Slogblog


Gilles DELION (1966, Frankrijk)

Wat heeft Gilles Delion gemeen met Mathias Kessler, Frédéric Moncassin, Jan Raas, Willy Teirlinck, Joop Zoetemelk en Alex Zülle? Welnu, deze zeven renners wonnen ooit een Touretappe op Nederlandse bodem. De zege van Kessler ligt nog vers in het geheugen, maar de voorganger van deze Duitser in Valkenburg was Delion, de vandaag precies veertig jaar geleden in Saint Etienne geboren Fransman. Op zaterdag 11 juli 1992 was het mooie stadje aan de Geul tot berstens toe gevuld met enthousiast wielerpubliek net als bijna een maand geleden toen Delion eregast was van het gemeentebestuur, Kessler won en Erik Dekker uit de Tour tuimelde.
Gilles Delion was een groot talent, maar dat is er niet helemaal uitgekomen. Die Touretappe in 1992 was een van de hoogtepunten, net als zijn zege in de Classique des Alpes in hetzelfde jaar. Maar de grootste victorie is de Ronde van Lombardije 1990 geweest. Hij reed dat jaar voor de Zwitserse formatie Helvetia van de geslepen ploegleider Paul Köchli. Die had een strijdplannetje gemaakt om de sterke Italianen in eigen huis te verrassen. Het plan werkte zoals bedacht en vijf renners mochten het in Monza gaan uitmaken. Daarbij twee van Köchli’s mannen, te weten Pascal Richard en Gilles Delion. Ze lieten zich niet verrassen door Echave, Mottet en Millar en zo werd Delion één en Richard twee. Nadat hij in 1996 zijn loopbaan had beëindigd begon Delion een strijd tegen de (medische) zeden en gewoonten in het profpeloton. Dat werd hem niet in dank afgenomen, want je moet niet spugen in de beker waaruit je ooit gedronken hebt. Vraag maar aan Peter Winnen, Steven Rooks en Maarten Ducrot.
(© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 5 augustus 2006 0:00

© Otto Beaujon

“Tolmino Gios reed als beroepsrenner enkele jaren in de beroemde Legnano-ploeg van Bartali, Guerra en Di Paco. In 1948 begon hij een fietsenwinkel en zijn eerste gesponsorde renner was Italo Zilioli. Tien jaar nadien kwamen de zoons Alfredo en Aldo Gios aan de leiding, en zij bouwden het beroemde blauwe merk uit tot wat het nu is: voor zover mij bekend het enige merk met een eigen merkenclub op het gebied van de racefiets. In 1972 begon het allemaal grootse vormen aan te nemen toen Franco Cribiori het Brooklyn-team vormde, met ...

Door Fred van Slogteren, 4 augustus 2006 10:00

Edwig VAN HOOYDONCK (1966, België)

Van Hooydonck was een prachtige coureur. Een boomlange rossige atleet die zijn hele profcarrière voor Jan Raas reed. Ik heb bij Peter Ravensbergen eens een fiets van hem gezien, een Colnago. Zowel de balhoofdbuis als de buis waar de zadelpen in past waren met zo’n tien centimeter verlengd en ze staken daardoor boven de horizontale bovenbuis uit. Ook reed hij altijd met een gigantisch lange zadelpen om dat lange lijf maar zo veel mogelijk van dienst te zijn. Er zijn van die momenten die je als liefhebber altijd bij blijven. Zoals de demarrage bergop van Marco Pantani, waarmee hij Ullrich definitief velde. Of de winnende WK-sprint van Mario Cipollini in Zolder. Zo’n onvergetelijk moment is ook de splijtende demarrage van Van Hooydonck op de Bosberg, het voorlaatste klimmetje in de Ronde van Vlaanderen. Even uit het zadel, een paar verschrikkelijke duwen en weg was Eddy. Twee maal won hij Vlaanderens mooiste en zijn overwinningen behoren tot de meest kenmerkende uit de historie van het monument van Kaorle. Van Hooydonck was het eerste slachtoffer van epo. Hij zal het niet gebruikt hebben, maar groot was zijn verbijstering toen allerlei koekenbakkers uit Italië en Spanje hem en zijn maatje Frans Maassen in de koers voorbij reden, alsof ze stil stonden. Toen hij later doorkreeg hoe dat kon, was de lol er ook direct af. Ik zag het hem een keer bij de start van Milaan-San Remo in de microfoon spuwen. Zijn walging dat dit met zijn mooie sport was gebeurd, was meer dan oprecht. Daarom koester ik de herinnering aan Eddy Bosberg, die in 1996 de beslissing nam dat hij daar niet langer bij wilde horen. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 4 augustus 2006 0:00

