Slogblog


© Henk Theuns

“Nico Emonds was zo’n echte Vlaamse doordouwer die er altijd voor ging. Na een zeer succesvolle amateurperiode, waarin hij met Eric Vanderaerden streed om de titel: ‘beste Belgische jongere’ werd hij beroepsrenner. Hij heeft de verwachtingen in die klasse niet waar kunnen maken en hij heeft zeker het niveau van Vanderaerden niet bereikt. Hij was een sterk tijdrijder en voor de rest kon hij van alles een beetje. Hij was van 1983 tot en met 1996 beroepsrenner en behoorde in die jaren tot de subtop van het Belgische cyclisme. De Ronde van België in 1986 was wel zijn mooiste overwinning en verder haalde hij vooral het nieuws door ...

Door Fred van Slogteren, 28 maart 2007 10:00

Pino CERAMI (1922, België)

‘Wat goed is komt snel’, is een bekend gezegde in de sport. Maar dat is niet altijd waar. Neem Pino Cerami, geboren Italiaan die op zijn 5e jaar met zijn ouders naar België emigreerde. Waarschijnlijk omdat vader Cerami daar net als veel andere Italianen in de mijnen kon gaan werken. Ik weet niet of Pino dat als volwassene ook heeft gedaan, maar hij oogde wel als een kompel. Hij is in ieder geval laat met wielrennen begonnen en hij werd pas op z’n 25e beroepsrenner. Dat was in 1948 en hij won in zijn eerste profseizoen de GP Moerenhout. Hij ontwikkelde zich tot een modaal renner, die meer voor anderen dan voor zich zelf reed. Hij reed overal en hij pakte diverse ereplaatsen mee, maar niemand hield het voor mogelijk dat hij tot meer in staat was. In 1956 liet hij zich tot Belg naturaliseren, maar ook dat inspireerde niet. In maart 1960 hield iedereen al rekening met het feit dat hij spoedig afscheid zou nemen, want hij werd toen al 38 jaar. Hoogbejaard voor een renner, maar een week na zijn verjaardag won hij zomaar Parijs-Roubaix en in diezelfde maand de Waalse Pijl. Een anonieme renner die in een paar weken tijd twee onvervalste klassiekers won en daar ook nog eens de Ronde van België aan toevoegde. Het moest niet gekker worden. In het WK van 1960 bereikte hij ook nog eens het erepodium met een derde plaats achter zijn kopman Rik Van Looy en de Fransman André Darrigade. Een geweldig seizoen en niemand had het hem kwalijk genomen als hij toen gestopt was. Maar Cerami had de smaak te pakken. In 1961 begon hij met het winnen van de Brabantse Pijl om vervolgens met Van Looy de koppeltijdrit Het Gouden Wiel te winnen. Dat laatste zou hij een jaar later nog eens doen. Maar de grote overwinning moest in 1961 nog komen. Dat was wederom een echte klassieker, te weten Parijs-Brussel. In 1962 ging het allemaal een stuk minder, maar in 1963 werd hij nog 2e in Luik-Bastenaken-Luik en boekte hij een etappezege in de Tour de France. En toen vond hij het welletjes en als 41-jarige nam hij triomfantelijk afscheid van de wielersport. Een merkwaardig fenomeen, die in de herfst van zijn loopbaan nog een vedette werd. ‘Wat goed is komt soms wat later’. Hij wordt in Wallonië nog steeds geëerd met de naar hem genoemde Grote Prijs Cerami met heel wat grote namen op de erelijst. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 28 maart 2007 0:00

© T&T Tekst & Traffic

“Er zijn al heel wat veldslagen gewonnen op een Pinarello. In de Tour de France zelfs zeven keer na elkaar. Riis, Ullrich en vijf maal door de Spaanse veldheer Don Miguel Indurain, die de Armada op een Pinarello naar de overwinning voerde. Dit alles ligt ons verser in het geheugen dan de tachtigjarige oorlog tegen de Spanjaarden. Leiden was de stad waar de lont in het kruitvat werd gestoken voor de eerste Campina Ronde van het Groene Hart. Er is zelfs in het stadscentrum van de sleutelstad een groen hart, in de vorm van het Van der Werf park, waar het standbeeld staat van deze burgemeester die standvastig bleef en zich niet overgaf aan de Spanjaarden. Hij bood zelfs zijn ledematen aan voor consumptie aan de uitgehongerde bevolking. Van der Werf viel de Koninklijke groet van een driewerf hoera ten deel, toen bleek dat de Spanjaarden gevlogen waren. De ironie wil dat hij op de plek staat waar de meeste Leienaars het leven lieten. De plaats waar in 1807 het kruitschip met 37.000 ton buskruit tot ontploffing kwam, en een gapende wonde in de stad achterliet. De Armada zal vertrekken naast de ...

Door Fred van Slogteren, 27 maart 2007 10:00

Toni ROMINGER (1961, Zwitserland)

Op de ranglijst van de 100 beste renners aller tijden, die Jean Nelissen in 1999 opstelde, staat Toni Rominger op de 40e plaats. Als tweede Zwitser, achter Ferdi Kübler (26e), maar voor Hugo Koblet (48e). Op de rangschikkingswebsite www.cyclingranking.com staat hij zelfs als 30e, één plaats achter Miguel Indurain, die toch vijf keer de Tour won. Dat hij in mijn beleving veel lager staat ligt misschien aan zijn uitstraling. Een klein wat muisachtig mannetje, die na zijn afscheid snel werd vergeten. Het kan ook zijn dat hij eigenlijk helemaal geen wielrenner was. In zijn hart dan, want hij beklom pas een koersfiets toen hij al 21 was. Hij werkte als boekhouder en had niet al te veel conditie. Zijn broer daagde hem uit om eens tegen hem te fietsen en Toni werd hopeloos zoek gereden. Dat deed hem verdriet en hij kocht direct een racefiets en ging als een bezetene trainen. Toen kwam hij er achter dat hij veel talent had, vooral in het klimmen en het tijdrijden. Drie jaar later werd hij beroepsrenner en in de twaalf jaar die volgden won hij drie keer op rij de Vuelta en een keer de Giro. In 1993 won hij in de Ronde van Spanje alle klassementen, terwijl hij ook nog vanaf dag één tot in Madrid de amarillo leiderstrui droeg. In de Tour kwam hij niet verder dan een tweede plaats. Dat was in 1993 achter Indurain, maar wel won hij dat jaar drie etappes en het bergklassement. Twee keer stelde hij het werelduurrecord scherper, maar dat deed hij in het tijdperk van de merkwaardige fietsen, die later door de UCI verboden werden. De man heeft verder een gigantische erelijst bijeengereden, maar op de een of andere manier is dat niet echt blijven hangen. Daarom vandaag op zijn 46e verjaardag een kleine hulde aan een groot, maar al bijna vergeten, kampioen. Hij zal er niet om treuren, want hij hield miljoenen aan zijn carrière over en hij leeft als een vorst in Monaco. (Foto: © Cor Vos) 

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 27 maart 2007 0:00

“Deze week wil ik beginnen in 1970. In de Wielersport van 26 maart stond een fraaie foto van de Locomotief-Vredestein ploeg, die poseerde voor de Gazelle fabriek in Dieren. Net als in voorgaande jaren kregen veel jonge renners de kans zich te bewijzen. De kern van de ploeg werd gevormd door Marcel Pennings, Bert Boom, Mathieu Pustjens en Popke Oosterhof. Het programma mocht er zijn: de Ronde van Drenthe, de Omloop van de Baronie, de provinciale ronden van Noord Holland en Gelderland en Olympia's Ronde van Nederland. Ploegleider Hennie Schouten zag beslist toekomst in zijn jongens. ‘De meeste staan nog aan het begin van hun loopbaan. Over de kop jagen is niet onze bedoeling, maar zoetsappig zal ik ook niet met ze omgaan.’

Tussen de jonkies van de ploeg ontdekte ik een net negentien jaar geworden Amsterdammer met de naam Gerrie Knetemann. Hij zou een lastig seizoen tegemoet gaan, waarin hij slechts één keer een zege zou pakken. En dat was al op 29 maart in Venhorst, komende donderdag dus precies 37 jaar geleden. Op 30 mei zou de Ronde van Limburg zijn ‘eerste kennismaking met het hooggebergte zijn’. Bennie Ceulen, voormalig professional, en  nu al jaren journalist en vertegenwoordiger van de Tour de France organisatie in Nederland vertelde daarover in ...

