© Hans Middelveld

Dit is helaas het laatste affiche – of aanplakbiljet zoals we vroeger zeiden – uit het museum van Hans. Ze hadden op enkele uitzonderingen na allemaal betrekking op wielerwedstrijden in het Olympisch Stadion in Amsterdam. Voor veel bezoekers van de slogblog een begrip en een nostalgisch heimwee naar een tijd die voorgoed voorbij is. Je zag er de wereldtop aan sprinters en stayers, je zag er jong talent dat het soms helemaal maakte en je hoorde de stem van Willem van Steenbergen met ‘Hallo, hallo’ en ‘Motoren in de baan!’ kon iedereen qua intonatie nadoen.
Dit affiche dateert uit 1948 en het ging om de baankampioenschappen van Nederland. Het onderdeel 50 kilometer was destijds een publiekstrekker van jewelste, omdat alle grote renners uit die tijd aan de start stonden. 50 kilometer lang actie en reactie en never a dull moment. In 1948 won Theo Middelkamp de titel, maar zeven jaar later won de sprinter Arie van Vliet. De lepe vos uit Woerden was toen al 39 jaar en die dag totaal uit vorm. Hij besloot zijn koers af te stemmen op Jan Derksen en vanaf de start zat hij in het wiel van zijn collega, …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 september 2007 10:00

Piet van der KRUIJS (1947, Nederland)

De uit Mierlohout afkomstige Piet van der Kruijs was in 1970 even beroepsrenner want hij kreeg een contractje aangeboden bij de Willem II-Gazelle ploeg van Ton Vissers. De vreugde was maar van korte duur want een week na het ondertekenen van het contract maakte de sigarenfabriek bekend met sponsoring te zullen stoppen. Andere aanbiedingen kreeg Piet niet en zo werd hij, na een jaartje wachten, weer amateur. Hij kwam bij de Jan van Erp ploeg terecht, waar streekgenoot Jan Gisbers ploegleider was. Eigenlijk begon de carrière van Piet toen pas goed. Hij werd een topamateur die klassiekers won en etappes in Olympia’s Tour. Na het winnen van de Ronde van Noord-Holland in 1975, antwoordde hij op de vraag waarom hij geen prof werd: ‘Nog een keer prof? Nou dan moeten ze wel met een kruiwagen met geld komen en vooraf betalen. Ik heb het als amateur zo prima naar mijn zin.’ De grootste waarde voor de ploeg had Van der Kruijs als wegkapitein en als fietsend coach voor de jonge amateurs die bij deze ploeg werden opgeleid voor de profrangen. Piet had een enorm koersinzicht en hij leerde die jonkies de fijne kneepjes van het vak. Waar ze moesten rijden en waar ze niet moesten rijden, het organiseren van waaiers, kortom Piet bracht een schat aan ervaring op ze over. In het dagelijkse leven was de Brabander bouwvakker en hij had zich met cursussen opgewerkt tot uitvoerder. Hij had een goede baan, maar die gaf hij graag op om in 1987 assistent-ploegleider te worden bij de PDM-ploeg waar zijn vroegere baas Jan Gisbers eerste ploegleider was geworden na het vertrek van Roy Schuiten. Ook hier kreeg hij weer de zorg voor het jonge talent, waarmee hij naar buitenlandse koersen trok. Daarnaast nam hij ook de zorg op zich voor de kantoororganisatie, want een grote internationale profploeg moet een goede administratieve onderbouw hebben. Ook dat deed Piet met veel plezier en op een uitstekende manier, want hij was in die tijd al heel handig met de computer. Twintig jaar hebben Gisbers en Van der Kruijs als dikke vrienden samengewerkt tot er in 1992 een eind kwam aan PDM en de samenwerking. Piet trok zich terug in Mierlohout waar hij ook weer met jonkies aan de gang ging bij zijn vereniging Buitenlust. Een bescheiden en daardoor onderschatte man die vandaag 60 jaar wordt. Hartelijk gefeliciteerd Piet!

