© Henk Theuns

“Dit truitje heb ik van Wim de Vos, die eind jaren negentig en in de eerste jaren van deze eeuw een goede veldrijder was. Het veldrijden was hem met de paplepel ingegoten. Vader De Vos mocht graag naar de koers gaan kijken en hij nam de kleine Wim altijd mee. Het was de tijd dat Hennie Stamsnijder en Rein Groenendaal elkaar op leven en dood bestreden. In 1986 werd hij ook wielrenner en hij legde zich helemaal toe op het veldrijden. Hij werd gelijk derde bij het WK voor junioren. In 1993 werd hij prof en hij debuteerde met een derde plaats in het WK. In de jaren die volgden boekte hij aardige resultaten, maar de top haalde hij niet. In 1996 stapte Rabobank in de wielersport en er werd ook een ploeg voor het veldrijden geformeerd. Jan Raas ging wel met De Vos praten, maar ze kwamen niet tot overeenstemming. Zo kreeg hij te maken met sterke concurrentie in de personen van Adrie van der Poel en Richard Groenendaal. Hij moest keer op keer het …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 december 2007 10:00

Joop DEMMENIE (1918, overleden 03.06.1991, Nederland)

Deze Rotterdammer was net voor de tweede wereldoorlog een van de beste amateurs van ons land. Dat mag je stellen omdat hij zowel in 1937 als in ’38 geselecteerd werd voor de Nederlandse ploeg voor het WK op de weg. En daar deed hij het lang niet gek, want in 1937 werd hij vierde in Kopenhagen en een jaar later was hij in Valkenburg derde achter de Zwitsers Knecht en Wagner. Daarmee was Joop Demmenie na Gerrit van de Berg in 1925 (3e) en Kees Pellenaars in 1934 (1e) de derde Nederlander die bij een WK op de weg voor amateurs het erepodium haalde. Hij moest toen nog twintig worden, maar hij vroeg voor 1939 een proflicentie aan. Er is altijd geschreven dat Jacques Hanegraaf de jongste prof ooit was, want die was op 1 januari 1981 21 jaar en 18 dagen. Demmenie was echter jonger, want op 1 januari 1939 was hij 21 jaar en 12 dagen. Maar wie ligt daar nog wakker van? In zijn eerste profjaar deed Demmenie het uitstekend, want hij won de semi-klassieker Brussel-Hozemont en hij werd tiende in de Ronde van Luxemburg. In de jaren daarna waren er nauwelijks nog prestaties, maar het was oorlog en voor renners was het toen bepaald niet makkelijk om aan wedstrijden deel te nemen. In 1944 vroeg hij geen licentie meer aan en hij leidde, volgens zijn neef Thom Demmenie een roerig leven. Hij was drie keer getrouwd en had ettelijke vriendinnen. Ook hield hij van grote auto’s en vakanties in zonnige oorden. Waar hij zijn geld mee verdiende was de familie niet duidelijk, maar hij had ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 december 2007 0:00

© Peter Ravensbergen

“Hier volgt het laatste deel van de trilogie over mijn Gazelle fiets, waarmee ik mijn wereldreis heb gemaakt. De bagagedragers waren van het merk Jim Blackburn en dat is een verhaal apart. Blackburn heeft zijn sporen verdiend in de ruimtevaart en zijn dragers waren gefabriceerd van getordeerd aluminium en daardoor onverwoestbaar. Het gevolg is een levenslange garantie, want het is werkelijk het neusje van de zalm en daarom natuurlijk ook peperduur. Ik kwam echter bedrogen uit, want ergens midden in India in een door god verlaten stuk begon de rechter voortas vervaarlijk te klapperen en ik realiseerde me dat die herrie het gevolg was van een afgebroken stuk van de lowrider die tegen de spaken aan liep. Als kind maakte je dat geluid voor de lol, door een stukje karton met een knijper aan je spatbordvork te bevestigen en dat ratelde dan over de spaken. Hier was echter geen lol aan, want als een kamikazepiloot moest ik me in een afdaling vooroverbuigen en met één hand de drager uit de spaken trekken, terwijl ik met de andere remde tot ik er kramp in kreeg. Uiteindelijk heb ik me maar in de berm laten vallen om tot stilstand te komen. Wat heb je aan een levenslange garantie als je …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 december 2007 10:00

