ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Slogblog


Viktor KAPITANOV (1933, overleden 02.03.2005, Rusland)

‚Een blok beton’, zo omschrijft oud-renner Jan Hugens deze Rus. Hij kent Viktor Kapitanov nog van de Olympische wegwedstrijd van 1960 in Rome. Een snikhete dag was het, volgens de Limburger en in die wedstrijd speelde het beroemde verhaal van het fluitje. De Nederlandse chef d’équipe was de Hoensbroekse burgemeester Martin, een goedwillende man die uitsluitend op basis van zijn regentschap die functie had gekregen. Verder werd hij niet gehinderd door veel kennis van de wielersport, maar dat was bij hem zelf onbekend. Hij verordonneerde de renners te demarreren als hij op zijn fluitje blies en Jan Hugens gaf daar al in de eerste ronde gevolg aan. Rondenlang zwoegde de Limburgse tempobeul aan de kop tot hij werd ingelopen en al zijn energie had verspeeld. De Russen deden het beter, want die hadden geen wielernitwit als coach, maar een deskundige legerofficier die precies wist wanneer en waar er moest worden aangevallen. Kapitanov voerde de orders perfect uit en hij kreeg alleen de Italiaan Livio Trape mee. Samen reden ze naar de meet en de Rus klopte Trape makkelijk. Hugens werd met een twaalfde plaats nog de beste Nederlander. Martin had met dat fluitje zijn eigen ondergang bewerkstelligd, want een jaar later stelde de KNWU voor het eerst een echte bondscoach aan. Dat was Joop Middelink en die is Kapitanov vast ook nog wel tegengekomen. De Rus stopte in 1961 en als kapitein in het Sowjet-leger werd hij belast met de leiding over de selecties, die er voor moesten zorgen dat de hamer en de sikkel over de hele wereld in de hoogste mast kwam.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 25 oktober 2006 0:00

“Eigenlijk is het een frame van niks en onwaardig om zijn naam te dragen. Het is goedkoop en in alles middelmatig. Ik heb het eigenlijk alleen maar gekocht vanwege het balhoofdplaatje. Daar zie je Felice Gimondi op in zijn roze trui omlijst door de letter G. Dat kan zowel op zijn achternaam duiden, als op de Giro d’Italia, de ronde van zijn land die hij drie keer op zijn naam schreef.
Vooral in het begin van zijn veertienjarige profcarrière kwam er dynamiet uit zijn kuiten. Met dat wapen won hij de eerste Tour waaraan hij deelnam. Dat was in 1965 en hij was toen nog maar 22 jaar. Iedereen verwachtte meer ...

Door Fred van Slogteren, 24 oktober 2006 10:00

Levi LEIPHEIMER (1973, Verenigde Staten)

In 2001 trad hij plots uit de schaduw van zijn kopman Lance Armstrong. We hadden in Europa nog nooit van hem gehoord toen hij verrassend derde werd in de Ronde van Spanje. Dat kleine kalende mannetje met een Duits-joodse naam bleek een formidabel tijdrijder, die ook in de bergen goed mee kon. Het was hetzelfde jaar dat Jan Raas, toen nog de baas bij Rabobank, van de hoofddirectie te horen kreeg dat het wel aardig zou zijn als een Raborenner op het podium van een grote ronde zou staan. Raas haalde Leipheimer binnen en het is misschien wel tekenend voor de jaren dat de Amerikaan voor Rabobank reed dat hij bij de ploegpresentatie op het Floriadeterrein in Hoofddorp het gebouw niet kon vinden waar het allemaal zou plaatsvinden. Met andere woorden: Leipheimer mislukte bij Rabobank, ondanks twee klasseringen bij de eerste tien in de Tour de France. Hij haalde nog meer ereplaatsen, maar het was vooral zijn manier van rijden die de Nederlanders niet kon bekoren. Je zag hem niet. Hij was er wel, maar je zag hem niet. Hij muisde mee en zijn resultaten waren niet slecht, maar de Nederlanders werden er warm noch koud van. Het is net als bij het voetballen, het is mooi als het Nederlands Elftal wint, maar dan wel het liefst met mooi voetbal, anders deugt het voor geen meter. Enigszins teleurgesteld vertrok Leipheimer naar de Duitse formatie Gerolsteiner. Hij werd in het lichtblauw van die ploeg tweede in de Dauphiné, zesde in de Tour en hij won – waarlijk indrukwekkend – de koninginnerit en het eindklassement in de Ronde van Duitsland. Het lijkt erop dat dat het keerpunt is geweest in de carrière van de kleine man uit Montana. Hij bleek plotseling een aanvaller, die zich vol bravoure in solo-ontsnappingen waagde en zijn koers niet langer op anderen afstemde. Hij won dit jaar de Dauphiné, maar hij schakelde zichzelf door zijn nieuwe manier van koersen in de Tour voortijdig uit, omdat hij zijn krachtensmijterij steeds moest bekopen met een inzinking. Hij rijdt volgend jaar bij Discovery Channel en het zou me niks verbazen als Levi Leipheimer onder de kundige leiding van Johan Bruyneel en Dirk Demol een van de grote kanshebbers is voor de overwinning in de Tour de France 2007. Mark my words!

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 24 oktober 2006 0:00

“Zondag 23 oktober 1977 staat in mijn ordners de ‘Tour des Champions’ genoteerd. Ik vermoed dat dit een soort Criterium der Azen was in de vorm van een puntenkoers. Nederlandse deelnemers kwamen niet in de uitslag voor.
De koers over 80 kilometer werd beslist door een kopgroep van drie. Freddy Maertens, de meest regelmatige renner van het seizoen, won omdat hij 24 punten meer had dan Jean-Luc Vandenbroucke en 34 meer dan de Fransman Loth. Op 26 seconden eindigde het peloton. Marc Demeyer had hier de meeste punten en werd vierde voor de Fransen Legeay, Muselet en Delepine. Ik heb nog gezocht naar de Fransen Loth en Muselet maar zelfs in de toch behoorlijk uitgebreidde database van
http://www.cyclingranking.com/ komen ze niet voor.

Een jaar later won Joop Zoetemelk, altijd goed in het naseizoen, met overmacht de Grote Prijs van Lugano, een individuele tijdrit over 77,5 kilometer. Erkende tijdrijders als ...

Door Fred van Slogteren, 23 oktober 2006 10:00

Chris HORNER (1971, Verenigde Staten)

In kaalheid is hij minstens de gelijke van zijn landgenoot Levi Leipheimer, maar zijn faam als wielrenner is geringer. Althans in Europa, want Chris Horner is een van die Amerikaanse wielrenners die jarenlang uitsluitend in eigen land uitblonk. In het begin van zijn profcarrière reed hij enkele jaren voor Française des Jeux, maar hij wist daar nauwelijks op te vallen. Terug in Amerika was hij een viertal jaren lang de meest succesrijke coureur van zijn land, maar zijn resultaten bereikten de Europese pers niet. Wel de scouts van de Spaanse ploeg Saunier Duval waar hij in 2004 werd ingelijfd. Hij begon het seizoen 2005 met een val in de Tirreno Adriatico, waarbij hij zijn heup brak. In datzelfde jaar reed hij echter een opvallende Tour de France waarin hij vooral opviel door zijn aanvallende manier van koersen. Voorafgaand daaraan was hij ook op dreef in de Ronde van Zwitserland, waarin hij de koninginnerit won en vijfde werd in de eindstand. De zoon van een Amerikaanse marineman, geboren in Japan, was dit jaar verbonden aan de Belgische formatie Davitamon-Lotto, waar het zijn taak was de Australische kopman Cadel Evans zo goed mogelijk bij te staan. Daarmee kwamen zijn eigen ambities op een laag pitje te staan. Dat is jammer, maar ik denk dat ook zijn leeftijd – hij wordt vandaag 35 jaar - een rol gaat spelen en Horner er daarom voor kiest nog zo veel mogelijk geld te verdienen. Zijn beste jaren beleefde hij helaas buiten de Europese schijnwerpers, in eigen land.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 23 oktober 2006 0:00

Philip van der Ploeg is een talentvolle amateurfotograaf en een grote wielerliefhebber. In het dagelijks leven is hij jurist in dienst van de gemeente Katwijk, maar als hij zich even vrij kan maken dan is hij graag bij een grote koers aanwezig om er zijn plaatjes te schieten en het liefst van binnenuit. Hij is jaarlijks aanwezig bij Parijs-Roubaix, waar hij prachtige rennerskoppen vastlegt. Persoonlijk vind ik zijn verstilde sfeerfoto’s van die onmenselijke kasseistroken het mooist. Met een accreditatie van wielersport.slogblog.nl was hij vorige week zaterdag aanwezig bij de Ronde van Lombardije. Hij beschikt (nog) niet over de apparatuur om zijn foto’s direct on-line aan te bieden. Dat is voor een weblog niet erg, want wij concurreren niet met de wielersites. Wij zijn veel meer geïnteresseerd in een mooi verhaal met een paar prachtige foto’s er bij. Op de foto Philip met één van zijn idolen: Alessandro Ballan.

Door Fred van Slogteren, 22 oktober 2006 10:01

Als fotograaf bij de Ronde van Lombardije

“Hoewel het op de dag zelf ook nog had gekund, had ik liever al op vrijdag mijn bij de accreditatie behorende spullen in bezit. Dit had ook als voordeel dat ik de weg dan zaterdag beter zou kunnen vinden. Met vriendin en dochter zijn we daarom vrijdagochtend vanuit Domaso vertrokken en via een uitgebreide tussenstop in Lugano om twee uur ’s middags in Mendrisio aangekomen. Het afhalen van de spullen kon echter pas vanaf een uur later. Niet erg, want een nabijgelegen terras was een prima locatie voor een kop koffie. Om drie uur was er dan het spannende moment van naar binnen gaan. Na het aanvinken van mijn naam bij het medium http://wielersport.slogblog.nl kreeg ik een envelop met daarin een pasje, een roadbook, twee stickers voor op de auto en een groen hesje. Verder kreeg ik een boek cadeau ter gelegenheid van de honderdste editie van de Giro di Lombardia. Vervolgens zijn we via Chiasso en Como weer naar ons appartement gereden.

De volgende morgen had ik de wekker op zes uur gezet om een half uur later te kunnen vertrekken. De festiviteiten rond de start begonnen ...

Door Fred van Slogteren, 22 oktober 2006 10:00

Aad de GRAAF (1939, overleden 21.07.1995, Nederland)

Deze Rotterdammer was een van de pupillen in de baanopleiding van Arie van Vliet, toen hij in 1958 als sprinter doorbrak. Hij werd direct vierde bij het NK. In de zes jaar die volgden werd hij drie keer kampioen van Nederland en drie keer tweede achter respectievelijk Mees Gerritsen en twee maal Piet van der Touw. Bij het WK bracht hij het niet verder dan twee maal een plaats in de kwartfinales, maar daar dient bij gezegd te worden dat Aad een kleine handicap had. Hij was vrijwel doof aan één oor. Dat is iets waar een normaal mens prima mee kan leven, maar wat voor een sprinter een groot gemis is. Een sprinter – zo heeft Jan Derksen me eens verteld – moet eigenlijk over twee paar ogen beschikken en over een uitstekend gehoor. Je moet aan het suizen van de bandjes kunnen horen waar je tegenstander zit. Elk geluidje, hoe gering ook, is van belang en daardoor had Aad de Graaf een ernstige handicap, want met zijn intrinsieke snelheid en zijn tactisch inzicht was niets mis. In 1965 werd hij prof en hij verkeerde twee jaar in de beroepsrangen. De belangstelling voor het eliteonderdeel van de wielersport was zwaar tanende en er was bovendien de concurrentie van mannen als Sercu, Beghetto, Gaiardoni en Baensch. Bovendien kreeg hij in die tijd last van blessures, onder andere een polsbreuk die hem behoorlijk parten heeft gespeeld. Toch heeft Aad een mooie carrière gerealiseerd met vier Nederlandse kampioenschappen, twee deelnames aan de Olympische Spelen (1964, vierde op de tandem met Piet van der Touw) en overwinningen in de Grote Prijzen van Berlijn en Manchester. Hij was een zachtaardige, rustige jongen die iedereen altijd vriendelijk tegemoet trad en hij had dan ook geen vijanden op het stadion, waar dagelijks door de Nederlandse baanelite getraind werd. Met zijn Jenny kreeg hij twee kinderen en hij begon een groentegroothandel met de horeca als doelgroep. Hij maakte er een mooi bedrijf van en ook het fietsen werd bijgehouden. Hij deed elk jaar mee aan het WK voor veteranen in Oostenrijk. Zoon Marcel herinnert het zich als een mooi leven, waar in 1995 door een hartinfarct veel te vroeg een eind aan kwam.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 22 oktober 2006 0:00

Vanavond is de zesde en laatste avond van de Zesdaagse van Amsterdam. Het Zwitserse duo Risi-Marvulli staat aan de leiding, maar zijn nog lang niet zeker van de zege. In dezelfde ronde zijn ook de koppels Keisse-Villa en Bartko-Beikirch nog kansrijk. Ook het Nederlandse koppel Stam-Schep is nog niet uitgeschakeld, evenmin als de Spanjaarden Llaneras en Galves. Beide koppels hebben één ronde achterstand en dat is op dat kleine baantje in Sloten geen onoverkomelijke hindernis. Het is al de hele week spannend met aan het eind van elke dag nieuwe leiders.
Ik was dinsdagavond een paar uur bij het evenement en het was weer uiterst gezellig op het middenterrein. De tribunes zaten vol en daar zitten de echte liefhebbers. Mensen met inzicht in het gekrioel van de koppelkoers en de andere vaste zesdaagseonderdelen. En natuurlijk de prachtige heats van zes topsprinters met Theo Bos als publiekslieveling. Op het middenterrein is de wedstrijd veel moeilijker te volgen door alle spijs en drank die genuttigd moet worden. Maar daar wordt tevens uitgebreid genetwerkt en zelfs zaken gedaan. En het is natuurlijk een ontmoetingsplaats voor de old boys van de wielersport. Alte Kameraden, altijd gezellig. Leuke gesprekjes gevoerd met Joop Middelink jr., Bertus Raats, Jos Krott, Chris Schröder (monument van de voetbalclub AFC en de sociëteit Olympisch Stadion), Yurryt van de Vooren van sportgeschiedenis.nl, Jan Zomer natuurlijk en Peter Ouwerkerk, druk bezig met een jubileumboek ter gelegenheid van de 25e Rotterdamse zesdaagse, die begin januari zijn beslag zal krijgen. De zesdaagse is een evenement dat nooit verloren mag gaan, want het is topsport. Na ieder onderdeel knipte Peter Schoonen zijn plaatjes en aan de zijlijn zagen Frank Boelé en Patrick Sercu dat het goed was. Volgend jaar ga ik er zeker weer een avondje heen.

Door Fred van Slogteren, 21 oktober 2006 11:27

Fred DE BRUYNE (1930, overleden 04.02.1994, België)

Fredje, zoals hij liefkozend door zijn vele supporters werd genoemd, heeft het als coureur niet op een schotelke gekregen. Integendeel, want zijn jeugdjaren waren weinig benijdenswaardig en het ging in zijn wielercarrière ook niet altijd van een leien dakje. Toch werd hij de man van vier succesvolle carrières. Hij was wielrenner, radioreporter, ploegleider en PR-functionaris. En dan vergeet ik nog zijn prestaties als auteur van wielerboeken. Ik bezit een flinterdun boekje van zijn hand over Peter Post. Het kwam uit toen Post nog actief wielrenner was en ik was er destijds niet kapot van. Van zijn in 1978 verschenen autobiografie ‚De memoires van Fred De Bruyne’ heb ik meer genoten. Een meeslepend boek, uitstekend geschreven en rijk geïllustreerd. Mijn enige punt van kritiek is de grafische afwerking. Het is zo slecht gebonden dat je bij het omslaan van de bladzijdes steeds de losse pagina in de hand houdt en het boek na lezing een verzameling is geworden van 120 blaadjes in een geel omslag. Maar dat doet aan de prestatie van Fredje als auteur niets af. Hij is geboren en getogen in Berlare in Oost-Vlaanderen als enig kind van een echtpaar dat een café uitbaatte. De oorlog loopt als een rode draad door zijn jeugdjaren. Om niet als dwangarbeider naar Duitsland te worden gestuurd werd De Bruyne senior behalve kastelein ook veldwachter. Een eerzaam beroep, maar niet in oorlogstijd. Bij nacht en ontij werd hij door de Duitsers uit zijn bed gehaald om hen naar een adres te brengen waar mogelijk verzetsstrijders verborgen zaten. Dat werd door de bevolking van Berlare terecht als collaboratie gezien en vader De Bruyne werd uitgekotst, evenals zijn vrouw en zoontje. Die periode heeft het karakter van Fredje gevormd en hij werd coureur. Een topper vooral in de klassiekers. Het seizoen 1956 werd zijn hoogtepunt met overwinningen in Parijs-Nice, Milaan-San Remo, Luik-Bastenaken-Luik en de wereldbeker. Ik beveel het boek alsnog van harte aan als het nog te koop is. Ook al lijkt het op de Ronde van Lombardije met al die vallende bladeren.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 21 oktober 2006 0:00

« Vorige 1 2 3 ... 1014 1015 1016 1017 1018 1019 1020 1021 1022 1023 1024 ... 1077 1078 1079 Volgende »