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 september 2007 0:00

Dit stukje gaat niet over wielrennen. Het gaat wel over een sportman, een groot Nederlands sportman. Hij ziet er uit als een gespierde tuinkabouter, maar hij is een van de beste ringturners van de hele wereld. DE HELE WERELD, mind you. In 2005 werd hij wereldkampioen, een jaar later derde en vandaag is hij tweede geworden bij het WK turnen in Stuttgart. Het verschil met de Chinees die wereldkampioen werd, was voor mij niet waar te nemen. Noem me één Nederlandse sportman die dat in drie jaar presteert. En  het is geen pijltjeswerpen of klootschieten, maar een van de moeilijkste sporten die er bestaat, waar geen enkele Nederlander hardop van durft te zeggen dat hij dat ook kan. Als ik Yuri van Gelder aan het werk zie, dan krijg ik een diep respect. Dit zou ik nooit gekund hebben, net zo min als 16 miljoen andere Nederlanders. Een unieke prestatie. En dan mag deze jongen niet naar de Olympische Spelen. Waarom niet? Het is bijna niet uit te leggen: omdat de rest van de ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 september 2007 19:50

© Cor Vos

De Ronde van Spanje is nu een week onderweg en de Rabobank-ploeg is heel nadrukkelijk aanwezig. Een verademing na de wanvertoning van vorig jaar toen je de oranje/blauwe truitjes in het droge Spaanse landschap constant achterin zag hangen. Dit jaar gaat de ploeg van Breukink echter voor de hoofdprijzen. Freire wil zo veel mogelijk etappes pakken en Menchov gaat voor de eindoverwinning. Oscarito heeft in de eerste week al drie ritten gewonnen, hij draagt fier de puntentrui en Menchov staat tweede in het klassement, één minuut en zes tikjes verwijderd van leider Efimkin. Vandaag is de tijdrit en daarin wordt het een en ander verwacht van de Rus. Twee jaar geleden reed hij superieur in Spanje, maar er zijn sindsdien te veel teleurstellingen geweest om honderd procent vertrouwen in hem te stellen. Vanavond weten we meer. Sinds de Tour, waarin Rabobank ontdekt heeft dat het een wereldploeg is, rijden de bankmannen veel zelfbewuster lijkt het wel en dat is een goede basis voor succes. Jammer dat de Nederlanders een beetje ondergesneeuwd worden door de prestaties van de buitenlandse kopmannen. Van Rabobank zie je ze wel werken, maar ik hoop toch ook op een persoonlijk succesje. Bijvoorbeeld van Theo Eltink. Eens een grote belofte, maar verworden tot een anonieme knecht. Daar is niets mis mee, maar hij beloofde zo veel, zei iedereen, ik zelf niet uitgezonderd.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 september 2007 10:00

Jean AERTS (1907, overleden 15.06.1992, België)

Deze Belg uit een ver verleden heeft nog altijd een record op zijn naam staan. Hij deelt het met de grote Eddy Merckx en de Zwitser Hans Knecht, want die drie waren zowel wereldkampioen bij de amateurs als bij de beroepsrenners. In 1927 was Aerts wereldkampioen bij de amateurs en acht jaar later in 1935 ook bij de profs. De man uit Brugge was in zijn tijd een hele grote. Die titel bij de amateurs heeft hij geheel aan zich zelf te danken. De titelstrijd werd in die tijd nog verreden in een wedstrijd, waarin zowel de profs als de amateurs van start gingen. België had in 1927 geen amateur geselecteerd, omdat men geen van de Belgische liefhebbers bekwaam achtte om een rol van betekenis te spelen. Ook in Jean Aerts hadden ze geen vertrouwen. Hij was weliswaar Belgisch kampioen, maar hij woonde in die periode in Frankrijk en reed daar bijna al zijn wedstrijden. Aerts nam het niet en de tweevoudige kampioen van België (1926 en 1927) deed zijn beklag. Hij kreeg te horen dat hij alsnog mocht deelnemen, maar wel voor eigen rekening. Zijn reis- en verblijfkosten moest hij zelf betalen. De eigenzinnige Aerts reisde af naar de Nürburgring in de Duitse Eifel en hij kwam als eerste amateur als vijfde over de streep in de door de Italiaan Alfredo Binda gewonnen wedstrijd. Ook in 1935 ging zijn selectie niet van een leien dakje. Hij had een uitstekende Tour gereden, waarin hij niet alleen drie etappes won, maar ook een groot aandeel had in de eindoverwinning van Romain Maes, maar dat was niet goed genoeg voor een WK-selectie. Op het laatste moment kreeg hij toch een plaatsje in de ploeg. De BWB zal er geen spijt van hebben gehad, want ‘De Hoge Piet’, zoals zijn bijnaam luidde, won afgetekend voor de Spanjaard Montero en zijn landgenoot Danneels. Aerts was een elegante renner die in 1931 Parijs-Brussel won en maar liefst 12 etappes in de Tour de France. Hij was, zoals veel renners uit zijn tijd, van vele markten thuis, want in de wintermaanden reed hij zesdaagsen en hij was in de oorlogsjaren ook nog twee keer kampioen van België achter de grote motor. In 1937 kwam hij zwaar te vallen in een koers in Mechelen en hij zweefde dagenlang tussen leven en dood als gevolg van een schedelbasisfractuur. Hij overleefde het en hij heeft nog tot 1944 gereden. Na de oorlog was hij nog enkele jaren assistent van Sylvère Maes, de ploegleider van de Belgische Tourploeg in de jaren vijftig.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 september 2007 0:00