BRAJKOVIC, Janez (1983, Verenigde Staten)
BUYSSE, Achiel (1918, overleden 23.07.1984, België)
DIERCKX, Steven (1986, België)
GROOT, Bram de (1974, Nederland)
HUYSMANS, Jos (1941, België)
KOOT, Kees (1923, Nederland)
PESENTI, Guglielmo (1933, Italië)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 december 2007 0:00

“Vandaag aandacht voor een Nederlandse zesdaagse, die van de Limburgse hoofdstad Maastricht. Tussen 1976 en 1987 waren er 12 edities in de toenmalige Eurohal, waarna het financieel onhaalbaar bleek het evenement voort te zetten. Misschien was het aantrekken van de economie wel de reden dat tussen 28 september en 3 oktober 2006 in het MECC de dertiende Zesdaagse van Maastricht werd verreden. Winnaars waren de Zwitsers Marvulli en Risi. De organisatoren hadden de intentie dat het hierbij niet zou moeten blijven want er lag een overeenkomst tussen de Stichting Euro Zesdaagse en het MECC Maastricht voor een periode van nog twee jaar. Hoe anders zou het lopen want op 29 november meldde Dagblad De Limburger dat de Zesdaagse van Maastricht dit jaar niet doorgaat. Die zou vandaag van start zijn gegaan om aanstaande zaterdag zijn apotheose te beleven. De oorzaak moet zowel in financiële als personele problemen gezocht worden. Voornaamste reden voor de afgelasting is de precaire financiële toestand van de zesdaagse. Het benodigde budget van acht ton was amper voor de helft afgedekt. Voorzitter Jan Hoen heeft zich door zijn politieke activiteiten en gezondheidsproblemen onvoldoende met de organisatie van het evenement kunnen bezighouden. Dit terwijl hij de drijvende kracht is achter de Zesdaagse van Maastricht.

Gisteren was het exact 20 jaar geleden dat de Zesdaagse van Maastricht een memorabele slotavond beleefde. Het was de allerlaatste officiële wedstrijd in de loopbaan van Joop Zoetemelk. Live op radio en televisie was het afscheid van de beste Nederlandse wielrenner aller tijden uitgebreid te volgen. Vandaar dat de Zesdaagse van Maastricht 1987 deze week mijn Zesdaagse van de Week is. In een bomvolle Eurohal in Maastricht zette Joop Zoetemelk om tien over twaalf (het was dus inmiddels 17 december) definitief een punt achter zijn glansrijke loopbaan. Hij wist zijn laatste wedstrijd niet winnend af te sluiten, want hij eindigde als derde, samen met zijn koppelgenoot Roman Hermann uit Liechtenstein. Winnaars waren Danny Clark en Tony Doyle. Het Australisch-Britse koppel had twee ronden voorsprong op Etienne De Wilde en Teun van Vliet (291 punten) die tweede werden, Zoetemelk en Hermann (274) werden derde en de Duitsers Diehl en Günther (201) vierde. In het deelnemersveld reed ook nog het koppel Bert Oosterbosch–Peter Pieters dat zevende werd. Op de foto gaan winnaar Danny Clark en Joop Zoetemelk hand in hand over de finish.  Na deze zinderende koers was het lange tijd stil op zesdaagsegebied in Maastricht, want de liefhebbers moesten tot 2006 wachten alvorens er een vervolg kwam. Eenmalig helaas, zoals hierboven beschreven.

In december 1962 las ik in De Wielersport een mooi verhaal over de Cycle-Cross. ‘Een sport bij uitstek geschikt voor de winterse dagen. De laatste jaren is de belangstelling voor deze tak van de wielersport, ook in Nederland, groeiende. Het instellen van een …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 december 2007 10:00

ARGENTIN, Moreno (1960, Italië)
BECKERS, Wim (1962, Nederland)
BEEN, Nico (1945, Nederland)
DACQUAY, Jean (1927, Frankrijk)
GONZALES CAPILLA, Santos (1973, Spanje)
GUDSELL, Tim (1984, Nieuw Zeeland)
KRYS, Hubert (1983, Polen)
LOUVIOT, Raymond (1908, overleden 14.05.1969, Frankrijk)
PADRNOS, Pavel (1970, Tsjechië )
RETSCHKE, Robert (1980, Duitsland)
VAN DEN BERGHE, Anthony (1984, België)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 17 december 2007 0:00

Cyrille VAN HAUWAERT (1883, overleden 15.02.1974, België)

Hij is de aartsvader van het Belgische wielrennen en de enige echte ‘Leeuw van Vlaanderen’. Hij moet een geweldige renner zijn geweest en zijn wielertalent werd ontdekt door zijn eerste werkgever. Als twaalfjarig jongetje werkte hij als stoker in een alcoholfabriek. Voor de baas moest hij wel eens post wegbrengen op zijn gewone fiets. Hij deed dat zo snel, dat zijn patroon in hem een wielrenner zag, want Cyrieleke ad koersebêenn. Hij kreeg zelfs een koersfiets van zijn ontdekker, maar die kon hem toch geen blijvend werk garanderen. En zo kwam Cyrille op zijn 14e in de steenfabriek terecht. Dat was in Noord-Frankrijk, waar aan het begin van de negentiende eeuw veel Vlamingen de kost moesten verdienen omdat er in eigen land grote werkloosheid heerste. De jonge Van Hauwaert verdiende daar een loon dat net genoeg was om in leven te blijven, maar hij had zijn koersfiets en zijn koersbenen. In de weinige vrije uren die hem resten trainde en trainde hij en hij besloot in 1907 als individuele renner mee te doen aan Parijs-Roubaix, de grote koers in Noord-Frankrijk waar de gazetten vol van stonden. Alle grote renners van die tijd hadden de steun van hun sponsor en werden gegangmaakt, maar Van Hauwaert moest het zonder doen. Hij werd tweede en zijn naam was gevestigd. Met slechts twee reservebanden om zijn nek, twee eieren en een fles limonade in zijn koerstrui reed hij de koers die hij een jaar later zou winnen. In 1907 won hij wel Bordeaux-Parijs en in 1908 ook nog Milaan-San Remo. Het bijzondere was dat de fiets ook zijn enige vervoermiddel was. Ook om naar de wedstrijden te gaan en toen hij in Milaan van start ging had hij er al een fietstochtje van zo’n 1200 kilometer op zitten om na de koers weer vrolijk op huis aan te peddelen. Je kunt je dat nauwelijks meer voorstellen. Van Hauwaert reed tot 1915 en realiseerde een grootse palmares. Na zijn loopbaan werd hij rijwielfabrikant en het merk met zijn naam heeft lang bestaan. Een eeuw na zijn eerste grote overwinning kan gesteld worden dat Van Hauwaert geschiedkundig vooral een symbool is geweest. Hij leerde de Vlaming dat je niet bij de pakken moet neer zitten als je als een arme sloeber wordt geboren. De benen van ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 december 2007 0:00

Jacques MARINELLI (1925, Frankrijk)

In 1948 debuteerde hij de in de Tour de France, de toen 23-jarige Jacques Marinelli. Een klein kereltje, slechts 1 meter 62 hoog. Een slim en geinig koppie, had-ie, maar hij kon toen nog geen potten breken. Hij was van alle markten thuis. Kon goed klimmen, tijdrijden en ook nog eens redelijk aankomen. Een jaar later stond hij weer aan de start en hij werd de revelatie van de Tour van 1949. Als lid van de regionale ploeg Île-de-France met goede renners als Louis Caput, Dominique Forlini en Emile Idée zat hij de tweede dag al in de aanval. Dat was de etappe van Reims naar Brussel en hij werd tweede achter de Belg Roger Lambrecht. Twee dagen later zat hij weer van voren in de rit van Boulogne naar Rouen. Hij werd wederom tweede, maar in het algemeen klassement pakte hij het geel. En daar stond de kleine man op het podium in een veel te grote leiderstrui naar het uitzinnige Franse publiek te zwaaien. Tourdirecteur Jacques Goddet zag het met genoegen aan en keek aandachtig naar dat koppie met die zwarte kraaloogjes boven dat goudgele borstje dat ferm vooruitstak. La perruche, schreef hij die avond in l’Équipe en Jacques Marinelli ging sindsdien door het leven als de parkiet. Vijf dagen lang bleef hij de aanvoerder van het klassement, maar in de rit van San Sebastian naar Pau moest hij het gouden habijt afstaan aan Fiorenzo Magni, die toen nog deel uitmaakte van de ploeg der Italiaanse jongeren, met daarin ook Pino Cerami, de renner die jaren later als genaturaliseerde Belg op zijn oude dag nog een aantal klassiekers zou winnen. Magni bleef lang in het geel, maar de Tour eindigde in een adembenemend duel tussen de twee beste renners van de toenmalige wielerwereld: Fausto Coppi en Gino Bartali. Marinelli bleef in de buurt en in Parijs stond hij als derde fier op het erepodium naast het legendarische Italiaanse duo, met Coppi in het definitieve geel. Het was het hoogtepunt in de wielercarrière van de kleine man uit Blanc-Mesnil, een dorp in de buurt van Melun een industriestad ten zuidoosten van Parijs. Hij kwam nog vier keer naar de Tour, maar alleen in 1952 haalde hij Parijs. Als 31e, geen schaduw meer van de belofte uit 1949. Hij stopte in 1954 en ging in zaken. Dat deed hij prima, want hij werd een gefortuneerd man, die in 1989 nog eens alle Franse kranten haalde omdat hij ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 december 2007 0:00

