Hoewel ik met mijn oproepen op de slogblog tot nu weinig succesvol ben geweest, probeer ik het vandaag weer eens. Als ik met Bogy, mijn golden retreiver in het bos wandel, kom ik Max wel eens tegen met zijn vrouwtje. Omdat ik in de omgeving bekend sta als de wielergek, vroeg ze me onlangs of ik wel eens van Charles Pistorius had gehoord. Dat was haar al lang overleden oom, die volgens haar heel lang geleden kampioen van Nederland is geweest. Op dewielersite.net vond ik hem zonder verdere bijzonderheden, maar wel met zijn geboortedatum (11.10.1913) en zijn overlijdensdatum (18.05.1959). En dit fotootje dat ik voor deze gelegenheid even van de collega’s van dewielersite.netleen. Daarom mijn oproep: wie weet iets meer van Charles Pistorius een renner uit een ver verleden die maar 46 jaar werd.

Gisteravond was ik op een verjaardagsfeestje van een oude vriend en daar waren ook Ans en Puck van der Kuil, die we ook al vele jaren kennen. Ans vertelde verre familie te zijn van Klaas Sliphorst en dat is een naam die bij mij geen belletje deed rinkelen. Zijn naam kwam ik wel tegen in het boek Een eeuw Nederlandse wielersport van Wim van Eyle. Hij staat achterin het boek in de lijst met namen van coureurs aan wie Wim graag aandacht had besteed als hij van de uitgever meer ruimte had gekregen. Daarom ook een oproep: wie is of was Klaas Sliphorst? Wat heeft hij gepresteerd?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 juni 2007 12:00

© Hans Middelveld

Veel van de affiches van Hans vermelden geen volledige datum, want vaak staat het jaartal er niet bij. Bij dit affiche is het extra moeilijk om het juiste jaartal te achterhalen omdat er weinig rennersnamen op staan. Alleen bij de aankondiging van het Nederlands kampioenschap achter grote motoren over één uur staan er een aantal namen van de deelnemers. Daaruit kan ik afleiden dat het óf 1965 óf 1966 moet zijn geweest, want in dat eerste jaar was de uitslag 1. Oudkerk 2. Van der Lans en 3. Le Grand. Het jaar daarna was de volgorde precies andersom en werd Jan Le Grand, de latere mecanicien van de beroemde Raleigh-ploeg, in de kampioenstrui gehesen. Ik hou het op 1965, het jaar dat op 5 augustus Jan Jansen (met één s) nationaal kampioen werd bij de amateursprinters voor Chris Kipping en Charles Ruikers. Een week later werd Jopie Captein kampioen bij de profsprinters. Daarmee werd de lange reeks van kampioenschappen door óf Arie van Vliet óf Jan Derksen ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 juni 2007 10:00

Andy SCHLECK (1985, Luxemburg)

We kenden zijn broer al, de vijf jaar oudere Frank. Die won al eens de Amstel Gold Race en hij zegevierde vorig jaar in de Tour op l’Alpe d’Huez. We waren ook al op de hoogte van Andy, die vandaag 22 jaar wordt, maar al twee jaar beroepsrenner is. Hij is nog beter dan Frank, zeiden de kenners en dat heeft hij in zijn eerste grote ronde helemaal waargemaakt. Hij werd de ontdekking van de Giro d’Italia 2007, waarin hij als tweede eindigde met nog geen twee minuten achterstand op winnaar Danilo Di Luca. De jonge Luxemburger won uiteraard ook het jongerenklassement. Het bijzondere is dat hij zonder te verzaken steeds in de frontlinie reed, zich nimmer liet verrassen en – en dat is heel bijzonder voor zo’n jonge knul – geen enkele inzinking had. Hij zit prachtig op zijn fiets, gaat in een mooie stijl omhoog en verloor in de tijdrit nauwelijks tijd. Het is nog slechts een kwestie van tijd, waarin hij moet groeien, sterker worden en ervaring opdoen, voordat deze Andrew Schleck, zoon van Johnny Schleck de vroegere knecht van Jan Janssen, de Tour gaat winnen. Ik doe dat soort uitspraken niet graag omdat er nog heel veel kan misgaan, maar wie dit op 21-jarige leeftijd kan is voorbestemd een grote te worden. De zwaarste col in de Giro was de Monte Zoncolan. Di Luca wist dat hij deze rit niet kon winnen, maar dat hij moest proberen de schade beperkt te houden. Gilberto Simoni wist dat hij zijn achterstand in het klassement niet meer goed kon maken en hij ging voor de dagzege. Samen met zijn land- en ploeggenoot Leonardi Piepoli ging hij er vandoor en iedereen moest passen. Di Luca, Mazzoleni, Cunego, Riccò, Bruseghin, Savoldelli, ze moesten er allemaal af. Alleen Andy Schleck dichtte de kloof met de twee Sauniers. Dat hij in de sprint geen schijn van kans had, spreekt vanzelf, maar hij pakte in die etappe definitief de tweede plaats. Hij was in de slotweek van de Giro de pleister op de wonde van de dopingellende die overvloedig in Duitsland en Denemarken naar buiten kwam. Wie had tien jaar geleden durven voorspellen dat Luxemburg na Faber, Frantz en Gaul (een mensenleeftijd geleden) nog eens een heuse Tourkandidaat zou voortbrengen? Ik tip hem voor 2010. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 10 juni 2007 0:00

Ik begin zo langzamerhand enige tegenzin te ontwikkelen tegen het onderwerp doping. Maar de actualiteit van de dag gebiedt me het er weer eens over te hebben. De huiszoekingen in België zijn gisteren gewoon doorgegaan, maar in tegenstelling tot een dag eerder staat er haast niets over in de krant. Donderdag stortte de Nederlandse pers zich nog massaal op het onderwerp, maar toen er geen bekende namen vielen was het al snel niet interessant meer. Als de naam Tom Boonen gefluisterd zou zijn, dan hadden ze zeker voor minimaal een week een hotel geboekt in Kortrijk, maar met namen als David Windels, Pierre Herrine en Rik Coppens verkoop je geen kranten. Toch is het onterecht om er niet bovenop te blijven zitten, omdat uit de schaarse berichtgeving die het parket van Kortrijk loslaat, twee dingen duidelijk worden en die vind ik behoorlijk verontrustend. In de eerste plaats dat er een soort georganiseerde drugsmafia in de wielersport actief is met dealers en sub-dealers en in de tweede plaats vanwege het feit dat het hele dopingprobleem zich vooral heeft vastgezet in de wereld van de jeugdrangen en de espoirs. Als je er goed over nadenkt dan is het best begrijpelijk dat het probleem daar ligt en in mindere mate bij de ProTour-ploegen. Topwielrennen is big business en als je er als renner in slaagt een topper te worden hoef je voor de rest van je leven niet meer te werken. Een aanlokkelijk vooruitzicht en als je daar dag in dag uit van droomt, ben je geneigd alles te geloven wat de loverboys van de …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 juni 2007 10:00

Luis OCAÑA PERNIA (1945, overleden 19.05.1994, Spanje)

In Nederland bestaat bij velen het beeld dat in de periode Merckx alleen Joop Zoetemelk in staat was het wiel van de Brusselse geweldenaar te houden, maar dat was dan ook alles. Dit terwijl de Nederlander diverse malen Merckx heeft verslagen. Ook het feit dat Joop de enige was die Merckx partij kon geven, is niet juist. Er waren er meer, zoals Roger De Vlaeminck in de eendagskoersen en Luis Ocaña in de Tour de France. De in Frankrijk wonende Spanjaard heeft Merckx zelfs eens vernietigend verslagen. Dat was in de Tour van 1971 in de 11e etappe van Grenoble naar het skidorp Orcières-Merlette. Merckx – in de gele trui – had die dag geen goede benen en de in supervorm verkerende Spanjaard rook zijn kans. Hij ging op avontuur en hij reed een magistrale solo van meer dan 100 kilometer voor het grootste deel bergop. Toen de tijdverschillen waren gemeten stond het hele klassement op zijn kop. Van Impe kon met zes minuten achterstand de schade nog beperkt houden, maar Merckx en Zoetemelk gingen met negen minuten aan de broek diep door het stof. De Belg legde zich direct neer bij zijn nederlaag en verklaarde dat Ocaña de Tour ging winnen, want de achterstand was niet meer in te halen. De volgende dag ging hij al in de aanval, maar Ocaña hield dapper stand. Ook in de tijdrit gaf hij geen krimp, maar in de 14e etappe van Revel naar Luchon greep het noodlot onbarmhartig in. In de afdaling van de Col de Mente vloog Ocaña tijdens een vreselijk onweer uit de bocht en belandde zeer onzacht op het kletsnatte wegdek. Door het weer zagen de renners geen hand voor ogen en ze daalden volstrekt op gevoel ‘in the blind’ naar omlaag. Op het moment dat Ocaña probeerde op te staan reed Joop Zoetemelk vol op hem in. Met een shock, inwendige kneuzingen en een gebroken sleutelbeen bleef de arme Luis liggen en hij verloor daar de Tour, die hem zo toekwam, aan Eddy Merckx. Twee jaar later won hij alsnog de Tour bij afwezigheid van de geblesseerde Merckx, maar die overwinning had niet de glans van de zege die in 1971 voor hem zou zijn geweest als dat ene moment, waar het dunne bandje de grip met het kletsnatte wegdek verloor, niet had plaatsgehad. Ocaña was een groot renner, maar te wisselvallig om als een van de allergrootsten de geschiedenis in te gaan. Hij zocht de geschiedenis overigens zelf op, want in 1994 maakte hij een eind aan zijn leven, vanwege allerlei zakelijke en privé-problemen. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 juni 2007 0:00

Georges SPEICHER (1907, overleden 24.01.1978, Frankrijk)

Zijn Duits klinkende naam wordt in Frankrijk uitgesproken als: Spee-Ie-Sjerre. De eerste renner die de ‘dubbel’ realiseerde was echter een rasechte Parijzenaar. De ‘dubbel’ wil zeggen dat de coureur in één jaar winnaar van de Tour de France is en het wereldkampioenschap behaalt. Dat hebben nadien alleen Louison Bobet (1954), Merckx (1971 en 1974), Stephen Roche (1987) en Greg LeMond (1989) gepresteerd. Speicher deed het in 1933 en dat is op zich een wonder omdat hij pas tien jaar daarvoor fietsen had geleerd. Hij was als 17-jarige werkloos en de baantjes lagen in die tijd niet voor het opscheppen. Teneinde raad meldde hij zich ergens als fietsjongen die bestellingen rond moest brengen. Hij werd aangenomen en de eerste dagen bewoog hij zich voort met één voet op de trapper en met het andere been steppend. Na een paar dagen probeerde hij voorzichtig in het zadel te zitten en zijn evenwicht te bewaren. Het lukte met moeite, maar bij iedere bocht stapte hij af, bang als hij was om te vallen en in het toen al met auto’s vergiftigde Parijs overreden te worden. Maar het ging steeds beter en binnen enkele maanden scheurde hij ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 juni 2007 0:00

© T&T Tekst & Traffic

De eerste keer dat ik hem ontmoette was in 1998 bij de presentatie van mijn boek over Peter Post. Na afloop van het officiële gedeelte vroeg hij mij voor een interview op Radio 1. Hoewel hij het boek hooguit een kwartier in zijn bezit had, had hij het afsluitende ‘Post Scriptum’ geheel gelezen en zijn vragen gingen daar ook grotendeels over. Daarna was Post aan de beurt om zijn verhaal in te spreken op Jeroen’s ouderwetse bandrecorder met van die grote tapes. De avond daarna zat ik met de vinger op de ‘record’-knop klaar om bij de avonduitzending van Langs de Lijn te horen hoe Jeroen de twee gesprekken in hapklare brokken had geknipt. Ik zat een kwartier te luisteren, maar ik kwam er in het geheel niet in voor. Het leerde me voor de zoveelste maal in mijn leven dat relativeren een schone kunst is. Je mag dan wel een boek hebben geschreven, maar dat geeft je niet het recht net zo belangrijk te willen zijn als de man die veertig jaar lang zijn stempel op de Nederlandse wielersport drukte. Jeroen gaf me onbedoeld een lesje in nederigheid. Sindsdien komen we elkaar regelmatig tegen en altijd is er het prettige gevoel van weerzien. Althans bij mij. Of dat bij hem ook zo is, weet ik niet, maar als dat niet zo is, dan is er een groot toneelspeler aan hem verloren gegaan. Intussen volg ik hem al een kleine tien jaar. Jeroen in de …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 juni 2007 20:30

