Slogblog


Lode TROONBEECKX (1938, België)

Hij had veel talent, want als junior en amateur was hij vrijwel onklopbaar. Bij de junioren behaalde hij 60 overwinningen en bij de amateurs haalde hij hetzelfde aantal. Maar bij de profs kwam het er niet uit. Hij startte elk jaar goed, maar naarmate het seizoen vorderde werd het minder met Lode. De wielerpers veroordeelde hem voor een gebrek aan doorzettingsvermogen en als professional verdiende hij in acht seizoenen slechts 18 bloementuilen. Uitsluitend in criteriums en kermiskoersen. Zijn beste prestatie als wegrenner behaalde hij in 1962 in de Ronde van Duitsland. Hij werd tweede in het eindklassement achter onze landgenoot Peter Post. Verder behaalde ‘De Witte’ nog een tiende plaats in de Driezustersteden in 1963 en een jaar later eenzelfde klassering in Gent-Wevelgem. Een carrière als die van Lode Troonbeeckx komt veel voor in de wielrennerij. Renners als hij hebben vaak veel talent en krijgen daardoor in de jeugdrangen te weinig tegenstand. Ze hebben direct een grote schare supporters en dat is ook niet bevorderlijk voor het kweken van zelfkritiek. Er wordt te weinig aan het karakter ontwikkeld en dat wordt ze bij de beroepsrenners direct ingepeperd. Het mooiste voorbeeld is wellicht Willy Vannitsen geweest, maar Lode Troonbeeckx is zeker ook een representant van het ‘veeltalentweinigkarakter’ type.

Door Fred van Slogteren, 3 april 2007 0:00

“Deze week staat natuurlijk de Ronde van Vlaanderen centraal. Zondag 25 mei 1913 stapten 37 echte 'flandriens' in Gent op de fiets voor een helletocht van 324 km. Daar sprak stichter Karel Van Wijnendaele de historische woorden: ‘Heeren, vertrekt’. De eerste Ronde van Vlaanderen liep door Sint-Niklaas, Aalst, Oudenaarde, Kortrijk, Veurne, Oostende, Torhout, Roeselare en Brugge en vandaar weer terug naar de wielerbaan in Gent. De eerste winnaar heette Paul Deman die ruim 12 uur onderweg was en met een gemiddelde van 26,881 km per uur finishte. Vorig jaar won Tom Boonen de 90e editie en hij had 6 uur en 24 minuten nodig over de 258 kilometer, gemiddeld 40,267 km./per uur!
Daartussen zijn er vele legendarische tochten door het o zo mooie Vlaanderen verreden. De eerste niet-Belg die de finish haalde was onze landgenoot Frits Wiersma op 23 maart 1919. Hij werd vierde op slechts veertien seconden achter winnaar Henri Van Leerberghe. Pas vanaf 1922 kwamen er meer buitenlanders aan de finish. De Fransen Brunier, Francis Pélissier en Henri Pélissier werden respectievelijk 2e, 3e en 4e. De eerste niet-Belgische zege was in 1923 voor de Zwitser Henri Suter en onze landgenoot Jan van Stel werd toen 39e.
En dan César Bogaert, de Nederlander met die ...

Door Fred van Slogteren, 2 april 2007 10:00

Paul DUBOC (1884, overleden 12.08.1941, Frankrijk)

Het verhaal van Paul Duboc is overbekend, want het behoort tot de legendes van de Tour de France. We schrijven 1911 en de renner uit Rouen had al twee keer eerder deelgenomen. In 1908 werd hij 11e en in 1909 4e. In dat laatste jaar won hij ook de Ronde van België dus het was een coureur om rekening mee te houden. Toch gold hij niet als een van de favorieten voor de eindzege. Dat waren François Faber, Octave Lapize en Gustave Garrigou. Het was de eerste keer dat de Tour zowel de Pyreneeën als de Alpen aandeed, dus het was de vraag hoe de renners daarop zouden reageren. Voor de drie favorieten viel het behoorlijk tegen, maar Duboc vloog op indrukwekkende wijze over de reuzen in de Pyreneeën en hij won zowel de etappe naar Perpignan als naar Luchon. In de volgende rit van Luchon naar Bayonne ging Duboc er andermaal vandoor en de volgers berekenden dat als hij ook deze rit zou winnen hem de Tourzege waarschijnlijk niet meer kon ontgaan. In de beklimming van de Aubisque nam hij enkele slokken uit een drinkkruik. Hoe hij daaraan kwam is niet duidelijk. Er zijn drie mogelijkheden en de eerste twee heb ik in diverse beschrijvingen gelezen. Hij kreeg de kruik aangereikt van een toeschouwer of hij had hem gekregen bij de bevoorrading. Er is ook een mogelijkheid dat hij die kruik zelf bij zich had toen hij van start ging, want niemand weet het. Wat we wel weten is dat hij die slokken nog maar net had genomen toen hij …

Door Fred van Slogteren, 2 april 2007 0:00

© Hans Middelveld

Dit keer een eenvoudig aanplakbiljet uit de geschiedenis van het Olympisch Stadion. In tegenstelling tot bijna alle andere affiches in deze rubriek staat er geen naam van een renner op. Dat klinkt raadselachtig, maar toen dit biljet werd gedrukt was iedere toevoeging overbodig. De aankondiging dat de TOUR DE FRANCE rijders aan de start zouden staan was voldoende om een run op de kaartjes te veroorzaken. We schrijven 1953 en in de maand juli had de ploeg van Kees Pellenaars het Nederlandse volk volledig in de ban gehad met fantastische prestaties in de Tour de France. De Nederlandse tienmansploeg had niet alleen vijf etappes in de wacht gesleept, maar ook nog eens het algemeen ploegenklassement gewonnen. Er werd elke dag aanvallend gereden en de jongens van d’n Pel oogstten daarvoor waardering in binnen- en buitenland. Dat jaar werd met name Woutje Wagtmans een nationale held. Hij won twee etappes en bereikte de vijfde plaats in het eindklassement, een prestatie die nog nooit een Nederlander had geleverd. Woutje was een leuk manneke, altijd vol met grappen en grollen en steeds bereid het publiek te bespelen. Maar hij was daarnaast ook een groot renner, die in potentie de ...

Door Fred van Slogteren, 1 april 2007 10:00

Paolo BETTINI (1974, Italië)

Als je je zelf de dagelijkse plicht hebt opgelegd om een of twee verhaaltjes te vertellen over jarige renners of oud-renners dan gaan je na verloop van tijd dingen opvallen. Aan renners uit het verleden zit meestal veel meer ‘verhaal’ dan aan coureurs uit de huidige tijd. De keienvreters van toen hebben plaatsgemaakt voor ideale schoonzonen en er zijn maar weinig uitzonderingen. Eén van die aparte gevallen is ongetwijfeld Paolo Bettini, de regerend wereld- en Olympisch kampioen. Had vroeger iedere grote coureur een bijnaam, tegenwoordig zijn ze zeldzaam. Il Grillo is nog een onvervalste nickname die niet is afgeleid van de naam van de renner, zoals Boogie en Lotsie. De krekel slaat ergens op, want Bettini is een grappig, inderdaad wat krekelachtig mannetje, die nu al jaren een van de sterren van het peloton is. Hij kan eigenlijk alles, maar in de klimkunst en in het tijdrijden is hij niet goed genoeg voor het grote rondewerk. In de eendagskoersen is hij altijd een favoriet en hij heeft niet voor niets al drie keer de wereldbeker gewonnen, want in alle klassiekers eindigt hij kort. Het meest heb ik Bettini bewonderd in het Kampioenschap van Zürich 2005. Daarin was hij groots. In afgrijselijk beestenweer richtte hij een slachting aan. Op 35 kilometer van de streep ging de kleine man er solo vandoor en hij realiseerde drie minuten voorsprong op zijn concurrenten die geen schijn van kans meer hadden. Ook zijn zege in het WK van vorig jaar was van grote klasse, maar werd overschaduwd door de prachtige overwinning in de Ronde van Lombardije een week later. Verteerd door het verdriet om de dood van zijn broer liet hij zien wat mentale doping met een renner doet. De rillingen liepen me over de rug toen ik hem jankend zag finishen. Paolo Bettini, een renner om als liefhebber intens van te genieten. Hij is nu 33 jaar, maar ik hoop dat hij nog een paar jaar doorgaat. Renners als hij zijn het zout in de pap. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 1 april 2007 0:00

Thierry CLAVEYROLAT (1959, overleden 07.09.1999, Frankrijk)

Deze Fransman leek voor het geluk geboren. Gezegend met een prachtig klinkende naam, wat volgens mij zoiets betekent als orgelregister, was hij een sterk klimmer, die vooral tot zijn recht kwam in de kleinere Franse rittenkoersen als de Dauphiné en de Midi Libre. Hij won de Tour du Limousin en die van de Haut Var. Zijn grootste prestatie behaalde hij in de Tour van 1990 toen hij een etappe en het bergklassement won. Na zijn carrière opende hij een bar-brasserie in Vizille en die liep als een trein met de populaire Thierry als stralend middelpunt. In een TV-programma won hij zo maar eventjes een miljoen Franse franken en dat is in euro’s natuurlijk geen miljoen, maar nog altijd zo’n anderhalve ton. Dus het zat de voormalige coureur uit La Tronche, een mooi stadje in de buurt van Grenoble, niet tegen in het leven. Maar in 1999 gebeurde er iets. Hij had schuld aan een ernstig auto-ongeluk waarbij vier mensen, van wie twee zeer ernstig, gewond raakten. Daar kon hij niet mee leven en hij besloot op enig moment dat er maar een uitweg was. Thierry Claveyrolat pleegde op 7 september 1999 zelfmoord. Er is destijds ook gesuggereerd dat hij onder een immense druk stond van een misdaadsyndicaat dat steeds meer geld eiste om zijn bedrijf te beschermen. Wat de waarheid is zullen we nooit weten. Nabij Grenoble staat er een fraai beeldje ter nagedachtenis van Claveyrolat. Het is een trui, de bolletjestrui. Een spierwit sculptuur met mooie rode bollen erop. (Foto: © Cor Vos)

Door Fred van Slogteren, 31 maart 2007 0:00

“Het merk Springfield is Amerikaans en het was ooit heel beroemd. Dit plaatje met de merknaam Springfield is echter hartstikke Nederlands. Het was het merk van Willem Metz, één van die vele kleine maatbouwers in Amsterdam. Hij zat met zijn bedrijfje aan de Oudezijds Achterburgwal. In dat pand worden allang geen fietsen meer gemaakt, maar plezier. Wanneer precies heb ik niet kunnen achterhalen, maar Metz is ooit met zijn merknaam Springfield naar Haarlem verhuisd. Zo gek was dat niet, want als je destijds als fietsenmaker in Amsterdam een pandje in eigendom had (zoals Joco, P.A. de Jonge, Jasper Bouma, Magneet, De Wilde, later Burco en nog een aantal andere), dan was het pand heel wat meer waard dan de fietsennering erin. Zeker in het hart van ...

Door Fred van Slogteren, 30 maart 2007 10:00

FRITZ, Albert (1947, Duitsland)
HARMS, Jos (1984, Nederland)
SCHUURING, Cor (1942, Nederland)
STELT, Robbert van der (1979, Nederland)
VERHOEVEN, Wout (1931, Nederland)

Door Fred van Slogteren, 30 maart 2007 0:00

LES MÉMOIRES D’UN VÉLO

door Charles Pélissier en Noré Brunel

“Dit boekje heb ik ooit op een van de vele wielerbeurzen in België gekocht. Een Franstalig boekje dat volledig geïllustreerd is met tekeningen. Het gaat over de carrières van de drie gebroeders Pélissier. Henri, Francis en Charles. Het gaat natuurlijk het meest over de laatste, maar die staat dan ook als auteur vermeld. Verder is er in het boekje, want het is slechts 123 pagina’s dik, veel aandacht voor andere Franse renners van tussen de twee wereldoorlogen. Voorbeelden zijn Raymond Louviot, Georges ...

Door Fred van Slogteren, 29 maart 2007 10:00

Igor ASTARLOA ASCASIBAR (1976, Spanje)

De wereldkampioen van 2003 is in Nederland misschien wel de onbekendste van de wereldkampioenen van de afgelopen tien jaar. Maar toch heeft Igor Astarloa veel met Nederland. Hij is een leuke en vriendelijke jongen die van huis uit de nodige bescheidenheid heeft meegekregen. Hij is loyaal en trouw aan mensen en hij had er als drager van de regenboogtrui veel moeite mee om op één dag meer te verdienen dan iemand met een goede baan in een heel jaar. Hij relativeert alles sterk en dat is zowel zijn grootste verdienste als zijn grootste tekortkoming. Qua talent en mogelijkheden is hij vergelijkbaar met Oscar Freire, maar waar Oscarito een geboren winnaar is zit bij Igor dat relativerende duiveltje tussen zijn oren die hem op beslissende momenten vaak influistert zichzelf niet zo belangrijk te moeten vinden. Dat heeft veel invloed gehad op zijn carrière. Hij heeft alles wat een groot renner moet hebben, maar hij is geen vedette. Maar wat heeft dat alles met zijn band met Nederland te maken? Niet veel, want de Nederlandse trainer Kees van der Wereld heeft hem technisch veel kunnen bijbrengen, maar was niet in staat hem over zich zelf heen te laten springen. In de jaren dat de Bask met de voormalige Nederlands kampioen veldrijden samenwerkte is er een hechte band onstaan, die er voor zorgt dat ze minstens één keer per maand telefonisch of persoonlijk contact hebben. Kees is als een vader voor de renner die aan de Golf van Biskaye geboren werd en van Kees weet ik dat Igor droomt van de Amstel Gold Race. Dat is zijn koers en die wil hij per se op zijn palmares. Hij heeft er ruimschoots de kwaliteiten voor, want in 2003 won hij behalve het WK ook de Waalse Pijl. (Foto: © Cor Vos)

Door Fred van Slogteren, 29 maart 2007 0:00

« Vorige 1 2 3 ... 1082 1083 1084 1085 1086 1087 1088 1089 1090 1091 1092 ... 1177 1178 1179 Volgende »