Gisteren werd voor het derde opeenvolgende jaar de ProTour ploegentijdrit in Eindhoven gehouden. In tegenstelling tot de twee vorige edities werd die grotendeels in de regen verreden. De comeback van de ploegentijdrit kwam er in 2005 dankzij de invoering van de ProTour. Er werden in 1989, ‘90 en ‘91 bij Eindhoven al ploegentijdritten verreden met een lengte van 110 kilometer onder de naam GP Liberation. Die wedstrijden telden toen mee voor de Wereldbeker. De gedachte er achter was dat het zo’n twee weken voor het begin van de Tour de France voor de deelnemende ploegen een ideale gelegenheid zou zijn om zich serieus te testen voor een van de scherprechters in de Tour. Die gedachte wilde de ProTour weer in het leven roepen, maar door het conflict met de grote ronden, dat daarna is ontstaan, besloot de ASO om met ingang van 2006 de ploegentijdrit uit de Tour te schrappen.  

De meningen over het evenement lopen uiteen: het zou overbodig zijn op de volle kalender en de ploegen zouden doorgaans toch niet met hun sterkst denkbare formaties starten. Het publiek en de wielrenners zouden bovendien weinig interesse voor het evenement hebben. Ik heb geen idee hoe de organisatie de publieke belangstelling inschat, maar zover ik het kan beoordelen, valt het evenement in Eindhoven na drie edities nog altijd een beetje tegen. Desondanks hoop ik van harte dat ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 juni 2007 12:00

“We zijn inmiddels weer in de tijd van de nationale kampioenschappen aanbeland. De Nederlandse titelstrijd van 1970 vond plaats in het Brabantse Helmond. De Wielersport van 25 juni 1970 is duidelijk over het weekend: ‘Helmond Wielerstad! Men kon in Helmond zeer knap wielerwerk bewonderen. Niet alleen bij de dames en amateurs, ook en vooral bij de beroepsrenners. Een tintelende koers, volledig beheerst door de renners van één merk (Caballero) maar aan het slot, tijdens een daverende eindsprint, totaal in handen genomen door een tweetal renners die als ‘eenlingen’ hadden meegedraafd – winnaar Peter Kisner en Harrie Jansen – alsmede door de man die als streekfavoriet wel het meest tot de verbeelding heeft gesproken, Jos van der Vleuten uit het naburige Mierlo-Hout’, aldus Gerard Sillen. Wie was deze onbekende kampioen. Fred schreef bij gelegenheid van zijn 61e geboortedag, op 1 september 2005: ‘Deze renner uit Amersfoort werd in 1970 verrassend kampioen van Nederland op de weg door in de sprint Harrie Jansen voor te blijven. Jansen was bepaald geen strijkijzer en daarom moet Kisner een rappe zijn geweest. Dat wordt nog bevestigd door het feit dat hij in zijn korte profloopbaan zonder de steun van een sterke ploeg 9 maal als eerste over de finish ging. Maar dat kampioenschap was zijn hoogtepunt. Nooit meer iets van deze Kisner gehoord. Wie wel? Hier reageerde een neefje van Peter uit Duitsland op: ‘Seine Geschichte ist tragisch und ich bin nicht sicher ob er möchte das sie öffentlich wird. Florian Kisner.’ Vorig jaar is op deze slogblog meer informatie over Peter Kisner gepubliceerd door Fred. Klik maar op: http://wielersport.slogblog.nl/post/1/518.

Wie trokken nog meer het rood-wit-blauw voor een jaar om de schouders? Een sterke Keetie Hage prolongeerde overtuigend haar damestitel. Tegen haar eindschot had ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 juni 2007 10:00

Danny STAM (1972, Nederland)