DE GROTE AZEN DER WIELERSPORT
 

door Achiel Van Den Broeck

“Het was in de jaren vijftig mode dat fabrikanten van levensmiddelen plaatjes bij hun producten insloten, die dan door de consumenten opgespaard werden tot ze de serie compleet hadden. Ze konden dan bij de fabrikant een album of boekje kopen om de plaatjes daarin te plakken. Varianten van deze verkoopactie bestaan nog steeds, maar de echte sportplaatjes zijn kennelijk verleden tijd. Chichorei De Beukelaar, een Belgische fabrikant van surrogaatkoffie (als jongere lezers niet weten wat dat is, moeten ze het maar eens aan opa of oma vragen), deed ook aan die mode en bracht in de jaren vijftig drie keer zo’n boekje uit waarin de plaatjes geplakt konden worden. Ik heb er maar één van de drie en die dateert uit 1951. Er staan 24 renners in. Een aantal is nog zeer bekend, maar anderen, zoals …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 juni 2007 10:00

Rainer PODLESCH (1945, Duitsland)

Deze West-Berlijner was in de jaren zeventig en tachtig een geducht amateurstayer en een van de grootste concurrenten van de Nederlanders Gaby Minneboo (5 keer wereldkampioen) en Matthé Pronk senior (2 keer wereldkampioen). Podlesch was zelf ook twee maal wereldkampioen en wel in 1978 in Duitsland en 1983 (op de foto met zijn gangmaker Dürst) in Zwitserland. Hij stond maar liefst negen keer op het erepodium bij de amateurstayers, want hij werd ook 3 keer tweede en 4 keer derde. Voor hij zich exclusief tot het stayeren bekeerde had hij ook al een keer het erepodium bij een WK gehaald als lid van de West-Duitse formatie die in 1967 brons won bij het WK in Nederland. Zijn partners waren toen Karl-Heinz Henrichs, Jürgen Kissner en Karl Link. Vergeten namen, maar die van Podlesch is nog lang niet vergeten. Niet alleen ging hij zelf heel lang door, maar de fakkel werd direct overgenomen door zijn zoon Carsten, die ook 2 keer wereldkampioen was op hetzelfde nummer als vader Rainer. In 1994 werd het stayeren uit het WK verbannen en Carsten Podlesch was de laatste wereldkampioen. Hij gaat echter onverdroten door en hij wordt jaar na jaar Duits kampioen in...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 juni 2007 0:00

© Henk Theuns

“De Kattekoers, de openingswedstrijd van de Belgische topcompetitie, is de benaming voor de wedstrijd Gent-Ieper, die ieder jaar in maart wordt verreden. In de jaren vijftig en zestig werd die koers al in februari verreden en de beste Belgische en Nederlandse amateurs konden na de lange winterstop haast niet wachten om naar Ieper (of Yper) af te reizen om deel te nemen. Ik meen dat hij dit jaar voor de 67e keer is verreden. In de loop der tijd heeft er nogal eens een Nederlander gewonnen. In 1998 was Coen Boerman de laatste. Ik weet niet of mijn plaatsgenoot Piet de Jongh uit Made de eerste is geweest, maar die won in 1956 en hij werd beloond met deze mooie volrode gebreide trui. Piet was in die tijd een topamateur die kampioen van Nederland was bij de militairen en drie klassiekers won. In 1957 debuteerde hij …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 juni 2007 10:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende »