Jan ADRIAENSENS (1932, België)

Hoewel het tot 1969 duurde vooraleer een Belg na de tweede wereldoorlog de Tour de France won, hadden onze zuiderburen tal van renners die er steeds dichtbij zaten. In die periode eindigde 42 keer een Belg bij de eerste tien in het algemeen klassement en tien keer daarvan stond er een als tweede of derde op het erepodium. Dat waren Briek Schotte, Stan Ockers (2 keer), Jean Brankart, Marcel Janssens, Jef Planckaert, Herman Vanspringel, Ferdinand Bracke en onze jarige van vandaag Jan Adriaensens. Ook deze in Willebroek geboren coureur presteerde dat twee keer. In 1956 was hij derde achter de Fransen Roger Walkowiak en Gilbert Bauvin en in 1960 wederom als derde achter de Italianen Gastone Nencini en Graziano Battistini. Adriaensens werd in 1958 ook nog een keer vierde. Dat was de Tour die door Charly Gaul werd gewonnen. De Luxemburger legde de basis voor die overwinning in de legendarische rit van Briançon naar Aix-les-Bains. Het was die dag noodweer en dan was Gaul op zijn best. Het kon hem niet slecht genoeg zijn en bij ijskoude regen, hagel, bliksem en donder veranderde het bloed in zijn …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 juni 2007 0:00

© Peter Ravensbergen

“De naam klinkt Italiaans, maar heeft als je het goed beschouwt ontegenzeggelijk ook een zigeunerinslag. Zigeuners hadden de beschikking over een eigen stalen ros, de Tinker een sterk behendig paardje dat daarom ook wel bekend stond als ‘Romany Horse’. Deze Romany is echter een van de vele huismerken die ons land rijk is en wereldberoemd in de regio van West-Brabant. De rijwielzaak van Ad van Overveld ligt aan de Lieve Vrouwenstraat in Zegge. Dit dorpje ligt zegge en schrijve slechts luttele kilometers ten Noord-Oosten van Roosendaal. Mijn kennis is niet toereikend om zo maar een aantal aansprekende renners op te sommen die op een Romany rijden of gereden hebben. Slechts één naam schiet me te binnen, maar dat is dan ook een wereldkampioen die al zijn opponenten aan de zeg(g)e kar bond. De duatleet Huub Maas was gezegend met een grote dosis talent en zijn wereldtitel behaalde hij in 2002 in het …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 juni 2007 10:00

René POTTIER (1879, overleden 25.01.1907, Frankrijk)

‘Nog tien jaar zal de heerschappij van René Pottier blijven’, schreef Henri Desgrange in de organiserende krant l’Auto, nadat René Pottier op een Merckx-achtige wijze de Tour de France van 1906 had gewonnen. Pottier was de eerste echte klimmer die de Tour heeft gekend, want in 1905 beklom hij de Ballon d’Alsace met een gemiddelde van iets minder dan 20 kilometer per uur. Hij presteerde het als enige om geheel fietsend boven te komen, terwijl zijn voornaamste tegenstanders minimaal af en toe een voet aan de grond moesten zetten om geen slagzij te maken. Het was de eerste keer dat de renners in de Tour een berg moesten bedwingen en het was een succes. In 1906 had Desgrange er nog een paar colletjes bijgedaan en Pottier bleek van een zeldzame klasse. Hij won vijf van de dertien ritten en zijn bijnaam lag voor de hand: Le Roi René. Later zou René Vietto in de jaren dertig ook zo worden genoemd, maar Pottier was de eerste. De bewondering voor de slagerszoon uit Moret-sur-Loing kende in het Frankrijk van toen geen grenzen en het idool besloot nog datzelfde …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 juni 2007 0:00

“In de Dauphiné Libéré reden de renners op 4 juni 1978 van Allevard naar Les Bains Gap. De Fransman Jean-Pierre Danguillaume (foto © Cor Vos), ik had een zwak voor hem maar weet niet meer of dat door zijn prestaties of door zijn mooie achternaam kwam, won met een solo en had 1 minuut 26 voorsprong op het peloton met daarin Lubberding (12e), leider Pollentier (15e), Zoetemelk (18e) en Kuiper (22e). Lucien Van Impe had zijn dag niet en kwam pas na ruim 20 minuten binnen. Bernard Thevenet stortte na 30 kilometer volledig in en moest opgeven. Met nog één dag koers voor de boeg leidde Michel Pollentier de dans voor Mariano Martinez en Francisco Galdos, gevolgd door het Mercier trio Nilsson, Zoetemelk en Seznec.

