“De trouwe lezer weet intussen wel dat ik een Campagnolo fan ben. Een groot gedeelte van mijn racefietsenvloot is hier mee afgemonteerd. Vooral bij mooie Italiaanse frames kun je het voor mijn gevoel niet maken om er buitenlandse onderdelen op te zetten. Onder de naam Campagnolo vallen items die je niet iedere dag op een racefiets terugvindt. Uit mijn eigen verzameling noem ik dan de Delta remmen, het titanium achterpignon, de Porta Catena achterderailleur met stang waarmee Fausto Coppi in 1951 in Parijs-Roubaix zegevierde en als laatste de 50-jarig jubileum uitvoering uit 1983 van de gehele groep.
Kort geleden kreeg ik van de NCRV nagezonden berichten toegestuurd vanwege mijn optreden in Man bijt Hond. Daar zat een reactie bij van een zekere B.van der Putten. Hij schreef dat hij wegens …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 maart 2008 10:00

Etienne DE WILDE (1958, België)

Deze coureur uit het Oost-Vlaamse Wetteren was maar liefst 21 jaar beroepsrenner. En een hele goede ook, want hij nam in 2001 geen afscheid omdat er geen succes meer in zat, maar omdat je eens moet stoppen. Hij had best nog door kunnen gaan in de specialiteit die hij op oudere leeftijd was gaan beoefenen, de zesdaagse en het ploegkoersen. Het begon allemaal in de amateurrangen. Daar was de witblonde coureur, vandaar zijn bijnaam De Blonde Pijl, een toppertje die als rappe aankomer ontzettend veel gewonnen heeft. Als prof won hij op de weg onder andere het kampioenschap van zijn land, de Omloop Het Volk, de Ster van Bessèges, Dwars door België, Nokere en het Kampioenschap van Vlaanderen. Hij startte vijf keer in de Tour de France en een keer in de Vuelta. In het rondewerk was hij geen hoogvlieger, maar hij won in de Tour wel twee ritten en in de Vuelta één. Maar het meest succesvol was hij toch in het zesdaagsewerk, zeker toen hij zich daar in de herfst van zijn carrière geheel op toelegde. Hij won er 38, een respectabel aantal. Vaak met wisselende partners, zoals Danny Clark, Stan Tourné, Eric Vanderaerden, Rudy Dhaenens, Jens Veggerby, Andreas Kappes, Tony Doyle, Olaf Ludwig, Silvio Martinello, Erik Zabel, Charly Mottet en Matthew Gilmore. De meeste won hij met de Duitser Kappes en dat was een heel sterk duo. Met Gilmore werd hij ook nog eens wereldkampioen ploegkoers. Dat was in 1998, vijf jaar nadat hij individueel wereldkampioen puntenkoers was. En dan staan er nog hele reeksen criteriums en kermiskoersen op zijn palmares. Toen hij in 2001 stopte had hij op de piste nog geen opvolger, maar inmiddels is er Iljo Keisse en dat is er ook eentje die in ’t Kuipke en andere Europese winterbanen het publiek op de banken krijgt. Het schijnt dat ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 maart 2008 0:00

“Op donderdag 24 maart 1983 kwam Gerrie Knetemann zwaar ten val tijdens de wedstrijd Dwars door België. Hij reed in Markedal bij Oudenaarde op een stilstaande auto en werd met een open been- en armbreuk naar een ziekenhuis in Gent overgebracht. Daar constateerde men dat hij ook nog spier- en zenuwletsel had opgelopen. Zeker zes maanden zou hij niet aan wedstrijden kunnen deelnemen en Knetemann mocht daardoor het seizoen 1983 als verloren beschouwen. Volgens veldwachter Leon Provoost, die direct na het gebeurde ter plaatse was, maakte Knetemann deel uit van een groepje renners dat in regenachtig weer een rij langs de weg geparkeerde auto's van mensen die in de omgeving aan het werk waren, passeerde. Gerrie merkte de wagens te laat op en botste op de achterste auto, waarbij de achterruit verbrijzeld werd. Hij vloog over de auto heen en kwam op het wegdek terecht. Volgens Provoost gebeurde het ongeval kort voor half drie.

Even voor het ongeval had Knetemann aan Jan Jonkers laten weten ‘slechte benen’ te hebben en zich dus niet op zijn gemak te voelen. Sjaak de Goede, ploegleider van de Beckers-ploeg, passeerde als een van de eersten de plaats van het ongeval. ‘Het was een afschuwelijk gezicht om de Kneet daar te zien liggen in een grote plas bloed.’ Winnaar van de koers werd overigens Etienne De Wilde. Een geslaagde demarrage bezorgde hem de zege in een koers die zoals gewoonlijk beheerst werd door de ploeg van Peter Post. Jan Raas versloeg Eric Vanderaerden in de spurt om plaats twee. De koers, die tegenwoordig Dwars door Vlaanderen heet, wordt dit jaar op woensdag 26 maart verreden. Nederlandse winnaars op de erelijst zijn Piet van Est, Jos Schipper, Johan van der Meer, (natuurlijk) Jan Raas, tweemaal Jelle Nijdam, John Talen en ook tweemaal Tristan Hoffman. Hoffman won in 1996 en 2000 en die laatste zege is nog steeds het laatste Nederlandse succes. Dit jaar misschien Bobby Traksel?

Daar waar Gerrie Knetemann door een zware val zijn seizoen 1983 verloren zag gaan, daar had Adrie van der Poel grote problemen in 1984. ‘Verloren seizoen v.d. Poel’, kopte De Gelderlander op zaterdag 24 maart. Van der Poel reageerde …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 maart 2008 10:00

Daniëlle OVERGAAG (1973, Nederland)

Een wielrenster uit het begin van de jaren negentig waar je als man nog wel eens een extra blik aan waagde, want Danielle is een mooie meid. De tuindersdochter uit het Westland kon aardig wielrennen en in 1989 werd ze op 14-jarige leeftijd kampioen van Nederland bij de junioren. Ze werd afgevaardigd naar de wereldkampioenschappen van dat jaar en ze werd fraai derde in de wegwedstrijd. Daarna kwam ze in de damesselectie van Piet Hoekstra (eveneens jarig vandaag) terecht en ze presteerde er in de schaduw van Leontien wonderwel. Helaas kreeg ze een behoorlijke veeg mee van de vermageringsperikelen waar de vrouwenselectie bijna als collectief aan leed. Het tastte haar gezondheid zodanig aan dat ze besloot te stoppen. Ze had toen een verhouding met Lance Armstrong en als je Lance op TV af en toe een woordje Nederlands hoort spreken dan is dat ongetwijfeld haar verdienste. Ze was dus wielrenster af, maar ze zat niet om aandacht verlegen. De reclamewereld ontdekte haar en met haar mooie lokken werd ze het Andrelon-meisje, dat heur haar deed dansen door bevallig met haar hoofd te draaien. Vandaar was het een kleine stap naar de wonderbaarlijke wereld van de televisie. Er volgde een flitsende periode van sportverslaggeefster bij Veronica tot de Staatsloterijshow, waarin ze vooral weer mooi mocht wezen. Niets mis mee natuurlijk, maar als voormalig sportvrouw was ze meer bij Studio Sport op haar plaats. Ze deed het daar goed tot ze op een dag aantoonde niets van voetbal te weten en dat is daar een doodzonde. Ze had het voor de camera over de FACUP in plaats van over EF EE CUP. Ze verdween prompt van het scherm tot SBS6 haar een paar jaar later oppikte als presentatrice van ShowNieuws. Dat doet ze ook niet meer, want ze gaat al geruime tijd door het leven als …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 maart 2008 0:00

Van de 2e Campina Ronde van het Groene Hart. Ik heb niet veel van de koers gezien hoewel ik bovenop het koersgebeuren heb gezeten. Als chauffeur van de volgauto van de Werkgroep Pers en PR van de organisatie zat ik vlakbij de renners, maar er echt wat van zien was er niet bij. In de auto met collega Martin Bons en de sympathieke wielerjournalist Guus van Holland van NRC Handelsblad waren we voornamelijk aangewezen op de Tourradio met de eminente Henk van der Linden aan de micro. Henk gaf alles wat er in de koers gebeurde direct door en Martin voedde op zijn beurt Rutger van Stappershoef, onze webmaster in het perscentrum in Woerden, met alle belangwekkende informatie uit de koers. Rutger zette deze inside information vervolgens zonder vertraging op onze site en het wonder geschiedde. Ondanks de integrale live uitzending van SBS6 steeg het aantal bezoekers on-line met het uur. Vooral tijdens de onderbrekingen voor reclame en ingelaste sightseeing-beelden van het Groene Hart switchten steeds meer wielerliefhebbers naar www.rondevanhetgroenehart.nl om de meest actuele informatie te krijgen over de koers en vooral over wat er achterin gebeurde. Op de …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 maart 2008 22:00

Marcel ERNZER (1926, overleden 01.04.2003, Luxemburg)

Hij was de luitenant van Charly Gaul, de grootste Luxemburgse wielrenner aller tijden. Zo wordt Marcel Ernzer althans altijd omschreven, maar dat is toch niet helemaal terecht. Zijn dienstbaarheid aan de Engel van het Hooggebergte maskeert het feit dat de in Esch-sur-Alzette geboren Luxemburger een knappe renner was, die in 1954 Luik-Bastenaken-Luik won en na afloop ook werd uitgeroepen tot winnaar van het Ardeens weekeinde. Dat was een puntenklassement dat tot stand kwam door de resultaten van de renners bij elkaar op te tellen van Luik-Bastenaken-Luik en de Waalse Pijl. Die wordt nu op de woensdag ervoor wordt verreden, maar in de jaren vijftig op de vrijdag ervoor. Als mijn geheugen me tenminste niet in de steek laat. Ernzer werd in diezelfde tijd ook kampioen van zijn land en hij won in 1951 de Ronde van Luxemburg een prestatie die hij jaren later (1960) nog eens zou herhalen. Na 1954 kwam Gaul op zijn weg en de zes jaar jongere Engel had het volste vertrouwen in de rustige en zwijgzame Ernzer. Kopmannen uit die tijd waren heel anders dan tegenwoordig en van knechten werd onvoorwaardelijke trouw verwacht. Ze weken nooit van de zijde van hun kopman, wasten diens rug als hij in het bad zat en ze poetsten zijn schoenen. In nederige dienstbaarheid. Ernzer was zo’n knecht en hij was dag en nacht in het gezelschap van de grillige Gaul en met zijn meester reed hij jaar na jaar de Tour de France en de Ronde van Italië. In 1962 scheidden hun wegen zich, nadat Ernzer zijn carrière noodgedwongen moest beëindigen na een zware val in de afdaling van de Peyresourde. Gaul zal hem sindsdien gemist hebben, maar in 1962 stelde de carrière van de Engel toch al niet veel meer voor. Hij heeft nog drie jaar gereden en op zijn naam ongetwijfeld nog hoge startgelden kunnen bedingen maar het ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 maart 2008 0:00

Mario CIPOLLINI (1967, Italië)

Je hebt wielrenners en je hebt fietsende artiesten. Dat zijn de mannen die zich altijd bewust zijn dat het publiek vermaakt moet worden. Piet van Kempen, Jan Pijnenburg en Kees Pellenaars waren in een ver verleden mannen die het publiek op de banken kregen. Peter Post was er ook zo één. Altijd bereid de lont van het kruitvat te ontsteken als het auditorium wegdommelde. Vaak tot ongenoegen van zijn collega’s joeg hij dan de temperatuur naar recordhoogte om de mensen op de tribune te laten smullen. In de huidige tijd is Theo Bos ook zo’n jongen maar hij en de coureurs die ik hierboven noemde zijn allemaal baanrenners. Op de weg kom je dit type minder tegen. Ze zijn er wel, maar geen van die mannen kan ook maar in de schaduw staan van Mario Cipollini, die fantastische sprinter die in 2005 afscheid nam, eind vorig jaar liet weten een comeback te ambiëren maar gisteren moest bekennen dat hij zich had vergist omdat hij niet meer de Mario is, zoals we ons die tot in lengte van jaren zullen herinneren. Mooie Mario, Super Mario, of hoe hij ook genoemd werd, was een fenomeen. Als begenadigd sprinter, maar vooral als showbink. Hij had er alles voor mee. Een mooie jongen met een fantastisch atletisch lijf. Lang voor een Italiaan, maar voor de rest op en top een vertegenwoordiger van de in dat land zo verafgode machocultuur. Razendsnel en winnaar van reeksen etappes in diverse kleine en grote rondritten. Die hij overigens zelden heeft uitgereden, want als er een brug opdook zat Mario binnen de kortste keren thuis. Maar hij was ook winnaar van vier klassiekers en natuurlijk behaalde hij de mooiste wereldtitel, die er te behalen is, die bij de profs op de weg. Dat was in 2002 en het parcours in het Belgische Zolder was vlakker dan een biljartlaken. Sprinters krijgen …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 maart 2008 0:00

“Jef Schils is een goed voorbeeld van de naoorlogse Belgische beroepsrenner. Geen topper, maar wel een goede renner te vergelijken met een Nico Eeckhout in het tegenwoordige peloton. Schils was afkomstig uit Kersbeek-Miskom, officieel Vlaams Brabant maar één van die streken waar je noch met Vlaams noch met Frans terecht kunt, als het zo uitkomt. Schils was in elk geval ‘Frans-georienteerd’. Jozef Schils werd prof in 1952, en werd datzelfde jaar kampioen van België. Voordien had hij als onafhankelijke al een reeks regionale wedstrijden gewonnen, zoals de Ronde van Wallonië, de Omloop van de Vlaamse gewesten, het Kampioenschap van Brabant en het Kampioenschap van Henegouwen.
Als prof won hij maar één klassieker en dat was Parijs-Tours in 1953. Hij startte verder driemaal over de grens in een ronde: éénmaal in de Giro, éénmaal in de Ronde van Zwitserland en éenmaal in de ronde van Nederland. Verder reed Jef Schils zijn erelijst bij elkaar in België. Gotha Velo, de Belgische …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 maart 2008 10:00

Nino DEFILIPPIS (1932, Italië)

Deze coureur uit Turijn was in zijn tijd een subtopper en ik schrijf er zo nadrukkelijk ‘in zijn tijd’ bij, omdat dat de periode was van Fausto Coppi, Gino Bartali en Fiorenzo Magni. In die jaren was voor een Italiaanse renner de kwalificatie ‘subtopper’ het hoogst bereikbare. Misschien zou hij nauwelijks zijn opgevallen als de machtige Alfredo Binda het oog niet op hem had laten vallen. Binda een vooroorlogse campionissimo werd na de oorlog de keuzeheer van de Italiaanse wielerbond, die op regenteske wijze de Italiaanse ploegen samenstelde voor de grote rondes en het wereldkampioenschap. Dat was natuurlijk verre van democratisch, maar zo ging het in alle wielerlanden. In Nederland had Kees Pellenaars die macht en in België was het Sylvère Maes die naar hartelust zijn persoonlijke voorkeuren mocht volgen. Defilippis was een talentvol coureur die heel goed bergop kon fietsen maar een spoor van angstzweet op het wegdek achterliet als het naar beneden ging. Daardoor ging de winst in de klim behaald weer in de afdaling verloren. Wat hij heel goed kon was aankomen. Een lepe sprinter die in de laatste meters de meeste van zijn overwinningen behaalde. Zijn grootste victorie was de Ronde van Lombardije in 1958, maar die zege dankt hij toch voornamelijk aan de tweespalt tussen de Belgische tenoren Rik Van Looy en Fredje De Bruyne, die elkaar het licht in de ogen niet gunden. In eigen land werd Nino groter dan groot geschreven, want hij was erg populair vanwege zijn good looks en zijn vrolijke opgewekte karakter. Zijn bijnaam El Cid, wat ‘De Jongen’ betekent, dankt hij aan het feit dat hij in zijn debuutjaar bij de profs op 20-jarige leeftijd een etappe won en daarmee de jongste ritwinnaar uit de geschiedenis van de Giro werd. Hij won een hele reeks Italiaanse semi-klassiekers, maar in de grote rondes heeft hij als klassementsrenner geen potten gebroken. Hij startte dertien keer in de Giro d’Italia, reed die elf keer uit met een derde plaats in 1962 als beste prestatie. Dat lijkt …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 maart 2008 0:00

TOURMALET
en andere poëzie buiten categorie

door Willy Verhegghe

“Deze Vlaamse dichter kennen we als vaste medewerker van CicloSprint, maar ook als de man die regelmatig zijn gedichten in De Muur publiceert. Eerdere dichtbundels van zijn hand waren Peyresourde in 1987, Woud van Wielen in 1991 en De Ronde van Vlaanderen in 1996. Dit boekje werd in 2001 uitgegeven bij de Eeclonaar en het staat vol met kleine en vaak puntige gedichten. En dat zijn er heel wat op de 207 pagina’s van dit boek. Ik heb de gewoonte om bij het lezen van boeken met een potlood zinnen aan te strepen die me opvallen. Zoals deze uit deze dichtbundel van Verhegghe: ‘Jachtluipaard en turbo razen door zijn hoofd’ en dan heeft hij het over Johan Museeuw, de Leeuw van Vlaanderen. Dichtbundels laten zich moeilijk bespreken, behalve dan met het citeren van een gedicht. Zoals deze met de titel ‘Giro d’Italia’. …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 maart 2008 10:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 Volgende »