ad ad ad ad
Deel 3 is uit

© Otto Beaujon

“Benotto was een bekend Italiaans fietsenmerk en het heeft die bekendheid vooral te dan- ken aan renners als Roger De Vlaeminck en Francesco Moser. Fietsen waarop dat soort vedetten reden wilden de mensen wel kopen. Tot de klad in de handel kwam toen bekend werd dat de fietsen van Benotto helemaal niet uit Italië, maar uit Mexico kwamen. De importeur in Nederland kon het direct schudden en de champagnekleurige beauties gingen met dozijnen in de ramsj. Een slimme koper was destijds ene Evert de Rooij, de huidige hoofdredacteur van Wieler Magazine.
Benotto is opgericht in 1931 door Giacinto Benotto, toen pas 24 jaar oud, maar toch al met een kortstondige wielercarrière achter de rug. In zijn bedrijf in Turijn maakte hij al spoedig vijfhonderd fietsen per dag, wat toen heel veel was. Volgens de Mexicaanse website
www.benotto.com.mx zat Benotto al sinds 1952 met zijn productie in Mexico, maar de historische gegevens van die site zijn een ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 januari 2008 10:00

John TALEN (1965, Nederland)

Ongecompliceerd rammen is wat John Talen als wielrenner het liefste deed. Hij was een groot talent dat in 1986 bijna twee wereldtitels behaalde. Met zijn maatjes Gerrit de Vries, Tom Cordes en Rob Harmeling behaalde hij de wereldtitel 100 kilometer ploegentijdrit en in de wegwedstrijd moest hij slechts de Oost-Duitser Uwe Ampler voor laten gaan. In die zege in de ploegentijdrit had hij een groot aandeel gehad, want de geboren Drent begon op kop en trok de eerste kilometer direct vol door. Ze hadden er een vol jaar voor getraind die vier, onder leiding van de gedreven bondscoach André Boskamp. Die eiste alles van zijn mannen in ruil voor een beschermde positie aan het begin van het seizoen. Niks geen criteriums en waaierklassiekers, maar loodzware buitenlandse rittenkoersen. Met een bijkans Oost-Europese aanpak zette Boskamp een ploeg neer die met overtuiging en een niet te breken moraal naar de overwinning denderde. Hij duldde daarbij geen tegenspraak en er kwam uit wat hij in zijn hoofd had. Maar als we nu terugkijken op de profcarrières van die vier kanjers dan is er toch niet uitgekomen wat er qua mogelijkheden in zat. Dat had voor een deel te maken met de omstandigheden, want in hun tijd speelde het net ingerichte puntensysteem hen bepaald niet in de kaart. Ploegen moesten een bepaald aantal punten hebben om bij de belangrijkste koersen aan de start te kunnen komen en renners die overkwamen van de amateurs hadden geen punten. Dus contracteerde een ploegleider in die tijd liever een oude prof op z’n retour maar met punten, dan een groot amateurtalent zonder. Voor Talen werd een uitzondering gemaakt. Toen hij na dat WK in zijn woonplaats Spijkenisse werd gehuldigd, was daar plots Peter Post. Met een contract bij de miljoenenformatie Panasonic. John Talen was jarenlang een goede prof die zijn ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 januari 2008 0:00

50e FLÈCHE DU SUD

door meerdere auteurs

“Zoals uit de titel al blijkt is dit een jubileumboekje. Het is in 1999 uitgegeven ter gelegen- heid van de 50e editie van de Flèche du Sud. Dat is een vierdaagse etappekoers in Luxemburg, waarin heel veel geklommen moet worden. De wedstrijd is bedoeld voor amateurs (vroeger) en tegenwoordig espoirs, dus profrenners onder de 23 jaar met start en finish in Esch-zur-Alzette. In 1999 telde de koers negen Nederlandse winnaars en daar is er sindsdien niet één bijgekomen. Die Nederlanders waren Willy Gramser (1954), Rien van Grinsven (1956), Fons van Katwijk (1971), Johan van der Meer (1974), Wim Jennen (1985), Rob Harmeling (1986), Robert de Poel (1991), Lex Nederlof (1993) en Marc Lotz (1996). Van die negen zijn alleen Van Katwijk, Harmeling en Lotz redelijke beroepsrenners geworden. Van de andere is niet veel vernomen en dat is toch verwonderlijk want als je deze koers kon winnen dan moet je toch …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 januari 2008 10:00

ALTIG, Willi (1935, Duitsland)
BARBERO, Sergio (1969, Italië)
BAZZO, Pierre (1954, Frankrijk)
BEUCHERIE, Serge (1955, Frankrijk)
CHERNETSKIY, Ilya (1984, Rusland)
CROMBEZ, Tijs (1986, België)
LANGEVELD, Sebastiaan (1985, Nederland)
LUENGO CELAIA (Antton (1981, Spanje)
MARTINEZ, Miguel (1976, Frankrijk)
PAOLINI, Luca (1977, Italië)
RAST, Gregory (1980, Zwitserland)
RIBLON, Christophe (1981, Frankrijk)
SÉRÈS, Georges (1918, Frankrijk)
VAARTEN, Michel (1957, België)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 januari 2008 0:00

“Een truitje letterlijk gescoord in de wandelgangen. Van Michael Boogerd, de renner over wie in de afgelopen maanden maar liefst drie boeken zijn verschenen. Ik kwam hem tegen, een blik van herkenning, hij pakte dit truitje, handtekening erop en huppakee op de foto met een heel leeg kapstokkenrek op de achtergrond. Als beroepsfotograaf wil je het graag anders, maar zo gaat het helaas vaak. Zeg maar: uit het (renners)leven gegrepen. De kampioenstrui die Michael hier omhoog houdt is uit 2006 (bij deze gewijzigd Jan. 16.01. 12.39 uur) toen hij een sterk gereden race afsloot met een overwinning in het Nederlands kampioenschap op de weg. Daar is nogal wat om te doen geweest, omdat hij in het gezicht en binnen gehoorsafstand van de camera een deal maakte met Sebastiaan Langeveld. Een duidelijk verstaanbare dialoog waarin ploegleider Erik Breukink zich ook nog mengde en kennelijk het …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 januari 2008 10:00

Gerard KOEL (1941, Nederland)

Koeltje is een geboren en getogen Amsterdammer die vanaf zijn geboorte helemaal begeesterd is van de wielersport. Hij was een leuke renner. Snel en explosief. Hoewel hij als amateur op de weg heel wat succesjes bij elkaar reed, was hij toch vooral een pistier. Op de baan kon hij goed uit de voeten. Hij won met zijn stadgenoten Cor Schuuring, Jaap Oudkerk en Henk Cornelisse een bronzen medaille bij de Olympische Spelen van Tokyo. Dat was in 1964 op het nummer ploegachtervolging. Hij was snel en daarom haalde hij ook ereplaatsen bij het Nederlands kampioenschap sprint. Drie keer was hij derde bij de amateurs, maar bij de profs was hij twee keer eerste en dus nationaal kampioen. Dat was in 1968 en 1969, maar de waarheid gebiedt er bij te vertellen dat er toen geen echte sprinters meer waren en Gerard diende af te rekenen met mannen zoals hij, dus rappe jongens die ook een sprintje konden winnen. Dat waren Hennie Marinus, Rinus Paul, Albert van Midden, enzovoort. Bij de profs was Gerard vooral zesdaagserenner. Niet zo een die de overwinningen aan elkaar reeg, maar wel een publiekslieveling. Een jongen die het spel op de wagen kreeg door op rustige momenten er in te vliegen. Zijn razendsnelle exploiten en zijn stuurmanskunst leverde hem de bijnaam Zoef op naar de razendsnelle en wendbare haas uit de Fabeltjeskrant. Voor de hoofdprijzen had hij in de urenlange, slopende jachten misschien te weinig inhoud. Toch won hij twee zesdaagsen. In 1967 met Jan Janssen in Madrid en in 1973 in Antwerpen met René Pijnen en Leo Duyndam. Na zijn carrière begon Gerard samen met zijn vrouw een boutique in damesmode in Hoogerheide, waar hij toen al jaren woonde om dichter bij de koersen in België en bij het Antwerpse Sportpaleis te wonen. De zaak werd Zoef genoemd, naar zijn bijnaam. Het werd destijds door Peter Post geopend en enkele jaren geleden kwam De Keizer nog eens naar het Brabantse wielerdorp om de tent weer te sluiten, omdat het echtpaar Koel het na zoveel jaar wel welletjes vond. In de maand juli was Gerard ook jarenlang in de Tour te vinden. Als chauffeur van de auto van de NOS. Met zijn vaste passagier ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 januari 2008 0:00

“Om klokslag 10 op zondagmorgen stond de ploeg van ‘Man bijt hond’ bij ons op de stoep. Na een uurtje als Peter R. de Fiets gefilmd te zijn, kwam de rest van de familie aan de beurt en werd ik naar één van de schuurtjes gemanoeuvreerd. Vervolgens werd het materiaal voor de kleine tentoonstelling in mijn busje geladen en ging het naar Ahoy’. We parkeerden daar bij de rennersingang en de hele familie werd ingeschakeld om alles naar het middenterrein te sjouwen. Daar stonden we dan in het hart van de zesdaagse in het gezelschap van een vriendelijke beveiligingsbeambte. Die vroeg me of ik een favoriet had. Ik antwoordde ontkennend, maar vertelde hem dat mijn oudste dochter Susan wel een uitgesproken favoriet had in de persoon van de Deen Marc Hester Hansen, gekoppeld aan onze landgenoot Bas Giling. ‘Komen jullie dan maar mee’, zei de man daarna tegen Susan en Sophie en ze verdwenen richting rennerskwartier met de digitale camera in de aanslag. Op Marc moesten ze even wachten want die werd net door zijn soigneur ‘in de olie’ gezet,

maar toppers als Theo Bos en Aart Vierhouten waren in afwachting van die Deense meisjesdroom mooie alternatieven. U begrijpt dat ze apetrots waren en hun dag helemaal niet meer stuk kon. In de tussentijd was er veel belangstelling voor mijn uitgestalde wielerspullen. Aart Vierhouten en Danny Stam kwamen zelfs even kijken en op de vraag of er sinds de …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 januari 2008 10:00

CONTINI, Silvano (1958, Italië)
DE DECKER, Eric (1982, België)
EGMOND, Sjaak van (1908, overleden 09.01.1969, Nederland)
ELIAS GALINDO, José Miguel (1977, Spanje)
FERNANDEZ BLANCO, Alberto (1955, overleden 14.12.1984, Spanje)
FONDRIEST, Maurizio (1965, Italië)
KLIER, Andreas (1976, Duitsland)
LJUNGBLAD, Jonas (1979, Zweden)
MAENEN, Jules (1932, Nederland)
NOÉ, Andrea (1969, Italië)
PELLIZOTTI, Franco (1978, Italië)
VALKENBURG, Reinier (1962, overleden 04.12.1987, Nederland)
WAL, Eelke van der (1981, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 januari 2008 0:00

"Dromen zijn er om geleefd en in ons geval gefietst te worden. Jan Janssen realiseerde zijn droom in 1968." Zo beginnen de makers van de website http://www.tourdejanjanssen.nl/ hun verhaal om u enthousiast te maken voor een sportieve fietstocht die zal starten op 24 juni in Breda en 28 dagen later op 21 juli zal eindigen in Parijs. De route zal exact het parcours volgen van de Tour de France, die Jan Janssen veertig jaar geleden als eerste landgenoot winnend wist af te sluiten.
Fred besteedde op 23 december vorig jaar al aandacht aan dit door Wilfred de Kruijf en Rick Blikman georganiseerde evenement. En omdat ik niet meer de geoefende toerfietser van pakweg een jaar of vijftien geleden ben en bovendien thuis ook nog gezinsleden heb waarmee ik graag de zomervakantie doorbreng, wil ik mij wat betreft deze tocht beperken tot bovenstaande aankondiging.
Wat ik wel ga doen is aan de hand van het blad Wielersport jaargang 1968 uitgebreid het wel en wee van Jan Janssen volgen in de aanloop naar zijn Tourzege. Wat maakte hij mee, waar presteerde hij en waar juist niet. Jan Janssen zal de komende maanden als een rode draad door mijn bijdragen gaan lopen. Als opwarmertje voor dit geweldige initiatief ter herdenking van de veertigste verjaardag van Nederlands eerste Tourzege.
Wielersport nr. 1 van 1968 vermeldt op pagina 16 in het kort het etappeschema van de Tour. Tweeëntwintig etappes brengen de renners van de start op …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 januari 2008 10:00

Antonio MASPES (1932, overleden 19.10.2000, Italië)

Dankzij Theo Bos staat het wieleronderdeel sprint weer volop in de belangstelling. Het is een prachtig nummer waarin het niet alleen om zuivere snelheid gaat, maar ook om tactiek, gogme, brutaliteit en pure klasse. In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd de sprint het elitenummer van het wielrennen genoemd. Er zijn mensen die Theo Bos graag op de weg willen zien, waaronder zijn eigen vader. Die hoorde ik laatst op TV zeggen dat als Theo in Beijing Olympisch goud haalt hij dan alles heeft bereikt wat er op de baan te bereiken is. Hij is dan rijp voor de overstap naar de weg, aldus de verwekker van onze nationale wielertrots. In de tijd van Arie van Vliet, Jan Derksen, Reginald Harris en Antonio Maspes werd er niet zo gedacht. Het idee alleen al. Ze verdienden als sprinter meer dan genoeg en ze trokken van Grote Prijs naar Grand Prix om er met steeds dezelfde tegenstanders te strijden om de hoogste eer. Eens per jaar kwamen ze naar het WK in de hoop de hoogste titel te pakken om een jaar lang in de regenboogtrui vette contracten te kunnen nakomen. Maspes was tussen die sterren van toen jarenlang een superster. Een razendsnelle renner en een grote persoonlijkheid. Iemand met de uitstraling van een operaster à la Enrico Caruso en Benjamono Gigli. Hij was tussen 1955 en 1964 zeven maal wereldkampioen en hij deed niets anders dan sprinten. In wedstrijden dan, want hij had een broertje dood aan trainen. Zijn bijnaam was dan ook: ‘De man die nooit trainde’. Waar Van Vliet en Derksen regelmatig in zesdaagsen te zien waren, daar was Maspes een pure specialist. Hij werd er schatrijk mee en in zijn boekje ‘Met banddikte’ beschrijft Derksen het ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 januari 2008 0:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 Volgende »