In 1978 viel de 4e juni op een zondag en in het Limburgse Stein won Toon van der Steen, een van de sterkste amateurs uit die tijd, de Ronde van Limburg. Na 188 zware kilometers had de renner uit Etten-Leur 28 seconden voorsprong op zijn streekgenoten Jac van Meer uit Wouw en Jac Verbrugge uit Breda. Een compleet Brabants podium dus. Tel daarbij op de vijfde stek van Henk Mutsaars uit Schijndel, de zevende van Bert Oosterbosch uit Eindhoven, de negende van Jan Jonkers uit Oud-Gastel en de tiende plaats van Theo Verheezen uit Bergen op Zoom en je ontkomt niet aan de conclusie dat Neerlands wielertoekomst toen ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 juni 2007 10:00

Seamus ELLIOTT (1934, overleden 04.05.1971, Ierland)

Veel mensen denken dat het Ierse wielrennen maar twee internationale toppers heeft gehad in de personen Stephen Roche en Sean Kelly. Dat is op zich wel juist, want Seamus Elliott was niet echt een topper. Een subtopper was hij wel en zijn erelijst mag gezien worden, hoewel hij ver bij zijn bovengenoemde landgenoten achterbleef. Ik denk wel dat de prestaties van Shay Elliott in het begin van de jaren zestig het wielrennen in Ierland een geweldige popularitetsimpuls hebben gegeven. Zeker het feit dat hij in 1963 als eerste Ier de gele trui droeg. Dat zal de nodige indruk hebben gemaakt op de vijfjarige Stephen in Dublin en de achtjarige Sean in Garrick-on-Suir. Het was de beroemde vooroorlogse wielerheld Francis Pélissier die de jonge Shay adviseerde om als amateur in Frankrijk te gaan wonen en daar zo veel mogelijk wedstrijden te rijden. Hij werd lid van een Franse wielervereniging en in 1958 won hij de rit over de Galibier in de Route de France, de voorganger van de Tour de l’Avenir. Zijn naam werd opgemerkt en hij kreeg een contract in de ploeg van Jacques Anquetil. In die ploeg was hij een gewaardeerde knecht, die op gezette tijden zijn eigen gang mocht gaan. Zo won hij etappes in de ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 juni 2007 0:00

© Hans Middelveld

Vandaag eens een uitstapje naar een andere baan dan die van het Olympisch Stadion in Amsterdam. De wielerbaan in het Butts Stadium in het Britse Coventry is zo’n typisch Engels baantje met een oppervlak van asfalt en ruime platte bochten. De lengte van de baan is 350 meter en hij ligt in het uit 1879 daterende gemeentelijke sportpark. Het grasveld in het midden werd – of wordt nog steeds – gebruikt door de Coventry Rugby Club. De baan is jarenlang niet door wielrenners bereden en daarom is in de loop der tijd het asfalt op meerdere plaatsen gebarsten en overwoekerd met gras en onkruid. In de jaren negentig is de baan herontdekt en er schijnen nu weer wedstrijden op te worden gehouden. Misschien door de leden van de Coventry Cycling Club die ergens in de eerste helft van de jaren vijftig dit programma hebben georganiseerd. De datum was 4 april en dat was paaszaterdag. Het jaar staat er niet bij, maar het moet ergens tussen 1953 en 1956 zijn geweest, want toen was de Amsterdammer Piet van Heusden in de wielersport actief. Hij werd in 1952 wereldkampioen achtervolging bij de amateurs en hij heeft in de jaren daarna diverse …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 juni 2007 10:00

BERZIN, Evgeni (1970, Rusland)

Ik ben eens met mijn vrouw op vakantie geweest in Joegoslavië, toen nog een van de satellieten van de communistische heilstaat. Met een splinternieuwe caravan en een vijf maanden oude auto ging er in dat qua natuur prachtige land van alles kapot en het was niet mogelijk het ter plaatse te laten repareren. Ook de tegenstellingen op de camping waren schrijnend. Aan de ene kant patserige Duitsers met kapitale campers en indrukwekkende motorboten tegenover een Tsjechisch echtpaar dat drie keer per dag een schoteltje aardappelen at en verder op een oude handdoek voor hun stokoude caravan lagen, want de zon is gratis en voor iedereen. We hebben het er tien dagen volgehouden en zijn toen net over de Italiaanse grens neergestreken op een camping aan de Golf van Triëst. We kwamen van de hel in de hemel. Auto en caravan waren in een wip gerepareerd, er was van alles in overvloed en het leven was zoals het op vakantie moet zijn: volop zon en dolce far niente. Ik heb me een paar jaar later na de val van het ijzeren gordijn vaak afgevraagd hoe renners uit het Oostblok zich zouden voelen in het rijke westen, waar ze in dienst werden genomen door kapitaalkrachtige wielerploegen. Hoe ga je als betrekkelijke armoedzaaier met die plotselinge rijkdom om? Nu jaren later weten we dat de een er gevoelig voor is en de ander niet. Evgeni Berzin afkomstig uit Vyborg kon er minder goed mee omgaan dan zijn stadgenoot Viatcheslav Ekimov. Vyborg is een stad vlakbij de Finse grens waar ze bij wijze van spreken de welvaart van de Scandinavische landen konden ruiken. Twee geweldige wielertalenten op de baan gevormd in het genadeloze Sowjet sportsyteem. Ekimov had geen enkele moeite zich aan de Westerse welvaart aan te passen, maar Berzin raakte na enkele jaren de discipline kwijt die er in zijn jeugd was ingehamerd. Hij won in zijn tweede profjaar 1994 de Ronde van Italië, Luik-Bastenaken-Luik, de Ronde van de Appenijnen en het kampioenschap van Rusland. Hij was in één klap een vedette, maar hij had niet de benen om de weelde te dragen, die hem plots deelachtig werd. Na dat topjaar daalde zijn ster net zo snel als die aan het firmament was verschenen. Hij verdween nog voor zijn dertigste geruisloos van het toneel. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 juni 2007 0:00