De zoon van oud-wereldkampioen stayeren Cees Stam is in de loop der jaren een echte baanrenner geworden. En met zijn maatje Robert Slippens een vaste waarde in het zesdaagsecircuit. Na kanjers als Stol, Van Kempen, Pijnenburg, Schulte, Post en Pijnen heeft Nederland de laatste jaren weer twee sterren in dat aparte wereldje van de SIX, dat weer helemaal is opgebloeid dankzij de durf en het ondernemerschap van Frank Boelé en zijn mensen. Ze worden door de baandirecties in Europa ook niet uit elkaar gehaald, want er is respect voor de tweeëenheid uit Noord-Holland. Net als bij Risi-Betschart bleef het vriendenpaar steeds bij elkaar. En niet zonder gevolgen, want na een stage van enkele jaren behoren ze tot de blauwe trein, als we die oude term nog eens mogen gebruiken. De koppels die in die fameuze trein hebben plaatsgenomen, bepalen wie er wint en wie niet. En met vijf zesdaagseoverwinningen in de laatste vier jaar kunnen ze hun eisen kracht bij zetten. Wat de baandirecties niet lukte, lukte het noodlot vorig jaar wel. Door een zwaar ongeval in een wegwedstrijd ging het afgelopen seizoen geheel verloren voor Robert Slippens. En bij een koppel dat zo op elkaar is ingespeeld is de een net zo min zo maar te vervangen als de ander. De diesel Stam en de flyer Slippens voelen elkaar net zo aan als een echtpaar dat al een halve eeuw bij elkaar is. Ze kennen elkaar net zo goed als ze zich zelf kennen en vergissen zich zelden of nooit. En toen moest Danny Stam ineens met andere renners het zesdaagseseizoen afwerken. De meeste keren met Peter Schep, een renner die hij ook goed kent. Maar met alle respect voor Peter bleek het toch niet zo vertrouwd als met Robert. Zo nauw luistert dat. Inmiddels is Robert weer helemaal terug, maar aan het niveau van voor het ongeluk zal nog hard gewerkt moeten worden. Dat gaat zeker lukken en in oktober zullen ze er zeker weer in volle glorie staan. De aantallen overwinningen van hun voorgangers zullen ze niet meer halen, maar ze zullen zeker nog een reeks zeges behalen. Misschien wel een gouden plak. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 juni 2007 0:00

© Hans Middelveld

De Nederlandse baankampioenschappen in de jaren vijftig. Ik heb er heel wat bezocht. Meestal was het op een weekend. Zaterdags begon het al vroeg en het duurde dan tot een uur of zes. Er was die dag altijd maar één finale en dat was het 50 kilometer kampioenschap voor amateurs. Een prachtig en spectaculair nummer, waarbij je je nooit verveelde. En verder werden er die dag series, achtste, kwart en halve finales afgewerkt van het sprinttoernooi, alsmede eindeloze achtervolgingsreeksen. Wat me altijd ergerde was de traagheid waarmee het programma werd afgewerkt. Het duurde altijd heel lang voor de renners aan de start verschenen. Ze namen de tijd en dat heeft ongetwijfeld  veel bezoekers gekost. De grote dag was de zondagmiddag als de andere finales werden verreden. Dan was het stadion redelijk gevuld, terwijl het bezoek op zaterdag altijd matig was. Het was natuurlijk een andere tijd. De zaterdag was nog een halve werkdag en als de mannen rond het middaguur met het loonzakje thuiskwamen moesten er nog boodschappen gedaan worden. Dus veel tijd om naar het stadion te gaan was er niet. In 1956 hebben ze de weekendformule losgelaten en ingeruild voor de donderdag- en vrijdagavond. Je kocht een passe-partoutkaartje waarmee je op beide avonden de verzinkte en van scherpe punten voorziene tourniquets kon passeren. De eindeloze series waren toen – vrijwel zonder publiek – op de donderdagochtend en –middag en ’s avonds was het menens. Dan werden de kwart en …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 juni 2007 10:00

Robbie McEWEN (1972, Australië)

McEwen is een echte sprinter. Daar zijn er niet veel van. Petacchi is wat dat betreft zijn enige concurrent. Erik Zabel, Oscar Freire en Thor Hushovd zijn ook snel, maar die kunnen als renner meer. Die zien niet op tegen een solo van een kilometer of wat. Het is een kwestie van keuzes maken. Als McEwen gewild had was hij een heel andere renner geworden, want op een geaccidenteerd par- cours rijden ze hem er echt niet af en in een echte bergetappe zit hij niet als eerste in de bus. Van de week won hij nota bene een bergrit in de Ronde van Zwitserland. Maar daar maakt hij dan direct grappen over, want hij is sprinter en eigenlijk is hij daar best tevreden mee. Want een goede sprinter heeft het druk genoeg. Het is de hele dag positie kiezen en geconcentreerd blijven voor dat ene moment dat pas na uren fietsen aanbreekt. Die uren zijn de voorbereiding. Niet te ver naar achteren, de koers volgen, tegenstanders bekijken. Zeker als je, zoals de Australiër, geen uitgesproken treintje hebt, zoals Petacchi dat wel heeft is het constant werken geblazen. En dan die laatste kilometers. Dat vergt meer concentratie van een sprinter dan vijf cols voor een klimmer. Er gebeurt van alles en dat moet hij niet alleen allemaal waarnemen, maar er ook direct op reageren, zijn maatregelen nemen om niet ingesloten te worden en het goede wiel kiezen. En als dan alles goed is voorbereid dan volgt dat ene moment, die krachtsexplosie die slechts een fractie van een seconde duurt en waarin het moet gebeuren. In die laatste kilometers ligt de kracht van McEwen en de Belgische commentatoren van Sporza besteden daar vaak aandacht aan als ze McEwen verbaal volgen bij de helicopterbeelden van de laatste kilometer. Het klopt allemaal, de kleine man heeft zich doorgaans in de ideale positie gemanoeuvreerd en hij zit aan het goede wiel. Een leek zal vaak oordelen dat hij op dat moment kansloos is, maar dan verandert de kop van de groep drastisch. Je ziet de ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 juni 2007 0:00

Vorige week op 17 juni was het de geboortedag van Wim Dielissen, de renner uit Beek en Donk, die één maal in de Tour de France startte. Zijn optreden duurde niet lang, want hij haalde Parijs niet. In 1951 werd Dielissen prof in de Ronde van Nederland die toen begin juni verreden werd. In de Helmondse Courant vertelde hij na afloop van de nationale ronde dat zijn Tourdebuut eraan zat te komen: “Zodadelijk heb ik een gesprek met de ploegleider van de Nederlandse ploeg Kees Pellenaars. De mogelijkheid is groot dat ik woensdag het contract teken voor deze voor mij zo belangrijke etappewedstrijd.” De ploegleider ging eerst op audiëntie bij de werkgever van ‘den Dielis’ om hem mee te mogen nemen naar de Tour. Zijn selectie voor de Tour de France was een feit. Dat contract kwam er ook. Samen met zijn streekgenoten Hans Dekkers, Harry Schoenmakers en mecanicien Jac Gramser vertrokken ze naar Roosendaal om van daaruit naar het Franse Metz af te reizen. De net als altijd kalme en stille Dielissen hoopte dat hij niet zoveel pech zou hebben, vertelde hij aan de regionale pers. In de tweede etappe van Metz naar Gent liep hij bij een val een rugblessure op, die hem in het verdere verloop van de ronde parten zou blijven spelen. In die rit verspeelde hij maar liefst 21 minuten op ritwinnaar Bim Diederich. Het eerste wat hij zijn naar Gent afgezakte supporters toeriep was: ”Kom ik me daar over ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 juni 2007 10:00

AERNOUTS, Bart (1982, België)
GHELLA, Mario (1929, Italië)
OTSUKA, Wataru (1986, Japan)
PUSCHEL, Dieter (1939, overleden 31.03.1998, Duitsland)
VEN, Lambert van der (1937, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 juni 2007 0:00

© Otto Beaujon

“Als je kenners vraagt: wat zou er achter het merk Rowona schuil kunnen gaan, dan zullen maar weinig mensen dat zonder het plaatje erbij kunnen bedenken. Met plaatje is het al een stuk duidelijker, want menigeen zal in het portret de Duitse wereldkampioen cyclocross Rolf Wolfshohl herkennen. Daarmee zijn de Ro en de Wo verklaard. En waar staat Na dan voor? Na staat voor Natürlich – Rowona is Rolf Wolfshohl, natuurlijk. Leuk woordgrapje, vooral als je het de oud-kampioen in Kölsch dialect hoort zeggen. Leuke man ook, benaderbaar, graag bereid tot een praatje. Zijn tweede loopbaan als fietsenmaker kwam eigenlijk net iets te vroeg, want toen hij aan het einde van het seizoen 1975 ophield met de profwielersport, was de mountainbike nog net niet uitgevonden. Op de IFMA-tentoonstelling in zijn woonplaats Keulen stond Wolfshohl jarenlang met zijn zelf gebouwde cyclocrossers en ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 juni 2007 10:00

Andreas KLÖDEN (1975, Duitsland)

Waar zou Klöden vandaag qua reputatie hebben gestaan in de wielerrangschikking aller tijden als Jan Ullrich er niet was geweest? Een onzinnige vraag, want Ullrich heeft natuurlijk wel met zijn grillen jarenlang het Duitse wielerdenken beheerst. Het is echter een feit dat het talent van de voormalige Ossie jarenlang ondergeschikt is gemaakt aan de jojo-carrière van Der Jan. Klöden kan goed omhoog en zijn tijdrit is meer dan behoorlijk en daarom werd hij door de ploegleiding van T-Mobile aangewezen om Ullrich zoveel mogelijk bij te staan in diens wanhopige strijd tegen Sir Lancelot from Austin. Niet dat het heel anders was gelopen als Ullrich er niet was geweest, want Klöden is een heel goede renner, maar geen fenomeen. Dat bewees hij vorig jaar toen hij ook geen antwoord had op het exploit van Landis. Ook moest hij passen in de Rabo-etappe en op l’Alpe d’Huez waar Schleck triomfeerde. Maar die jarenlang gehanteerde tweede viool heeft toch behoorlijk aan het karakter van Andreas gesleuteld. Nu Ullrich definitief uit de wielrennerij is gestapt had het voor de hand gelegen dat hij als eerste luitenant de kroon en de scepter had gegrepen om nu alles op zijn eigen kansen te zetten. De tweede plaats in de Tour van 2004 was toch bewijs genoeg van zijn mogelijkheden en dan was er ook nog die derde plaats in 2006 als nevenargument. Door dik en dun gesteund door een sterke ploeg moet het hoogste treetje mogelijk zijn. Maar wat doet Andreas? Hij treedt enthousiast in dienst bij de oliemagnaten uit Kazachstan om daar wederom de tweede viool te hanteren in de schaduw van solist Alexandre Vinokourov. Tja, dan wordt het natuurlijk nooit wat met de mogelijkheden van Andreas Klöden uit de deelstaat Brandenburg. Het zal wel om geld gaan en wie zijn talent verkwanseld voor pecunia verdient het ook niet de Tour te winnen. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 juni 2007 0:00

LE TOUR DE FRANCE HISTOIRE COMPLÈTE
 

door P. Portier

“Vandaag precies over 17 dagen begint in Londen de 94e Tour de France. Hopelijk wordt het een Tour zonder dopingincidenten en met een winnaar waar iedereen vrede mee kan hebben, wie dat dan ook moge zijn. Om de mooiste wedstrijd van het jaar ook op de slogblog te ondersteunen, zal ik in de komende weken steeds een boek behandelen dat over de Tour gaat. Keus genoeg, want er zijn honderden boeken in de loop der tijd aan La Grande Boucle gewijd. Zoals dit exemplaar uit 1950. De mij onbekende auteur P. Portier heeft het geschreven, maar er is nauwelijks tekst. Het boek met 176 pagina’s bestaat voor ongeveer de helft uit foto’s; 70 in totaal. Daar zit veel uniek materiaal bij, zoals ook de omslagfoto. Daarop zien we het Italiaanse duo Coppi en Bartali, die in de jaren direct na de tweede wereldoorlog de top van het internationale wielrennen vormden. Nadat de Fransman Jean Robic de eerste Tour van na de oorlog had gewonnen, won Bartali de ronde van 1948 en Coppi die van 1949. Niets wees er toen nog op dat die zegereeks snel onderbroken zou worden, want de twee waren superieur. Maar zie: sport is sport en daarom onvoorspelbaar. Er kwam een frisse wind uit Zwitserland en Ferdi Kübler en Hugo Koblet …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 juni 2007 10:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende »