Pierino BAFFI (1930, overleden 27.03.1985, Italië)

Een heel goede coureur die in de jaren vijftig en zestig twaalf jaar in het profpeloton reed. Hij was een snelle man die in de drie grote ronden totaal dertien etappes op zijn naam bracht. Vijf in de Tour de France, vier in de Ronde van Italië en vier in die van Spanje. In 1958 won hij in één jaar ritten in alle drie de grote ronden. Drie in de Tour, één in de Giro en twee in de Vuelta. Hij evenaarde daarmee het record van de Spanjaard Miguel Poblet die twee jaar eerder hetzelfde gepresteerd had door in de drie grote ronden in elk minstens een etappe te winnen. Poblet won in 1956 één etappe in de Tour, vier in de Giro en drie in de Vuelta. Het is een record dat niet gebroken kan worden, maar alleen geëvenaard. Dat gebeurde pas in 2003 toen Alessandro Petacchi vier keer een Touretappe won, zes keer een rit in de Giro en vijf keer in de Vuelta. Poblet, Baffi en Petacchi, drie mannen die deze prestaties leverden dankzij hun snelheid. Maar ook qua inhoud stonden (staan) ze hun mannetje, want de drie grote ronden in één seizoen rijden is niet misselijk. Baffi reed in zijn carrière elf keer de Giro, zes`keer de Tour en twee keer de Vuelta en hij reed ze op één na allemaal uit. Weliswaar nooit met een toptien klassering in het algemeen klassement, maar voor een 16e plaats in de Ronde van Italië van 1956 hoeft hij zich niet te schamen. Maar dat doen sprinters ook niet. In zijn tijd was Pierino allerminst een beschermd renner, zoals Petacchi dat nu wel is. Tijdens een rit die Petacchi zou kunnen winnen, hoeft hij geen trap te veel te doen. Hij wordt de hele dag uit de wind gehouden tot de laatste kilometers aanbreken. Bij Baffi was dat heel anders. Die moest de hele dag zijn kopman uit de wind houden en water halen. En als hij er dan op het laatst nog bij zat dan kon hij meesprinten. Hij moet een sterke vent zijn geweest want zijn erelijst mag gezien worden. Hij is daarin wel overtroffen door zijn zoon Adriano Baffi, die prof werd in het jaar dat Pierino op 54-jarige leeftijd stierf.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 15 september 2007 0:00

Tom VEELERS (1984, Nederland)

 Deze renner uit Ootmarsum beleefde vorig jaar een fantastisch seizoen. In mei 2006 zegevierde hij op indrukwekkende wijze in Olympia’s Tour met maar liefst drie etappeoverwinningen. In diezelfde maand won hij ook de klassieker Parijs-Roubaix voor beloften en zijn seizoen kon niet meer stuk. Dit was voor Rabobank aanleiding om hem tot en met 2008 vast te leggen, met de bedoeling om hem te laten doorstromen naar het ProTeam. De bank stelde wel als voorwaarde dat hij volledig moest herstellen van een zware maagoperatie die hij eind vorig jaar heeft ondergaan. De operatie is succesvol verlopen, maar om de een of andere reden heeft Tom dit jaar de supervorm van vorig jaar niet meer teruggevonden. Het bleef bij twee overwinningen in kleine koersen, waarvan één in de proloog van een rittenkoersje in Frankrijk. Dit is de reden waarom de plannen, die de leiding van de Rabo Wielerploegen met hem had, niet door zijn gegaan. Inmiddels heeft Tom bij Skil Shimano getekend en het is te hopen dat hij in 2008 weer geheel terugkomt op het niveau van 2006. Tom is een grote sterke knaap die enorm hard kan fietsen en ook in staat is een massasprint te winnen. Ik ben heel benieuwd hoe het verder met hem gaat. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 14 september 2007 0:00

BERTUOLA, Alessandro (1979, Italië)
BURTON, Jeremy (1984, België)
FERNANDEZ DE LARREA, Koldo (1981, Spanje)
GRETENER, Max (1941, Zwitserland)
HAUEISEN, Dennis (1978, Duitsland)
MILLAR, Robert (1958, Groot Brittannië)
NILSSON, Sven-Ake (1951, Zweden)
STALDER, Florian (1982, Zwitserland)
VEENENDAAL, Frank van (1967, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 13 september 2007 0:00

© Henk Theuns

“De rol van patatboer Farm Frites in het wielerpeloton is kort geweest. Ze begonnen als co-sponsor van TVM, de formatie die in de schaduw van Rabobank jarenlang mooie successen behaalde. De Tour van 1998 zorgde voor een stevige barst in het blazoen van de ploeg van Cees Priem. Toen TVM zich terugtrok werd Farm Frites hoofdsponsor. De ploeg met manager Jacques Hanegraaf en ploegleider Teun van Vliet heeft maar kort bestaan, waarna Farm Frites zich terugtrok in het vrouwenpeloton met een sterke ploeg rond Leontien van Moorsel. In haar laatste jaren als actief wielrenster behaalde de Rotterdamse Brabantse nog vele successen. In die ploeg zat ook Arenda Grimberg, een goede subtopper en een leuke meid. Van haar kreeg ik dit …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 september 2007 10:00

Gerrit van de RUIT (1911, overleden 30.07.1981, Nederland)

Tussen 1932 en 1939 was Gerrit van de Ruit een sterke Nederlandse wegrenner. Hij kwam uit het Rotterdamse en was dus geen familie van de Amsterdamse tak met Leen, Rob en Frans van de Ruit. Hoewel hij in 1933 kampioen van Nederland was bij de onafhankelijken, beperkte zijn carrière zich vrijwel tot het rijden van rondjes rond de kerk in Nederland en de kermiskoersen in België. Een enkele keer kon hij starten in het grote werk en dat hij best wel wat in zijn mars had, bewijst zijn 13e plaats in de Ronde van Spanje van 1935. Ik denk dat hij geen eindsprint in huis had, want in die Vuelta eindigde hij maar liefst zeven keer bij de eerste tien. 1937 was zijn meest succesvolle jaar, want toen was hij zeven maal winnaar van criteriums. Daaronder ook de Acht van Chaam. In datzelfde jaar werd hij uitverkoren om ons land te vertegenwoordigen in de Tour de France. De belangrijkste tegenstander van de Nederlandse renners was destijds het materiaal. Ze werden op pad gestuurd met de goedkoopste rotzooi en zes lekke banden op één dag was geen uitzondering. Van de Ruit had het na vijf etappes al bekeken. Hier was niets te verdienen. Ondanks het feit dat hij die dag nog een 11e plaats behaalde in de etappe, besloot hij die avond om samen met zijn ploeggenoten Middelkamp en Braspennincx de volgende dag niet meer van start te gaan. Van de Ruit is mij vooral bijgebleven door een passage in het boek ‘Mysterieuze krachten in de sport’ van Joris van de Bergh. In de Ronde van Eindhoven in 1937 ging Van de Ruit er alleen vandoor en hij bouwde solo een mooie voorsprong op. De Rotterdammer gaf alles en hij meende al op een afgetekende overwinning af te gaan. Terwijl hij alles zat te geven kwam er ineens een renner langszij die met de handjes op het stuur een gezellig gesprekje begon. Dat was Gerrit Schulte en volgens Van de Bergh was dat pure intimidatie van de Amsterdamse Bosschenaar en dat kon Van de Ruit tussen zijn oren niet verwerken. Toen hij in 1939 gedesillussioneerd zijn carrière beëindigde, zei hij tegen Van de Bergh: ‘het is dat met Schulte geweest.’ Hij was die schok uit 1937 nooit te boven gekomen. Een mooi verhaal, maar ik denk dat Joris van de Bergh bij het schrijven niet alleen zijn vulpen gebruikte maar ook af en toen zijn duim. (archief Wim van Eyle)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 september 2007 0:00

 
© Peter Ravensbergen

“CERA is een onvervalst Zeeuws huismerk en ingewijden weten dat die merknaam eigendom is van CEes RAas uit s’Heerenhoek. Cees Raas is de zwager van Jan Raas en Cees gaf in 1968 zijn toen bijna 16-jarige zwagertje het advies om met voetballen te stoppen en te gaan wielrennen. Twee jaar later won Jan zijn eerste amateurkoers in Monster.
Met de successen van Jan kwamen de CERA fietsen ook in de belangstelling en het mes sneed aldus aan twee kanten. Cees begeleidde Jan zo veel mogelijk in die eerste jaren bij het koersen, maar hij hoefde hem niet veel te leren. Jan was een natuurtalent. Deze fiets stamt uit die periode. Later toen Jan bij Jan van Erp ging rijden werd de invloed van zijn zwager minder, maar de twee schoonbroers zijn altijd heel goed en nauwverbonden met elkaar gebleven. Cees bouwde tot enkele jaren geleden zijn CERA-fietsen en hij geniet nu in ’s Heerenhoek van veel vrije tijd, waarin de fiets nog steeds een prominente rol speelt.
In 1974 werd Jan beroepsrenner en zijn periode bij TI-Raleigh is een van de mooiste van de Nederlandse wielersport geweest. Jan kon alles, vooral als hij zich goed kwaad maakte. En het lukte Peter Post en Tourorganisator Felix Lévitan regelmatig hem goed kwaad te ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 september 2007 10:00

Matthew GILMORE (1972, België)

Zijn vader kwam in de jaren zestig vanuit Australië naar België. Destijds een ideale stek voor een baanrenner, want Graeme Gilmore was een echte baner. De meeste Aussies keren na hun wielerloopbaan naar hun geboorte- land terug, maar Graeme bleef in België hangen, trouwde met een zus van óf Tom Simpson óf Helen Simpson, want in alle (korte) levensbeschrijvin- gen van Matthew is te lezen dat hij een neef is van de zo tragisch overleden Britse vedette uit de jaren zestig. Tom en Helen woonden ook in België en ik denk dat die Engelstalige renners, die destijds in België woonden, veelvuldig elkaars gezelschap zochten. Matthew Gilmore werd als Australiër geboren, maar hij liet zich tot Belg naturaliseren en hij trad in de voetsporen van zijn vader. Hij reed op de weg, maar hij verdiende zijn brood vooral op de baan. In 1998 was hij wereldkampioen ploegkoers samen met Etienne De Wilde. In die discipline was hij drie keer Europees kampioen. Ook was hij twee maal de sterkste van Europa achter de derny. Zijn grootste successen behaalde Matthew in de zesdaagsen. Hij won er vijftien en dat is een mooi aantal. Hij vormde jarenlang een succesvolle combinatie met Etienne De Wilde en de laatste jaren was Iljo Keisse vaak zijn vaste maat. Als ik aan Gilmore denk, dan schieten gelijk zijn zware valpartijen in mijn gedachten. Chutes die hem heel lang hebben uitgeschakeld. In 2005 maakte hij in de Zesdaagse van Bremen een zware val, waarbij hij zijn rugwervel brak. Toen hij daar net van bekomen was, knalde hij in een kermiskoers in Ninove op een paaltje en daarbij brak hij zijn dijbeen en knieschijf. Hij kwam weer terug, maar dit jaar zette hij toch een punt achter zijn mooie carrière. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 11 september 2007 0:00

“In 1977 viel 10 september op een zaterdag, de dag dat in het Franse Chateaulin Francesco Moser het 49e Criterium der Azen won voor de Belgen Herman Vanspringel en Ronald De Witte. De Nederlandse Azen Gerrie Knetemann en Bert Pronk werden respectievelijk zesde en elfde. En zoals zovele illustere koersen staat ook het Criterium der Azen al jaren niet meer op de kalender. In 1990 was Gilbert Duclos-Lasalle de winnaar van de 62e en laatste editie. Namens Nederland staan Peter Post (1964), Gerben Karstens (1966 en 1973) en Joop Zoetemelk (1979 en 1980) op de erelijst. Ook Rik Van Steenbergen (5x), Louison Bobet (4x), Hugo Koblet, Jacques Anquetil (4x), Rik Van Looy, Eddy Merckx (3x), Raymond Poulidor, Freddy Maertens, Roger De Vlaeminck, Bernard Hinault, Greg LeMond en Sean Kelly (3x) waren ooit Aas der Azen. Hennie Kuiper was die dag niet in Frankrijk, want hij won in het Duitse Mainz een criterium.

In dat zelfde weekend waren er twee Belgische etappe-overwinningen te noteren in de Ronde van Catalonië. Eddy Van Haerens en Freddy Maertens wonnen ritten in en rond Barcelona. Daags erna zou Joop Zoetemelk nog een tijdrit over 38 kilometer winnen. Dat was niet voldoende voor Joop om de eindzege te pakken want een paar dagen later zou Freddy Maertens de Catalaanse rondrit op zijn naam schrijven. Bovendien won ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 september 2007 10:00

Piet van der LANS (1940, Nederland)

Sassenheim, een dorp in de Bollenstreek, heeft diverse goede renners voortgebracht. Arie van Houwelingen – wereldkampioen bij de amateurstayers in 1959 – en Bart Zoet – Olympisch goud in 1964 – zijn de bekendste voorbeelden. Een andere sterke renner, die weliswaar niet in Sassenheim werd geboren maar er wel opgroeide, is Arend van ’t Hof. En in dat rijtje hoort natuurlijk ook Piet van der Lans thuis. Een zeer succesvol amateur die in die categorie 52 overwinningen op zijn naam schreef, waaronder twee Nederlandse titels. In 1958 werd hij kampioen van Nederland op de 50 kilometer zonder gangmaking en een jaar later was hij de beste amateurachtervolger van Nederland door in de finale te winnen van de Hagenaar Ab van Egmond. In 1964 werd Piet beroepsrenner. Hij was geen type voor de Tour de France en andere grote rittenkoersen en zo werd hij een prof die het moest hebben van criteriums en baanwedstrijden. Overal waar hij een startbewijsje kon regelen was hij present. Hij reed 24 zesdaagsen met wisselende partners, maar wist er niet een te winnen. Wel won hij diverse stayerwedstrijden, maar nimmer een kampioenstrui. Hij was er drie keer wel dicht bij met tweede plaatsen in 1965, ’66 en ’68 achter respectievelijk Jaap Oudkerk, Jan Legrand en Piet de Wit. In het WK van 1966 was hij met een 5e plaats de beste Nederlander. In 1970 werd hij nog een keer derde en een jaar later stopte hij er mee. Piet ging in zaken en hij is nu eigenaar van een mooie sportzaak in Scheveningen, gespecialiseerd in wintersportartikelen. (Foto: archief Wim van Eyle)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 september 2007 0:00

In het begin van de jaren vijftig was er plots een hardloopster die iedereen er uit liep, inclusief de in die tijd heilige Fanny Blankers-Koen. Ze heette Foekje Dillema en ze kwam uit Friesland. Ik zag haar ooit aan het werk op de Olympische Dag in het Amsterdamse stadion. Ze had een knalgeel broekje aan en ze versloeg de ouder wordende Fanny. De kranten waren opgetogen, want we hadden weer een atlete van wereldklasse. Na een aantal opzienbarende prestaties verdween ze echter uit het nieuws om er nooit meer in terug te keren. Er werd gefluisterd dat Foekje eigenlijk Foeke heette en dus een man was. Nooit meer iets van haar of hem gehoord tot Wilfried de Jong haar in de jaren negentig uit de anonimiteit opdiepte. Er kwamen wat feiten van toen naar buiten en het bleek dat de Friezin groot onrecht was aangedaan. Ze was wel degelijk een vrouw, maar eentje met een fors ontwikkelde clitoris, waarvan je met een flink vergrootglas en de nodige vooroordelen een heel klein pikkie kon maken. Het heeft de arme vrouw destijds geknakt, maar van eerherstel kan geen sprake zijn, omdat het van haar zelf niet meer hoeft en de daders van deze karaktermoord allang op het kerkhof liggen.
Nu is er in de wielrennerij ook zo’n geval. In deze tijd nog wel. Een renster die ontiegelijk hard kan fietsen. Ze heet Nathalie van Gogh en als een echte drager van die naam heeft ze ook …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 september 2007 20:58

« Vorige 1 2 3 4 5 6 Volgende »