ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Slogblog


Dat heb je als een meerdaagse wielerronde met seconden verschil beslist wordt, omdat het parcours gewoon niet selectief genoeg is. Dan straft het noodlot. Philippe Gilbert wint met kleine voorsprong de etappe en de leiderstrui moet vol in de beugel om niet met een seconde verschil in de laatste meters de hele winst kwijt te raken, inclusief de maximale ProTourpunten. De spits van het peloton met Hincapie en Schuhmacher – de nummers één en twee met 3 seconden verschil - op de eerste lijn. De Duitser dicht langs het publiek en dan komt daar plots een arm en die raakt Schuhmacher. Die raakt uit balans, wijkt van zijn lijn af en raakt met zijn achterwiel het voorwiel van de Amerikaan. Valpartij en Schumacher pakt nog net 4 seconden bonificatie en de volle winst in de Eneco Tour. Ga er maar aan staan om daar als jury een rechtvaardige beslissing over te nemen. Dat kan niet. Als je Hincapie winnaar maakt doe je Schumacher tekort en omgekeerd. Om dit soort ellende in de toekomst te voorkomen kun je natuurlijk geen publiek meer toe laten in de laatste paar honderd meter, maar een betere is om de Eneco Tour een stuk zwaarder te maken. Laat de organisatie vanavond nog een knieval doen voor de organisatie van de Ronde van Luxemburg om volgend jaar ook mee te doen. Twee bergritten met de rottigste klimmetjes van de Ardennen en een langere tijdrit. Dat lijkt me in sportief opzicht de oplossing om dit soort ellende in de toekomst te voorkomen. Nog nooit zo’n chagrijnige winnaar op het podium zien staan. (© Cor Vos)

Door Fred van Slogteren, 23 augustus 2006 16:59

© Henk Theuns

“Erwin Nijboer, van wie dit truitje is geweest, reed drie jaar voor de Spaanse ploeg Banesto, de ijzersterke formatie van vijfvoudig Tourwinnaar Miguel Indurain. Van 1994 tot en met 1996 reed hij in dienst van deze wat saaie kopman. Hij werd zelfs de meesterknecht van de lange Bask en dat is in Spanje toch vrij uniek. Spaanse ploegen hebben overwegend Spaanse renners en als er buitenlanders bij zijn, dan hebben die doorgaans geen belangrijke functie in de ploeg. Nijboer had wel een belangrijke functie en dat zegt veel over de kwaliteiten van deze in Denekamp geboren renner.
Banesto was een ...

Door Fred van Slogteren, 23 augustus 2006 10:00

Johan BRUYNEEL (1964, België)

Er werd als renner veel van hem verwacht. Het was ook geen alledaagse jongen, deze charmante en sympathieke coureur uit Izegem, de woonplaats van Patrick Sercu. Een elegante en gesoigneerde verschijning met een HBO-opleiding Marketing op zijn conto. In zijn profcarrière reed hij onder meer voor Lotto, Once en Rabobank. Hij had bovendien een vriendin waar iedere man het hoofd voor omdraaide, tenzij die blind of gecertificeerd homo was. Met Muriel aan zijn zijde gingen alle deuren voor Johan open. Toch is er niet uitgekomen wat er van hem werd verwacht. Hij begon zijn wielerleven op de baan en daar deed hij de souplesse op waarmee je als wegrenner het verschil kunt maken. Als beroepsrenner ging hij meer op de weg rijden en hij ontdekte zich zelf. Hij kon goed bergop en reed een redelijke tijdrit. Hij won de Henninger Turm, maar hij was toch vooral een ronderenner. In 1990 won hij de Tour de l’Avenir en hij won etappes in de Tour, de Vuelta en in kleinere rondritten, maar een derde plaats in de eindstand van de Ronde van Spanje 1995 was toch zijn plafond. Hij was iemand met een helder verstand die alles wat hij zag en beleefde op zijn harde schijf zette. Hij stopte in 1998 en werd toen direct benaderd door Lance Armstrong om de US Postal-ploeg te gaan leiden, waarmee Lance na het overwinnen van zijn ziekte verpletterend terugkwam. Ik denk dat we het aandeel van Bruyneel in het succes van Armstrong niet moeten onderschatten. De Amerikaan weet precies wat hij wil, maar ik denk dat dat toch vaak is geweest na overleg met zijn Belgische vriend. Na het afscheid van Armstrong is de ploeg nog niet het solide bolwerk van weleer, maar als grote ploeg zou ik Discovery Channel vooralsnog niet afschrijven. Zeker zolang Johan Bruyneel daar de dienst uitmaakt. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 23 augustus 2006 0:00

