Slogblog


Pierino GAVAZZI (1950, Italië)

Ik weet niet of het een record is, maar Pierino Gavazzi was twintig jaar lang professioneel wielrenner. Hij was 23 jaar toen hij bij de broodrijders debuteerde en 42 jaar toen hij afzwaaide. Ik heb geen idee of dat een record is, maar dat zou best kunnen. Zeker gemeten naar de renners van na de tweede wereldoorlog, want daarvoor gingen ze nog wel langer door. Denk maar aan Reggie Macnamara die een poosje geleden in deze rubriek langs kwam. Gavazzi is eigenlijk niet zo goed te vangen. Aan zijn uitslagen te zien was hij een typische eendagsrenner, maar hij startte ook zestien keer in de Giro d’Italia, waar hij vijf etappes won. Zijn beste klassering was 36e. Hij won een hele ris van die Italiaanse semi-klassiekers, waaraan hoofdzakelijk Italianen deelnemen en hij werd drie keer kampioen van zijn land. Zijn grootste overwinning is in 1980 Milaan-San Remo geweest en dan behoor je in Italië tot de goden en kun je niet meer stuk. Snelle klassiekers met een lastige finish lagen hem het best zo te zien, zoals Parijs-Brussel. Hij heeft een mooie erelijst, maar hij heeft er ruim de tijd voor genomen. Dat moeten zijn twee wielrennende zonen Nicola en Mattia nog maar zien te bereiken. Nicola zal dat zeker niet lukken, want die is al gestopt en Mattia werd in november 2004 met drie overwinningen op zijn naam voor veertien maanden geschorst wegens een positief plasje. Dat is pa nooit overkomen en hij is een van de weinige renners van zijn generatie die dat kunnen zeggen.

Door Fred van Slogteren, 4 december 2006 0:00

De Ronde van Nederland is in 1948 voor het eerst verreden en die van 1951 was dus de vierde uitgave. De ronde was in die beginjaren een kommervolle onderneming, waar nogal wat geld bij moest. De organisatoren wisselden elkaar dan ook met grote regelmaat af. De editie van 1951 werd gewonnen door de Belg Jean Bogaerts en de ronde eindigde, zoals gebruikelijk in die jaren, op de Amsterdamse stadionbaan. Dat is diverse malen gebeurd, want het was een mooi gezicht om de wegrenners bij de Marathonpoort de piste te zien opdraaien, terwijl de directie van het stadion de gelegenheid had om met een mooi wielerprogramma de tribunes vol te krijgen.
In afwachting van de coureurs werd dan altijd een internationaal baanprogramma afgewerkt met nogal wat grote ...

Door Fred van Slogteren, 3 december 2006 10:00

Joop ZOETEMELK (1946, Nederland)

Joop Zoetemelk heeft me altijd wel een beetje geïntrigeerd, maar niet zodanig dat ik een boek over hem wilde schrijven. Dat moet groeien en het zijn vooral zijn collega’s geweest die me overtuigd hebben. Mensen die met hem in één ploeg hebben gezeten of met hem in dezelfde tijd hebben gereden, vertelden mij altijd een heel ander verhaal over Joop dan ik uit de kranten kende. Niet dat Joop in hun verhalen een extravert, bourgondisch gezelligheids- dier werd, maar wel dat hij een heel groot wielrenner was. Zelfs mensen als Eddy Merckx en Lucien Van Impe, die vaak moeite hadden met zijn strijdwijze, geven grif toe dat Joop Zoetemelk een heel groot coureur is geweest. Uitzonderlijke klasse, gepaard aan een zeer eenvoudige persoonlijkheid. Ontzettend low key. Iemand die in alles zichzelf was en zich nooit van de wijs liet brengen. Dat vind ik heel knap, want het is heel moeilijk om altijd jezelf te zijn. Bijna iedereen speelt een rol in het leven om zijn tekortkomingen te verbergen. Verlegen mensen zijn er soms dag en nacht mee bezig om maar niet verlegen te lijken en de achtbanen in de pretparken zitten vol met mensen die liever aan de grond waren gebleven, maar niet aan anderen durven te bekennen hoezeer ze het in hun broek doen. Joop heeft daar geen last van. Hij is wie hij is en hij is absoluut niet van plan daar iets aan te veranderen. Hij is wel altijd bereid anderen te helpen, maar hij stelt zijn grenzen. Wat hij niet wil, dat doet hij niet. Hij heeft op die manier geen vriendenkring opgebouwd, maar hij heeft ook geen vijanden. Er is wel respect, veel respect voor de man die je elke keer dat je hem tegenkomt weer moet veroveren. Echt eigen word je niet met hem, hoewel we dat stadium bijna bereikten toen het boek af was. Hij straalde net als ik het gevoel uit dat de klus geklaard was en de enige die dat oppikte was Martin Ros, die de zaterdag daarna op de radio zijn bewondering uitte voor de eenvoud van de persoon Joop Zoetemelk. Maar ondanks dat bleef Joop zeggen wat hij in het jaar daarvoor ook steeds gezegd had. Het had voor hem niet gehoeven. Dus Gerrie Knetemann had gelijk toen hij tegen mij zei: Joop doet het niet voor zich zelf, hij doet het voor jou. Zo is die man. En daarvoor wil ik hem nog eens bedanken op zijn zestigste verjaardag. Joop, nog vele jaren! (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 3 december 2006 0:00