© Otto Beaujon

“Raleigh, opgericht in 1884, was vanaf circa 1900 tot 1967 de grootste fietsenfabriek ter wereld, opmerkelijk lang en soeverein. Raleigh sponsorde eigenlijk maar heel weinig in die periode van tientallen jaren. Het bleef beperkt tot het End-to-End record van Harry Green in 1907 en van Jack Rossiter in 1929 (1387 kilometer non-stop van Land’s End naar St. John O’Groats). Na de tweede wereldoorlog was er natuurlijk Reg Harris, de beroemde Britse wereldkampioen sprint.
Raleigh was een vorstelijk rijwiel. Een Turkse Beij wenste eens een geheel verchroomd exemplaar. Elk boutje, elke spaaknippel, het frame, de zadelveren, alles moest verchroomd zijn. Het werd voor hem gemaakt. Ook stamhoofden in Afrika reden vorstelijk op een Raleigh. Het bedrijf maakte jarenlang het model ‘Superbe’, dat een tegenhanger was van de beroemde Golden Sunbeam. In de brochure van de Superbe stond: gemaakt met uitsluitend de allerbeste materialen en onderdelen. De constructie was zeer kostbaar, want het kader werd gesoldeerd met zilverflux en …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 september 2007 10:00

Wim BRAVENBOER (1946, Nederland)

De erelijst van Jan Janssen is lang en indrukwekkend. Toch ontbrak er lang – tot groot verdriet van Jan – een nationale titel. Tijdens zijn imposante carrière was hij in het Nederlands kampioenschap bij voorbaat kansloos. Als lid van een Franse ploeg was hij als eenling in de nationale titelstrijd niet opgewassen tegen de machtsblokken Televizier en Willem II-Gazelle die hem geen centimeter ruimte gunden. Een hard gelag voor de beste Nederlandse renner uit de jaren zestig. Toch heeft Jan op de valreep nog een Nederlandse titel behaald. Met zijn vereniging De Rotterdamse Leeuw werd hij in 1971 clubkampioen van Nederland. Zijn ploeggenoten waren Evert Dolman, een van zijn drie overgebleven knechten in de door hem gewonnen Tour de France van 1968, Arie Jongejan en … Wim Bravenboer, de man die vandaag zijn 61e verjaardag viert. Bravenboer was als amateur een goede subtopper. Hij won bij de liefhebbers etappes in Olympia’s Tour en in de Ronde van België. Die laatste overwinning was in 1970, het jaar dat hij een profcontract kreeg aangeboden bij de Mars-Flandria ploeg. Een formatie met maar liefst 38 beroepsrenners, waaronder zeven Nederlanders. Behalve Bravenboer waren dat Eddy Beugels, Eef Dolman, Harry van Leeuwen, Tino Tabak, Bart Zoet en Joop Zoetemelk. Bravenboer en Zoetemelk debuteerden dat jaar allebei bij de profs, maar daar houdt iedere vergelijking op. Zoetemelk werd de beste Nederlandse renner aller tijden met honderden overwinningen op zijn naam en Wim Bravenboer bleef steken op één zege in de Ronde van Kortenhoef in 1971. En natuurlijk dat Nederlands clubkampioenschap in Dronten. Hoe zou het Wim Bravenboer verder in het leven zijn vergaan? (Foto: v.l.n.r. Janssen, Bravenboer en Dolman)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 september 2007 0:00

SPRINT INTERNATIONAL
 

Auteur(s) onbekend

“Vorige week beschreef ik een tijdschrift in boekvorm. Een Franse uitgave uit 1983 over de 50 beste wielrenners uit de wielergeschiedenis. Volgens de Fransen dan. Hier een ander exemplaar uit die reeks. Deze is uit 1985, want het behandelt de geschiedenis van de zesdaagse in Frankrijk, vanaf 1913 tot en met 1984. Iedere zesdaagse die in die periode in Frankrijk is verreden, staat er in met opvallend veel interessante informatie. Van iedere gehouden SIX staat er een kort verslag van de wedstrijd, plus het complete deelnemersveld. Tenslotte nog de einduitslag en de namen van de uitvallers met de reden waarom ze voortijdig het strijdperk hebben verlaten. Die zesdaagsen zijn over heel Frankrijk verreden en de steden waar ze meerdere keren zijn georganiseerd zijn: Parijs, Grenoble, Bordeaux, Lyon, Marseille, Saint Etienne, Nice, Lille en Toulouse. Ook heeft Frankrijk tal van goede zesdaagserenners gehad en de namen van de bekendste zijn: Lucien Petit-Breton (de Tourwinnaar van 1907, en ’08), Guy Lapébie, Emile Carrara, …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 september 2007 10:00

Gianbattista BARONCHELLI (1953, Italië)

Vorig jaar was ik beroepshalve op een congres en daar was Hans Prakke dagvoorzitter. Als zodanig was het zijn taak om de sprekers een voor een aan te kondigen met een korte inleiding. Een van die sprekers droeg een welluidende naam van Italiaanse origine en Hans hield een korte maar prachtige verhandeling over de schoonheid van het Italiaans. De mooiste Italiaanse naam die hij kende was die van Gianbattista Baronchelli en hij sprak die naam uit als was het een virtuoze ingeving van Mozart. Als je zo heet dan heb je bij je geboorte al een streepje voor, lijkt me, zeker als je een beroep kiest met internationaal aanzien. Gianbattista is het Italiaanse equivalent van het Franse Jean-Baptiste en in het Nederlands betekent het zoiets als de gedoopte Jan. Deze lange inleiding is een beetje een afleidingsmanoeuvre, omdat ik niet zo veel bijzonders over Gibi Baronchelli weet te vermelden. Ook in mijn nasla(g)werken kom ik niet zo veel over hem tegen. Hij was tussen 1974 en 1986 beroepsrenner en hij won drie klassiekers, te weten twee keer de Ronde van Lombardije en een keer de Henninger Turm. Verder won hij de Ronde van Romandië en nog een hele reeks kleinere koersen. 134 in totaal. Dat is niet misselijk en hij was dan ook een talentvol renner, die het echter vaak aan koersinzicht ontbrak. Hij reed daarom op beslissende momenten vaak waar hij op dat moment niet moest rijden en hij begaf zich nog al eens in zinloze ontsnappingen die niets opleverden. Hij startte twee keer in de Tour en een keer in de Vuelta en hij reed ze alle drie niet uit. Wel won hij in 1985 een etappe in de Vuelta. Maar liefst twaalf keer startte hij in de Ronde van Italië. Hij won totaal vijf etappes en hij eindigde tien keer bij de eerste tien, waarvan twee keer als tweede. Dat was in 1974 achter Eddy Merckx en in 1978 achter Johan De Muynck. In 1977 stond hij eveneens op het erepodium in Milaan. Nu als derde achter Michel Pollentier en Francesco Moser. In 1980 was hij bij het WK de enige die een ontketende Bernard Hinault enigszins kon bijhouden. Als ik die namen zo zie, dan was Gibi altijd in goed gezelschap. Hij moet dus echt wel een goede renner zijn geweest, maar zijn mooiste wapenfeit heeft hij cadeau gekregen. Die naam. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 september 2007 0:00

© Henk Theuns

“Deze prachtige regenboogtrui heb ik van Theo Bos gekregen. Gesigneerd en wel. Ik heb Theo de afgelopen weken enkele malen aan het werk gezien in de criteriums. Dat is even wennen, want wie aan Theo denkt, denkt aan wielerbanen. Kleine, snelle houten baantjes waar hij met gruwelijk hoge snelheden bezig is zijn marktwaarde als wereldkampioen sprint te verzilveren. Dat is heel wat anders dan dat rondtollen in de rondjes rond de kerk. Hij zal er wel een doel mee hebben. Waarschijnlijk spookt er ieder rondje maar één woord in zijn hoofd. BEIJING!!! De stad, die wij ouderen van de aardrijkskundeles nog kennen als Peking. In deze gigantische metropool met 15 miljoen inwoners vinden volgend jaar de Olympische Spelen plaats en daar moet het voor Theo gebeuren. Hij is topfavoriet op de sprint, maar ook op andere onderdelen, zoals de kilometer tijdrit en keirin, gaat hij ongetwijfeld voor goud. Het is denk ik …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 september 2007 10:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 Volgende »