MAJOR TAYLOR
door Andrew Ritchie

“Er is geen enkele goede verklaring voor het feit dat het wielrennen als vrijwel enige sport vrijwel geen internationaal befaamde zwarte beoefenaren kent. Er zijn natuurlijk Afrikaanse wielrenners, maar die rijden vrijwel uitsluitend in hun eigen continent. In de jaren vijftig was er de Algerijn Zaaf die voor een van de mooiste anekdotes uit de wielergeschiedenis zorgde, maar verder moeten we het doen met een fenomeen uit een ver verleden. Dat was Marshall Walter Taylor, beter bekend als Major Taylor, op 8 november 1878 geboren in Indianapolis. Die kwam rond de eeuwwisseling als wereldkampioen (1899 Montreal) naar Europa om hier wedstrijden te rijden Het was een attractie. De meeste ...

Door Fred van Slogteren, 3 augustus 2006 10:00

Oscar PEREIRO SIO (1977, Spanje)

Hij stond op bijna een half uur en zo leek de man, die in de twee jaar daarvoor steeds als tiende in het klassement eindigde, op een hopeloze achterstand te staan. En toen was daar die krankzinnige 13e etappe op 15 juli. Van Béziers naar Montélimar over 230 kilometer in de bloedhitte. Niemand begreep er iets van dat Landis zomaar zijn gele trui weggaf aan zijn voormalige ploeggenoot. Maar het was niet Landis die weggaf en dom deed, maar de andere ploegen met kandidaten voor het klassement. Zij lieten een geduchte concurrent terugkomen in de top van het klassement en de Spanjaard zou in het verdere verloop van de Tour een belangrijke rol spelen. Dat was geen verrassing want vorig jaar had Pereiro zich ook al laten kennen als een geduchte aanvaller met veel inhoud. Nadat hij in de 15e etappe was geflikt door George Hincapie behaalde hij een dag later in Pau een bekeken overwinning die hem uitzicht bood op een toptien klassering. Hij kreeg twee dagen achtereen de prijs voor de strijdlustigste renner en daarom hadden de Menchovs, de Klödens en de Sastres beter moeten weten en de Phonaks een handje toe moeten steken om de voorsprong van Pereiro cs. niet zo groot te laten worden. Het is niet altijd lonend om al het werk maar door de gele trui en zijn ploeg te laten opknappen. Ik ben er van overtuigd dat we nog meer van Oscar Pereiro Sio zullen horen, al was het maar als de papieren winnaar van de Tour de France 2006. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 3 augustus 2006 0:00

© Henk Theuns

“Alsaver-Jeunet was een bescheiden ploegje dat in 1975 een groot programma heeft gereden, waaronder de Tour en de Vuelta, want er was een link met De Gribaldy en met Frisol. Hoe dat precies zat weet ik meer, maar in de Miko-De Gribaldy-ploeg en in de Frisol-ploeg voor de Tour de France zaten renners die bij Alsaver op de loonlijst stonden. Het was een Belgische ploeg onder leiding van Lomme Driessens en Florent Van Vaerenbergh. Ton Vissers was er ook bij betrokken en zo had je drie kleurrijke mannen bij elkaar. Het rennersveld was minder kleurrijk hoewel het er in deze truitjes vrolijk uitzag. De bekendste namen waren Eric en Luc Leman en van Nederlandse zijde waren er ...

Door Fred van Slogteren, 2 augustus 2006 10:00

Angel ARROYO LANCHAS (1956, Spanje)

In deze dagen wordt nog wel eens de vraag gesteld of het eerder is voorgekomen dat een winnaar van de Tour de France na afloop op doping is betrapt. Het antwoord is nee. In de Ronde van Spanje is het wel gebeurd. Twee keer zelfs. De deklassering van Roberto Heras ligt nog vers in het geheugen, maar dat Angel Arroyo in 1982 hetzelfde overkwam zijn de meeste mensen wel vergeten. Een knappe renner deze Arroyo. In de Tour van 1983 lieten twee Spanjaarden zien dat ze meer konden dan klimmen, maar ook goed konden dalen en tijdrijden. Kortom het waren sterke klassementsrenners en dat waren we van Spanjaarden niet gewend. Ocaña wellicht uitgezonderd, maar dat was een Franse Spanjool. Die twee waren Pedro Delgado en Angel Arroyo die in die Tour tweede werd in het eindklassement. Hij introduceerde dat jaar ten overstaan van de TV-camera’s een nieuwe manier van dalen. Daarbij kwam hij ver uit het zadel, ging met zijn armen en borst op de stuurbocht liggen en legde het puntje van zijn neus vrijwel op de voorband. Het zag er spectaculair en gevaarlijk uit, maar hij ging sneller dan wie ook. Waar Delgado in de jaren daarna steeds beter werd en in 1988 zelfs de Tour zou winnen, daar had Arroyo zijn hoogtepunten al achter de rug. Hij bleef actief tot en met 1989, maar grote uitslagen heeft hij niet meer gereden. Hij is een beetje vergeten en toen in de laatste Tour iemand daalde als Arroyo, zei de Nederlandse commentator dat Delgado daar de uitvinder van was. Dat is bij deze gecorrigeerd.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 2 augustus 2006 0:00

“Magneet was de merknaam van een Nederlandse rijwielindustrie uit de vorige eeuw. Heel wat Nederlandse renners en gelegenheidsploegen van voor de tweede wereldoorlog en uit de jaren, veertig, vijftig en zestig zijn door Magneet gesponsord. Ze maakten handgemaakte frames en ik heb gehoord dat Jasper Bouma, de vermaarde framebouwer die voor bijna iedere racespeciaalzaak kaders op maat heeft gemaakt, bij Magneet het vak heeft geleerd. Dit is een speciale Magneet-fiets. Niet omdat het een baanfiets is, maar omdat er op de horizontale bovenbuis een sticker zit met de tekst: Zuid-Hollandse Wielerbaan Schiedam. De baan waarop met deze fiets is gereden bestaat al lang niet meer, maar de fiets wel. Waarschijnlijk het enige nog bestaande exemplaar en een ...

Door Fred van Slogteren, 1 augustus 2006 10:00

Ottavia BOTTECCHIA (1894, overleden 16.06.1927)

Een fantastische coureur die pas op zijn 27e jaar beroepsrenner werd. Dat was in 1922 en een jaar later debuteerde hij in de Tour de France, als lid van het fabrieksteam van Automoto een beroemd rijwielmerk. De kopman was het Franse idool Henri Pélissier, die dat jaar de Tour ook zou winnen. Bottecchia deed nauwelijks voor hem onder en werd tweede. Een jaar later domineerde de ‘Metselaar van Friuli’, zoals de bijnaam van Bottecchia luidde, de Tour van de eerste tot de laatste dag. In de dertiende etappe kwam zijn zege even in gevaar toen hij een zware val maakte door een overstekende hond. Het zag er ernstiger uit dan het was en Bottecchia kon zijn weg snel vervolgen. Hij was overigens niet de eerste renner die de gehele Ronde aan de leiding stond. Eerder presteerden Maurice Garin (1903) en Philippe Thijs (1914) dat ook. Bottecchia was wel de eerste die de gehele Tour in het geel reed, want de maillot jaune is pas in 1919 ingevoerd. Hij was ook de eerste Italiaan die de Tour won. Twee maal zelfs, want ook in 1925 werd hij winnaar. Zijn erelijst in de Tour met twee eerste plaatsen en een tweede uit vier starts is dan ook uitzonderlijk. In de Ronde van Italië was hij minder succesvol. Hij reed de Giro slechts één keer en eindigde als vijfde. Over zijn raadselachtige dood schrijft Peter Ravensbergen op 15 augustus a.s. een stukje in zijn rubriek Uit de stalling van Peter R. de Fiets.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 1 augustus 2006 0:00

© Otto Beaujon

"Edmond Gentil was de oprichter van Alcyon. Dit aloude merk (van 1902) verloor de slag in de jaren vijftig toen de kaars langzaam uit ging. De eigenaren verkochten het merk aan een Belgische groothandel en het ging moeilijk traceerbaar van hand tot hand. De naam van de oprichter, Gentil, bleek ook als merk gedeponeerd en kwam terecht bij Kessels, een gerenommeerde groothandel en fabrikant in Oostende. Het belangrijkste merk van Kessels was Main d’Or, maar hij had nog wel een dozijn andere in zijn assortiment. Waar Kessels vooral bekend door is geworden, is het feit dat hij voor een jonge Eddy Merckx maatfietsen bouwde.
De naam Gentil is ook om ...

Door Fred van Slogteren, 28 juli 2006 10:00

« Vorige 1 2 3 ... 1072 1073 1074 1075 1076 1077 1078 1079 1080 1081 1082 ... 1117 1118 1119 Volgende »