Slogblog


Je hebt in de wielersport vier soorten mensen. In de eerste plaats de renners, in de tweede plaats alle mensen die om het peloton heenhangen omdat ze een bepaalde functie hebben, in de derde plaats de wielerliefhebbers en last but not least de statistici. Die laatste groep onderscheidt zich van de andere drie omdat ze zo rond november een enigszins gestoord gedrag vertonen. Ze lijken op een hoogzwangere vrouw, want alles is gereed voor de grote dag. De wieg, de luiers, het flesje, de speen, een garderobe van hier tot Tokyo, alleen de baby ontbreekt. De wielerstatistici hebben dat ook. Alles ligt klaar, de stapel wielertijdschriften, albums met ingeplakte krantenknipsels, een dozijn rode potloden met puntenslijper, een stapeltje brillendoekjes en een paar stripjes amfetaminen. In afwachting van de grote dag dat HET op de deurmat ploft. HET WIELERJAARBOEK VAN HERMAN. Ze komen bijkans klaar als ze dat jaarlijkse godsgeschenk uit ...

Door Fred van Slogteren, 7 april 2007 10:00

Joaquim AGOSTINHO (1942, overleden, Portugal)

West-Europa is de bakermat van de wielersport en als we met een viltstift op de kaart de grenzen aangeven dan gaat die van het noorden van Nederland langs de oostgrenzen van Duitsland, Zwitserland en Italië naar het Iberisch schiereiland en zo weer naar boven langs de kusten van Frankrijk, België en Nederland. Daarbinnen ligt het gebied waar alle grote wedstrijden worden gehouden en waar de traditie van het cyclisme diep verankerd is. In al die landen bestaan er legendes omdat er in de loop der geschiedenis duizenden renners van naam zijn geweest. De enige uitzondering is Portugal. Ik kan nog geen vijf Portugese renners van naam opnoemen, maar ik ken wel een Portugese legende van de bovenste plank: Joaquim Agostinho. Veertien keer aan de start van de Tour en acht keer bij de eerste tien. Twee keer derde achter het illustere duo Hinault-Zoetemelk. Winnaar van vijf etappes waaronder een koninginnerit naar l’Alpe d’Huez, waar bocht 17 naar hem vernoemd is. Tinho werd hij genoemd, zowel een afkorting als een koosnaam. Agostinho was geliefd, zowel bij zijn collega’s als bij het publiek. Een simpele boerenman van wie niet eens vaststaat wanneer hij precies geboren is, die waarschijnlijk analfabeet was en die voor hij ging wielrennen de meest vreselijke dingen heeft meegemaakt als huursoldaat in Mozambique. Hij heeft er nooit over gepraat, maar hij is er wel keihard van geworden. Hij viel vaak, want hij was geen handige renner die overal tussen door stuurde. Als er gevallen werd, dan lag hij er solidair bij en zijn kleine geblokte lijf zat onder de littekens. Pleister erop en koersen, was zijn devies. Hij had groots moeten sterven, vind ik, maar het was te schjemielig voor woorden, dat hij zijn einde vond doordat een loslopend hondje overstak in de Ronde van de Algarve, waardoor Tinho zijn zoveelste val beleefde. Pleister erop en koersen maar. Maar een schedelbasisfractuur is geen schrammetje. Hij reed de rit uit en meldde zich toen bij de dokter. Die stuurde hem direct naar het ziekenhuis waar hij elf dagen later overleed. Portugal had zijn grootste wielrenner aller tijden verloren.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 7 april 2007 0:00

© Otto Beaujon

“Dit plaatje kreeg ik nog niet zo heel lang geleden van een vriend in Canada. Hij had het in de la van de werkbank gevonden en het kwam bij mijnheer Shields zelf vandaan. Mijn vriend kende Shields omdat hij vroeger voor hem gewerkt had, en ik ken Lorne Shields via het verzamelen. De man heeft een weergaloos mooie collectie fiets-memorabilia, bijna uitsluitend 19e eeuws. Puntgave zakhorloges voor fietsers met een geëmailleerd fietsje op de wijzerplaat, gouden en zilveren medailles, miniatuurtjes, lampen, pistolen (in de handgreep van het stuur, om je onderweg tegen struikrovers te weren), klokken, schilderijen, kortom een rijke en zeer bijzondere collectie. Lorne Shields was importeur in Canada van het fietsenmerk Peugeot, en dat was 25 jaar geleden zeker in het Franstalige deel van Canada een bestseller. Zoals eigenlijk alle importeurs maakte ook ...

Door Fred van Slogteren, 6 april 2007 10:00

AKKERMANS, Theo (1966, Nederland)
BAILEY, William (1888, overleden 22.01.1971, Groot Brittannië)
BRAND, Daphny van den (1978, Nederland)
CROCI TORTI, Emilio (1922, Zwitserland)
FOTHEN, Thomas (1983, Duitsland)
JEREMIASSE, Wim (1956, Nederland)
SÉRÈS, Georges (1887, overleden 26.06.1951, Frankrijk)
SGAMBELLURI, Roberto (1974, Italië)

Door Fred van Slogteren, 6 april 2007 0:00

Vandaag is hij in heel Nederland weer in de bus gegleden en ligt hij overal in de winkels. Ik bedoel de nieuwe WM, het glossy tijdschrift boordevol wielernieuws. Het is al weer het vierde nummer en dan is het tijd voor een kleine recensie. Met de twee pilotnummers van vorig najaar heeft het blad, met de gehele voltallige redactie van Wieler Revue aan boord, hoog ingezet waar het kwaliteit betreft. Die kwaliteit is in de eerste vier nummers van 2007 niet alleen gehandhaafd, maar zelfs nog verbeterd. Ook dit nummer ademt ambitie. Met goede reportages van Milaan-San Remo en de Campina Ronde van het Groene Hart en met mooie interviews met Jans Koerts, Andreas Klier, Jukka Vastaranta, Mirjam Melchers en Stef Clement, vraaggesprekken met dopingzondaar Tyler Hamilton en het nieuwe fenomeen in het hooggebergte Riccardo Riccò. En verder een aantal vaste rubrieken en columns, waaronder die van de meester zelf: Jeroen Wielaert. Altijd goed voor een uurtje of twee wielergenot. Hierbij een foto van de cover en onder lees meer de column van hoofdredacteur Evert de Rooij.

Door Fred van Slogteren, 5 april 2007 17:00

FLANDRIA
de 20 wondere jaren van een wielerploeg
 

door Mark Van Hamme

“Anderhalf jaar geleden kwam het boek van Joop Holthausen uit over de geschiedenis van de o zo succesvolle Raleigh-ploeg van Peter Post. Toen ik dat boek zag en het had gelezen dacht ik direct dat dit wel navolging zou krijgen. Vooral ploegen die lang bestaan hebben en grote successen hebben beleefd, lenen zich uitstekend voor een dergelijk boek. Des te succesvoller, des te groter, zwaarder, dikker zo’n boek natuurlijk wordt. Het Raleigh-boek is niet geschikt voor broze medemensen, want die kunnen het alleen lezen zittend aan tafel. Dat geldt ook voor het boek over Flandria. Een dikke pil, zeiden we vroeger. Bijna 400 pagina’s dik. Er wordt eerst ingegaan op het bedrijf dat omstreeks 1905 is begonnen en daarna worden per jaar de twintig jaren behandeld waarin de roemruchte ploeg heeft bestaan. Elk jaar geeft een overzicht van de renners die voor het merk hebben gereden met alle overwinningen die de ploeg in dat ...

Door Fred van Slogteren, 5 april 2007 10:00

Willy PLANCKAERT (1944, België)

In 1964 kwam hij bij het WK voor amateurs als eerste over de streep en hij was wereldkampioen. Althans, dat dacht hij. Toen men hem vertelde dat een landgenoot al eerder de meet was gepasseerd, was hij ontroostbaar. Dat was ene Eddy Merckx en voor Willy Panckaert was het de eerste tegenslag in een ongelooflijke carrière in de jeugdrangen en bij de amateurs. 159 overwinningen had deze klasbak daar bij elkaar gefietst met zijn krachtige eindspurt. De kleine Van Steenbergen werd hij genoemd en dat is een bijnaam die je in België niet voor niets krijgt. Hem werd een grote toekomst voorspeld bij de beroepsrenners en al twee jaar later won hij op 22-jarige leeftijd het puntenklassement in de Tour de France. Zijn carrière duurde nog vele jaren, want hij reed tot 1985, maar in die Tour had hij zich geforceerd en er is niet uitgekomen wat er in zat. Hij werd een goede prof met een redelijke palmares, maar hij werd verre overvleugeld door zijn jongere broers. De Planckaerts uit Nevele is een wielergeslacht die met elkaar een erelijst van hier tot Tokyo realiseerde. Willy was misschien wel de meest talentvolle, maar Eddy werd de meest gelauwerde, met Walter daar kort achter. Willy zorgde er wel voor dat de familienaam in de picture bleef, want na het afscheid van Eddy trad Willy’s zoon Jo in de schijnwerpers. Die had niet de klasse van zijn vader en ooms, maar hij was toch een redelijke prof die een mooie loopbaan realiseerde maar in zijn nadagen betrokken werd bij het dopingschandaal rond de veearts Landuyt. Het kwam hem op een schorsing van twee jaar te staan en daarmee verdween de laatste Planckaert uit het nieuws, want zijn neef Francesco – zoon van Eddy – lijkt niet de renner die de faam kan voortzetten.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 5 april 2007 0:00

“Dit is Gaby Minneboo, in de jaren zeventig en tachtig vijf keer wereldkampioen bij de stayers. Als amateur, want de postbode van Heenvliet is nooit beroepsrenner geworden. Niet omdat hij daar principieel tegen was, maar omdat hij bij de profs niet met zijn favoriete gangmaker Bruno Walrave kon rijden. Die had al een overeenkomst met een andere stayer en de drie grote gangmakers van die tijd – Walrave, Koch en Stakenburg – hadden een afspraak met zowel een prof als een amateur. Dat beet elkaar niet en daarom is Gaby – spreek uit Gaabie en niet Keebie – altijd amateur gebleven. Overigens heeft Walrave hem na het behalen van die vijfde wereldtitel wel ingewisseld voor een andere amateur, want er stond natuurlijk niets op schrift. Niet zo netjes van Bruno en Gaby heeft toen uit pure kwaadheid een interview gegeven aan het journalistenduo Barend en Van Dorp en in Vrij Nederland eens een boekje …

Door Fred van Slogteren, 4 april 2007 9:00

Miel DAEMS (1938, België)

Als je naar zijn palmares kijkt en het geringe aantal jaren waarin die is gerealiseerd dan is Miel Daems een briljant coureur geweest. Klein en geblokt en rap in de aankomst. Winnaar van drie topklassiekers, te weten de Ronde van Lombardije, Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix. Veelzijdig en eigenzinnig durfde hij in zijn tijd de grote Rik Van Looy te weerstaan. Als de Keizer van Herenthals zijn zinnen op een koers had gezet dan deed Daems hetzelfde. In de drie klassiekers die hij won, behoorde Van Looy steeds tot de belangrijkste geklopten. Het meest nadrukkelijk was dat in Parijs-Roubaix 1963. Zowel Van Looy als Daems behoorden tot een groep van 18 man, die zich in de Hel van Caouin losmaakte van het peloton en de achtervolging inzette op het tweetal vooraan: Noël Foré en Rolf Wolfshohl. De Belg werd vlak voor Roubaix achterhaald en de Duitser bij de ingang van het stadion. Zo reden twintig man de roze piste van Roubaix op. Eenmaal op de baan demarreerde Tuur De Cabooter en iedereen aarzelde. Het was Peter Post die uiteindelijk het gaatje dichtreed met Van Looy in zijn wiel. Voor Rik II moet het toen een eitje zijn geweest om het af te maken, maar in zijn wiel zat Daems die pas tevoorschijn kwam toen Van Looy al dacht te hebben gewonnen. Zo werd Miel Daems net voor zijn grote rivaal winnaar van de Hel van het Noorden en een nog piepjonge Jan Janssen werd derde. Het is de laatste grote prestatie van de Brusselaar geweest. Je hebt van die renners die van doel naar doel werken en als ze geen doelen meer kunnen bedenken, dan zakken ze weg. Dat is ook met Daems gebeurd en dat verergerde nog toen hij in de Zesdaagse van Brussel 1965 zwaar ten val kwam. Hij kwam daarna niet meer op zijn oude niveau en hij stopte in 1966 om een restaurant te beginnen. Daems was van alle markten thuis, maar aan het hooggebergte had hij een gruwelijke hekel. Toch won hij in de Tour van 1962 een bergetappe met de Col de Vars en de Izoard in het parcours. Ik denk dat Van Looy hem die dag geïrriteerd heeft, want dat werkte bij hem altijd als een rode lap op een stier. Mysterieuze krachten in de sport.

Door Fred van Slogteren, 4 april 2007 0:00

© T&T Tekst & Traffic

“Hier op de foto is mijn vergulde Bianchi te zien, voorzien van 7 micron goud. Op Mallorca is het helaas niet allemaal goud wat er blonk bij het baanwielrennen. Weliswaar fantastisch goud voor Theo Bos op de sprint, maar zilver in het keirin. Ik denk dat een ieder en mij zelf daarbij inbegrepen ook op dat nummer op een wereldtitel had gerekend, zeker op die superlichte Koga fiets van een half miljoen. En zo zie je maar, hoe snel je verwend bent als je een wereldtopper als landgenoot hebt. In het verleden waren we overigens maar wat blij met zilver. Toen Piet Hein de zilvervloot op de Spanjaarden veroverde werd daar een lied over gemaakt, dat iedereen nu nog kent. Wat de uitgekookte Hollanders uit die tijd echter niet wisten, was dat de bonen die Piet Hein over boord kieperde hun gewicht in goud waard waren. De Spanjaarden maakten van die bonen namelijk een vorstelijke cacaodrank, die alleen aan de hoge adel werd voorgezet. De Spaanse veroveraar Cortes had die bonen afgetroggeld van de Mexicaanse koning, vergeef me de schrijfwijze als die niet goed is, maar het klonk als Montazuma….! Deze Maya vorst dronk dit ...

Door Fred van Slogteren, 3 april 2007 10:00

« Vorige 1 2 3 ... 1081 1082 1083 1084 1085 1086 1087 1088 1089 1090 1091 ... 1177 1178 1179 Volgende »