ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Slogblog


Roger PINGEON (1940, Frankrijk)

Tussen de regeerperiodes van Anquetil, Merckx, Hinault, Indurain en Armstrong mochten in de Tour de France andere renners even aan de top plaatsnemen. Ze worden tussenpausen genoemd en daardoor lijkt het alsof het om veel mindere renners gaat. Dat is maar gedeeltelijk waar, maar in tegenstelling tot de bovengenoemde goden hebben deze halfgoden een achilleshiel. Bij Roger Pingeon, die de Tour een keer won tussen de periodes Anquetil en Merckx in, was dat zijn grilligheid. De ene dag kon hij alles om de andere dag een diepe inzinking door te maken. In de Tour van 1967 was hij er een keer van gevrijwaard en hij won, terwijl er toch grote renners meededen die in het lijstje van favorieten boven hem stonden. Door een tactische meesterzet van ploegleider Bidot pakte Pingeon al in het begin van die Tour een grote voorsprong en stond die niet meer af. Een jaar later had hij wel weer catastrofale inzinkingen, nadat hij tot twee maal toe de hele meute op grote achterstand had gefietst. Daardoor werd hij slechts vijfde op drieënhalve minuut van winnaar Jan Janssen. Het was de story van zijn leven, maar die ene overwinning staat als een huis in de annalen. 1969 was misschien wel zijn beste jaar, maar toen kreeg hij te maken met een superieure Eddy Merckx die dat jaar alles won en slechts de kruimel van de tweede plaats aan Pingeon liet. Erg populair is hij nooit geweest, want hij miste de uitstraling die het publiek vertaalt in aantrekkingskracht. Een altijd wat nors kijkende man, met lange, dunne benen waardoor hij de bijnaam ‘de steltloper’ kreeg. Na zijn carrière werd hij bloemist en tijdens de Tour werd hij ingehuurd door de Franstalige Zwitserse televisie. Zijn teksten waren weinig inspirerend en na een aantal jaren werd hij bedankt voor de moeite. Met een nurkse reputatie verdween hij in de anonimiteit. Hij ontbrak in 2003 als enige bij het eeuwfeest van de honderdjarige Tour in het gezelschap van alle nog in leven zijnde Tourwinnaars. Wat de reden van zijn absentie was, weet ik niet, maar het verbaasde niemand.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 28 augustus 2006 0:00

Sylvère MAES (1909, overleden 05.12.1966, België)

Toen hij in 1936 zijn eerste Tour won was hij nog maar 25 jaar en drie jaar later 28 toen hij zijn tweede Touroverwinning behaalde. Die tweede had al in 1937 behaald kunnen zijn, maar door allerlei chauvinistische manipulaties van de Franse inrichters, die liever hun landgenoot Lapébie zagen winnen, ging Maes met de hele Belgische ploeg voortijdig naar huis. In 1939 had hij eigenlijk maar één grote concurrent en dat was de Italiaan Gino Bartali. Daarom is het best verantwoord om te stellen dat hij de Tour nog enkele malen had kunnen winnen als er geen oorlog was geweest. Hij was een echte ronderenner die zijn krachten goed kon verdelen en zich zelden liet verrrassen. Na de tweede wereldoorlog koerste hij nog enkele jaren, maar grote successen waren er niet meer bij.
In 1950 werd hij door de Belgische wielerbond aangesteld als ploegleider van de nationale ploeg, die onder meer in de Tour de France werd ingezet. Die ploegleiders van toen – Marcel Bidot voor Frankijk, Alfredo Binda voor Italië, Kees Pellenaars voor Nederland en Maes dus voor België – hadden in feite alle macht en Maes maakte nog wel eens keuzes die niet in het belang van de Belgische kansen waren. Daarin speelde de verborgen strijd tussen Vlamingen en Walen een grote rol. Er is zelfs wel eens gesuggereerd dat Maes graag voor eeuwig de laatste Belgische Tourwinnaar wilde blijven. Waar het zijn eigen waarneming betreft is hem dat gelukt, want hij overleed in 1966 en pas drie jaar later werd hij als Belgische Tourwinnaar opgevolgd door Eddy Merckx. Zijn café Au Tourmalet in Gistel – langs de route van de Ronde van Vlaanderen – is een soort bedevaartsoord voor de echte Vlaamse wielerliefhebber en dat is het bij mijn weten nog steeds, veertig jaar na het verscheiden van Lepe Peer.

