Slogblog


© Otto Beaujon

“Hoe kom je aan een merknaam voor een fiets? De achternaam van de fabrikant, zoals Fongers of Bianchi ligt natuurlijk voor de hand. Een naam dat symbool staat voor snelheid is natuurlijk ook aantrekkelijk en zo ontstonden merknamen als Gazelle, Adelaar of Adler en Eagle. De naam van een echte wielerheld is commercieel ook zeer geschikt en zo kennen we merken als Jan Janssen, Eddy Merckx, Giovanni Battaglin, enzovoort. Voordat er legendarische wielrenners waren naar wie een fietsmerk vernoemd kon worden, dus vóór Maurice Garin, want dat was de eerste die zijn naam aan een fietsmerk leende, kregen fietsen ook wel namen van mythologische helden. Voorbeelden zijn Hercules, Mercurius, Germaan en anderen. Namen van andersoortige helden waren ook in trek. Zo werd er in Duitsland een fietsenmerk vernoemd naar Otto Von Bismarck, de ijzeren kanselier uit de 19e eeuw. Een ander voorbeeld is Victoria. Dat merk werd in 1886 gedeponeerd door de Duitse firma Frankenberger & Ottenstein en die keuze was duidelijk een eerbetoon aan de toenmalige Engelse koningin. Victoria was in heel Europa een soort moedersymbool en ze had bovendien een Duitse mama. Haar vader werd zeer onverwacht tot de Britse troon geroepen, want hij was pas vierde in de lijn van troonopvolging. Toen de drie eerste troonopvolgers kort na elkaar overleden, moest …

Door Fred van Slogteren, 4 mei 2007 10:00

Luis HERRERA HERRERA (1961, Colombia)

In 1983 oordeelde de tweehoofdige directie van de Tour de France, verenigd in de heren Jacques Goddet en Felix Lévitan, dat hun Tour wel wat meer strijd kon gebruiken. Het was allemaal te voorspelbaar geworden. Na geweldenaren als Anquetil en Merckx was Bernard Hinault aan het bewind en het machtsblok Raleigh behaalde veel te veel etappezeges. Er moest meer concurrentie komen. Er werd over het ijzeren gordijn gekeken om te zien of die Oost-Europese staatsamateurs niet aan de Tour konden meedoen. Toen dat mislukte werd er overzee gekeken en in het verre Zuid-Amerika bleek zowaar een groot wielerland te bestaan. Colombia, een land met zeer hoge bergen, met veel kleine donkere jongetjes die als apen op een fiets tegen de steilste bergwand op konden rijden. Er kwam een ploeg van die donkerharige lichtgewichten over om aan de belangrijkste wedstrijd ter wereld mee te gaan doen. Het werd een drama. In de bergetappes zag je ze inderdaad van voren koersen, maar in de vlakke aanloopweek werden ze moeiteloos uit de wielen gereden en de tijdritten waren helemaal een helse opgave. Dat werk kenden ze niet en de schrik zat er goed in toen ze in hun land terug waren. Die zien we nooit meer terug, dacht iedereen, maar een jaar later waren ze er weer en ze hadden hun allersterkste coureur meegebracht. Luis Herrera, heette hij, maar hij stond ook bekend als de Vlinder van de Andès en de Kleine Tuinman. Het was meer een tuinkabouter, maar in het klimmen was het een reus ook op de hoogste Alpentoppen en Pyreneeënreuzen. Ook hij had moeite met de lange vlakke ritten en het tijdrijden, maar hij won wel gelijk de koninginnerit naar l’Alpe d’Huez. Een jaar later won hij zelfs twee bergetappes en het bergklassement. In 1987 eindigde hij als vijfde in het algemeen klassement en bracht hij wederom de bolletjestrui in Parijs. Lucho won in zijn carrière de Ronde van Spanje en de Dauphiné Libéré.  Sindsdien rijden er elk jaar wel enkele Colombianen in de Tour mee, maar een grote als Herrera is niet meer voorbij gekomen. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 4 mei 2007 0:00

VENETO, UN GIRO DA CAMPIONI
 

door Franco Rovati en Enzo Rubbi

“Dit is een fraai uitgevoerd jubileumboek dat in 2003 is verschenen ter gelegenheid van de 75e editie van de Giro del Veneto, ofwel de Ronde van Venetië. Dat is een van die vele typisch Italiaanse koersen met de kwalificatie 1 HC op de UCI-kalender. Dat is vergelijkbaar met koersen als de Omloop Het Volk, de E3 Prijs, Rund um Köln, de Scheldeprijs, Veenendaal-Veenendaal, de Henninger Turm, Parijs-Brussel en ook enkele Italiaanse koersen, waar onder  Milaan-Turijn. Toch is de Ronde van Venetië buiten Italië vrij onbekend, want er is vrijwel geen internationale deelname. De buitenlanders die er rijden zijn in dienst van Italiaanse ploegen en ik geloof dat er op de erelijst ...

Door Fred van Slogteren, 3 mei 2007 10:00

Tacx 50 jaar, doe mee met de prijsvraag

Door Fred van Slogteren, 3 mei 2007 9:07

Jean-François ‘Jeff’ BERNARD (1962, Frankrijk)

Toen de grootste renner aller tijden in zijn nadagen kwam en zijn superioriteit minder werd, werden er in België direct speculaties gemaakt wie Eddy Merckx zou moeten opvolgen. Ieder jong talent werd onder het vergrootglas gelegd en grootgeschreven, alsof talent het enige is dat telt. Een jaar of wat later was het in Frankrijk net eender toen voor de op één na grootste renner aller tijden de datum naderde die hijzelf had uitgekozen om afscheid te nemen. Bernard Hinault had het moeilijk met zijn natuurlijke opvolger Greg LeMond, maar dat is geen Fransman. Le successeur van le blaireau moest een Fransman zijn en de eerste keuzes van het Franse wielerpubliek waren Laurent Fignon, Charly Mottet en Jean-René Bernaudeau, die al een aantal jaren in de schaduw van Bernard successen behaalden. Maar toen Hinault er als renner niet meer was, konden die drie het niet waarmaken. Fignon kreeg na zijn twee Tourzeges te maken met dezelfde knieblessures als Hinault, Mottet kwam gewoon tekort en Bernaudeau kon het gewicht die de Breton achterliet niet dragen. Gelukkig was er de zes jaar jongere Jeff Bernard die in 1983 spelenderwijs Frans amateurkampioen was geworden en volledig bekwaam werd geacht om de meester op te volgen. Bernard was een begenadigd tijdrijder en een grimpeur van grote kwaliteit. Hinault was een zeer groot coureur, maar een deel van zijn succes was ook de ijzersterke Gitane-formatie onder leiding van de gewiekste ploegleider Cyrille Guimard. En dat had Jeff niet. Het Franse wielrennen zat in een vrije val en die is nog steeds niet opgehouden, maar het is flauw om het daar helemaal aan op te hangen. Jeff Bernard grootste makke was het feit dat hij niet constant was. Hij kon de sterren van de hemel fietsen en de volgende dag als een krant in het peloton hangen. En daarom staat er op zijn erelijst geen Tour, geen Giro en geen Vuelta, maar Parijs-Nice, de Ronde van de Middellandse Zee en het Criterium International. Niks mis mee, maar niet voor de beoogde opvolger van Bernard Hinault, de laatste Napoleon van het cyclisme. Hij sleet de laatste jaren van zijn profcarrière als een zeer gewaardeerde knecht van Miguel Indurain. En dat was wel de opvolger van Hinault, maar helaas voor de Fransen … geen Fransman.

Door Fred van Slogteren, 2 mei 2007 0:00

© T&T Tekst & Traffic

“Sirocco is de naam van een zeer hete en droge wind, die in het voor- en najaar altijd rond de Middellandse Zee woedt. Waarom oud-wielrenner Jacques van der Klundert deze naam voor zijn fietsen koos weet ik niet, maar ik denk omdat sommige renners er als een verschroeiende wervelwind op hebben gefietst. Van der Klundert reed in de jaren zestig voor de Televizier-ploeg van Kees Pellenaars. Voor zover ik kan nagaan behaalde hij als beroepsrenner één overwinning. Dat was in 1962 in de Ronde van Terneuzen. Hij keek de rondemiss eens diep in de ogen voor hij haar kuste, zij keek terug en de kus smaakte naar meer. De rondemiss van Terneuzen werd kort daarna mevrouw Van der Klundert.
Na zijn wielercarrière begon Jacques in zijn woonplaats Hoogerheide met het construeren en bouwen van racefietsen. Op het juiste moment bleek later want in die periode stopten vermaarde constructeurs uit die regio als …

Door Fred van Slogteren, 1 mei 2007 10:00

 DOE MEE EN GA VOOR GOUD!!!
 

Vandaag is het precies 50 jaar geleden dat Koos Tacx in Wassenaar een rijwiel- en bromfietshandel opende. Uit dat bescheiden fietsenwinkeltje is, in de 50 jaar die volgden, een multinational gegroeid, want de Tacx producten voor de wielersport worden in 54 landen rechtstreeks op de markt gebracht.

Tacx heeft zich ontwikkeld tot een dynamisch productiebedrijf met een omvangrijk leveringsprogramma op het gebied van fietstrainers, bidons en fietsgereedschappen. Vanwege het jubileum worden er in de maand mei enkele evenementen georganiseerd en ook de bezoekers van onze slogblog kunnen daar in meedoen.

Als je raadt hoeveel ...

Door Fred van Slogteren, 1 mei 2007 7:00

Robert VARNAJO (1929, Frankrijk)

Een veelzijdig renner die in de jaren vijftig tot de beste Franse renners behoorde. In 1949 werd hij Frans wegkampioen bij de amateurs en een jaar later werd hij in het Belgische Moorslede als amateur tweede bij het WK op de weg achter de Australiër Jack Hoobin. Bij de profs werd hij een goede subtopper die mooie koersen op zijn naam bracht, als het Circuit du Mont-Blanc en Parijs-Camembert. Dat hij niet meer gepresteerd heeft, lag aan zijn eigenzinnig karakter, want hij vertikte het zijn eigen kansen op te offeren voor die van een kopman. Daar was hij veel te zelfzuchtig voor. Met wat hand- en spandiensten op zijn tijd zou hij het verder gebracht hebben, want nu werd hij categorisch uit de ploegen gehouden waardoor hij hogerop had kunnen komen. In 1954 behaalde hij zijn mooiste triomf door in de Tour de France de laatste etappe te winnen op de wielerbaan van het Parc des Princes. Hij versloeg in de eindsprint snelle mannen als Fredje De Bruyne en onze eigen Henk Faanhof. Hij kon ook goed achter de derny rijden en in de monsterklassieker Bordeaux-Parijs, die voor een groot gedeelte achter derny’s werd gereden, werd hij twee maal vierde. In de herfst van zijn carrière werd hij stayer en hij werd drie jaar achtereen kampioen van Frankrijk in die discipline. Dat was in 1962, ’63 en ’64. In het middelste jaar werd hij bij het WK 3e achter de Belgen Leo Proost en Pol Depaepe. Le Chouan – zijn bijnaam omdat hij voor zijn wielercarrière enige tijd herder was - stopte in 1965 en er is sindsdien weinig van hem vernomen. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Door Fred van Slogteren, 1 mei 2007 0:00

“Morgen wordt het klassieke voorseizoen traditioneel in Duitsland afgesloten met Rund um den Henninger Turm. Verderop aandacht voor deze wedstrijd die niet tot het ProTour circuit behoort, maar bij vele wielerliefhebbers het klassieke bloed wel degelijk laat borrelen.
Rode draad is deze week het blad Wielersport, 19e jaargang nummer 13 van 30 april 1970.
Ad J. Vingerhoets schrijft: ‘Helemaal zeker weet ik het niet, maar ik geloof dat pas één eerstejaars amateur het zoet der overwinning geproefd heeft. Die man heet Ger Kneteman – Amsterdam (6 maart 1951). Ger is stratenmaker bij de gemeente Amsterdam. Henk Cornelisse, de ex-beroepsrenner, en Rinus Israël, het blok beton van voetbalclub Feyenoord, hebben dit vak ook in Amsterdam beoefend. ‘In 1966 en 1967 reed ik clubritten mee. In 1968 en in 1969 was ik nieuweling. Ik kom zowel op de weg als op de baan in actie. Ik werd door de KNWU waardig bevonden de training o.l.v. Frans Mahn (foto) te volgen. Dit seizoen kom ik uit voor Locomotief-Vredestein.’ Heinz Poldermans, manager en soigneur, tekent hierbij aan: ‘Het streven van Ger is deelname aan de Olympische Spelen in 1972 te München. Het is nu nog wat vroeg om hier reeds iets zinnigs over te vertellen, maar Ger leeft 100 procent voor de wielersport. Ik – en velen met mij – zijn er van overtuigd dat hij een goede coureur kan worden.’ Op 29 maart hebben o.m. Mari van Hoogstraten, Fons van Katwijk en Arnold van Uden in Venhorst reeds moeten ondervinden dat het bij Amsterdamse Ger menens is. Zijn eerste amateurzege was er een zonder een enkel schoonheidsvlekje.

Dan naar Rund um den Henninger Turm. Tot de invoering van de wereldbeker vond deze wedstrijd vaak op dezelfde dag plaats als het Kampioenschap van Zürich. Beide wedstrijden hadden een wat lagere status dan de reeks aprilklassiekers. De UCI wilde, om koersen te spreiden over het jaar, de wedstrijd verplaatsen naar het najaar. De organisatoren wensten ...

Door Fred van Slogteren, 30 april 2007 10:00

Eric VAN LANCKER (1961, België)

De Raleigh-ploeg van Peter Post had het imago dat iedereen er kon winnen. Natuurlijk waren er kopmannen, maar de knechten wonnen ook regelmatig. Bij de meeste andere ploegen uit die tijd was dat niet denkbaar. Na Raleigh ging Post verder met Panasonic en ook in die ploeg werd die strategie het kenmerk van de ploeg. Mannen als Erik Breukink, Eric Vanderaerden, Teun van Vliet en Jean-Paul van Poppel waren de vedetten, maar ook de knechten mochten zo nu en dan hun gang gaan en in het voorjaar van 1989 sloegen twee van die domestieken toe. Eerst won Jean-Marie Wampers Parijs-Roubaix en twee weken later was het Eric Van Lancker die de winst in de Amstel Gold Race binnenhaalde. ‘Alweer een knecht’ kopten de kranten, want Van Lancker werd net als Wampers als een knecht beschouwd. De bescheiden Van Lancker uit Tiegem, aan de voet van de Vlaamse Ardennen, kon er niet mee zitten. Een jaar later won hij ook nog Luik-Bastenaken-Luik. Dat hij desondanks geen vedette is geworden ligt meer aan zijn bescheidenheid, dan aan zijn wielerkwaliteiten. Hij was een knap coureur die vooral in het heuvellandschap tot zijn recht kwam. In de Tour en de Giro kon hij geen potten breken, hoewel hij in de Ronde van Italië van 1986 toch op een veertiende plaats eindigde en een etappe won. Wat ik niet zo geslaagd aan hem vond, was zijn snor. Wielrenners horen geen snor te hebben en die opvatting deel ik met de meeste renners, want het aantal snorren is in het peloton te verwaarlozen. De bekendste snordrager uit de moderne wielergeschiedenis was de Zwitser Urs Freuler, maar dat was voornamelijk een zesdaagsecoureur. In dat gesoigneerde wereldje met zijden koerstruitjes ligt dat gevoelsmatig anders, vind ik. Toen Freuler ook op de weg ging rijden en in de Tour etappes won, vond ik weer dat het niet kon. Gelukkig is Van Lancker – in tegenstelling tot Freuler – tijdig tot inkeer gekomen en hij behaalde zijn twee grootste zeges met een glad geschoren bovenlip. En zo hoort het ook. (Foto: © Cor Vos)

Door Fred van Slogteren, 30 april 2007 0:00

« Vorige 1 2 3 ... 1072 1073 1074 1075 1076 1077 1078 1079 1080 1081 1082 ... 1173 1174 1175 Volgende »