Slogblog


Eric DE VLAEMINCK (1945, België)

Het gezin De Vlaeminck uit Eeklo had drie kinderen. Toen Eric geboren werd was vader De Vlaeminck wielrenner. Geen topper, maar wel een fanatieke. Hij hield van de stiel, maar hield er te weinig geld aan over om zijn gezin te onderhouden. Vanaf die dag was Eric De Vlaeminck voorbestemd om wielrenner te worden. Zijn hele jeugd stond in het teken ervan en hij kreeg al zijn eerste aanwijzingen toen hij nog niet eens kon fietsen. Eric had in die tijd meer met gymnastiek op school. Dat vond hij mooi en zijn vader vond het goed dat hij in afwachting van de minimumleeftijd voor het koersen lid werd van een turnvereniging. De kleine Eric had talent, maar hij moest van de turnclub af toen hij de leeftijd had om coureur te worden. Het werd niks. Het startschot was nog niet gelost of hij moest lossen en op de weg terug moest hij de verwensingen van zijn vader over zich heen laten gaan. Op een dag zei zijn vader tegen hem: ‘Als je vandaag weer gelost wordt, dan zie je maar hoe je thuiskomt, maar ik neem je niet meer mee’. Dat was schrikken en voor het eerst reed Eric de koers uit. Het was de ommekeer, want het gaf hem zelfvertrouwen. Maar hij wist ook dat hij nooit een groot renner zou worden, want hij kon niet tijdrijden, klimmen was een beproeving en in de aankomst behoorde hij niet tot de rapsten. Zijn vader had zich inmiddels tot het jongere broertje Roger bekeerd, die wel over supertalenten beschikte en tegen Eric zei hij: ‘waarom gaat ge niet crossen, misschien hebt ge daarvoor wel talent?’ Het werd een openbaring want in no-time werd Eric De Vlaeminck een van de beste veldrijders uit de historie. Zijn wapen was zijn turnverleden. Hij was zo soepel en lenig dat hij met de fiets alles kon. Hij was de eerste die over balkjes heen sprong en als er in het parcours een greppel of een sloot zat, dan stond het publiek daar rijendik. Daar kwam Eric en waar alle andere renners van de fiets moesten daar zeilde hij zo over de sloot heen. Hij werd zeven keer wereldkampioen en dat is nog steeds een record. Hij werd ook nog een redelijke wegrenner, want van het crossen alleen kon een renner in die tijd niet bestaan. Hij won de Ronde van België, Parijs-Luxemburg en een rit in de Tour. Maar Eric was een van de vele renners in die tijd die verslaafd raakte aan amfetaminen en zijn carrière ging als een nachtkaars uit. Hij overwon de verslaving, werkte jarenlang anoniem als betonvlechter, verwerkte het verlies van zijn zoon Geert en keerde uiteindelijk in het wielermilieu terug als bondscoach van de Belgische veldrijders. Als zodanig legde hij de basis voor de grote successen van de laatste jaren. (Foto: © T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 23 maart 2007 0:00

Leontien ZIJLAARD-VAN MOORSEL (1970, Nederland)

In december vorig jaar heb ik voor het eerst echt met haar gesproken. Anderhalf uur lang, want zij is één van de 26 hoofdpersonen in mijn boekje ’26 rondjes in het groene hart’. De afspraak maken had enige voeten in aarde, maar toen ik met fotograaf Philip van der Ploeg bij haar op bezoek was, in het bedrijfspand van Leontien Total Sports, had ze ook alle tijd voor ons. Met de kaart op tafel gaf ze haar rondje Schoonhoven aan, een ommetje van zo’n 80 kilometer dat ze, in de tijd toen ze voor haar grote successen trainde, vaak twee keer achter elkaar reed. Eerst alleen op tempo om daarna terug in Nieuwerkerk aan den IJssel achter de rug van schoonvader Ome Joop of van haar ventje Michael te kruipen. Het getuigt van een geweldige discipline dat ze dat dag na dag deed, weer of geen weer. Het werd een goed gesprek waaruit ik voldoende bruikbaar materiaal haalde voor het boekje. Helaas was het die dag noodweer. Het stormde en de regen striemde alles wat buiten stond of reed. In dat weer ga je geen foto’s maken, dus Philip was voor niks gekomen. Gelukkig niet helemaal voor niets, want hij maakte een mooie reportage van een pratende Leontien met haar Mopshondenpuppy op schoot. Ze was een paar dagen daarvoor in het programma Max en Catherine te gast geweest. Daarin werden weer die vreselijke beelden vertoond uit haar anorexiatijd en ik vertelde haar dat ik het moeilijk vond om daar naar te kijken. Ze antwoordde dat ze dat ook had gehad, maar er nu wel aan gewend was omdat die beelden steeds weer worden vertoond. Ik vroeg haar vervolgens of die opmerking van de toenmalige bondscoach Piet Hoekstra – die dikke konten moeten eraf – nu echt de oorzaak was geweest van die gekte om af te vallen tot er vrijwel niks overblijft. Ze hield een warm pleidooi voor Piet en stelde dat het vooral haar eigen eerzucht is geweest die haar zo ver heeft gedreven. Ik keek nog eens op de kaart naar dat rondje en ik begreep wat ze bedoelde. Ze rijdt nu nog regelmatig de helft van die omloop, die nu als Rondje Tinus in het boekje staat. Langs dat wonderschone riviertje de Vlist. Ze geniet volop van de omgeving op een hybride met een mandje achterop. Voor haar twee mopshondjes. En af en toe een bakkie doen onderweg. De metamorfose van een geweldige sportvrouw.

Door Fred van Slogteren, 22 maart 2007 0:00

Gisteravond was er in het mooie sportwarenhuis van Ton van Bemmelen in Hazerswoude-Rijndijk een leuke wielerbijeenkomst. Het wielerteam Ton van Bemmelen Sports/Odysis werd er voorgesteld. Dat is een professionele criteriumploeg dat onderdeel uitmaakt van de Stichting Promotie Criterium Wielrennen. In die stichting zit ook de organisatie van fietsreizen op Mallorca. De twee mensen achter dit alles zijn wielrenner Odwin Bink, al jaren een opvallende criteriumspecialist, en zijn levenspartner en zakelijke compagnon Sissy van Alebeek. Allebei nog zeer actief in de wielersport. De ploeg bestaat verder uit Yvonne Baltus, Regina Bruins, Arenda Grimberg, Rob Disseldorp, Gerhard Klijnhout en Ton Slippens. Onder leiding van trainster en ploegleidster Ingrid Haringa rijdt de ploeg een uitgebreid programma criteriums in een soort boevenpak. De witte outfits met zwarte horizontale strepen van de kraag tot onder aan de broekspijp zullen het ongetwijfeld goed doen in de rondes van Veenhuizen en Vught. Het was een leuke bijeenkomst met vele bekenden uit de wielerwereld. Ik noteerde de aanwezigheid van Joop Zoetemelk met zijn broer Frans, Leontien en Michael Zijlaard, Gerben Karstens, Piet van der Lans, Cees Stam, Daphny van den Brand, Wilco Zuyderwijk, Jan Zomer, Joop Riethoven en nog veel meer oud-wielrenners en wielerliefhebbers. Onder de aanwezigen ook twee voormalige coryfeeën uit de voetbalsport. Guus Haak en Coen Moulijn. De heren zagen er nog goed uit en ik hoorde iemand zeggen dat die nog fit genoeg ogen om het kwakkelende Feyenoord uit het diepe dal te trekken. Dus Erwin Koeman, je weet ze te vinden, ze zullen niet al te duur zijn.

Door Fred van Slogteren, 21 maart 2007 13:00

© Henk Theuns

“Volgens mij heeft de ploeg Canada Dry-Gazelle maar één jaar bestaan. Canada Dry is een frisdrankje dat in de jaren zeventig op de Nederlandse markt werd gebracht. Om een product snel bij een groot publiek bekend te maken is sportsponsoring een goede mogelijkheid. Zo stapte Canada Dry met Gazelle als materiaalsponsor in de wielrennerij. Ze kwamen bij ploegleider Ton Vissers terecht. Ton had al naam gemaakt met de Willem II ploeg, waarin grote renners als Peter Post, Rik Van Looy en Jo de Roo reden. Die ploeg stopte aan het eind van 1970 en Ton Vissers was dus beschikbaar. Met het budget van ...

Door Fred van Slogteren, 21 maart 2007 10:00

Hugo KOBLET (1925, overleden 06.11.1964, Zwitserland)