(op de foto Maes in gesprek met collega Kees Pellenaars)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 27 augustus 2006 0:00

Vandaag begint in Malaga de 61e editie van de Ronde van Spanje met een ploegentijdrit van 7,3 kilometer. Tot de finish in Madrid op zondag 17 september moet er behoorlijk worden geklommen. Negen etappes zijn echte bergritten, waarvan er vijf bergop eindigen.
De ronde van vorig jaar is in net zo’n ellende geëindigd als dit jaar de Tour de France en dat is voor de Ronde van Spanje al de tweede keer in de geschiedenis. Ook in 1982 werd de winnaar na afloop uit het klassement geschrapt, vanwege een positieve plas. Laten we hopen dat het dit jaar niet gebeurd en we weer eens een spannende ronde krijgen met een goede winnaar.
Wie dat zal zijn is moeilijk te zeggen omdat er geen ...

Door Fred van Slogteren, 26 augustus 2006 10:14

Chris BOARDMAN (1968, Groot Brittannië)

Engeland is geen groot wielerland en behoudens een enkeling – zoals de betreurde Tommy Simpson – zijn er weinig bekende Britse wielrenners geweest. Er heerst daar ook niet de continentale wielercultuur en de wielersport wordt er dan ook beoefend met de voorkeuren van de Brit. Ze zijn daar dol op tijdritten en die worden met grote regelmaat georganiseerd. Met het gevolg dat Engeland veel hardrijders heeft voortgebracht, die echter voornamelijk in eigen land bleven. Alleen bij het wereldkampioenschap achtervolging was er altijd wel een sterke Brit in het toernooi en we maakten kennis met tempobeulen als Cyril Cartwright, Peter Brotherton, John Geddes, Ian Hallam en vooral Hugh Porter. Bij de Spelen van 1992 in Barcelona was er weer zo’n flonkerende diamant in het pure hardrijden die de concurrentie verpletterde en lachend naar het goud reed. Chris Boardman heette hij en hij ging op zoek naar mogelijkheden om zijn uitzonderlijk talent als jachtrijder zoveel mogelijk uit te buiten. Zijn ambitie was het winnen van de Tour de France, maar dat vereist meer en daar kon Chris niet aan voldoen. Wel won hij een hele reeks prologen en tijdritten in tal van rittenkoersen, inclusief de Tour. De meeste naam heeft hij gemaakt met het twee maal verbeteren van het werelduurrecord op een moment dat het record aller records een soort opera comique was geworden. Nadat Francesco Moser op een heel speciale fiets en in zijn nadagen het record van Merckx uit de boeken had gereden, volgden nog meer pogingen op steeds vreemdere fietsen met als hoogtepunt – of dieptepunt zo u wilt – het vehikel van de Schot Graeme Obree. Ook Boardman verbeterde het record op een merkwaardig rijwiel en bracht het op 56 km. en 375 meter. Nadat die afstand in de annalen was bijgeschreven bepaalde de UCI dat het record alleen nog maar verbeterd mocht worden met een fiets die aan bepaalde voorschriften voldeed en zo werd Eddy Merckx ineens weer werelduurrecordhouder met zijn tijd uit 1972. Met een superlicht baanfietsje verbeterde Chris ook dit record, maar met slechts 10 meter verschil en bracht het op 49 km en 441 meter. Vorig jaar is het pas verbeterd door de volslagen onbekende Tsjech Ondrej Sosenka, die in een uur tijd op een baan in Moskou 259 meter meer reed. Wie zal het eerst over de 50 kilometer gaan? Niet Chris Boardman, want die stopte in 2000 met de wielersport.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 26 augustus 2006 0:00

© Otto Beaujon

“Er waren zo rond de voorlaatste eeuwwisseling twee (motor)fietsenfabriekjes in Frankrijk met de naam Thomann. Die van Alphonse Thomann had als logo twee olifantjes en die van Jean Thomann een rode gorilla. Beide fietsenmakers werkten in de omgeving van Parijs. Alphonse in Courbevoie, en later in het aangrenzende Nanterre en Jean in Montreuil. Beide fabriekjes zijn later overgenomen door het beroemde merk Alcyon.
Alphonse Thomann begon zijn bedrijf in 1904 en de renner Louis Mottiat behaalde op een van zijn fietsen in 1913 een klinkende overwinning in de beroemde wedstrijd Bordeaux-Parijs. De verdienste van ...

Door Fred van Slogteren, 25 augustus 2006 10:00

Gisteravond ben ik in mijn woonplaats naar de plaatselijke wielerronde gaan kijken. Het was jaren geleden dat ik leunend op een dranghek naar een koers heb gekeken. Het was leuk. De ronde werd al voor de 55e keer georganiseerd en op de erelijst zag ik namen als Maarten Ducrot, Tom Cordes, Karl Zoetemelk en Odwin Bink. Die laatste ken ik uit één van de laatste Wielerexpressen van Jan Zomer en hij stond gisteravond weer aan de start, samen met zo’n tachtig eliterenners en espoirs. Voor aanvang had het een halfuurtje hevig geregend en daardoor waren de bochten spekglad geworden. Door valpartijen werd het veld dan ook snel uitgedund. Tot mijn verrassing zag ik tussen de renners Thomas Rabou uit Schijndel rijden. Thomas is een groot talent die naarstig op zoek is naar een sponsor in het ProTour circuit of als dat niet mogelijk is bij een sterk continental team. Hij is een talentje en hij won in de eerste dagen van dit jaar in het verre Thailand de Tour of Siam. Voor Wieler Revue ben ik toen naar Schijndel afgereisd om het ambitieuze mannetje in zijn ouderlijk huis naar zijn plannen te vragen. Sindsdien rijdt hij overal in de wereld de sterren van de hemel. Dat deed hij gisteravond ook weer. Door die valpartijen reed hij halverwege koers op een behoorlijke achterstand, maar vooral onder zijn leiding werd het gat met het eerste peloton gedicht en toen ging Thomas zich met de koers bezighouden. Op zo’n 15 kilometer voor het einde ging hij er vandoor, maar hij kreeg de sterke criteriumspecialist Ronald Roos mee. Samen sloegen ze een gaatje en ze werden niet meer gepakt. Tegen het eindschot van Roos was Thomas niet opgewassen, maar hij had zich wel laten zien. (Foto: © T&T Tekst & Traffic)

Door Fred van Slogteren, 25 augustus 2006 7:59

Gilberto SIMONI (1971, Italië)

Als familielid en plaatsgenoot van Francesco Moser raakte Gilberto al heel jong besmet met de wielerbacil en daarom wilde hij wielrenner worden en niets anders. Hij had talent, veel talent. Vooral als het omhoog ging en het liefst zo steil mogelijk. Dan was hij in zijn element. Zo werd hij een van de beste klimmers van zijn generatie en won hij twee keer de Ronde van Italië. In 2003 was hij zo sterk dat Stefano Garzelli en Sergei Honchar veel meer aandacht kregen bij hun strijd om de tweede plaats dan hij. In de drie jaar die volgden ging het in de Giro minder met de man uit Trentino, maar hij bereikte wel steeds het erepodium. In 2004 derde achter Cunego, in 2005 tweede achter Savoldelli en dit jaar derde achter Basso. Simoni heeft in Italië een grote schare supporters, maar onder zijn collega's is hij niet zo geliefd. In de Lampre-ploeg kreeg hij het vorig jaar aan de stok met Cunego en de ploegleiding liet hem vallen als een baksteen. Daarna had de gearriveerde vedette de grootste moeite om een nieuwe werkgever te vinden en dat heeft ongetwijfeld te maken met zijn reputatie. Dit jaar haalde hij in de Giro alle media met zijn bewering dat Ivan Basso hem tegen betaling de overwinning in de 20e etappe had aangeboden, toen ze samen aan de leiding reden. Simoni wees het aanbod van de hand, waarna Basso hem droogweg losreed en met een foto van zijn pasgeboren kind dolgelukkig over de finish kwam. Een merkwaardige actie als je net hebt geprobeerd de overwinning te verkopen. Simoni werd dan ook niet geloofd en hij kreeg drieduizend euro boete. Ik heb de stem van Simoni nooit gehoord, maar daar is iets bijzonders mee. Het vierjarige dochtertje van een echtpaar, dat tot de fanatieke supporters van Simoni behoort, werd door een auto aangereden en ze werd in coma in het ziekenhuis opgenomen. Vier maanden later ontwaakte het meisje, omdat haar ouders aan haar bed een bandje afdraaiden met de stem van het familieidool. Ze sloeg de ogen op en het eerste woord dat ze sprak was ‘Bebo’, het koosnaampje waarmee Gilberto in het gezin werd aangeduid. Zijn beeltenis staat sindsdien ongetwijfeld in menig kapelletje. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 25 augustus 2006 0:00

Zaterdag start in Malaga de Ronde van Spanje. Na de ervaring van vorig jaar heeft Rabobank dit keer een sterke ploeg gestuurd, die je na het wegvallen van Freire een klimmersformatie zou kunnen noemen. Menchov, Rasmussen, Ardila en Boogerd zijn mannen die in potentie met de besten mee omhoog gaan en Eltink, Weening en de vervanger van Freire, de Australiër William Walker, moeten de kopmannen ver kunnen begeleiden.