“Ik zit hier op een Cornelo. Dat is een merk dat erg Italiaans klinkt, maar heel Nederlands is. Het is het huismerk van Henk Kokke, van Kokke Sport in St.Willebrord. Henk heeft een groothandel in racefietsen en raceonderdelen en door die activiteiten komt hij veel in Italië. In de jaren zeventig was zijn zoon een goede amateurwielrenner, die dagelijks trainde met streekgenoot Bart van Est. Op een beurs kwam Henk in contact met Ernesto Colnago, die toen nog een vrij onbekende constructeur was. Zijn kaders waren echter beauty’s en Henk kocht er twee. Eén voor zijn zoon en één voor ...

Door Fred van Slogteren, 22 augustus 2006 10:00

Theo BOS (1983, Nederland)

Als ik Theo zie rijden en vaak zie winnen denk ik altijd: doet hij dit over vijf jaar nog? Wereldkampioen worden of net niet of een Olympische plak winnen is hartstikke mooi en ook ik geniet daarvan, maar verder? Met enkele collegasprinters treedt hij in de wintermaanden op in het voorprogramma van zesdaagsen. Ik geloof echt wel dat hij daar waar voor zijn geld levert, maar ik vind het toch een nummertje opvoeren, een soort kermisattractie en dat is beneden zijn niveau. Ik had hem liever als topsprinter in wegkoersen gezien in competitie met McEwen, Boonen en Freire. Dat had hij volgens Gerrie Knetemann kunnen worden, als …
In 2003 had ik een gesprek met de toenmalige bondscoach over het begeleiden van wielertalent. Over Theo zei hij toen:
"Van Theo Bos weet niemand meer hoe goed die vent op de weg was. Ik toevallig wel. Die jongen werd door de Rabobank niet goed genoeg bevonden omdat hij het postuur van een klimmer niet had. Nou vraag ik je? Die jongen is gedwongen om op de baan te gaan fietsen. Als ik iets bij een ploeg te vertellen had, dan had ik hem gelijk een contract gegeven met de instructie: Theo ga jij volgend seizoen ook weer eens lekker op de weg fietsen. Het één bijt het ander toch niet?” Als dat verhaal klopt dan zou Theo Bos nu het sprintkanon zijn dat Touretappes en tal van andere koersen had gewonnen en nog zou winnen en daar wellicht veel meer sportieve satisfactie uithalen dan uit zijn optredens in de zesdaagsen. De tijd dat de stadions volliepen als een tiental grote sprinters op de affiches stond komt nooit meer terug. En behoudens de wereldkampioenschappen en de Olympische Spelen is Theo Bos veel te goed om een kermisattractie te zijn. Maar het is nog niet te laat, hij wordt vandaag pas 23. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 22 augustus 2006 0:00

Gisteren een dagje in Eneco’s Tour Benelux geweest. De karavaan was neergestreken in Landgraaf. Een mooie maar merkwaardige gemeente waar je in de ene straat in Kerkrade bent en in een andere in Heerlen. Het vinden van de locatie waar de start en finish van de tijdrit was gelegen, was een behoorlijk zoekplaatje. Een tijdrit volgen is altijd leuk, omdat je alle renners een voor een langs je ziet gaan als ze solo aan de klus beginnen of over de finish komen. Ik heb altijd weer veel bewondering voor de speakers die in een doorlopende spraakwaterval van vele uren nooit in herhalingen vervallen en altijd iets interessants te melden hebben. Het klassement werd nog niet definitief gemaakt, maar etappewinnaar George Hincapie lijkt de belangrijkste kandidaat voor de eindzege.
Hulde ook voor de voortreffelijke organisatie van Henk van Mulukon en zijn staf. Zo in hartje Limburg kom je natuurlijk de nodige Limburgse coryfeeën uit het verleden tegen. Nestor Jefke Janssen (87) was er en verder Jan Nolten, Huub en Ger Harings, Jan Hugens, Jan Krekels, Henk Steevens, Patrick Strouken en die opsomming is vast niet compleet, want ik zal er wel een paar niet herkend hebben. Met Wim van Duivenbode, ooit de mentor van klasbakken als Gerben Karstens en Joop Zoetemelk, en tegenwoordig KNWU-consul in Limburg had ik het erover dat het raar en bedroevend is dat die prachtige provincie met zo’n rijk wielerverleden nauwelijks nog renners heeft die de naam van de provincie hoog houden. Max van Heeswijk is vrijwel de enige en dat is in en in triest. “Ze zijn hier gek van het wielrennen”, zei Wim “als ze maar niet zelf op de fiets moeten.” En zo is het, helaas. (© Philip van der Ploeg)

Door Fred van Slogteren, 21 augustus 2006 12:00

“Voor het in de herinnering terughalen van gebeurtenissen die in het verleden op 21 augustus hebben plaatgehad gaan we om te beginnen 31 jaar terug in de tijd. In Grave startte de Profronde van Nederland in 1975 met een ploegentijdrit over 3200 meter. En wat in de jaren erna een typisch Nederlandse specialiteit zou blijken was het toen nog niet. De Belgische Watney-Maes-ploeg met renners als Verbeeck, Verstraeten en Van Sweefelt was de sterkste, Frisol werd op 4 seconden tweede, IJsboerke derde en Gan Mercier met Joop Zoetemelk (die de ronde zou winnen) vierde. TI Raleigh werd slechts achtste hoewel ze met Jan Raas, Dietrich Thurau, Aad van den Hoek, Bert Pronk en Tino Tabak niet de minste renners in de gelederen hadden.
Het aansluitende criterium over 80 kilometer in de ...

Door Fred van Slogteren, 21 augustus 2006 10:00

Erik DEKKER (1970, Nederland)

Ja wat moeten we op zijn verjaardag nu nog over Erik Dekker zeggen? Na zijn afscheid, een goede anderhalve week geleden, is hij in alle kranten en andere media uitgebreid uitgeluid. Ook op deze weblog heb ik uitvoerig aandacht aan hem besteed. En hij is nog niet weg. Als lid van het ploegleidersteam van Rabobank zullen we zeker nog van hem horen, want Erik is een intelligente jongen die zeker zijn stempel zal willen drukken op zijn nieuwe omgeving. Misschien is het daarom interessanter om eens terug te gaan naar het jaar 1992 toen Erik zich voor het eerst internationaal in de kijker reed met het behalen van de zilveren medaille in de Olympische wegwedstrijd achter Fabio Casartelli. Aan het begin van het seizoen publiceerde Wieler Revue een volledig overzicht van het amateurpeloton met daarbij de nationale selectie van bondscoach Piet Kuys. Die bestond uit 19 renners. Acht daarvan zijn goede tot zeer goede beroepsrenners geworden. Dat zijn Michael Boogerd, Jan Boven, Steven de Jongh, Richard Groenendaal, Koos Moerenhout, Rik Reinerink, Leon van Bon, Bart Voskamp en Erik Dekker. Dat is 42 procent en dat bewijst dat aan het toenmalige selectiebeleid niet veel mankeerde. De rest van die groep is in de vergetelheid geraakt, hoewel daar toch namen bij zitten die destijds grote beloften waren. Wat te denken van Rob Compass, John den Braber en Jaap ten Kortenaar.
Renners die in dat jaar niet tot de nationale selectie behoorden, maar toch alleszins goede profs zijn geworden waren Rudie Kemna, Jeroen Blijlevens, Servais Knaven, Marc Lotz en Aart Vierhouten. En als je de rest van de namen doorneemt, dan denk je constant: wat is daar toch van geworden? Totaal zijn het zo’n 300 namen, waarvan er dus 14 daadwerkelijk zijn doorgebroken. Dat is 5 procent en dat is bedroevend weinig. Het toont weer eens aan dat talent niet genoeg is. Er komen tal van factoren bij die beslissend zijn voor de doorbraak. Erik Dekker had ze allemaal, maar er waren destijds genoeg deskundigen die daar sterk aan twijfelden. Want voorspellen en wielersport gaat moeilijk samen.
(© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 21 augustus 2006 0:00

Miel SEVEREYNS (1931, overleden 30.11.1979, België)

De in Schoten nabij Antwerpen geboren Miel Severeyns was een echte baanrenner die zijn geld tussen 1953 en 1970 voornamelijk verdiende in de zesdaagsen. Hij reed er 151, waarvan hij er 25 won. De meeste met Rik Van Steenbergen als koppelgenoot, een van de grootste renners aller tijden. Hoewel Severeyns klasse had, maar ook niet meer, werd hij aan de zijde van Rik I een grote. Dan kon hij meer dan zonder The Boss. Van Steenbergen had het vermogen bij zijn partners iets extra’s op te wekken, waardoor ze boven zich zelf uitstegen. Bij Miel Severeyns was dat heel duidelijk het geval, zo vertelde Peter Post mij, die eerst met Rik Van Looy en later met Fritz Pfenninger de grootste concurrent was van het duo Van Steenbergen-Severeyns. Peter herinnert zich hem ook als een prettige collega, die een geweldige inzet had. Het was een stille, rustige man die zich uitstekend thuisvoelde in de schaduw van Van Steenbergen voor wie hij door het vuur ging als het moest. Hij was heel gedisciplineerd en hij kon heel diep gaan. Post heeft nooit een zesdaagse met de Belg gereden, maar wel enkele koppelkoersen. ‘Die jongen was een heel goede ploegkoerser en hij is natuurlijk veel te jong overleden. Ik ben nog op zijn begrafenis geweest en daar waren heel veel mensen aanwezig. Ik mocht hem erg graag en ik was duidelijk niet de enige.’ (foto: archief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 20 augustus 2006 0:00

Gerard VELDSCHOLTEN (1959, Nederland)

Deze aimabele oud-coureur uit Oldenzaal heeft de naam fysiek een fantastische coureur te zijn geweest, maar er zat geen kop op. Zo wordt Gerard al jaren weggezet als een domme renner. Ik heb dat altijd een belediging gevonden aan het adres van een coureur die in 1988 de Ronde van Romandië won. Dan kun je wel wat, want van Hennie Kuiper heb ik eens gehoord hoe zwaar die koers is. Zeker gezien de plaats op de agenda, heel vroeg in het seizoen als de Zwitserse Alpen nog lang niet klaar zijn om de vele wandel- en fietstoeristen een prachtige vakantie te bezorgen. Ook het feit dat hij in diverse andere rondes – inclusief de Tour en de Vuelta - altijd kort eindigde, spreekt in zijn voordeel. En verder? Ja, Gerard was een knecht, maar wat wil je als je in de topjaren van Zoetemelk, Kuiper, Raas en Knetemann beroepsrenner wordt en een plekje krijgt in de fameuze Raleigh-ploeg. Dan mocht je veel, maar geen kopman zijn. Wel zo nu en dan je kans gaan en dat heeft Gerard meer dan eens gedaan. Maar als er geknecht moest worden, dan stond hij er. In het boek Karaktermens Peter Post staat een mooie anekdote, die zowel een goed beeld geeft van Post als van Veldscholten. ‘Gerard Veldscholten had zich in een bergetappe weer eens helemaal uit de naad gewerkt voor de ploeg en hij was op grote achterstand geraakt. Het publiek was al naar huis toen hij tientallen minuten na de winnaar, uitgeput maar nog wel net op tijd, over de finish kwam. Iedereen was weg, maar Post stond nog op zijn laatste renner te wachten. Hij hielp Veldscholten zwijgend van zijn fiets en hij ondersteunde hem naar het hotel. Het was vertederend om te zien: de bezorgde vader met zijn uitgeputte zoon. Bij de soigneurskamer van Ruud Bakker aangekomen, realiseerde Post zich echter dat hij zich even in zijn kaart had laten kijken en hij draaide snel de knop om. Tegen Bakker zei hij vervolgens met een kille, afgemeten stem: “Hier heb je een dweil, maak er maar weer een renner van.”

Van Peter Post, Joop Zoetemelk en Hennie Kuiper hoef je geen denigrerende opmerking over Gerard te verwachten. Wel veel waardering!

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 19 augustus 2006 0:00

« Vorige 1 2 3 ... 1029 1030 1031 1032 1033 1034 1035 1036 1037 1038 1039 ... 1078 1079 1080 Volgende »