© Otto Beaujon

“Zoals vorige week al aangegeven was de geschiedenis van Union niet alleen heftig, maar ook uiterst boeiend. Het bedrijf maakte eigenwijze vouwfietsen, elektrische fietsen (te zwaar en te weinig actieradius), brommers, fietsen voor de tropen, bakfietsen voor de PTT en natuurlijk ook racefietsen. De interessantste racefiets, die Union ooit maakte, was de spanfiets van Frans De Lahaye, een architect die een fiets met een kruisframe bedacht waarvan de vier armen opvouwbaar waren en in de rijtoestand met stalen spandraden bijeen gehouden werden. De spanfiets bleek, zoals te verwachten was, te slap voor wedstrijdgebruik. Leuk was hij wel en in 1992 beleefde hij een zeer kortstondige revival. De gemeente Den Haag, stak er flink wat geld uit de bedrijfsfietsenpot in en binnen de eigen sociale werkvoorziening werd een tweede generatie spanfietsen gebouwd. Een generatietje, want er zijn er maar zo’n acht gemaakt. Van roestvrij staal en die hebben goud gekost. Het grootste succes van Union in de wielersport was het wereldkampioenschap van Gaby Minneboo. De postbode van Heenvliet werd totaal …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 december 2007 10:00

Jean KIRCHEN (1919, Luxemburg)

De naam Kirchen is onverbrekelijk verbonden aan de Luxemburgse wielerhistorie en omvat maar liefst vier generaties. Het verst terug ligt de carrière van Victor Kirchen, een renner die nog in de negentiende eeuw werd geboren en in de jaren twintig van de vorige eeuw een goede Tourrenner was. Of hij de vader is van de broers Jean en Jim Kirchen weet ik niet, wel dat die twee broers dertien jaar in leeftijd verschillen. Zij hadden nog een broer die niet aan wielrennen deed, maar wel de wielerbacil doorgaf aan zijn zoon Erny. Dat was in de jaren zestig een heel behoorlijke coureur, maar hij is nooit beroepsrenner geweest. Wel werd Erny Kirchen de vader van niemand minder dan Kim Kirchen, de meest succesvolle wielrenner van de familie die nu tot de betere coureurs van het peloton behoort. Maar het gaat vandaag over Jean Kirchen, in zijn glorietijd beter bekend als Bim. Hij behoort tot de generatie van Luxemburgse renners van net na de tweede wereldoorlog. Toen sprak het kleine wielerland internationaal een behoorlijk woordje mee, met renners als Sjeng Goldschmit, Bim Diederich, Willy Kemp en Jean Kirchen, die onder leiding van de vooroorlogse tweevoudige Tourwinnaar Nicolas Frantz tot goede prestaties kwamen in de Tour en andere grote wedstrijden. Dat was nog voor de generatie van Charly Gaul, de grootste Luxemburgse renner aller tijden. Jean Kirchen was een uitstekende ronderenner, die tussen 1947 en 1950 vier maal aan de Tour de France deelnam. In 1948 en ’50 eindigde hij beide malen als vijfde in het eindklassement, terwijl hij in de andere twee jaar respectievelijk 17e en 13e werd. Hij was vier keer kampioen van zijn land, twee maal op de weg en twee maal in het veldrijden. Hij won in 1952 de Ronde van Luxemburg en hij was een keer zesde in het WK. Een mooie palmares zonder echte uitschieters. Jean Kirchen was jarenlang een ploeggenoot van onze eigen ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 december 2007 0:00

« Vorige 1 2 3 4 5 Volgende »