Deze weblog zal de verrichtingen van de Rabobank-ploeg zo goed mogelijk volgen en elke week een of twee keer Adri van Houwelingen, die samen met Joop Zoetemelk de ploeg zal leiden, aan het woord laten.
Net gearriveerd in Malaga, waar zaterdag de ploegenproloog zal plaatsvinden, verwacht Adri dat zijn mannen een belangrijke rol in het klassement kunnen spelen. Ten aanzien van zijn belangrijkste renners zegt hij:

“Menchov heeft een goede Tour gereden, maar heeft veel tijd nodig gehad om te herstellen. Hij reed vervolgens een goede ...

Door Fred van Slogteren, 24 augustus 2006 17:05

DE VLAAMSE WIELERKONINGEN

door Joris Jacobs en Ben Van Doorne

“Dit is een fotoboek met veel tekst. Het is eigenlijk een soort rijk geïllustreerd verhaal over een kleine honderd jaar Vlaamse wielersport met in chronologische volgorde zes renners, waarvan de carrières elkaar opvolgen en deels overlappen. Het begint met Cyril Vanhouwaert in 1895 en het eindigt met Eddy Merckx in 1978. Daar tussen in ruim aandacht voor Lucien Buysse, Sylvère Maes, Rik Van Steenbergen en Rik Van Looy en het verhaal wordt nog wat opgerekt omdat ook Roger De Vlaeminck en Freddy Maertens, allebei jonger dan Merckx, een prominente bijrol hebben gekregen. Dat geldt trouwens ook voor ...

Door Fred van Slogteren, 24 augustus 2006 10:00

Roger DE VLAEMINCK (1947, België)

Ik heb deze Belgische vedette een keer geïnterviewd. Ik had me een drukke extraverte man voorgesteld, gezien het explosieve van zijn rennerskarakter, maar dat viel mee. Hij zat er wat slaperig bij en hij ging direct op de automatische piloot door plichtmatig de verhalen te vertellen, die hij al duizend keer verteld had. Hij was in zijn tijd een superrenner, want hij won een of meer keren Parijs-Roubaix, de Ronde van Lombardije, Milaan-San Remo, Luik-Bastenaken-Luik, de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Brussel, de Waalse Pijl, de Omloop Het Volk en het Kampioenschap van Zürich. Hij heette daarom een klassiekerspecialist te zijn, maar hij won ook de Vierdaagse van Duinkerke, de Ronde van Zwitserland (en hoe, met zes etappeoverwinningen!) en zes keer op rij de Tirreno Adriatico. Het interview ging om zijn overwinning in Parijs-Roubaix 1977, maar daar wist hij niet veel meer van. Wel die van 1975, daarvan kende hij nog alle details. Ik vroeg waarom en hij zei, terwijl hij voor het eerst een betrokken indruk maakte, ‘omdat ik daar d’n Eddy heb geklopt, en dat was ’t schoonste hè: Eddy kloppen!’ En hij vertelde verder over de haatliefdeverhouding met de grootste renner aller tijden, die hij zo nu en dan wist te verslaan. Die overwinningen koestert hij als iets zeer bijzonders en ik krijg een waarachtig beeld van de inborst van een topwielrenner. ‘Eddy’ dat was iets van een andere planeet en hem de baas zijn was een ambitie, die alleen de heel groten mochten koesteren. “Een enkele keer konden mannen als Maertens, Godefroot en Vanspringel dat. Ik heb het ook een aantal malen gepresteerd en Joop natuurlijk ook.” De naam van Merckx valt in de rest van het gesprek nog vele malen en hij maakt mij duidelijk dat de twee bepaald geen vrienden waren en jarenlang niet met elkaar hebben gesproken. Daarom is het opmerkelijk dat Roger zijn jongste kind – hij is een oude ‘jongevader’ – de naam Eddy heeft gegeven. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 24 augustus 2006 0:00

« Vorige 1 2 3 ... 1028 1029 1030 1031 1032 1033 1034 1035 1036 1037 1038 ... 1078 1079 1080 Volgende »