Zúrich is de geboortestad van Hugo Koblet, een van de grootste legenden uit de wielersport. In diezelfde stad staat ook de Oerlikon wielerbaan en ten tijde van Koblets jeugd was er de fietsenwinkel van Leo Amberg, een van de beste Zwitserse wielrenners van voor de tweede wereldoorlog. Op 15-jarige leeftijd kreeg Hugo een baantje bij Amberg in de werkplaats. Hij werd rijwielhersteller en geïnspireerd door de heldendaden van zijn baas ging hij op de Oerlikonbaan eens proberen of hij er ook wat van kon. Hij werd gelijk geïnfecteerd met de wielerbacil en hij trainde elke ochtend voor het werk dat de stukken eraf vlogen. Drie jaar later was hij Zwitsers kampioen achtervolging en had hij de Omloop van de Vier Kantons op zijn naam staan. A star was born. Hij manifesteerde zich vooralsnog vooral als een achtervolger en na de oorlog en vanaf 1947 was hij in die discipline acht jaar op rij profkampioen van zijn land. Op de weg duurde zijn doorbraak tot 1950 het jaar waarin hij zowel de Ronde van Zwitserland als die van Italië won. Hij was in één klap een vedette, die in eigen land had af te rekenen met Ferdinand Kübler en in het buitenland met coryfeeën als Coppi, Bartali, Magni, Bobet, Geminiani, Robic, Van Steenbergen, Ockers en Schotte. In 1951 won hij de Tour de France op een manier die legendarisch is geworden. Hij won vijf ritten en zijn zege in de etappe van Brive naar Agen was een demonstratie van macht als zelden vertoond. In zijn eentje realiseerde hij een voorsprong van vier minuten en hield die 150 kilometer lang vast op een fel jagend peloton met alle groten van zijn tijd, die ook in de Alpen en de Pyreneeën door hem werden vernederd. Maar zijn rijk duurde maar kort. Koblet was gek op vrouwen en zij op hem. De pédaleur de charme lustte er wel pap van en maakte gretig gebruik van al het aanbod. Hij liep een geslachtsziekte op en dat velde hem. Niet als mens, maar als groot wielrenner. Na genezing was de atletische macht verdwenen. Hij reed nog jaren door, won nog heel veel, maar niet meer op die indrukwekkende manier van daarvoor. Na zijn carrière ging het snel bergafwaarts met de voormalige godenzoon. Zijn huwelijk liep stuk, zijn zakelijke avonturen mislukten en op 2 november 1964 reed hij zich in zijn Alfa Romeo sportauto te pletter tegen een boom. Ook dat mislukte, want hij leefde nog vier dagen. Het leven van Koblet is merkwaardigerwijs nooit verfilmd, want het heeft alle ingrediënten van een groots en meeslepend drama.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 21 maart 2007 0:00

 

© Cor Vos

“Afgelopen donderdag was ik weer eens in mijn geboortestad Leiden, sleutelwoord voor cultuur en geschiedenis en vanaf aanstaande zondag natuurlijk de startplaats van de Campina Ronde van het Groene Hart. Er werd verhaald over de oorsprong van het zuivelbedrijf, dat lag bij de coöperatieve boeren in de Kempen, en de coöperatie werd dan ook vernoemd naar het gebied dat de Romeinen de naam Campina gaven. De persbijeenkomst was in het historisch walhalla van de Leidse binnenstad: het fraaie zeventiende-eeuwse monument De Waag. Ooit gebouwd met het doel fraude bij de botermakers tegen te gaan. Meten is weten en daarom misschien ook een locatie om de wielrenners zondag de maat te nemen om uit te vinden of ze wel zuiver op de graat zijn. Niet dat dit van mij hoeft, want het wordt zo langzamerhand wel een echte heksenjacht en daarvoor moeten we in Oudewater zijn. In 1657 kreeg ...

Door Fred van Slogteren, 20 maart 2007 10:00

Jan HIJZELENDOORN (1929, Nederland)

Rond 1950 spaarde ik als jongetje plaatjes van Bob Uschi. Dat waren sportkarikaturen die je bij een of ander product kreeg. De hele familie spaarde mee en zo had ik ze op een dag compleet. Toen was het zeuren bij mijn moeder om het album waarin de plaatjes konden worden geplakt. Dat moest worden aangeschaft en daar was de nodige strijd voor nodig. Ik heb het uiteindelijk bemachtigd en toen kon met het potje Gluton en zo’n houten kwastje het plakken beginnen. Toen ze er allemaal in zaten overzag ik het geheel met genoegen, maar ik had het gevoel dat het niet af was. Onder elk plaatje stond de naam van de sporter en een stippellijntje. Daarop moest de handtekening worden gezet en hoe pak je dat aan? Ik besloot met de Amsterdammers te beginnen en die stonden er gelukkig overvloedig in. De rest zou in mijn latere leven wel worden geregeld. Zo ging ik op de vrije woensdagmiddag met mijn album bedremmeld naar de sigarenwinkel van Cootje Bergman in de Zoutsteeg, vol ontzag naar de benedenwoning van Jan Derksen in de Okeghemstraat en trillend van de zenuwen naar de stoffenkraam van Rinus van Raalte op de Lindengracht om van mijn idolen de benodigde krabbel te krijgen. Er moeten talloze Amsterdamse jongetjes met hetzelfde verzoek op ze zijn afgekomen, want ze zetten hun handtekening en verder niets. Ook bij de sigarenzaak van Piet Koekebakker in de Jan Pieter Heijestraat stapte ik binnen. Toen ik jubelend met de handtekening van het Blauw-Wit-kanon met mijn album naar buiten kwam, zag ik een wielrenner langs fietsen. Hij reed op een racefiets met een ...

Door Fred van Slogteren, 20 maart 2007 0:00

“Komende zaterdag wordt de 98e editie van Milaan-San Remo verreden en dat is voor mij een aanleiding om bij het verleden van de Primavera stil te staan. Bijna een eeuw geleden op 14 april 1907 begonnen 33 renners in Milaan voor de eerste keer aan een wedstrijd over 288 kilometer naar San Remo aan de Italiaanse bloemenrivièra. Veertien van hen zouden de finish halen en de winnaar was geen Italiaan. De Fransman Lucien Petit-Breton werd na ruim 11 uur koers als winnaar gehuldigd voor zijn landgenoot Gustave Garrigou. Petit-Breton was de eerste die de Tour de France twee maal won (1907 en 1908) en hij won naast Milaan-San Remo ook nog Parijs-Brussel en Parijs-Tours. Garrigou won in 1911 de Tour en bovendien ook nog de Ronde van Lombardije en Parijs-Brussel. Met een achterstand van 3 uur 42 minuten en 15 seconden werd de Italiaan Luigi Rota 14e en laatste.

Het zou tot maar liefst 1949 duren vooraleer de eerste Nederlanders de finish in San Remo haalden. Ex aequo op de 18e plaats werd ...

Door Fred van Slogteren, 19 maart 2007 10:00

Mirko CELESTINO (1974, Italië)

Mirko is een Italiaanse beroepsrenner die al sinds 1996 meedraait. Hij begon goed, want in de eerste jaren van zijn profbestaan won hij de HEW-Cyclassic Hamburg en de Ronde van Lombardije. Zijn naam was gevestigd maar bij die successen is het eigenlijk gebleven. Als ik lees wat er de laatste jaren allemaal over deze coureur is geschreven, dan rijst voor mij het beeld op van het type profcoureur, die met de UCI-kalender op tafel onder de kerstboom minutieus zijn programma uitkiest. ‘Daar rijd ik wel, maar niet voluit, daar wil ik wel winnen, maar met de rem erop, want de week daarna is er een koers die ik perse wil winnen. Daar blijf ik de hele dag achterin het peloton zitten, want dan heb ik geen stress en daar moet ik me even laten zien, want dat wil de sponsor.’ Hij zegt er nog net niet bij, ‘hoe zou het thuis gaan met de vrouw en de kinderen?’ Ik vind het prima dat renners bij hun ploegen goed betaald worden en dat ze het programma mogen rijden dat hen het beste past, maar dan moeten ze er wel staan in de wedstrijden die ze zo zorgvuldig uitkiezen. En dat kun je van Celestino al jaren niet meer zeggen. Een groot talent voor het eendagswerk, maar meer bezig met het gedreutel van het thuisfront dan met de instelling van een toprenner. Zo van: ‘en vandaag vreet ik ze allemaal op, wat er ook gebeurt.’ Dat is niet de mentaliteit van Mirko Celestino. Straks krijgen we nog coureurs die als huisman een deeltijdafspraak maken met hun vrouw. Geen probleem mee als die echtgenote Leontien van Moorsel, Gunn-Rita Dahle of de vandaag ook jarige Hanka Kupfernagel heet, maar die zouden waarschijnlijk nooit voor een leven met Mirko Celestino gekozen hebben, hoe groot zijn talent ook is. Waarmee ik niet wil zeggen dat alle coureurs van tegenwoordig zo zijn. Gelukkig niet. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 19 maart 2007 0:00

 

Er liep in het Olympisch Stadion altijd een jolige warmeworstenverkoper over de tribune. In een tijd dat sexueel getinte grappen nog bij mannenonderelkaar hoorden en er op de tribune alleen nog maar aanmoedigingen geschreeuwd werden, ging deze man tot het randje met zijn kreet: ‘Warme worst, warme worst, oh wat hep ik een lekkere warme worst’. Er werd steeds besmuikt om gelachen ook al had je het al honderd keer gehoord. Ik denk dat deze man in opdracht van de stadiondirectie ook verantwoordelijk was voor de grafische verzorging van de affiches, want als je ze allemaal naast elkaar legt dan heb je zelden zo’n bijeengeraapt zooitje gezien. De ene keer staat de marathontoren er wel op en andere keer niet, alle kleuren van de regenboog werden gebruikt en de typograaf deed met de blinddoek voor zo maar een ...

Door Fred van Slogteren, 18 maart 2007 10:00

« Vorige 1 2 3 ... 1084 1085 1086 1087 1088 1089 1090 1091 1092 1093 1094 ... 1177 1178 1179 Volgende »