Soms denk ik even aan Marco Pantani. Niet te vaak natuurlijk, maar met mate. Ten tijde van de Giro d’Italia bijvoorbeeld.
Als ik aan Marco Pantani denk, zie ik hem in slow motion een berg beklimmen. De aders op het kale hoofd kloppen in het zonlicht, zijn ogen die uitsluitend de top zien, de ietwat uitstekende onderkaak waarin zweetdruppeltjes sijpelen. Het Carrera-shirt. Nooit dat van Mercatone Uno, altijd Carrera. Het is een beeld dat zich postuum op mijn netvlies moet hebben geschroeid, want bij leven en welzijn zag ik altijd alles van de kleine man met de flaporen, het Olifantje dat ondanks het rechtzetten van die oren voor altijd het Olifantje bleef.
Na een door zijn fysieke evenbeeld Leonardo Piepoli gewonnen Girorit zocht ik tussen de almaar groeiende stapels van Dingen Die Absoluut Nog Niet Weg Mogen naar de Gazzetta dello Sport van 3 augustus 1998. Op 2 augustus 1998 won de Piraat de Tour de France.

Op de immer door het calcio gedomineerde voorpagina van de roze krant staat in grote witte letters Marc de Triomphe; een zeldzaam slechte maar toepasselijke woordspeling. Daaronder een levensgrote foto van de perfect gecoiffeerde Felice Gimondi die de hand van zijn kale opvolger omhoog houdt. Wat me nu, bijna negen jaar later, voor het eerst opvalt: de lichtblauwe stippen op de stropdas van Gimondi. Het lijken dauwdruppels.
Voor ik het voorblad omsla, valt mijn oog op de advertentie rechtsonder. Het is een reclame voor een ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 juni 2007 10:00

Roberto VISENTINI (1957, Italië)

Wat hebben Anita Witzier, Kees van der Wereld, Fons De Wolf en Roberto Visentini gemeen? Ze zijn alle vier nog springlevend, maar toch hebben of hadden ze een sterke relatie met de dood. Anita, Kees en Roberto zijn namelijk kinderen van begrafenis- ondernemers en Fons is er tegenwoordig één. Anita zocht het in de liefde en de andere drie in het cyclisme. Bij Roberto Visentini heeft het beroep van zijn vader hem altijd achtervolgd, omdat senior schathemeltjerijk van zijn sombere beroep is geworden en de noodzaak om profwielrenner te worden helemaal niet bestond voor junior. Desondanks werd hij het, omdat hij in de jeugdrangen vrijwel onklopbaar was. In 1975 werd hij wereldkampioen bij de junioren. Ook in zijn amateurtijd snelde hij van overwinning naar overwinning. Een goede basis om het bij de profs te gaan proberen en als het niet lukte dan kon hij altijd nog terugvallen op het vullen van graftombes. De elegante Italiaan was een goede klimmer en een fantastische jachtrijder. Het duurde even voordat hij zich bij de profs had aangepast, maar in 1983 won hij de Tirreno Adriatico en verloor hij met seconden de Ronde van Italië aan zijn landgenoot Giuseppe Saronni. In 1986 …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 juni 2007 0:00

© Otto Beaujon

“Main d’Or of in goed Vlaams Gouden Hand was de naam van de fietsenmakerij van Jules Versaevel in de Gouden Handstraat no. 18 in Brugge. Vermoedelijk was de straat er het eerst. Omstreeks 1935, in elk geval voor de Tweede Wereldoorlog, werd het merk Main d’Or overgenomen door Kessels in Oostende. In 1982, zegt mijn kaartsysteem, was ik bij Kessels, en die zei toen: als je in Brugge gaat kijken, kun je nog altijd ‘Rywielen Main d’Or’ op de zijgevel zien staan. En dat bleek ook zo te zijn. Kessels was ook een goede fietsenmaker, naar Belgisch recept: fietsen voor de plaatselijke markt. De Belgische kust is maar 60 km lang en fietsenmakers van Knokke tot De Panne wisten Kessels te vinden als ze een kwalitatief goede fiets zochten. Er waren ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 juni 2007 10:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende »