ad ad ad ad
Deel 3 is uit

Jan Serpenti uit Beverwijk, wie kent hem nog? Hij was tussen 1969 en 1974 een redelijke profrenner die in 1970 een rit won in de Ronde van Spanje. Verder moest hij het voornamelijk van de criteriums hebben om de krant te halen. Zoals in 1973 toen hij de Slag om Ambacht won in Hendrik Ido Ambacht. Hij reed toen voor dat merkwaardige ploegje van Kela Tapijt met coureurs in hun nadagen als Harm Ottenbros, Eef Dolman en Jos van der Vleuten. Ze hadden van meneer Van Heugten een winkel gekregen vol met voorraad. Voorts kregen ze een bescheiden salaris en voldoende gelegenheid om te trainen en voor de …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 31 mei 2008 10:00

Robert GESINK (1986, Nederland)

Hij wordt vandaag 22 jaar en wat hebben we al een plezier van deze jonge Achterhoeker gehad. Er staat weliswaar nog geen grote overwinning op zijn naam, maar voor mij zijn twee prestaties van hem maatgevend voor zijn mogelijkheden. De wijze waarop hij vorig jaar in de finale van de Waalse Pijl de Muur van Huy besprong, was grote klasse. Daar reed iemand die zijn eigen krachten niet kende en door onervarenheid zijn opmars veel te laat inzette. Een negende plaats telt natuurlijk niet mee, maar voor de echte liefhebbers was zijn exploit zoiets als het waarnemen van het eerste sneeuwklokje. Nog veel meer indruk maakte hij dit vroege voorjaar in Parijs-Nice toen hij op overweldigende wijze de Mont Ventoux bedwong met slechts Cadel Evans steunend en kreunend in zijn wiel. Hij verdiende er de leiderstrui mee die hij uiteindelijk weer moest inleveren omdat hij in de voorlaatste etappe tijdens de afdaling van de Tanneron in het pak werd gedaan door enkele gelouterde profs onder aanvoering van Davide Rebellin. Hij heeft de mogelijkheden om een hele grote renner te worden als hij tenminste ook op topniveau kan tijdrijden, want dat weten we gewoon nog niet. Hij heeft veel talent en ook voldoende zelfbewustzijn, maar het zal nog moeten blijken of hij ook het vereiste koersinzicht heeft en de koersintelligentie om te kunnen profiteren van de fouten van anderen. Daar komt het in het wielrennen op aan, als je tenminste geen Merckx heet die uit kon gaan van zijn eigen kracht. Hoever Robert Gesink gaat komen is de vraag, ik hoop heel ver en tot aan de top en dat zal in ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 31 mei 2008 0:00

Peter WROLICH (1974, Oostenrijk)

Zijn geboortestad Wenen is het centrum van de wals. De scheppingen van Johan Strauss c.s. hebben weinig met wielrennen te maken, maar ik herinner me wel een uitspraak van Ruud Bakker, de meestersoigneur in het gevolg van Peter Post. Hij vertelde me eens welk gevoel hij had als hij bij Post in de auto de Raleigh-ploeg een ploegentijdrit zag rijden. ‘Je ziet het dan gebeuren, dan slingert het zo door die dorpjes heen. Het is net een Weense wals. Je kunt er muziek achter zetten en het is dansen.’ Daar moest ik aan denken toen ik me verdiepte in Peter Wrolich. Of hij als geboren Wener veel met walsen heeft weet ik niet, maar walsen is draaien en als het op draaien aankomt is hij een goede renner. De Draai van de Kaai heeft hij nooit gewonnen, maar wel Rund um Köln en Rund um die Hainleite. Dat zijn zo’n beetje de hoogtepunten van zijn palmares, want der Peter is primair een zeer gewaardeerde helper in de Gerolsteiner-ploeg. Daar rijdt hij al sinds 1999 voor, het jaar dat hij beroepsrenner werd. Hij staat te boek als een sprinter, maar in zuivere snelheid komt hij tekort tegen mannen als Petacchi, McEwen en Freire. Bovendien is hij in de finale meestal al uitgepierd door het vele werk dat hij dan al verzet heeft. Hij voelt zich het beste thuis in de vlakke voorjaarsklassiekers, want van het hooggebergte moet hij het niet hebben. Althans op de fiets, want op de skies is hij heel wat mans. Hij wordt vandaag 34 jaar en het einde van zijn carrière nadert. Wat hij daarna gaat doen is nog duister, maar het zou best eens kunnen dat hij het grillrestaurant van zijn ouders overneemt. Of misschien wordt hij wel ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 mei 2008 0:00

TWO WHEELS TO THE TOP

door Gregory Houston Bowden

“Net als vorige week het boek ‘Un velo dans la tête’ is ook dit een autobiografie. De fameuze Engelse sprinter Reginald Harris vertelde in 1976 zijn levensverhaal en ene Gregory Houston Bowden schreef het op. Reg Harris was aan het eind van de jaren veertig en in de jaren vijftig een geweldige sprinter. In 1947 was hij in die discipline wereldkampioen bij de amateurs en in 1949, ’50, ’51 en ’54 bij de profs. Hij had een zogeheten dubbele demarrage, wat wil zeggen dat als iedereen op topsnelheid lag, hij nog eens kon versnellen om de sprintmatch in zijn voordeel te beslissen. Hij was een zeer zelfverzekerd man, op het arrogante af, met als alleszeggende lijfspreuk: ‘Harris, that’s me!’. Hij liet zijn collega’s en de pers met grote regelmaat weten wat zijn ambities waren. Hij wilde een landgoed met paarden en snelle auto’s. Dat zei hij al op het moment dat hij zich nog alleen maar eigenaar van zijn fiets mocht noemen. Maar alles dat …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 mei 2008 10:00

Raimund DIETZEN (1959, Duitsland)

Hij staat bekend als de Spaanse Duitser, want hij reed vrijwel zijn gehele profcarrière (1981-1990) in Spaanse dienst en hij presteerde uitsluitend in Spaanse wedstrijden. In de Tour maakte hij nooit wat klaar, maar in de Vuelta werd hij twee keer 2e, een keer 3e, een keer 4e en een keer 7e. Met zo’n reeks kun je thuiskomen, maar dat huis staat nog altijd in Spanje. Alleen beroepsmatig is hij thuisgekomen, want Dietzen is al enkele jaren ploegleider bij de Duitse formatie van Gerolsteiner. Raimund Dietzen was eigenlijk een onopvallende renner, want van grootse daden is weinig bekend. Hij bereikte zijn ereplaatsen in de Ronde van Spanje door een geruisloze regelmaat. Het meest bekend is hij geworden door een zware valpartij in de Vuelta van 1989. In een onverlichte tunnel ging hij hard onderuit en de gevolgen van die val hebben zijn carrière bekort. Een jaar later nam hij afscheid, maar hij verdween niet uit het nieuws. Hij besloot de organisatie van de Ronde van Spanje voor het gerecht te slepen, wegens schuld aan zijn val. Zeventien jaar lang procedeerde hij en toen kreeg hij van de rechter gelijk. Unipublic moest ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 mei 2008 0:00

Wim VANHUFFEL (1979, België)

‘De Giro van 2005 zorgde voor een kentering in de loopbaan van Wim Vanhuffel. Ineens veranderde de brave knecht in een potentiële rondewinaar.’ Dit schreef mijn collega Bart De Schampheleire twee jaar geleden in Wieler Revue. Terecht want Vanhuffel had in die Giro een puike prestatie neergezet. Hij was in het hooggebergte met de besten meegeklauterd en als elfde in het eindklassement naar België weergekeerd. Hoewel Vanhuffel in dat interview aangeeft dat die prestatie geen druk bij hem veroorzaakte omdat iedereen nu ineens van alles van hem verwachtte, is er sedertdien niet zo veel meer uitgekomen. Na die elfde plaats volgde in 2006 een 17e plaats in de Giro en in 2007 een 26e stek in de Vuelta. Bleke resultaten voor de klimmer uit de Vlaamse Ardennen. Verder hoorden we vrijwel niets van hem, behalve dan zijn etappewinst in de Coppi-Bartali Week van vorig jaar. De oorzaak staat wellicht ook in dat interview, want De Schampheleire schreef: Wim Vanhuffel zou niet genoeg voor zijn sport leven, wordt wel eens gezegd. Want hij eet wel eens frieten en drinkt graag een stevig glas bier. Vanhuffel ontkent dat niet en verdedigt zijn levenswijze met de woorden: ‘Ik leef graag, dus vind ik dat af en toe een friet en een biertje moet kunnen. Wat is trouwens perfecte voeding?’ Als ik dat lees, denk ik terug aan de dagen van Jacques Anquetil die tijdens een etappekoers nog wel eens ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 mei 2008 0:00

“Tijdens de marathon van de Olympische Spelen in St.Louis in 1904 kreeg de Brit Thomas Hicks na ongeveer dertig kilometer een inzinking, waarna verzorgers hem weer ‘oplapten’. Dit gebeurde door hem in de resterende twaalf kilometer drie maal een gekookt ei te laten verorberen, dat was geïnjecteerd met 1 milligram strychnine. Dat lieten ze hem steeds wegspoelen met een slok brandy. Hicks knapte er inderdaad van op, vervolgde zijn race en won uiteindelijke de olympische titel. Op de finish stortte hij in elkaar en de verzorgers hadden de grootste moeite om hem weer tot leven te wekken. Toen wisten ze dat als ze hem nog zo’n ei hadden gegeven hij dan ongetwijfeld ter plekke was …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 mei 2008 10:00

Jos DE BAKKER (1934, België)

Tussen Jef Scherens, zevenvoudig wereldkampioen sprint bij de profs in de jaren dertig en veertig en Patrick Sercu, twee keer wereldkampioen in de jaren zestig op hetzelfde onderdeel, zat Jos De Bakker als de beste sprinter van België. Niet zo succesvol als de twee bovengenoemde heren, maar wel vijf keer kampioen van zijn land bij de amateurs en acht keer bij de profs. Bij de beroepsrenners werd hij maar liefst vier keer derde bij het WK. Hij was tussen 1957 en 1968 een vaste waarde in het elitegroepje beroepssprinters dat overal in Europa contracten afwerkte. Zijn grootste internationale succes was het winnen van de Grote Prijs van Parijs in 1957. Hij reed ook zesdaagsen en daarvan heeft hij er één gewonnen. Dat was in Madrid in 1963 en zijn maat was een van de beste zesdaagsecoureurs uit de geschiedenis: Rik Van Steenbergen. Na zijn carrière verbleef De Bakker nog vele jaren in sportpaleizen als dernygangmaker. Van Wim van Eyle hoorde ik onlangs nog een leuke anekdote met Jos De Bakker in de hoofdrol. Sprinters wilden nog wel eens sur place gaan staan en dat deden ze op een keer in de bocht voor de tribune van het Olympisch Stadion waar Wim zat. Het kijken naar twee stilstaande renners gaat gauw vervelen en het publiek werd na een aantal minuten wat rumoerig. Amsterdammers gaan dan ook wat roepen en zo'n rasechte Mokummer riep: 'Hé De Bakker! Gaan! En neem dan een hallefie wit mee! GESNEDEN!'(Foto: archief Wim van Eyle)

De andere op 27 mei geborenen zijn:

BARTOLI, Michele (1970, Italië)
BEKKER, Maurice de (1989, Nederland)
BEYSSENS, Herman (1950, België)
DE POORTERE, Ingmar (1984, België)
DE WEERT, Kevin (1982, België)
GIORDANI, Leonardo (1977, Italië)
HARY, Maryan (1980, Frankrijk)
HEEREN, Marijn (1915, Nederland)
MARTENS, René (1955, België)
WALGIEN, Jorriet (1982, Nederland)
WIJDENES, Cor (1919, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 mei 2008 0:00

“Op maandag 26 mei 1975 won Co Hoogendoorn van het team Soko-Flandria de 5e etappe van Olympia's Tour tussen Ulestraten en Bladel. In de sprint versloeg hij Adri van Houwelingen (Amstel), Michel Jacobs (Caballero) en Hans Langerijs (Caballero). Het kwartet had een voorsprong van meer dan een minuut op het peloton met daarin leider Jan Ruckert. De Amstel-coureur verloor hierdoor de leiding aan Langerijs, die de oranje trui niet meer zou afstaan. Op 30 mei werd de Noord-Hollander in Amsterdam als winnaar gehuldigd. Opmerkelijk - met de ogen van vandaag – was de etappewinst van ene Patrick Lefevere (op de foto aan de leiding) op 25 mei in de vierde etappe. In Ulestraten won deze Belg de koninginnenrit door Jan Ruckert te verslaan. En ja hoor die Patrick Lefevere van toen is dezelfde als de gezaghebbende ploegleider en manager van later beroemde wielerploegen als Mapei en Quick-Step. Lefevere was beroepsrenner van 1976 tot 1979 en reed voor de ploegen Ebo-Cinzia, Ebo-Superia en Marc Zeepcentrale-Superia. Op zijn erelijst staan onder andere de Omloop van de Panne, Gullegem Koerse en Kuurne-Brussel-Kuurne. In 1978 won hij de vierde etappe van de Ronde van Spanje.

Olympia's Tour kende in 1978 een uitermate sterk deelnemersveld en dat zorgde voor een spetterend koersverloop met spanning tot het eind aan toe. Arie Hassink won de ronde, maar daar moest hij op de slotdag nog hard voor werken. Daags ervoor had Bert Wekema hem namelijk de leiderstrui ontfutseld, door de kloof van 7 seconden te overbruggen. Die laatste dag begon met …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 mei 2008 10:00

Jean GRACZYK (1933, overleden 27.06.2004, Frankrijk)

In de tijd dat Nederlandse renners als Wim van Est, Wout Wagtmans en Gerrit Voorting grote prestaties leverden in de Tour de France reden er ook een aantal Franse renners van Poolse afkomst. Stablinski was de bekendste, maar Jean Graczyk een van de opvallendste. Ook zijn vader was naar Frankrijk gekomen uit economische noodzaak en die vestigde zich rond 1930 in Neuvy-sur-Barancheon ergens in het midden van Frankrijk in het departement Cher. Daar werd Jean Graczyk geboren en hij viel er direct op vanwege zijn witblonde haar. Ook als wielrenner wist hij altijd op te vallen want hij was snel en strijdlustig. Popov, zoals zijn bijnaam luidde, begon zijn beroepscarrière in 1957 met een zilveren medaille op zak. Die had hij behaald als lid van de viermansploeg ploegachtervolging op de baan, die bij de Olympische Spelen van Melbourne in 1956, nipt verslagen werd door de Italianen met Ercole Baldini in de gelederen. Als beroepsrenner werd hij een goede subtopper die veel won, maar geen echte grote koersen, hoewel hij er in 1960 vier keer heel dicht bij was. In dat jaar werd hij tweede in Milaan-San-Remo, tweede in de Ronde van Vlaanderen, derde in Parijs-Brussel en derde in Luik-Bastenaken-Luik. Hij won in 1961 de etappekoers Rome-Napels-Rome welke wedstrijd de voorloper was van de Tirreno Adriatico. Zijn grootste successen behaalde Graczyk echter in de Tour de France. Hij startte zeven keer, won er vijf etappes en werd twee keer winnaar van het ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 mei 2008 0:00

2 3 4 5 6 7 Volgende »