ad ad ad ad
Deel 3 is uit

De zus van de Dalai Lama

Een koude valwind boven uit de bergen jaagt de rillingen over mijn lijf. Dik het kippenvel op armen en benen. Boven ons wieken en grommen twee helikopters. Eentje sleept een grote tros veelkleurige linten achter zich aan. De lucht is vervuld met mantra-achtige Oosterse muziek van cimbalen, trommels, zeeschelpen en hobo’s. De zus van de Dalai Lama spreekt ons bemoedigend en liefdevol toe. Het verwarmt mijn hart, maar de rest van mijn lijf wordt steeds kouder. In wat voor bizar decor ben ik hier toch terechtgekomen? Klein Tibet, maar dan geïmplanteerd in Zuid-Tirol. In La Villa/Stern om precies te zijn.
De start van de Dolomieten Marathon 2006. Een mega-fietsevenement, met als goed doel dit jaar een ondersteuningsactie voor de Tibetaanse vluchtelingenkinderen in India.
Maar de 8500 mannen en vrouwen, die hier bij zonsopgang staan te trappelen om hun kunsten te gaan vertonen in het majestueuze Dolomietenlandschap, maken daarentegen beslist geen ontheemde indruk. Gesofisticeerd en gesoigneerd zijn ze. Vooral de Italianen natuurlijk, het grootste contingent van het deelnemersveld. Strak in het koerspak, gebruind en met olie opgewreven, oogverblindend mooie racemachientjes onder de kont. Uiteraard ook met passende kledij tegen de kou in de rand van de nacht. Kwetterend en druk gesticulerend proberen ze …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 juni 2007 10:00

Corine DORLAND (1973, Nederland)

In 2003 kreeg ik opdracht van de KNWU om ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de wielerbond een jubileumboek te schrijven. Daarin moest ook plaats zijn voor 81 mini-biografieën van alle Nederlandse wielrenners en wielrensters die ooit wereldkampioen waren geweest of goud hadden gewonnen op de Olympische Spelen. Het boek, met de wat voor de hand liggende titel ‘Wielerhelden van Oranje’ was al bijna klaar toen we er achter kwamen dat Nederland ook wereldkampioenen heeft gehad in het wieleronderdeel fietscrossen. Dat was op een vrijdag en het boek was al geheel opgemaakt om de dinsdag daarna naar de drukker gaan. Gelukkig bleek het slechts om twee personen te gaan, maar daarvoor moest wel bijna het hele boek op de schop. Die twee waren Robert de Wilde, wereldkampioen 1999 en Corine Dorland, tienvoudig wereldkampioene fietscross, waarvan zeven in de jeugdrangen. Er zat niets anders op, in het weekend moest ik ze zien te interviewen. Bij Robert was dat een beetje lastig, want hij woont als vedette in die sport in de Verenigde Staten, omdat daar de meeste wedstrijden zijn. Ik kreeg zijn telefoonnummer, maar dat werd niet beantwoord. Gelukkig is zijn vader in Kampen de grootste supporter van Robert en die wist misschien nog wel meer van de carrière van zijn zoon, dan de oud-wereldkampioen zelf. Ik ben er uitstekend uitgekomen met De Wilde senior. Bij Corine lag het eenvoudiger en binnen het half uur had ik haar aan de telefoon. Ze woont in de Zaanstreek en woonde toen nog samen met Danny Stam, met wie ze inmiddels is getrouwd. Het werd een moeizaam gesprek, omdat ik toen nauwelijks wist wat fietscrossen is. Maar Corine had veel geduld met me en samen kwamen we tot het gewenste resultaat. Ze vertelde me alles over BMX-fietsen, startheuvels, kombochten, table-tops, enzovoort. Een paar jaar later meldde ik me bij de persbalie van de Zesdaagse van Amsterdam en daar werd ik aan mijn accreditatie geholpen door mevrouw Stam. Ik kon me toen eindelijk voorstellen en mijn indruk van toen – een aardige meid – werd helemaal bevestigd. Corine, van harte! (Foto: archief C. Dorland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 juni 2007 0:00

© Otto Beaujon

“Epple is een groothandel van voornamelijk plaatselijke betekenis in Memmingen, in het zuiden van Duitsland. Het bedrijf is in 1930 opgericht door Franz Epple. In 1987 introduceerde Epple de term ‘city-bike’ en dat gebeurde in het kader van Epple’s opvatting dat een fiets dient als vervoermiddel. Ook in het zachtglooiende heuvelland nabij München, Memmingen en Ulm, moest de boodschap verkondigd worden dat je niet zomaar klakkeloos alles met de auto moet doen. Dat je je kop er even bij moet houden en de fiets pakken wanneer dat maar mogelijk is, omwille van het milieu en je eigen gezondheid. Epple werd in zijn modellenreeks welbewust een leverancier en propagandist van het ‘Alltagsradfahren’. Dat had alles te maken met Manfred Neun, de nieuwe directeur die toen net in het familiebedrijf was aangetreden. Nu twintig jaar verder heeft Neun het bedrijf verkocht om zelf al zijn tijd, energie en geld te wijden aan het propageren van de fiets als ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 juni 2007 10:00

