Slogblog


MONSERÉ, Jean-Pierre (1948, overleden 15.03.1971, België)

Naarmate de jaren zijn verstreken heeft de periode Merckx (1965-1978) mythologische proporties aangenomen. Veel jongeren die dat tijdperk alleen van horen zeggen kennen, denken vaak dat de Kannibaal geen tegenstand van betekenis heeft gehad. Dat is niet juist, want in die dertien jaar had hij te maken met een lichting renners van zeer hoog niveau. Wie naar de erelijsten kijkt van coureurs als De Vlaeminck, Maertens, Godefroot, Van Impe, Gimondi, Motta, Ocaña, Thevenet, Guimard, Janssen, Zoetemelk, Kuiper en nog een handvol vedetten zal erkennen dat Merckx weliswaar koning eenoog was, maar niet in het land der blinden. Het zou zelfs kunnen zijn dat hij nog tijdens zijn actieve loopbaan te maken had gekregen met een aanstormend talent uit eigen land. Een jonge renner die hem zeker in de klassiekers naar de kroon had kunnen steken, ware het niet dat het noodlot ingreep. Dat was op 15 maart 1971 toen de jongste profwereldkampioen op de weg ooit tijdens een koers in Retie met een auto in botsing kwam en ter plekke overleed. Jempi Monseré, 22 jaar oud, was op slag dood en heel België was verslagen. Hij was in 1969 beroepsrenner geworden en hij won de Ronde van Lombardije, de Ronde van Andalusië en het WK van 1970 in Leicester. Hoe zou zijn carrière verder zijn verlopen? Niemand weet het, we kunnen slechts gissen. Het enige dat we weten is dat hij in de twee beroepsjaren die hem werden gegund heeft geschitterd als een ster aan het firmament. Maar er zijn sterren en sterren. Je hebt er die steeds feller gaan schijnen, maar er zijn er ook die je na verloop van tijd niet meer opmerkt. Door zijn dood werd Jean-Pierre Monseré letterlijk een eeuwige belofte.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 8 september 2006 0:00

HIER IS ‘T

door Pierre Huyskens

“Volgens mij is dit de eerste biografie van een ploegleider. Weliswaar is Pellenaars ook een meer dan goed wielrenner geweest, maar zijn roem heeft hij vooral vergaard als leider van de fameuze Locomotief-ploeg uit de jaren vijftig met renners als Wim van Est, Wout Wagtmans, Gerrit Voorting en Jan Nolten. De populariteit van toen heeft hij later niet meer bereikt met merkenploegen als die van Televizier en Goudsmit Hoff. Het boek beschrijft het leven van D’n Pel met alle ups en downs. Hij was een echte prof van hetzelfde slag als zijn generatiegenoot Middelkamp. Het ging hem meer om de poen dan om de eer en om dat te bereiken wheelde en dealde hij dat het een lieve lust was, als het maar ...

Door Fred van Slogteren, 7 september 2006 10:00

Briek SCHOTTE (1919, overleden 04.04.2004, België)

In de rijke Vlaamse wielerlectuur komt Briek Schotte vaak voor, want Den IJzeren van Kanegem stond model voor De Flandrien, een rennerstype dat al lang is uitgestorven. Er bestaan twee lezingen over het begrip Flandrien. De ene zegt dat een echte zich laat herkennen aan een ploeterende stijl en de andere behelst dat de straatarme boerenkinkels van de schrale Vlaamse akkers de koersfiets gebruikten om zich uit de bittere armoede te verheffen. In de eerste opvatting was Schotte er een, in de ander niet want zijn jeugd was niet zo arm als die van bijvoorbeeld zijn generatiegenoot Marcel Kint. Maar wat die ploeterende stijl betreft was hij een echte Flandrien, wat zeg ik de keizer der Flandriens. ‘Hij geleek een vloek op een koersfiets. Bij Briek bewoog, in volle inspanning, alles wat er aan hem was en niet zelden hebben we gevreesd dat hij tijdens al dat getrek en gesleur zijn ellebogen aan de straatstenen zou kwetsen.’ Dat schreef de vermaarde Vlaamse wielerjournalist Jan Cornand eens in een van zijn boekjes. Het getal twee speelt een grote rol in de carrière van Schotte. Hij won twee keer de Ronde van Vlaanderen, twee keer Parijs-Brussel, twee keer Parijs Tours en ook twee keer Gent-Wevelgem. Bovendien werd hij ook nog twee keer wereldkampioen en werd hij een keer tweede in de Tour de France. Hij was niet echt een man voor het grote rondenwerk, maar als alles meezat, zoals in 1948, kon hij ver komen.
Na zijn actieve wielerloopbaan werd hij sportdirecteur bij de Flandria-ploeg. Hij werd een vaderlijke ploegleider van mannen als de gebroeders De Vlaeminck, Leman, Monseré en ook onze eigen Joop Zoetemelk debuteerde bij de man die heilig geloofde in een glaasje rode wijn aan de rennerstafel. Eric Leman won onder zijn leiding drie keer de Ronde van Vlaanderen en dat was voor Briek het allermooiste. Hij was de personificatie van die ronde. Een dag voor de editie van 1996 kreeg Briek zijn standbeeld in zijn geboortedorp en tijdens Vlaanderens mooiste van 2004 kwam het bericht dat Briek Schotte was overleden. Zijn timing was perfect.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 7 september 2006 0:00

© Henk Theuns

“Op dit truitje staat geschreven: ‘Voor mijn vriend Henk. 1983 Italië. Martin Havik. Ciao. Martin Havik was al zeven jaar beroepsrenner toen hij in 1984 een contract tekende bij een Italiaanse ploeg. Hij had zowel bij kleine als bij grote ploegen gereden. De grootste was uiteraard TI-Raleigh, want hij reed in het seizoen 1979 voor de bende van Post. Hij werd niet opgesteld in het grote werk, maar hij won wel een rit in de Vierdaagse van Duinkerke. Plus een kermiskoers in België en een hele ris ereplaatsen. In de jaren die volgden werd het steeds iets minder tot hij die kans kreeg bij het Italiaanse ijsmerk GIS. Veel heeft hij in dat ene jaar niet gepresteerd, want een 129e plaats in de Ronde van Italië is niet om over naar huis te schrijven. Het veranderde wel zijn leven, want ik meen dat Martin toen verliefd is geworden op een Italiaanse, met haar is getrouwd en in Italië is gaan wonen. Hij is nu dus een halve Italiaan, die ik helaas nog maar zelden tegenkom. Maar als herinnering aan een deze goede vriend heb ik dit mooie truitje. Ciao, Martin! Grazie!!!

Tot volgende week!”

Henk Theuns

Door Fred van Slogteren, 6 september 2006 10:00

Bruno RISI (1968, Zwitserland)

De populariteit van de zesdaagse in Nederland had in de jaren zeventig en tachtig veel te maken met de lichting Zoetemelk, Raas en Knetemann en met René Pijnen, een van de grootste specialisten in dat spectaculaire onderdeel van de wielersport. Maar toen Pijnen plotseling moest stoppen en Zoetemelk cs. afscheid nam, verflauwde de aandacht voor het spektakel zienderogen en sloot Rotterdam in 1988 als laatste de deuren. In de jaren daarna raakte ik het zicht op het gebeuren een beetje kwijt tot ik in november 1997 een uitnodiging kreeg van Patrick Sercu om een avondje in Gent te komen kijken. Urs Freuler, Etienne De Wilde en Andreas Kappes kende ik nog van Rotterdam, maar voor de rest waren het onbekende namen.
Al bij de voorstellingsronden zag ik hem. Een diepzittende atletische renner met een big smile op zijn gezicht en uit de achterkant van zijn helm stak een krullend blond matje. Ik besloot niet op het middenterrein te blijven, maar op de tribune te gaan zitten om die renner eens goed te bekijken. Ik ben de hele avond blijven zitten en ik heb van hem genoten. Wat een macht, souplesse en snelheid was daar in één persoon verenigd. De zesdaagse is topsport, maar het is niet de bedoeling dat één koppel de rest in de vernieling rijdt. Ik ben er echter van overtuigd dat Risi - met de hulp van zijn vaste koppelgenoot (en zwager) Betschart - dat best zou kunnen. Puur op kwaliteit het hele spul op tien ronden rijden, maar dat gebeurt niet omdat het niet commercieel verantwoord is. Een dergelijk vertoon van macht zou de tribunes ontvolken en dat is niet de bedoeling. Als er gewonnen wordt is het met banddikte en dat accepteer je als wielerliefhebber alleen omdat je ziet hoe er afgezien wordt. Dat zie je aan die koppen, maar niet aan die van Risi. Die ziet er altijd hetzelfde uit. Alsof het geen moeite kost. Toen ik het eens over hem had met René Pijnen, zei die dat er in zijn tijd wel tien renners reden van het formaat van de Zwitser. Het zal wel, maar ik hoop dat we nog een aantal jaren van Bruno Risi kunnen genieten.
(Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 6 september 2006 0:00

Er zijn mij de laatste weken veel vragen gesteld over het blad Wieler Revue, waarvan ik tot voor kort journalistiek medewerker was. Dit omdat de voltallige redactie van het bijna dertig jaar bestaande blad is opgestapt. Wieler Revue wordt onder een nieuwe redactie voortgezet, terwijl de opgestapte redactie onder aanvoering van Evert de Rooij binnenkort met een nieuw blad komt met de naam: Wieler Magazine.
Omdat Wieler Revue de gang van zaken omtrent de voortzetting in het laatst verschenen nummer heeft uitgelegd, leek het mij gepast, gezien de relatie, Evert de Rooij – die op dit moment nog geen platform heeft - de gelegenheid te bieden op deze plaats zijn nieuwe blad aan te kondigen.

Door Fred van Slogteren, 5 september 2006 15:09

© T&T Tekst & Traffic

“Toen Jan Janssen in 1963 gecontracteerd werd door de Franse ploeg Pelforth, moest hij zijn opwachting maken bij de materiaalsponsor van de ploeg, de fietsenfabriek Lejeune. Hij werd uitgenodigd om even bij directeur Lejeune te komen. Die zat in een kamer met twee deuren. Op een gegeven moment stond Lejeune op en verliet het vertrek door de ene deur om op hetzelfde moment weer door de andere deur binnen te komen. Toen Janssen van verbazing was bekomen, besefte hij dat er twee Lejeune’s moesten zijn. Dat was zo, want Roger en Marcel Lejeune vormden samen een eeneiige tweeling en waren niet van elkaar te onderscheiden. Een jaar later kwam zwager ...

Door Fred van Slogteren, 5 september 2006 10:00

Peter WINNEN (1957, Nederland)

Ik kende hem niet toen ik in het voorjaar van 1998 bij hem aanbelde. Een rijtjeshuis in een saaie straat in een Noord-Limburgs dorp. “Pa!!!”, riep de jongen die opendeed naar boven en even later kwam hij de trap af, bestoven door wit stof. Hij was de badkamer aan het slopen om een nieuwe te kunnen aanleggen, verontschuldigde hij zich. Nadat hij zich een beetje had opgefrist namen we tegenover elkaar plaats met mijn taperecorder in de dictaatstand. Het ging niet over zijn Tourprestaties en zijn fantastische overwinningen op l'Alpe d'Huez, maar om zijn ervaringen met ploegleider Peter Post, over wie ik een boek aan het schrijven was. Het werd een moeizaam gesprek. Steeds zorgvuldig geformuleerde, aarzelend uitgesproken diplomatieke antwoorden, waar ik geen moer aan had. Hij had de naam de intellectueel van het peloton te zijn, maar uit niets bleek dat hij ernstig over de persoon Post had nagedacht. Ik zuchtte en zette mijn bandrecorder uit en maakte hem duidelijk dat hij niet bang hoefde te zijn dat ik hem uitgebreid met naam en toenaam in het boek zou citeren. Hij keek me lang en doordringend aan en er vond een metamorfose plaats. Peter begon te praten over zijn jaren bij Post. De ene na de andere messcherpe analyse van de grote ploegbaas kwam over zijn lippen. Prachtige beeldende beschrijvingen hoe Post aan tafel te werk ging als de ploeg of een bepaalde renner in zijn ogen had gefaald. Ik zag Post rond de tafel stieren, tot hij achter de gewraakte renner stond en in steeds scherpere bewoordingen zijn ongenoegen uitte. Terwijl hij dat deed masseerde hij met die grote handen de schouders en de nek van de renner, die het liefst door de grond was gezakt. Ik hoorde het gefascineerd aan en kon het haast niet geloven, maar andere renners bevestigden later dat ze dat Post vaak hebben zien doen. Toen ik twee uur later wegging had ik fantastisch materiaal op de band staan. Peter Winnen was toen nog niet de gevierde auteur, maar een oud-renner die een schat aan ervaringen mooi op papier probeerde te zetten. Hij was al jaren bezig aan HET BOEK! Hij vertelde me over zijn twijfels.

Op eerste kerstdag 2000 pakte ik bij de kerstboom een cadeautje uit. Een boek, en wat voor boek. ‘Van Santander naar Santander’, door Peter Winnen. Ik schreef er een persoonlijke ondertitel in: ‘De twijfels voorbij’. Ik heb het in één adem uitgelezen. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 5 september 2006 0:00

“De periode van het jaar waarin we nu leven was jarenlang de tijd van de wereldkampioenschappen op de weg. In 1982 vonden ze plaats in het Engelse Goodwood, waar Bernard Hinault het parcours veel te licht vond "Er kunnen zich heel onverwachte ontwikkelingen voordoen waardoor niet de sterkste maar de fortuinlijkste coureur zal winnen”, zo liet hij weten. Daarentegen voelden de Nederlanders - en met name Jan Raas - zich dé grote favoriet. Hoewel Nederland bij de twee voorgaande WK's niet had meegeteld, was er, dankzij maatregelen van de KNWU, in 1982 weer hoop. Bepaald was onder andere dat de geselecteerden voor het WK hun wedstrijdprogramma na de Ronde van Nederland moesten beperken tot een gezamenlijk optreden in Geraardsbergen. In het verleden hadden de lucratieve criteriums de heren professionals nog wel eens opgebroken, maar nu was Jan Raas in vorm, want in de Ronde van Nederland had hij zelfs een zesde plaats behaald in een 23 kilometer lange tijdrit.

Maar helaas, om De Telegraaf te citeren was ...

Door Fred van Slogteren, 4 september 2006 10:00

Frederik VEUCHELEN (1978, België)

Ik had nog nooit van hem gehoord toen ik op 22 maart jl. op Sporza de laatste kilometers zag van de semi-klassieker Dwars door Vlaanderen. Een eenzame renner in het shirt van Chocolade Jacques vocht een strijd om seconden uit met een achtervolgende groep onder aanvoering van Tom Boonen. In diens spoor reden Nico Eeckhout, Nick Nuyens en Robbie MacEwen, veel bekendere namen dan die van die verbeten strijdende renner voorop: Frederik Veuchelen. In het resumé hoorde ik dat die al na tien kilometer was ontsnapt samen met drie anderen. Het viertal bereikte een maximale voorsprong van ruim 18 minuten, maar daarna ging de vermoeidheid een rol spelen. Het langst had de Fransman David Boucher het volgehouden, maar met nog maar acht kilometer te koersen moest ook hij Veuchelen laten gaan. De Belg hield stand, maar het was nipt want bij het ingaan van de laatste kilometer had hij nog maar 20 seconden over en dat was net genoeg om niet door de ontketende groep Boonen te worden ingehaald. De volgende dag las ik ergens: ‘who the fuck is Frederik Veuchelen?’ Bij navraag bleek het om een afgestudeerde sportleraar te gaan die pas op zijn 22e jaar met de wielersport begon. Drie jaar later werd hij prof en in zijn eerste seizoen won hij twee ritten in de de lastige koers Triptique Ardennais. Verder won hij in zijn eerste profjaar de Ronde van Vlaams-Brabant en de Memorial Van Coningsloo. In de interviews die Veuchelen in de dagen na zijn opzienbarende solozege in Dwars door Vlaanderen gaf, beloofde hij een spoedige bevestiging. Het is er nog niet van gekomen, maar het seizoen is nog niet voorbij.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 4 september 2006 0:00

« Vorige 1 2 3 ... 1084 1085 1086 1087 1088 1089 1090 1091 1092 1093 1094 ... 1136 1137 1138 Volgende »