Door Fred van Slogteren, 26 maart 2007 10:00

Zaterdag won Oscar Freire op schitterende wijze Milaan-San Remo en daarmee heeft Rabobank de eerste hoofdprijs binnen. Hopelijk zullen er nog een aantal volgen. De teller staat al op anderhalf, nadat Léon van Bon afgelopen woensdag Nokere won. Er had nog een halve hoofdprijs in gezeten want Graeme Brown pakte bijna de eerste Campina Ronde van het Groene Hart, eveneens een 1.1. koers en een prachtige opening van het Nederlandse professionele wielerseizoen. Brown kwam echter een lengte tekort op de jonge Belg Wouter Weylandt. Voor het doel van deze ronde een schitterende winnaar, want de naam Weylandt dient het doel van de ronde natuurlijk veel beter dan Brown. Tiemen Groen was nog mooier geweest, maar die fietst al jaren niet meer.
Ik heb met veel genoegen deel uitgemaakt van de organisatie en de ontstaansgeschiedenis van dichtbij meegemaakt. We hebben met zijn allen een steentje bijgedragen, maar de geslaagde organisatie is toch vooral de verdienste van Herman Brinkhoff (op de foto rechts), een onvermoeibare Piet Precies die er maandenlang dag en nacht mee in de weer is geweest. Geluk dwing je af, wordt wel eens gezegd. Dat is volledig van toepassing op deze wielerronde die veel heeft losgemaakt zowel bij het publiek, als bij de pers. Ook hoofdsponsor Campina was dik tevreden over de geweldige exposure. Trouwens, prettige mensen om mee samen te werken. Na afloop sprak ik nog even met Aart Vierhouten (foto), de grote animator van de koers, die het een zware wedstrijd noemde. Er was wel een lekker zonnetje, maar de felle oostenwind speelde een hoofdrol. Aart zag zijn inspanningen en zijn harde werken beloond met een vijfde plaats. Als groot sportman was hij daar niet blij mee. De derde man op het podium is het grote Belgische talent Greg Van Avermaet. (Foto's: © Philip van der Ploeg)

Door Fred van Slogteren, 26 maart 2007 9:00

Laurent BROCHARD (1968, Frankrijk)

We kennen Laurent Brochard voornamelijk van twee gebeurtenissen. In 1997 werd hij in San Sebastian wereldkampioen en een jaar later was hij in de regenboogtrui betrokken bij het dopingschandaal van de Festina-ploeg. Hij voorkwam de hoon die zijn landgenoot Virenque ten deel viel door al in een vroeg stadium een bekentenis af te leggen. Daarom is hij er vrij geruisloos afgekomen, evenals Christophe Moreau. Zijn wereldtitel is nooit omstreden geweest, niet vanwege doping, maar ook niet vanwege zijn bescheiden reputatie. Waar een man als Harm Ottenbros een carrière lang is nagedragen dat hij een onterechte wereldkampioen was, daar is in dat opzicht nooit iets negatiefs over de renner uit Le Mans gezegd of geschreven. Zijn palmares is inderdaad niet indrukwekkend al staan er overwinningen op in de Ronde van de Haut Var en het Criterium International. In het WK van 1997 profiteerde Brochard vooral van de tweespalt in de Franse ploeg, waarin Virenque en Jalabert de kopmannen waren. Omdat die twee niet zo makkelijk door één deur konden, viel de ploeg in twee kampen uiteen en werd er vooral verdedigend gereden. De Italianen en de Nederlanders waren de hele dag in de aanval en de jonkies van toen, als Boogerd, Knaven, Moerenhout, Van Bon en Vierhouten lieten zich keer op keer aan het front zien. Maar het was moeilijk om op dit parcours …

Door Fred van Slogteren, 26 maart 2007 0:00

 

© Hans Middelveld

Voor echte baanrenners, zoals sprinters en stayers, was augustus altijd de belangrijkste maand van het jaar. Dan werd namelijk ergens in de wereld om de regenboogtruien gestreden. Een wereldtitel leverde een jaar lang dik geld op, want de titelhouder was verzekerd van een reeks vette contracten in alle steden van West-Europa waar een wielerbaan lag. Daarom was er al weken tevoren een zekere spanning bij de heren coureurs. Vooral nerveuze types, zoals Jan Derksen hadden daar behoorlijk last van. Het stadion speelde daar slim op in door een week à tien dagen voor het WK de belangrijkste kandidaten uit te nodigen voor mooie wedstrijden met hopelijk veel volk op de tribune. En als het WK gedaan was, dan organiseerde het ...

Door Fred van Slogteren, 25 maart 2007 10:00

Guillermo TIMONER OBRADOR (1926, Spanje)

Ik heb deze Spaanse geweldenaar achter de grote motoren diverse keren aan het werk gezien op de Amsterdamse stadionbaan. Zijn strijdplan was steeds eender, ik denk hoofdzakelijk om het publiek te bespelen. Het werd later ook de tactiek van gangmaker Joop Zijlaard in de dernyraces tijdens zesdaagsen. Ongeacht op welke plaats hij startte liet Timoner zich altijd in de achterhoede dringen. Hij leek moeilijk op gang te komen, maar dat was schijn. Hij liet iedereen passeren tot hij op de laatste plaats lag. Dan had hij al na korte tijd de aan de leiding rijdende stayer hijgend in zijn nek. Dan volgden altijd enkele aanvallen en Timoner dreigde dan steeds een lap te krijgen. Maar hij verdedigde zich fel en het lukte steeds net niet. En dan begon – al naar gelang de lengte van de wedstrijd – de opmars naar de kop. Soms pakte hij in één verschrikkelijke rush drie of vier stayers achter elkaar en wachtte dan op het vinkentouw van de tweede of derde plaats op zijn moment. Als het sein van de aanval aan zijn gangmaker was gegeven dan was er geen houden meer aan, want dan ging hij meedogenloos voor de overwinning. De beslissing viel niet zelden in de laatste ronde als het publiek juichend op de banken stond. Dan had hij weer eens gewonnen, dat kleine kalende mannetje uit Mallorca. Tussen 1955 en 1965 werd hij zes keer wereldkampioen en twee keer tweede. In 1983 maakte hij op 57-jarige leeftijd nog een comeback. Hij werd dat jaar nog kampioen van zijn land, maar op het WK ging hij af als een gieter. Het leidde bij de UCI tot de bepaling dat renners ouder dan 40 jaar niet meer aan het WK mochten deelnemen. Vier jaar later moesten de Duitse stayer Podlesch en onze eigen Joop Zoetemelk daarom thuisblijven. Zoetemelk, twee jaar daarvoor nog wereldkampioen en in 1987 nog winnaar van de Amstel Gold Race, vocht die beslissing aan en dankzij Hein Verbruggen mocht hij toch starten. Podlesch verweerde zich niet en moest thuisblijven. Dankzij zijn Spaanse collega Guillermo Timoner, vandaag 81 jaar oud.

Door Fred van Slogteren, 24 maart 2007 0:00

© Otto Beaujon

“Torpado is één van die misschien wel honderden kleine Italiaanse merken die er ooit, in hun glorietijd, een wielerstal op na hielden. Dit plaatje is mij zeer dierbaar; want degene die het ooit voor me meebracht, was een vriend uit een andere, gemeenschappelijke belangstellingssfeer: de systematische plantkunde. Hij was er tijdens zijn vakantie in Toscane voor naar de oudijzerboer geweest. Torpado staat voor: (Guido) Torresini, Padova, en de start van dat bedrijf was in 1895. De fietsen hadden destijds een eigen kleur, zoals de mosterdgele Legnano’s, de lila Merciers en de ‘celeste’ Bianchi’s. Torpado was parelmoerwit met lichtblauw, heel chique. Het merk heeft tussen 1947 en 1962 wielrenners en wielerploegjes gesponsord. Hun eerste renner had de prachtige naam ...

Door Fred van Slogteren, 23 maart 2007 10:00

« Vorige 1 2 3 ... 1083 1084 1085 1086 1087 1088 1089 1090 1091 1092 1093 ... 1177 1178 1179 Volgende »