George HINCAPIE (1973, Verenigde Staten)

Hij is van Indiaans-Colombiaanse afkomst, maar de Klukkluk van het peloton is hij allerminst. Een opvallende dominante coureur die alleen al door zijn verschijning respect afdwingt. Hij verbond zijn rennersleven lang aan dat van Armstrong en dan zag je zo nu en dan waartoe hij in staat is. Zoals zijn overwinning in een loodzware Pyreneeënrit in de Tour van 2005. Ik was er destijds van overtuigd dat hij na het afscheid van Sir Lancelot tot volle bloei zou komen, maar dat is tot nu toe niet gebeurd. Misschien is hij te laat en heeft hij te lang in de schaduw gestaan. Het kan ook zijn dat hij zich in de komende Tour wel ineens als een superstar manifesteert. Hij is wat dat betreft onvoorspelbaar. En dan heb ik het alleen nog maar over de Tour. In het eendagswerk had hij meer moeten presteren, want Lance Armstrong heeft zich in het tweede deel van zijn carrière beperkt tot de Tour en hij liet de klassiekers – behoudens de Amstel Gold Race – voor wat die waren of hij zag deelname hooguit als training. Daar had Hincapie vaker moeten toeslaan, maar er staat slechts een zege in Gent-Wevelgem op zijn conto. En die rit is voor mij toch de minst aansprekende van het klassiekergeweld in maart en april. Ik denk dat ik mij als liefhebber in mijn verwachtingen toch een beetje te veel heb laten leiden door zijn overrompelende persoonlijkheid. Dat had ik ook met José De Cauwer. Zowel als renner als daarna, straalt die een kracht uit die hij als ploegleider wel heeft waargemaakt, maar als renner totaal niet. Meer dan een goede knecht is José nooit geweest, maar hij is misschien wel de beste ploegleider die er ooit was. Het motiveren van renners, waardoor ze meer kunnen dan ze zelf dachten is de grote kracht van De Cauwer. We weten natuurlijk niet wat de invloed van Hincapie op Armstrong is geweest, want Lance is natuurlijk zelf ook een haantje, maar je weet nooit wat er in de beslotenheid van hotelkamers gebeurt. Ik denk dat ik moeders Uch maar eens bel. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 juni 2007 0:00

Roger PIEL (1921, overleden, Frankrijk)

Zijn naam spreek je uit als piejel, maar Gerard Peters was in 1946 behoorlijk de piel toen hij kort na elkaar twee maal met deze Franse coureur werd geconfronteerd. De eerste keer was op de Oerlikonbaan in Zürich waar dat jaar de wereldkampioenschappen op de baan werden verreden. De beide renners brachten het tot de finale van het allereerste wereldkampioenschap achtervolging voor beroepsrenners. Piel voelde goed aan dat hij het in een normaal duel nooit van de Haarlemse stilist zou kunnen winnen en hij besloot dat het dan maar op een abnormale manier moest. De strijd was nog niet eens begonnen of de Fransman stak zijn hand op. Lekke band. De volgende keer weer. Zijn stuur zat scheef en daarna zat zijn zadel los. Steeds was er iets anders en de heren zijn iets van elf keer opnieuw vertrokken. Toen werd de zaak afgeblazen en naar de volgende dag verplaatst. Peters had zich al aangekleed en zijn materiaal opgeborgen toen het bericht kwam dat er alsnog gestart zou worden. Hij kwam op een seconde na te laat en werd bijna gediskwalificeerd. De Fransman aan de overkant grijnsde, bijna zeker van de zege, maar hij werd door de getergde Peters al binnen enkele ronden ingelopen. Zijn prestatie was echter goed genoeg om enkele dagen later voor een revanche te worden uitgenodigd in Gent. Daar reden Peters en hij een omnium met nog een paar andere renners. En weer kreeg Piel pech. Over zijn fiets gebogen stond hij vlak langs de baan toen de renners voor een sprint kwamen aandenderen. Peters raakte vol het hoofd van Piel en de Haarlemmer kwam zwaar ten val. Bewusteloos bleef hij liggen. Pas in het ziekenhuis kwam hij bij en hij hoorde dat zijn arm verbrijzeld was. Het is met die arm goedgekomen, maar Peters kwam nooit meer op zijn oude niveau. Piel mankeerde niets. De Parijzenaar die in 1944 het Criterium International won, werd na zijn carrière manager. Iedereen wilde wel bij hem onder contract staan want hij regelde ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 juni 2007 0:00

© Henk Theuns

“Zondag ging het in ‘Het museum van Hans’ over de Nederlandse baankampioenschappen van 1956. In de tekst staat dat de Amsterdammer Daan de Groot toen nationaal kampioen werd bij de profachtervolgers. Er staat niet bij wie er tweede werd. Dat was Peter Post, het fenomeen van wie ik deze roodwitblauwe kampioenstrui kreeg met het opschrift: ‘1957’. Toen was hij de kampioen en daarmee overvleugelde hij zijn stadgenoot De Groot. Ze leken wel een beetje op elkaar, die twee. Allebei lange blonde jongens met veel flair. Maar waar De Groot beroepsernst tekort kwam, daar had Post een surplus en dat maakte het verschil. Het was de eerste kampioenstrui van Peter en ik meen dat er nog zeven bij zijn gekomen. Acht totaal, waarvan zes in het achtervolgingsnummer. In die discipline was hij in zijn tijd ook een van de besten in de wereld. Hij werd – tot zijn grote spijt – nooit wereldkampioen, maar hij stond wel enkele malen als tweede of ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 juni 2007 10:00

Patrick SERCU (1944, België)

Ik heb me altijd afgevraagd hoe deze beschaafde en rustige man zo’n groot wielrenner kon zijn in een discipline van de wielersport, waar de tenoren elkaar het licht in de ogen niet gunnen en ze permanent bereid zijn elkaar een fikse loer te draaien. Dat is althans de beschrijving van het zesdaagsewereldje die ik ken uit de getuigenissen van mensen als Peter Post en René Pijnen. Er moet dus een beest in Sercu huizen, anders kan ik het niet verklaren. Hij is al vele jaren de recordhouder waar het om het winnen van de meeste zesdaagsen gaat. Er staan er 88 op zijn naam en hij startte er in 224. Een score van bijna 40 procent. Toch was het rijden van zesdaagsen niet meer dan zijn vak, waar hij als grootvorst jarenlang heel goed aan heeft verdiend. Zijn hart lag echter op de weg en hij heeft een aantal seizoenen lang beide disciplines naast elkaar bedreven. Hij heeft de klassiekers gereden, de Tour en de Giro, kortom het hele programma werkte hij af om dan in de winter nog eens een stuk of vijftien zesdaagsen te rijden. Hoe houdt een mens het vol? Hij had op de weg ook een grote kunnen worden, als er niet die beperking was die in zijn jeugd is ontstaan. Zijn vader was Albert Sercu, die in de jaren rond de tweede wereldoorlog een van de beste Belgische coureurs was. Wie naar de palmares van Berten kijkt, ziet daar heel veel tweede plaatsen op staan. Tweede in de Ronde van Vlaanderen, tweede in Parijs-Brussel, tweede in de Scheldeprijs, tweede in het WK van 1947 en ga zo nog maar even door. Er was er altijd eentje sneller en toen zoon Patrick al op zeer jeugdige leeftijd liet weten coureur te willen worden, stelde Sercu senior slechts één voorwaarde aan zijn medewerking en dat was: snelheid kweken. ‘Er moet van meet af aan op snelheid worden getraind anders word je net zo’n eeuwige tweede als je vader’. Berten knapte het vervallen wielerbaantje van Rumbeke eigenhandig op en Patrick ging daar elke dag aan de gang om zijn snelheid te ontwikkelen en te optimaliseren. Het resultaat was er naar, want de jonge …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 juni 2007 0:00

"Hij is in 1936 in Yerseke geboren en hij was een veelbelovende professional in de late vijftiger jaren. Zijn profperiode duurde maar kort, want van 1958 tot en met 1960 kwam hij uit voor de bekende Nederlandse ploeg Eroba/Vredestein en Magneet/Vredestein. Ik verdenk Jaap er van dat hij niet erg te spreken was over de kwaliteit van de beide fietsmerken, anders hang je de fiets niet zo snel aan de wilgen om een eigen rijwielzaak te beginnen. In Goes werd namelijk direct een fietsenzaak opgestart, waar Jaap jaren lang goed aan de weg heeft getimmerd en er zijn eigen merk verkocht. Er rijden niet zo veel Huissoons rond maar die er zijn dat zijn klassefietsen. In Zeeland en omstreken wordt er met respect over gesproken. Toen ik twee jaar geleden op de Ahoy show voor oude racefietsen in Rotterdam een Huissoon had staan voor de verkoop, was er over belangstelling niet te klagen. Ik weet dat de grote Jo de Roo nog regelmatig …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 juni 2007 10:00

Greg LEMOND (1961, Verenigde Staten)

In het nogal traditionele wielerwereldje van het begin van de jaren tachtig was hij van meet af aan een buitenbeentje. Een jongetje met een beugelbekkie en een baseballpet. MacDonalds was zijn favoriete restaurant en hij zat nergens mee. Net uit Amerika meldde hij zich in Amstelveen bij de grote Peter Post, de ploegbaas van de TI-Raleigh-ploeg waarvan de successen ook tot ver in de States waren doorgedrongen. Post liet de beslissing over aan zijn toprenners Raas en Knetemann en die schudden van nee bij het zien van dat jongenskoppie. Zo kwam het Amerikaantje bij de Franse Renault-ploeg terecht met Bernard Hinault, de ongekroonde koning van het toenmalige peloton, als kopman. Hij werd door ploegleider Cyrille Guimard voorbestemd voor een ondergeschikte rol naast andere talenten in de wachtkamer als Laurent Fignon en Charly Mottet, maar dat zinde de eigenzinnige yank helemaal niet. Hij rebelleerde. Niet met zijn mond, maar met zijn benen. Hij liet zien wat hij kon en dat kon Guimard niet blijven negeren. Toen Greg in 1983 wereldkampioen werd, eiste hij het kopmanschap op en dat bracht Guimard in de luxe, maar ook lastige situatie dat hij moest kiezen tussen de viervoudige Tourwinnaar en een talentvolle Amerikaan, die nog maar moest zien te bewijzen dat hij ook de Tour kon winnen. Het leidde het einde in van de jarenlange samenwerking met Guimard in en Hinault transfereerde naar de nieuwe ploeg La Vie Claire van Bernard Tapis, de steenrijke Franse ondernemer die geen idee had wat hij met al zijn geld moest doen. De wielerwereld keek er van op dat ook LeMond werd gecontracteerd. De Zwitser Paul Köchli, die als ploegleider een compromis moest zien te vinden, vond de oplossing. In de Tour van 1985 zou alles op de kaart van Hinault worden gezet en een jaar later zou LeMond de grote man worden. De Amerikaan hield zich keurig aan de afspraak, maar een jaar later kon de trotse Bretoen zich niet altijd …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 juni 2007 0:00

Zojuist heeft Rabobank de definitieve samenstelling van haar Tourploeg prijsgegeven. Er zijn geen verrassingen. In vergelijking met de succesvolle ploeg van vorig jaar zijn er twee mutaties. Erik Dekker is gestopt en Joost Posthuma is nog steeds geblesseerd. Voor hen in de plaats komen de ervaren Duitser Grischa Niermann en debutant Thomas Dekker. Een sterke ploeg met een uitgesproken kopman voor het klassement in de persoon van Denis Menchov. De Rus liet in de Dauphiné zien dat de vorm er is, maar of hij inhoudelijk verder is dan vorig jaar en hij een grootse prestatie niet moet bekopen met zwakkere dagen, zoals vorig jaar, moeten we afwachten. Verder uiteraard de bergkoning van de laatste twee jaar Michael Rasmussen, rittenkaper Oscar Freire en Michael Boogerd, de drie beschermde renners. Klasbakken als Juan Antonio Flecha en Thomas Dekker zullen in dienst van de ploeg moeten rijden, maar op dagen dat het past zullen ze ongetwijfeld hun eigen gang mogen gaan. Ik verwacht wel wat van Thomas. Niet dat hij al hoge ogen zal gooien in het klassement, maar een etappezege zie ik hem wel behalen. Blijven over de drie uitgeproken knechten en dat zijn Bram de Groot, Grischa Niermann en Pieter Weening. Na zijn spectaculaire etappezege in 2005 is Pieter een beetje in een achtergrondrol gedrongen, maar ik hoop dat er toch een dag komt waarin hij mee is en hij zijn grote talent nog eens mag laten flonkeren. Vier Nederlanders, twee Spanjaarden, een Rus, een Deen en een Duitser gaan voor Rabobank in de slag in de belangrijkste wedstrijd van het jaar. Vorig jaar werden er vier etappes gewonnen, Rasmussen won het bergklassement en Menchov eindigde als zesde in het eindklassement. Dat was een prachtige score voor Erik Breukink, maar ik heb er best vertrouwen in dat het dit jaar nog beter wordt. In de ploegleiding is er ook een mutatie. Breukink zal dit jaar niet door Frans Maassen terzijde worden gestaan, maar door Erik Dekker. Nog twaalf nachtjes slapen. (Foto's: © Philip van der Ploeg)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 juni 2007 12:30

2 3 4 5 6 7 Volgende »