse. Hij verloor ruim twee uur en de Tour. Drie jaar later in 1922 vond er een reprise plaats, want wederom verloor Eugène Christophe de gele trui aan Lambot door een vorkbreuk. Maar die houwdegen uit lang vervlogen tijden, die nooit de Tour won, heeft op Lambot en alle andere Tourwinnaars voor dat hij de eerste is geweest die de gele trui droeg. En dat is een record dat niemand hem kan afnemen.

Door Fred van Slogteren, 14 maart 2007 0:00

 

© T&T Tekst & Traffic

“De grootste uitschieter van Gerrit de Vries is het behalen van goud geweest op de 100 kilometer ploegentijdrit in Colorado Springs. Het gouden kwintet van 1986 bestond verder uit Tom Cordes, John Talen en Rob Harmeling. Stuk voor stuk talentvolle jongens, die zich helaas niet in de luwte konden ontwikkelen. Zij moesten direct aan de bak voor de kopmannen, want een jonge renner bracht nu eenmaal geen punten voor het FICP-klassement mee. In die periode werd het talent niet gekoesterd, maar afgejakkerd tot ze zwarte sneeuw voor ogen hadden. De stoere Fries uit Oldeberkoop zette nog een opmerkelijke prestatie neer in de Ster van Bessèges van 1990 door de vierde etappe te winnen met een voorsprong van 4 minuten na een solo van 140 kilometer! Hij reed toen voor de Buckler-ploeg en daar heb ik nog een mooi shirt van met zijn naam erin. Deze fiets is van de Histor-ploeg uit het seizoen 1994. Hij had een tweejarig contract, maar het is maar één jaar geworden, omdat de sponsor er plotseling mee ophield, nadat de Belgische sprinter Wilfried Nelissen zwaar gevallen was. Hij was het namelijk die ...

Door Fred van Slogteren, 13 maart 2007 10:00

Gianni MOTTA (1943, Italië)

Een blonde Italiaan, ze zijn zeldzaam. Gianni Motta was door zijn afwijkende haarkleur erg populair in de laars. Met Felice Gimondi samen vormde hij in de jaren zestig de voorhoede van het Italiaanse wielerpeloton. Motta barstte van het talent en hij reed een mooie erelijst bij elkaar, maar hoofdzakelijk in Italië. Het was toen heel gebruikelijk dat Italiaanse renners hun brood vooral in Italië verdienden. Daar waren heel wat koersen te betwisten in een lekker klimaatje en over fraaie wegen. Waarom zou je je dan afbeulen op de kasseien van het Noorden? Zwitserland was ver genoeg. En zo won Gianni Motta de Ronde van Lombardije, de Giro, de Ronde van Zwitserland en die van Romandië. En verder een hele reeks van die Italiaanse semi-klassiekers. Hij kwam slechts twee keer naar de Tour. De eerste keer in 1965 en hij werd derde achter Gimondi en Poulidor. Dat schept verwachtingen maar hij kwam pas zes jaar later terug en toen was zijn hoogtepunt voorbij. Hij stopte al toen hij pas 31 jaar was. Hij was een renner die al op heel jonge leeftijd grote overwinningen behaalde, want toen hij Lombardije won was hij nog maar 21. Meer renners die op heel jonge leeftijd grote koersen winnen, haken jong af. Atletisch hebben ze nog grote mogelijkheden, maar geestelijk kunnen ze het vaak niet meer opbrengen. In Nederland hadden we ook zo’n renner. Evert Dolman. Maar dat is een ander verhaal.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 13 maart 2007 0:00

« Vorige 1 2 3 ... 1085 1086 1087 1088 1089 1090 1091 1092 1093 1094 1095 ... 1177 1178 1179 Volgende »