Jan ULLRICH (1973, Duitsland)

Natuurlijk kende ik hem als de amateurwereldkampioen van Oslo in 1993. Hij moest toen nog twintig worden en hij straalde klasse uit. Een fors geboetseerde Ossie, die een jaar later bij Team Telekom als stagiair in het profpeloton debuteerde. Hij kon geweldig tijdrijden en op macht met de besten bergop, hoe hoog de cols ook waren. Twee jaar later debuteerde hij in de Tour. Het zou de zesde Tourzege van Indurain worden, maar het liep anders. De Spanjaard had met vijf opeenvolgende Tourzeges zijn plafond bereikt en de Tour kreeg een nieuwe winnaar. Bjarne Riis, een kalende Deen en de kopman van Telekom. Er gingen direct de wildste geruchten, want Riis had weliswaar altijd tegen de top aangezeten, maar dat hij dit kon had niemand voor mogelijk gehouden. Hij werd ‘monsieur 60 pourcent’ genoemd en niemand leek tegen hem opgewassen. Maar de kenners zagen tegelijk zijn opvolger, want het was duidelijk dat Riis, gezien zijn leeftijd, geen jaren zou heersen. Ullrich, de nummer twee, moest nu al af en toe in de remmen knijpen om zijn kopman voor te laten gaan. Een jaar later in 1997 deed Jan Ullrich wat er van hem werd verwacht: de Tour winnen. Zijn duels met Pantani in het hooggebergte waren van een superieure schoonheid. Het raspaard en de locomotief. Ik heb er destijds van genoten. Het raspaard reed de locomotief er niet af en in de tijdritten was de Italiaan geen partij voor ‘Der Rosse aus Rostock’. Als iemand van 23 jaar dat kan dan moet hij in staat worden geacht tien keer de Tour te winnen, vermoedde iedereen. In potentie was dat juist, maar het is bij die ene Tourzege gebleven. In de eerste plaats omdat twee jaar later de ster van Armstrong ging stralen en in de tweede plaats omdat der Jan zelf niet in staat was het leven van een toprenner te leiden. In de wintermaanden verwaarloosde hij zijn conditie, leefde te veel als een gewoon mens en begon steeds veel te zwaar en veel te laat aan zijn voorbereiding. Hij raakte in allerlei affaires verstrikt en stond vaker in de tabloids, dan in de sportbladen. Het is een wonder dat zijn sponsor hem zoveel jaar krediet heeft gegeven en het is bizar dat ze dit jaar het vertrouwen in hem hebben opgezegd, terwijl er ook tegen Ullrich niets bewezen is in de Spaanse dopingrel. Hij moet al met al genoeg vernederd zijn om volgend jaar hard terug te slaan, maar ik geloof er niet meer in. Hij wordt vandaag 33 en dan gaan de jaren tellen en in mentaal opzicht is hij de mindere van bijna elke Tourwinnaar uit het verleden. Jammer. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 2 december 2006 0:00

“Opgericht in 1902, was Bauer een fietsenfabriek van eerbiedwaardige ouderdom, vergelijkbaar met bijvoorbeeld Batavus. Maar anders dan het Nederlandse bedrijf legde L. Bauer & Co. in Klein-Auheim (nabij Frankfurt) zich toe op de productie van racefietsen, naast gewone gebruiksfietsen. Bauer had een goede reputatie op de weg, op de wielerbaan en in de kunstfietshal. Kunstfietsen is hier vrij onbekend omdat het een tak van de wielersport is die hoofdzakelijk in Duitsland en Tsjechië wordt beoefend. Helaas waren er niet veel opmerkelijke zegepalmen voor ...

Door Fred van Slogteren, 1 december 2006 10:00

Albert VAN DAMME (1940, België)

Deze Belg was een ster toen het veldrijden nog te boek stond als hardlopen met de fiets op je nek. Hij is direct veldrijder geworden en heeft dan ook geen verleden als wegrenner. Een echte specialist en dat had een economische reden. De familie Van Damme had een bloemkwekerij en dat was in de zomermaanden hard aanpakken. Er was gewoon geen tijd voor de sport. In de winter lag dat anders en daarom koos Albert, in navolging van een oudere broer, voor de cyclo cross. Baggeren door de modder. Hij kon het als geen ander en hij won in zijn carrière meer dan vierhonderd veldritten en hij was zes maal Belgisch kampioen. Vandaag de dag zou hij geen uitslag meer rijden, want de cross is veranderd. Er wordt nauwelijks nog gelopen. Het is rammen op bosgrond en obstakels als boomwortels en kuilen ontwijken. Dat vraagt andere kwaliteiten dan die Albert Van Damme in overvloed had. Zijn belangrijkste gave was kracht, zeker als er een glibberige heuvel genomen moest worden. Daarom reed hij graag in Zwitserland en Spanje waar de parcoursen lagen waar hij kon excelleren. Ook toen al reden de veldrijders twee koersen in het weekend en Van Damme pikte er dan graag één mee in Spanje. Het liefst ging hij met de auto op en neer en kwam dan pas ’s maandags vroeg in de morgen terug om dan gelijk in het bedrijf te moeten aanpakken. De vermoeidheid werkte hij weg met amfetaminen, zoals hij bekende in het boekje van Gijs Zandbergen en Wout Koster: ‘Een wielrenner die rijdt, steekt zijn hand niet op’. Albert Van Damme was in de jaren zeventig een van de sterkste veldrijders van de wereld, maar hij had de pech een tijdgenoot te zijn van Eric De Vlaeminck, die in die jaren zeven keer wereldkampioen was. Na tal van ereplaatsen was hij in 1974 eindelijk de beste van de wereld. Hij kreeg de bloemen, maar die had hij thuis al genoeg.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 1 december 2006 0:00

Laurent JALABERT (1968, Frankrijk)

Er zijn twee soorten renners. De ene soort gaat uit van de kwaliteiten die hij in de wieg heeft meegekregen. Ze ontwikkelen die tot het maximum en gaan verder door het wielerleven als sprinter, rouleur, klimmer of combinaties daarvan. De andere groep is veel kleiner, want dat zijn de renners die zich niet neerleggen bij het feit dat ze het ene wel kunnen en het andere niet. Ik noem drie beroemde representanten van deze groep omdat ze zich alle drie hebben ontwikkeld van een sprinter, die ook tot een bepaalde hoogte goed kon klimmen en tevens een redelijke tijdrit neer kon zetten. De eerste is Jan Janssen, de tweede Sean Kelly en de derde Laurent Jalabert. Ze wonnen tal van koersen, met hun sprint, maar ze ontwikkelden zich zodanig dat ze alle drie de Ronde van Spanje op hun naam schreven en Janssen ook nog eens de Tour de France. Dat is grote klasse en Jalabert is er een grand seigneur mee geworden die in eigen land nog altijd enorm populair is. Als hij zich tijdens de Tour buiten het commentaarhok van de Franse TV waagt, dan staan de fans in rotten van vier te wachten op zijn handtekening of het voorrecht met hem op de foto te gaan. Jaja was dertien jaar prof en behalve de Vuelta won hij vijf klassiekers en tal van kleine rittenkoersen en eendagswedstrijden. Hij behoorde tot de beste renners van zijn tijd. Jalabert was ook wereldkampioen tijdrijden en in de Tour won hij twee keer zowel het puntenklassement als het bergklassement. Over allround gesproken. Veel van die successen behaalde hij na 1994. In de Tour van dat jaar zag ik hem met zijn helm op één oor en zijn zonnebril bungelend aan het andere zwaargewond op het asfalt zitten nadat een fotograferende politieagent een massale valpartij veroorzaakte. Hij had van alles gebroken en zijn oog hing uit de kas. Maar toen moest zijn echte carrière nog beginnen. Ik had daar – en dat heb ik nog steeds – een grenzeloos respect voor. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 30 november 2006 0:00

Cyril DESSEL (1974, Frankrijk)

Helemaal onbekend was hij niet toen hij na de tiende etappe van de Tour de France 2006 in het geel werd gehezen. Cyril Dessel was al aan zijn achtste profseizoen bezig, maar hij was nog niet echt goed opgevallen. Hij kon aardig klimmen en hij maakte op die 12e juli deel uit van een grote kopgroep op weg naar Pau. De Tourdirectie had in die rit een col van de buitencategorie opgenomen en daar kwam het gros van de kopgroep in grote nood. Twee goede klimmers zagen hun kans en lieten de rest achter. Het waren Dessel en de Spanjaard Juan-Miguel Mercado. Dessel van de AG2R-ploeg en Mercado van het ProContinental-team Agritubel dat met een wildcard het Tourcircus was binnengeslopen. De twee werkten goed samen, want ze hadden direct een akkoord gesloten. Mercado de ritzege en Dessel de gele trui. Zo hielden ze achtervolger Landaluze van zich af en Frankrijk had een nieuwe held. Het sprookje duurde één dag, want op 13 juli volgde de rit van Tarbes naar Val d’Aran, waarin het Rabobank-collectief Menchov-Boogerd-Rasmussen het initiatief nam en Dessel 4 minuut 45 moest toegeven. Maar de manier waarop hij zijn trui verdedigde, verdiende alom respect. Net als landgenoot Thomas Voeckler een paar jaar daarvoor moest hij steeds weer lossen als er versneld werd, maar hij kwam ook steeds weer terug. Toen de rookwolken waren opgetrokken stond hij tweede in het klassement op slechts 8 seconden van de nieuwe leider Floyd Landis. Hij zakte in de dagen daarna naar de derde, de vierde en de zevende plaats en op die stek stond hij nog toen de karavaan moegestreden op de Champs Elysées arriveerde. Als beste Fransman, een kleine minuut voor Christophe Moreau. Hij zal geen topper meer worden, deze 32-jarige Fransman uit de buurt van Saint Etienne. Hij zal zijn prestatie van dit jaar misschien niet meer herhalen, maar zijn verdere rennerscarrière mag hij rekenen op de onvoorwaardelijke sympathie van het Franse volk. Zo gaat dat in la Douce Françe. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 29 november 2006 0:00

Een ander punt dat gisteravond druk besproken werd in de wandelgangen was het dodelijk ongeluk in de Zesdaagse van Gent. Er liepen nogal wat oud-renners rond met (veel) zesdaagse-ervaring. Zij waren unaniem in hun oordeel: dit was een bedrijfsongeval. Niemand wil dat maar het is in ieder beroep onvermijdelijk. Het is 55 jaar geleden dat iets dergelijks is gebeurd. Dat was in 1951 tijdens de Zesdaagse van Berlijn en het slachtoffer was onze landgenoot Gerrit van Beek. Een nu dus ruim een halve eeuw later Isaac Galvez. Daar zitten misschien wel vijfhonderd zesdaagsen tussen en de roep om ...

Door Fred van Slogteren, 28 november 2006 17:34

Gisteravond werden in De Orangerie in Den Bosch weer de winnaars bekendgemaakt van de Gerrit Schulte Trofee, de Gerrie Knetemann Trofee, de Keetie van Oosten-Hage Trofee en de Club 48 Trofee. Jullie hebben het ongetwijfeld al in de media gezien: de prijzen werden respectievelijk gewonnen door Michael Boogerd, Sebastian Langeveld (waar heb ik die namen nog meer in volgorde zien staan?), Marianne Vos en Bart Brentjens. Na afloop heb ik nog met diverse aanwezigen over de uitslag gepraat. Er was – duidelijk waarneembaar – enige scepsis ten aanzien van Boogerd. Niet vanwege ... de wielrenner Boogerd en zeker niet vanwege de persoon Boogerd, want met beide is niks mis. De Hagenaar heeft in de nadagen van zijn carrière nog fantastisch gepresteerd en zeker die gedenkwaardige Touretappe waarin hij en Rasmussen langdurig het tempo aangaven, waardoor Menchov het kon afmaken, was grote klasse. Ook zijn optreden in de voorjaarsklassiekers mocht er zijn. Maar hij heeft niet ...

Door Fred van Slogteren, 28 november 2006 16:41

« Vorige 1 2 3 ... 1084 1085 1086 1087 1088 1089 1090 1091 1092 1093 1094 ... 1154 1155 1156 Volgende »