Jean GRACZYK (1933, overleden 27.06.2004, Frankrijk)

In de tijd dat Nederlandse renners als Wim van Est, Wout Wagtmans en Gerrit Voorting grote prestaties leverden in de Tour de France reden er ook een aantal Franse renners van Poolse afkomst. Stablinski was de bekendste, maar Jean Graczyk een van de opvallendste. Ook zijn vader was naar Frankrijk gekomen uit economische noodzaak en die vestigde zich rond 1930 in Neuvy-sur-Barancheon ergens in het midden van Frankrijk in het departement Cher. Daar werd Jean Graczyk geboren en hij viel er direct op vanwege zijn witblonde haar. Ook als wielrenner wist hij altijd op te vallen want hij was snel en strijdlustig. Popov, zoals zijn bijnaam luidde, begon zijn beroepscarrière in 1957 met een zilveren medaille op zak. Die had hij behaald als lid van de viermansploeg ploegachtervolging op de baan, die bij de Olympische Spelen van Melbourne in 1956, nipt verslagen werd door de Italianen met Ercole Baldini in de gelederen. Als beroepsrenner werd hij een goede subtopper die veel won, maar geen echte grote koersen, hoewel hij er in 1960 vier keer heel dicht bij was. In dat jaar werd hij tweede in Milaan-San-Remo, tweede in de Ronde van Vlaanderen, derde in Parijs-Brussel en derde in Luik-Bastenaken-Luik. Hij won in 1961 de etappekoers Rome-Napels-Rome welke wedstrijd de voorloper was van de Tirreno Adriatico. Zijn grootste successen behaalde Graczyk echter in de Tour de France. Hij startte zeven keer, won er vijf etappes en werd twee keer winnaar van het ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 mei 2008 22:00

“Mijn weekje begon op zondag met een dagje Olympia’s Tour in Zuid-Holland. Ik zag onderweg Lars Boom de tussensprints winnen en ik zag hem na afloop de leiderstrui in ontvangst nemen. Ik heb die jongen toen eens goed bekeken. Afgaande op zijn uitstraling heeft hij alles in zich om een grote te worden. Groot, sterk, zelfbewust op het hautaine af liet hij de plichtplegingen over zich heen gaan. Daar stond iemand die op dat moment al zeker wist dat hij die ronde zou winnen. Dat heeft hij ook gedaan. Ik weet dat sommigen het jammer vinden dat hij de eerste twee jaar voor het veldrijden kiest, maar ik denk dat dat alleen maar goed is voor hem. Hij ontwikkelt zich daarnaast ook wel als wegrenner en ik ken vrijwel geen coureurs uit het verleden die geen baat hebben gehad van nog een jaartje wachten voor ze op het grote werk werden losgelaten.
Afgelopen dinsdag was ik met Evert de Rooij en Marcel Slagman van WM in het gezelschap van de Tourploeg van 1968 met de toenmalige winnaar Jan Janssen. Allemaal zestigers met een enkele zeventiger en wat heb ik genoten van die prachtige verhalen.
Gisteren en vandaag gesmuld van Manus Zadel in de twee …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 mei 2008 16:18

Jean-Pierre DANGUILLAUME (1946, Frankrijk)

Ergens in de jaren negentig kochten mijn vrouw en ik een conversatiecursus Frans om ons verder in die taal te bekwamen. Het was een ringbandmap met veel drukwerk en een ris CD’s waarop huis-en-tuin gesprekken te horen waren, uitgesproken door inwoners van Tours de stad waar het beste Frans gesproken wordt van dat hele land. Een van die personen was Jean-Pierre Danguillaume, geboren in Tours uit een echt wielergeslacht, want zijn vader André was er een van vijf fietsende broers. Camille (winnaar van Luik-Bastenaken-Luik in 1949), André, Jean, Marcel en Roland Danguillaume. Behalve Jean-Pierre kreeg André nog een zoon die ook beroepsrenner was en die Jean-Louis Danguillaume heet. Van al deze mannen heeft Jean-Pierre met oom Camille het meest bereikt, hoewel hij niet de renner is geworden die men als amateur in hem zag. Hij won in 1969 de Vredeskoers en dat was in die tijd een referentie waar je mee aan kon komen. Dat heeft Jean-Pierre niet waar kunnen maken, hoewel zijn palmares mooie overwinningen bevat als de Midi Libre, de Tour de l’Aude en nog meer koersen die in Frankrijk hoog staan aangeschreven. Hij kwam het best tot zijn recht in de Tour de France. Niet omdat hij hoge ogen gooide in het eindklassement, maar omdat hij een sterk en strijdlustig coureur was die zich graag liet zien. Hij won totaal zeven etappes en zijn beste uitslag was een dertiende plaats in 1974. In de Ronde van Spanje werd hij nog een keer zevende. Hij stopte in 1978 en werd ploegleider onder andere van de Coöp-Mercier ploeg waarvan Joop Zoetemelk na zijn twee jaren bij Raleigh de kopman was. Jean-Pierre Danguillaume is vooral de geschiedenis ingegaan als een sympathieke man met een sterke persoonlijkheid. Iemand met beschaving en eruditie wiens ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 mei 2008 22:00

De rondemiss van Olympia’s Tour 2008 heet Doortje Marijs en ze werkt op de alarmcen- trale van de ANWB. Je zou bijna autopech gaan bedenken om door haar geholpen te worden, want Doortje is bepaald geen tussendoortje. Dat zal Coen Vermeltfoort, de 20-jarige winnaar van de eerste etappe Wassenaar-Wassenaar, ook gedacht hebben toen hij op het erepodium oog in oog stond met deze blonde schoonheid. Twee jaar geleden was het nog zijn ambitie om de beste kippenvanger van Schuinesloot en omstreken te worden, maar dat heeft hij inmiddels bijgesteld. Hij is bezig een knappe wielrenner te worden waar we in de toekomst zeker nog van zullen horen. Maar daar op dat podium in Wassenaar was hij dat even allemaal vergeten. Het leven biedt meer dan kippen, Schuinesloot, en wielrennen. Dit is ook hartstikke gaaf! En gelijk heeft Coen. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Tot volgende week!

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 mei 2008 8:00

Bo HAMBURGER (1970, Denemarken)

Een goede subtopper die vooral excelleerde in het rondewerk. Hij kon goed bergop en ook redelijk aankomen. Zijn belangrijkste zegepraal was de Waalse Pijl in 1998. Hij was ook een keer Deens kampioen en tweede in het WK van 1997 achter de Fransman Laurent Brochard en net voor onze eigen Leon van Bon. Hij startte zes keer in de Tour de France, vijf keer in de Giro en drie keer in de Vuelta. Verder dan een 13e plaats in het eindklassement van de Tour van 1996 en het winnen van een etappe in 1994 kwam hij niet, maar hij zat wel vaak in ontsnappingen en hij behaalde vele ereplaatsen. De carrière van de Deen wordt overschaduwd door een aantal dopinggevallen. In 2001 werd hij betrapt op het gebruik van Epo en de Deense bond besloot hem voor het leven te schorsen. Ondanks het feit dat de bond die bevoegdheid niet had en hem slechts kon uitsluiten voor Deense selecties was het voor Hamburger een harde maatregel. Bootje (zoals zijn collega’s van TVM hem noemden) stapte naar het arbitragehof voor de sport en kreeg gelijk, waardoor de Deense wielerautoriteiten bakzeil moesten halen. Maar in 2003 werd hij weer verdacht tijdens het WK in Hamilton. Een sluitend bewijs bleek echter niet te leveren. Zijn bloedwaarden waren steeds verdacht, maar op bloedtesten reageerde hij negatief. Op urinetesten daarentegen positief, terwijl de B-staal weer negatief was. Intussen speelde hij met veel talent de vermoorde onschuld en tekende in 2005 nog een contract met een kleine Italiaanse ploeg. Het werd niks meer en hij stopte. Vorig jaar verraste hij de wielerwereld met ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 mei 2008 22:00

AERT, André van (1940, Nederland)
BUCKACKI, Richard (1946, Nederland)
CHEULA, Giampaolo (1979, Italië)
GALLOPIN, Alain (1957, Frankrijk)
JOCHEMS, Britt (1989, Nederland)
LOGVIN, Oleg (1959,  Oekraïne)
OERS, Toon van (1930, Nederland)
ROKS, Rinie (1938, overleden 26.05.1986, Nederland)
SANCHEZ PIMENTA, Jorge (1982, Spanje)
SENAC, Jean-Charles (1985, Frankrijk)
STROETINGA, Wim (1985, Nederland)
STUYTS, Alfons (1908, overleden 02.05.1980, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 mei 2008 22:00

UN VELO DANS LA TÊTE

door Bernard Pascuito

“Dit is de biografie van Cyrille Guimard, een knap wielrenner in het begin van de jaren zeventig en daarna vele jaren een zeer succesvol ploegleider, want in negen jaar tijd kwam hij zeven keer met de winnaar van de Tour de France in Parijs aan. In 1976 was dat Lucien Van Impe, in 1978, ’79, ’81 en ’82 Bernard Hinault en in 1983 en ’84 Laurent Fignon. Eigenlijk is dit boek een autobiografie, want Guimard heeft het hele verhaal zelf verteld aan de journalist Bernard Pascuito. Zoiets als wat Michael Boogerd met Maarten Scholten heeft gedaan. Het voordeel van een autobiografie is dat de feiten kloppen, maar het nadeel is dat je niet weet wat de hoofdpersoon niet wil prijsgeven. Maar het is desondanks een lezenswaardig boek geworden, waaruit Guimard oprijst als een wat eigengereid persoon, iemand die heel goed weet dat hij het niet slecht heeft gedaan in zijn wielerleven. Zijn hoogtepunt als renner beleefde hij in 1972 toen hij als opportunistisch aanvaller keer op keer de strijd aanbond met de in dat jaar onverslaanbare Eddy Merckx. Guimard was redelijk allround met als voornaamste eigenschap een …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 mei 2008 8:00

Christian VANDEVELDE (1976, Verenigde Staten)

