Slogblog


Eric VANDERAERDEN (1962, België)

Een ploeggenoot van hem in de Panasonic-ploeg waar Vanderaerden zes jaar onder contract stond zei eens tegen me: 'Ik heb zelden iemand ontmoet die zo creatief was in het verzinnen van rottigheid. Hij ging daar steeds verder in, omdat het aanvankelijk wel goed viel in de ploeg. Maar op het laatst ging het ten koste van zijn beroepsernst en dan krijg je met Post te doen, want die pikt dat van niemand.’ Door dat gedrag kwam er na zes jaar een breuk met Post en ik denk dat bij Vanderaerden meespeelde dat hij het wel gezien had bij de Amstelveense ploegbaas. Bij een andere ploeg werd hij weer helemaal zichzelf en hij behaalde nog vele mooie overwinningn. Hij was vooral een eendagsrenner, die met zijn eindschot in het rondewerk vooral uit was op ritoverwinningen en het puntenklassement. Zo won hij de groene trui in de Ronde van Frankrijk, maar ook klassiekers als de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix staan op zijn erelijst. Een begenadigd en veelzijdig coureur die ook veel op de baan heeft gereden. Hij kon het allemaal en hij ging op een speelse en kwajongensachtige wijze door het wielerleven. Hij was niet te beroerd om hard te trainen, van februari tot en met oktober de pedalen te laten spreken, maar er moest wel iets te lachen zijn. En als het een het ander uitsluit, dan worden types als Vanderaerden ongeduldig en sikkeneurig en dat leidde wellicht tot de excessen die ook bij hem hoorden. Hij was misschien geen renner voor het straffe Nederlandse regime dat in de ploegen van Post en Raas heerste. Het bewijs daarvoor is dat hij bij beide werkgevers met conflicten vertrok. Wielrennen is een individuele sport dat om commerciële redenen in een ploegenspel is gedrongen, maar het blijft een strijd tussen ego’s en dat maakt die sport zo mooi. (Foto: © Cor Vos)

Door Fred van Slogteren, 11 februari 2007 0:00

Donderdag lag hij weer in de brievenbus, de nieuwe Wielerexpress van Jan Zomer en dan word ik elk jaar weer een beetje blij. Ik heb er direct een uurtje in gebladerd en zo hier en daar een stukje gelezen. Toen ik het vanwege andere verplichtingen weg moest leggen, deed ik dat met tegenzin, want het jaarlijkse dagboek van Jan is als een doos Engelse drop die je achter elkaar wilt leeg vreten. Hoofdpersoon is dit keer Leo Duyndam, de veel te vroeg gestorven coureur uit Honselersdijk. Het is de eerste keer dat Jan uitgebreid over iemand schrijft die dood is en dus zelf niet aan het woord kan komen. Ik heb het gevoel dat hij daar tegen grenzen is opgelopen, die hij tevoren niet had voorzien en er daarom ook niet helemaal is uitgekomen. Hij heeft getracht de persoon en renner Duyndam te verklaren met getuigenissen van mensen, die hem goed gekend hebben. Ik heb hun waarnemingen gelezen, maar ik ben er niet achter of ik ...

Door Fred van Slogteren, 10 februari 2007 10:00

Kim ANDERSEN (1958, Denemarken)

Ik heb deze Deen een keer geïnterviewd. Het ging over Joop Zoetemelk over wie ik toen een boek schreef. Hij zat die avond in een hotel in Roosendaal met de CSC-ploeg die aan Eneco’s Tour deelnam. Hij bleek een lange gesoigneerde verschijning die het bijzonder leuk vond dat iemand naar zijn ervaringen met Joop Zoetemelk kwam informeren. Joop was zijn kopman geweest bij de Coöp-Mercier ploeg. In 1983 werd Zoetemelk in het begin van de Tour positief bevonden en hij kreeg een hele vracht strafminuten aan zijn broek. Hij was gelijk kansloos voor de eindzege of een hoge klassering en hij reed die Tour ongeïnspireerd uit. Althans dat schreven de Nederlandse kranten en ze begrepen niet dat Joop niet gewoon afstapte en naar huis ging. Maar dat kwam niet bij Joop op, zo vertelde Andersen. Hij had nog een taak te vervullen, want die dopingaffaire zorgde voor een geweldige motivatie binnen de ploeg. ‘Iedereen wist dat Joop geflikt was en we wilden de wereld laten zien dat we als één man achter onze kopman stonden. De ploeg won de ploegentijdrit en Andersen reed zes dagen in het geel. Dat kwam allemaal door Joop. Op zijn eigen rustige wijze gaf hij aanwijzingen en corrigeerde Andersen iedere keer wanneer die niet op de goede plek in het peloton zat. De twee waren toen overigens al goede vrienden, vertelde de Deen, en hij logeerde regelmatig bij Joop in Germigny l’Eveque. Ook nam Zoetemelk hem mee naar de lucratieve criteriums in Nederland. In 1985 kreeg Andersen de gelegenheid om wat terug te doen. Dat was bij het WK toen hij in de gelegenheid was zijn vroegere kopman terug te pakken. Hij deed het niet en twintig jaar later vertelde hij daarover: “Toen Joop in de laatste kilometers op voorsprong kwam, reed ik aan kop van de kopgroep. Ik had zo naar hem toe kunnen springen, maar ik kon het niet. Die twee jaar dat ik met Joop in de ploeg heb gezeten, flitsten op dat moment door mijn hoofd. Een cadeau voor een goede vriend.” Helaas wordt de mooie carrière van Kim Andersen overschaduwd door een reeks van dopinggevallen. Hij werd langdurig geschorst en toen hij daar nog niet van had geleerd, werd hij voor het leven uitgesloten. (Foto: © T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 10 februari 2007 0:00

© Otto Beaujon

“JJ Zieleman is veertig jaar lang fietsenbouwer te Amsterdam geweest. Ko was een man van weinig woorden. Hij bouwde op bestelling een knappe racefiets, maar ook net zo lief een boodschappenfiets. De merknaam Ko Zieleman bewaarde hij voor de echte liefhebbersfietsen en de rest kreeg de naam ‘Spirit’ mee. Zieleman woonde zijn hele werkzame leven in de Rivierenbuurt in Amsterdam-Zuid. Na een wielercarrière waarin hij een redelijke amateur was, nam hij de fietsenwinkel van zijn vader in de IJselstraat over. Later verhuisde hij met zijn handel naar de nabijgelegen Reggestraat. Ko Zieleman sponsorde geen ...

Door Fred van Slogteren, 9 februari 2007 10:00

Pavel TONKOV (1969, Rusland)

Een uitstekende ronderenner, deze Rus uit Iszjevsk. Zoals zo veel van zijn landgenoten kwam hij in Italië terecht en ontwikkelde daar zijn carrière. Hij reed goed bergop en hij had ook een uitstekende tijdrit in de benen. Zijn wedstrijd was de Ronde van Italië en hij verscheen tien keer aan de start met een prachtige reeks: 7e, 5e, 4e, 6e, 1e, 2e, 2e, 5e en 13e. Hij moest het van zijn regelmaat hebben zonder grote uitschieters want in al die jaren won hij slechts vier etappes. De Giro die hij won, die van 1996, was een van de spannendste uit de geschiedenis. Vier dagen voor het eind waren er nog vier kanshebbers op de eindzege. Het begon met de tijdrit die door Berzin gewonnen werd, met slechts een seconde voorsprong op Abraham Olano. Tonkov moest bijna anderhalve minuut toegeven, maar behield zijn roze trui met één tel voorsprong op Olano en 14 tikjes op zijn landgenoot Berzin. Met nog twee zware Dolomietenritten in het verschiet verkeerde Pavel Tonkov dus in wankel evenwicht. De volgende dag was hij zijn trui kwijt, want Olano kwam precies een seconde eerder over de streep. Twee man in het roze? Nee, want nadat de reglementen waren geraadpleegd, ging de trui naar de lange Bask. Een dag later – de voorlaatste etappe – was de koninginnerit met reuzen als de Gavia en de Mortirolo in het parcours. Tonkov ging die dag vol en met Gotti, Zaina en Ugrumov reed hij weg bij Olano die bijna drie minuten moest toegeven. Zo won Pavel Tonkov de Giro waarin nogal wat vedetten ontbraken, vanwege de Olympische Spelen dat jaar waar voor het eerst professionals aan de start mochten komen. Daarom bleven mannen als Jalabert, Indurain, Rominger, Armstrong en Museeuw thuis, omdat ze niet te vroeg in het seizoen wilden pieken. Vreemd genoeg is Tonkov nooit in de Tour de France geweest. Dat zal wel door sponsorbelangen zijn veroorzaakt en dat is de reden waarom de Rus zijn palmares hoofdzakelijk in Italië heeft gerealiseerd. Wel won hij een keer de Ronde van Zwitserland en die van Romandië en was hij een keer derde in de Vuelta. In 2005 zette hij een streep onder zijn carrière. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 9 februari 2007 0:00

FRANCIS PÉLISSIER

door Raymond Auttier

“Over de gebroeders Pélissier is heel veel geschreven. Henri de oudste was de beste renner, maar hij was vermaarder om zijn opstandige karakter en vele ruzies dan om zijn prestaties. Hij won in 1923 de Tour de France en in 1936 werd hij doodgeschoten door zijn minnares. Charles de jongste was de meest populaire van de drie. Een sterke renner, maar ook een enorme ijdeltuit, die zich als een filmster gedroeg en kleedde. Hij was de eerste renner die met witte sokjes reed omdat dat het bruin van zijn benen zo mooi accentueerde. Vergeleken met zijn broers heeft Francis een rustig en oppassend leven geleid. Zonder hoogtepunten, of het moet zijn recordgemiddelde zijn in de door hem gewonnen editie van Parijs-Tours in 1921, maar dat was meer een dieptepunt. Het weer was die dag zo ...

Door Fred van Slogteren, 8 februari 2007 10:00

Willy VANNITSEN (1935, overleden, België)

Zijn tijdgenoten uit de jaren vijftig en zestig weten het zeker: Willy Vannitsen was misschien wel het grootste wielertalent dat ooit op een racefiets heeft gezeten. Hij heeft staaltjes wielrennen laten zien waar de oude Vlaamse kenners nu nog over spreken in de staminees achter een pint. D’n Willy dat was d’r ene. ‘Groter dan Van Looy!’, zegt de een. ‘Groter dan d’n Eddy!’, zegt d’n ander. ‘Maar ’m had’m nie altied goesting’, spreekt de derde met het gezag van de oudste. De anderen zwijgen en wenken voor nog een pint, want de laatste spreker heeft gelijk. Het talent van Willy Vannitsen is als een RollsRoyce die te lang in de garage heeft gestaan. Tien jaar oud en slechts 5000 kilometer op de teller. Want wat heeft hij nou helemaal gewonnen met die uitzonderlijke mogelijkheden? De Waalse Pijl en enkele van stad tot stad wedstrijden, die ze in Vlaanderen semi-klassiekers noemen. En twee etappes in de Tour en eentje in de Giro. Oh ja, en twee zesdaagsen. Eén in Brussel met Van Looy als maat en één in Antwerpen gekoppeld aan het toen sterkste koppel van het hele circus: Post-Van Looy. Hij was geboortig in het dorp Jeuk in Belgisch Limburg, maar hij had niet voldoende jeuk in zijn kont om zijn ster overeenkomstig zijn talent te doen stralen. Ja, op latere leeftijd toen de pensioengerechtigde leeftijd naakte, toen vloog hij nog terwijl zijn tijdgenoten met de handjes op het stuur amper nog de 30 in het uur haalden. Er werd met eerbied gesproken over het feit hoe hard hij als zestig plusser trainde. Ontzag alom, maar Peter Post relativeerde deze inspanningen door cynisch te zeggen: ‘Dat had-ie toen moeten doen.’ En gelijk had Peter. Een val met de fiets leidde in 1999 het einde in. Hij lag enige tijd in coma in het ziekenhuis, maar hij herstelde gedeeltelijk. Hij leefde nog tweeënhalf jaar. Beloftes, het kerkhof ligt er vol mee.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 8 februari 2007 0:00

Een uurtje geleden hoorde ik op de autoradio dat Thijs Roks is overleden. Thuis in Sprundel op 76-jarige leeftijd. Een goede renner die na een prachtige amateur-carrière in 1951 beroepsrenner werd en het geluk had door Kees Pellenaars te worden opgemerkt. In 1951 begon de opmars van ploegleider Pellenaars in de Tour de France, nadat Wim van Est voor een groot succes had gezorgd door als eerste Nederlander de gele trui te veroveren. Een dag daarna reed hij het ravijn van de Aubisque in en werd daardoor legendarisch. Pellenaars deelde volop in de roem en in 1952 bracht hij een sterke achtmansploeg met goed materiaal aan de start van het grootste wielerevenement ter wereld. Van Est, Wagtmans, Voorting, Dekkers en Faanhof hadden al enige ervaring en de ploeg werd gecompleteerd met drie debutanten. Jan Nolten, Hein van Breenen en ...

Door Fred van Slogteren, 7 februari 2007 17:45

© Henk Theuns

“Ik ben fotograaf van beroep en mijn hobby is het verzamelen van wielertruitjes. Als ik een ander beroep had gehad dan zou ik natuurlijk veel minder truitjes hebben. Als fotograaf heb ik in de loop der jaren duizenden wielerfoto’s gemaakt. Daardoor ken ik veel renners en rensters in binnen- en buitenland. Vroeger moest ik er om vragen, soms zelfs bedelen, maar die tijd is voorbij. Ik ben door mijn truitjes zo bekend dat ze ze me komen brengen. Als ik thuis kom en er hangt een plastic tasje aan de deurknop dan weet ik het al. Ik heb er dan weer één of twee of meer. Ook dit truitje heb ik zo gekregen. Ik was voor een fotosessie voor een boek over ...

Door Fred van Slogteren, 7 februari 2007 10:00

Wim ARRAS (1962, België)

Wim Arras uit het Belgische Lier is de geschiedenis ingegaan als een duivelse sprinter. Een echte rittenkaper die dankzij die spurt een klassieker op zijn naam bracht. Dat was Parijs-Brussel in 1987 en Arras dankte die zege aan het feit dat de organisatie de Alsemberg uit het parcours had gelaten om in het centrum van Brussel meer publiek te trekken. Zo daverde het compacte peloton op de finish af en Arras vloerde ze allemaal: Vanderaerden, Kelly, Van Poppel en nog een hele rits andere spurters van naam. Op die manier won hij nog een hele rits ritten in kleinere etappekoersen, maar hij reed maar vijf jaar als prof, want in 1990 maakte een ongeluk een eind aan zijn carrière. De geschiedenis van Wim Arras doet me een beetje denken aan Mike Hawthorn. Dat was een Britse Formule 1 coureur in de jaren vijftig. In die tijd was het een zeldzaamheid als zo iemand de 30 jaar haalde, want ze verongelukten voor het merendeel. De bolides en de circuits waren nog lang niet zo veilig als heden ten dage en het is eigenlijk een wonder dat er nog mensen waren die in zo’n rijdende doodkist wensten te stappen. Mike Hawthorn zag dat ook in, nadat de zoveelste van zijn collega’s dodelijk was verongelukt. Hij maakte zijn afscheid bekend en hij voltooide ongeschonden zijn laatste race. Enkele maanden later reed hij ontspannen in zijn personenauto op de openbare weg. Hij slipte en verongelukte dodelijk. Hij werd slechts 29 jaar. Wim Arras leeft gelukkig nog, maar hij heeft zich als vermaard sprinter altijd met ware doodsverachting in massasprints gegooid en gigantische risico’s genomen. En toen hij een keer een ontspannen ritje op zijn motorfiets maakte, kwam hij ten val en zijn wielercarrière was direct voorbij. Daarom had Hawthorn misschien beter kunnen blijven racen en Arras zich bij de racefiets moeten houden om zich van A naar B te verplaatsen. Want het noodlot houdt nergens rekening mee en voert zijn eigen regie en de mens heeft maar af te wachten. Blijf maar lekker binnen, zou je haast zeggen. Maar de meeste ongelukken gebeuren binnenshuis, zeggen de statistieken. Ik weet het niet meer. (Foto: © Cor Vos)

Door Fred van Slogteren, 7 februari 2007 0:00

« Vorige 1 2 3 ... 1070 1071 1072 1073 1074 1075 1076 1077 1078 1079 1080 ... 1155 1156 1157 Volgende »