Hij is geboren in Lemont in de staat Illinois en hij kwam in 1998 naar Europa met de US Postal-ploeg van Lance Armstrong. Een echte yank met een Nederlandse naam. Een wielernaam, maar met Johan heeft hij voor zover bekend niets te maken. Wel met John Vandevelde, een oud-profrenner en tegenwoordig voorzitter van de Amerikaanse wielerbond. Dat is zijn vader. Christian is een goede wielrenner die zich het meest onderscheidt in het tijdrijden. Maar de start van zijn carrière was aan de zijde van Armstrong en dat betekent automatisch een knechtenrol. Hij heeft daar kennelijk vrede mee, want toen hij in 2004 overstapte naar Liberty Seguros en een jaar later naar CSC ging het ook weer om goed betaalde nederigheid en niet om kopmanschap. Toch kan hij wel wat. Hij won in 2006 de Ronde van Luxemburg, in 2007 de Tour of Georgia en dit jaar de Tour of California. Hij is geen echte klimmer en in zijn vijf starts in de Tour de France is hij nooit ver gekomen in het klassement. Wel heeft hij vorig jaar sterk gereden in het hooggebergte en zijn kopmannen Sastre en Schleck goede diensten bewezen. Hij heeft ook nog een bergklassement op zijn naam staan, maar dat was in de Eneco Tour Benelux. Nee Christian moet het vooral van tijdrijden hebben en hij is altijd een van de tenoren in een ploegentijdrit. Zoals in 2006 in Eindhoven toen hij daar met de CSC-ploeg de ploegentijdrit won. En vorige week toen hij met zijn huidige ploeg Slipstream-Chipotle de proloog won van de Ronde van Italië. Omdat hij, toevallig of niet, als eerste de streep passeerde kreeg hij de roze trui. Een dag later was hij het kleinood al weer kwijt, maar hij kan zich er op beroepen de leiderstrui in een grote ronde te hebben gedragen. In een interview met hem maakte hij melding van zijn verbazing over het krankzinnige gedrag van ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 mei 2008 22:00

Mark CAVENDISH (1986, Groot Brittannië)

Op de dag dat ik dit stukje schrijf heeft hij net zijn eerste etappe in de Ronde van Italië gewonnen. Met overmacht versloeg hij, nadat hij in de slotklim was gelost en heel knap teruggekomen, de Duitser Förster en de Italiaan Bennati. En direct realiseerde ik me dat er een nieuwe sprintgeneratie bezig is de troon te beklimmen. Petacchi is geschorst en waarschijnlijk niet meer in staat om daarna weer terug te komen. McEwen is wanhopig op zoek naar zijn vorm en kwam ook nu weer niet verder dan een achtste plaats of zo. Dat waren vorig jaar nog de te kloppen mannen en die lijken nu aan het eind van hun sprinterslatijn. Zo snel kan het gaan, maar ik kan me natuurlijk ook vergissen. Misschien heeft Robbie als u dit leest er al weer drie gewonnen en is Cavendish even vaak op waarde geklopt. Niet alleen door de kleine Australiër maar ook door Bennati en zelfs door Zabel. Maar ik opteer toch voor de eerste mogelijkheid: Mark Cavendish is de sprinter van de komende jaren. Hij won al de nodige ritten in kleinere etappekoersen en hij werd dit voorjaar wereldkampioen ploegkoers met zijn landgenoot Bradley Wiggins als koppelgenoot. De rit in Italië is zijn eerste in een grote ronde. Hij heeft alles mee om een grote te worden. Hij is razendsnel en kan als een katapult uit de groep komen en hij is een bravouremannetje dat overloopt van zelfvertrouwen. Dat is natuurlijk niet zo, maar zo lijkt het wel. Dat type mens is uit op het overdonderen van de tegenstander, want sprinten is voor 60 procent bluf. En dat Cavendish het blufpoker al op 22-jarige leeftijd beheerst, bewijst de anekdote die ik vanmiddag op de Belg hoorde. Mario Cipollini heeft dit jaar een kortstondige comeback gemaakt. In een van de etappewedstrijden waar hij en Cavendish in uitkwamen werd hij in een tijdrit door de achter hem gestarte Brit ingehaald. Altijd een pijnlijk moment voor een renner, maar Cavendish roerde nog eens ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 mei 2008 22:00

Veertig jaar geleden won Jan Janssen als eerste Nederlander de Tour de France. Dat wordt dit jaar op verschillende manieren herdacht, onder meer met de ‘Tour de Jan Janssen’, waarover Jan Houterman elke week bericht. Wieler Magazine besteedt uiteraard ook aandacht aan die victorie van Jan, maar heeft ook oog voor het feit dat Jan Janssen het destijds niet alleen heeft gedaan. Zestien man vertrokken in juli 1968 naar Frankrijk. Tien renners, een ploegleider, drie soigneurs en twee mecaniciens. Van die zestien zijn er nog tien in leven en twee zijn er helaas zo ziek dat ze niet meer bij een reünie aanwezig kunnen zijn. Van de resterende acht is …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 mei 2008 18:40

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende »