© T&T Tekst & Traffic

“In 1973 stopte le professeur aux lunettes met wielrennen en hij had geen idee wat hij zou gaan doen. Als een donderslag bij heldere hemel bood de Belgische fietsenfabrikant Flandria hem aan om onder zijn naam fietsen te gaan verkopen. En zo is Jan Janssen er in gerold. De verkoop ging niet slecht, maar onze Tourwinnaar was over de kwaliteit niet te spreken. Hij brak met Flandria en hij liet frames maken bij kleine constructeurs in België en assembleerde ze zelf. De toelevering verliep met horten en stoten en daar kon een perfectionist als Jan Janssen moeilijk tegen. Op de rijwielbeurs in Parijs ontmoette hij de heer Dumas, fabrikant van de kwalitatief hoogwaardige Vitus-frames. Jan was op slag verliefd op de vederlichte gelijmde aluminium fietsen en hij werd importeur voor de Benelux. Het liep geweldig en op een gegeven moment reed het halve peloton op Vitus, inclusief de Ier Sean Kelly die bij elke nieuwe werkgever bedong dat hij alleen wilde tekenen als hij op een Vitus mocht rijden. Dan werd de fiets in sponsorkleuren gespoten zodat niemand het verschil zag. Dumas overleed een paar jaar later echter plotseling en de fabriek gleed langzaam af en moest de poorten sluiten. De hier afgebeelde Jan Janssen dateert uit de periode tussen Flandria en Vitus in. Hij is bij benadering dertig jaar oud en afgemonteerd met ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 mei 2007 10:00

Michele DANCELLI (1942, Italië)

Hij kwam uit een straatarme familie en veel uitzicht op een toekomst had hij niet, deze jongen uit een dorp in de buurt van Brescia. Maar hij was ambitieus en hij wilde wat bereiken. De regio waar hij vandaan komt heeft nogal wat grote coureurs voortgebracht en daarom koos Michele Dancelli de koersfiets om zo te proberen hogerop te komen. Hij had talent en een sterke eindsprint. In 1963 werd hij nationaal kampioen op de weg bij de amateurs en de sponsors roerden zich om hem bij de profs in te lijven. Hij debuteerde eind 1963 met een derde plaats in de Ronde van Lombardije. Hij ontwikkelde zich tot een eendagsrenner van formaat, maar meer dan een subtopper was hij aanvankelijk niet. De grote man van het Italiaanse wielrennen was in die tijd Felice Gimondi en daaronder beschikte Italië over sterke renners als Baffi (Pierino), Basso (Marino), De Pra, De Rosso, Fornoni, Motta, Santambrogio en anderen. Die zaten voor een groot deel bij Molteni, de ploeg die later met Eddy Merckx als kopman tot grote hoogten zou stijgen. In de jaren dat hij bij Molteni reed werd Dancelli steeds beter. In 1965 en ’66 werd hij nationaal kampioen en in dat laatste jaar won hij de Waalse Pijl. Hij kwam niet vaak Italië uit, want er was in eigen land voldoende werkgelegenheid. Hij won maar liefst 31 van die Italiaanse semi-klassiekers en dat is een respectabel aantal. Zijn mooiste overwinning behaalde Dancelli in 1970 toen hij na een solo van 70 kilometer Milaan-San Remo won. Van het rondewerk moest hij het minder hebben, hoewel hij er mooie resultaten heeft bereikt. Hij startte slechts een maal in de Tour. Hij won een etappe en hij werd 20e in het eindklassement. In de Giro startte hij negen keer. Hij won totaal elf etappes, waarvan vier in 1970 en zijn beste eindklassering was 4e en dat was eveneens in 1970, zijn topjaar. Dat seizoen heeft hij niet meer kunnen evenaren en hij zakte langzaam weg naar de achterste regionen van het peloton. In 1973 stopte hij op pas 31-jarige leeftijd. Wat hij daarna is gaan doen, weet ik niet, ik heb nooit meer iets over hem gehoord. Hij was in ieder geval iemand die zich niet bij zijn lot neerlegde en zijn eigen weg zocht om iets in het leven te bereiken.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 mei 2007 0:00

“Allereerst kom ik nog even terug op Johnny Cornelissen uit Nijmegen. De vader van profrenner Björn won eind april begin mei 1970 twee belangrijke amateurklassiekers in één week tijd. Vorige week ging ik in de uitslag van de Ronde van Gelderland op zoek naar de TOEKOMST van het wielrennen. Deze week wil ik datzelfde doen in de uitslag van die andere door Cornelissen gewonnen koers, de Ronde van Overijssel. Alweer, net als in Gelderland een week eerder, een totaal verregende wedstrijd. Jan Bakker werd tweede, hij was prof tussen 1976 en 1978 onder andere bij de Picadilly Ruysdaal ploeg van Henk Koopmans, waar hij zonder overwinningen bleef. Cees Priem werd vijfde en deze Zeeuw zou van 1973 tot en met 1987 prof zijn waarin hij vele successen behaalde waaronder het Nederlands Kampioenschap in 1974, ritten in vele koersen waaronder de Tour de France en de Driedaagse van De Panne. De Limburger Ger Harings was negende en hij was tussen 1970 en 1976 prof en won zes maal waaronder drie etappes in de Ronde van Spanje. Andere toekomstige beroepsrenners in de uitslag waren: Wim Prinsen, Aad van den Hoek, Cees Stam, Tino Tabak, Co Moritz, Bennie Groen, Albert Hulzebosch, Gerti Wildeboer en Gerrit Scheffer.

Dan nu WEEK 19 van 1979.
Dat is de week van 7 tot en met 13 mei. Op de maandag heroverde Joop Zoetemelk de leiderstrui in de Vuelta op zijn ploegmaat Levavasseur. Joop werd vierde op weg naar Santander achter winnaar Angel Lopez Del Alano, Lucien Van Impe en Manuel Esparza. De voorsprong was 1 minuut 40 op Yanez en 2 minuut 3 op Galdos. Leo van Vliet won op diezelfde dag de ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 mei 2007 10:00

Andrea TAFI (1966, Italië)

Iedere ploegleider zou zijn lippen aflikken met een type als Tafi in de ploeg. Als de maand februari op zijn einde liep, dan begon bij de Florentijn te borrelen wat in de maanden ervoor was voorgekookt. Dan werden – weer of geen weer – de mouwen opgestroopt en dan droomde hij van kasseien, storm en regen, hellingen als muren en alles wat de voorjaarskoersen van het noorden aan shit te bieden hebben. Dat waren zijn koersen en hij won Parijs-Roubaix in 1999 en de Ronde van Vlaanderen in 2002. Het hadden meer overwinningen kunnen zijn, maar het ploegbelang dwong hem nog wel eens in een positie waarin gediend moest worden. Dan ging hij de koers hard maken en volgens mij vond hij dat net zo leuk als winnen. Zo lang en zo hard op kop rijden tot de concurrentie volledig moegebeukt was en Museeuw of Ballerini, of Bartoli of Bortolami of een andere ploegmaat het af  konden maken. En datzelfde deed hij met alle liefde in de Giro, de Tour of een andere rondrit. Stoempen en iedereen het snot voor de ogen rijden dat was de specialiteit van deze verder vriendelijke Italiaan. Hij was het hele jaar goed, verrichtte bergen werk en was dan ook nog in staat in de najaarsklassiekers toe te slaan. Zo won hij in 1999 Parijs-Brussel en de Ronde van Lombardije en in 2000 Parijs-Tours. Tussen neus en lippen door werd hij ook nog nationaal kampioen (1998) en een hele reeks semi-klassiekers. Een groot coureur die eind 2004 bekendmaakte dat hij het welletjes was geweest. Hij maakte echter één voorbehoud hij wilde nog eenmaal zijn voorjaarsklassiekers rijden en Saunier-Duval bood hem een contract tot 31 mei. Hij kon het hoge niveau als bijna 40-jarige niet meer aan, maar hij heeft onderweg iedere kassei persoonlijk toegesproken en de meest hoekige, puntige en ellendige exemplaren geëmotioneerd gekust. Een Latin lover in de Hel. (foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 mei 2007 0:00

Dat hij de laatste weken goed bezig was, kon ieder zien. Thomas Dekker manifesteerde zich enkele malen nadrukkelijk in de klassiekers, maar kon het (nog) niet afmaken. Hij kwam nog macht tekort. Vooral in Luik-Bastenaken-Luik was hij indrukwekkend bezig, maar moest hij het afleggen tegen de krachtexplosie van Frank Schleck, waar Danilo Di Luca van profiteerde. Maar in de Ronde van Romandië stond hij er, het 22-jarige talent uit Noord-Holland. Na de Tirreno vorig jaar plakte hij nu de tweede kleine rittenkoers op de ProTour-kalender op zijn palmares. Als vijfde Nederlander na Wout Wagtmans, Joop Zoetemelk, Johan van der Velde en Gerard Veldscholten. In de afsluitende tijdrit maakte hij veel indruk en het interview, dat hij na afloop gaf, maakte ook indruk. Daar stond iemand die ondanks zijn jongenskoppie precies weet waar hij staat. Nuchter en zelfverzekerd stond hij op het erepodium. Over een week of zeven begint hij aan zijn eerste Tour de France. Vorig jaar vond ik het te vroeg, maar ik heb er nu alle vertrouwen in dat hij dat karwei mentaal aan kan. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 mei 2007 17:45

© Hans Middelveld

Dit affiche is een parade der onbekenden, want van de tien namen die erop zijn vermeld, zegt alleen de naam De Graaf mij iets. Bertus de Graaf was na de oorlog een van de bekendste gangmakers. Een grote man met een kale kop die met diverse stayers successen heeft behaald en vooral met Jaap Oudkerk. Dat hij zelf ook stayer is geweest weet ik ook, want hij was in 1933 kampioen van Nederland. De andere namen zeggen me niets, hoewel ik Domhof wel eens op een andere affiche van Hans heb zien staan. Op www.dewielersite.net heb ik dan ook alleen De Graaf en Domhof kunnen terugvinden. De rest staat er niet in. Wat me daarbij opvalt is dat De Graaf in 1933 beroepsrenner werd en Domhof in 1935. Deze wedstrijd werd verreden in 1931 en er werden toen nog geen kampioenschappen voor amateurstayers gehouden. Rara, hoe kan dat? Het ging om een voorwedstrijd over 100 kilometer achter grote motoren, dus ik denk dat er in die tijd enkele tientallen renners waren die …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 mei 2007 10:00

Hans JUNKERMANN (1934, Duitsland)

Na de tweede wereldoorlog stelde het Duitse wielrennen aanvankelijk niet veel meer voor. Het land had enkele jaren andere dingen aan het hoofd dan topsport. Maar in 1952 werd plotseling een volslagen onbekende Duitser wereldkampioen. Die heette Heinz Müller en de derde plaats was voor Ludwig Hörmann, ook al een Duitser. In die tijd reed ook ene Hans Preiskeit verdienstelijk, maar een echte grote wielernatie werd Duitsland er niet van. Aan het eind van de jaren vijftig verschenen er wel Duitse renners aan het wielerfirmament met kans op het vedettendom. De drie belangrijkste waren Rolf Wolfshohl, Rudi Altig en Hans Junkermann. Zij werden gecontracteerd door Franse ploegen die in die tijd het beeld bepaalden. Het aardige is dat die Duitse coureurs erg veelzijdig waren. Wolfshohl was een sterk wegrenner die in 1965 de Vuelta won, maar ook drie keer wereldkampioen veldrijden was. Altig was behalve een groot wegrenner, ook een fantastische achtervolger en een zesdaagsecoureur van formaat en Junkermann was in die drie disciplines vrijwel zijn evenknie. Hij was drie keer wegkampioen van zijn land, won twee keer de Ronde van Zwitserland, won klassiekers, eindigde vier maal bij de eerste tien in de Tour de France en won nog tal van wegwedstrijden. Ook op de piste was Hennes een hele baas. Hij was vele malen kampioen van Duitsland ploegkoers en een keer Europees kampioen in die discipline. Hij was verder een keer nationaal kampioen achtervolging en hij reed ook niet onverdienstelijk achter de grote motor. En ieder winterseizoen reed hij een aantal zesdaagsen en hij won er in totaal negen, waarvan vier met Altig. Ondanks alle grote Duitse renners die na hem zijn gekomen en die voor het grootste deel uit de voormalige DDR kwamen, handhaaft Hennes Junkermann zich met gemak bij de beste tien Duitse renners aller tijden. Na zijn carrière hield hij zich hoofdzakelijk bezig met het begeleiden van jong talent. Twee namen die het heel ver brachten (ook in de zesdaagsen) hebben de fijne kneepjes van Junkermann geleerd. Vraag het maar eens aan Rolf Aldag en Erik Zabel.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 mei 2007 0:00

Wilfried NELISSEN (1970, België)

In de vele jaren dat ik de wielersport volg heb ik tal van valpartijen gezien. Het loopt gelukkig meestal goed af, maar er zijn ook chutes geregistreerd, waarbij je maag zich omdraait. Zo’n valpartij gebeurde in de Tour de France van 1994 en al in de eerste etappe. 234 kilometer van Lille naar Armentières. Een rit voor de sprinters. Een van hen werd al voor de start uitgeschakeld, want Frédéric Moncassin viel van het trappetje dat hij moest beklimmen om het presentieformulier te tekenen. Met een dubbele enkelbreuk ging hij naar het ziekenhuis. De rit verliep zoals verwacht en de compacte groep denderde in Armentières op de finish af. In de brede straat waar de eindstreep was getrokken stonden de mensen dik opeengepakt achter de dranghekken. Voor de hekken stonden om de zoveel meter de politiemannen om te voorkomen dat iemand te ver over het hek zou hangen. Het publiek stond er al uren en ook de politiemannen staan al lang tevoren op hun plaats. Dan ontstaat er vaak een vertrouwelijke sfeer tussen le flic en het publiek. Toen de renners in aantocht waren vroeg een jongetje uit het publiek of de agent een foto wilde maken. Dat wilde hij wel en hij ging er eens goed voor staan. De gevolgen waren niet te overzien. Het peloton waaierde in de breedte uit van dranghek tot dranghek. Als hij gewoon was blijven staan had de agent al gevaar gelopen, maar als een beroepsfotograaf stond hij wijdbeens met de camera van dat jongetje in de aanslag om de plaat van zijn leven te maken. Als hij heeft afgedrukt zou ik die foto wel eens willen zien. Wilfried Nelissen de Belgische krachtsprinter had de gewoonte om met zijn kop naar beneden te sprinten en hij zag de agent dus niet. Hij knalde vol op de geüniformeerde sukkel en bleef bewusteloos liggen, nadat tal van renners over hem heen waren geduikeld. Toen hij weer bij kennis kwam, dacht hij de rit te hebben gewonnen. Het zag er slecht uit, maar het viel allemaal mee, al moest hij wel opgeven. Twee jaar later knalde hij in Gent-Wevelgem vol op een verkeerspaaltje en met een dubbele scheenbeenbreuk, een gebroken dijbeen en een knieschijffractuur bleef hij liggen. Hij kwam nog wel terug, maar de macht was uit die poot en hij stopte kort daarna. Hij was vier keer wegkampioen van België, waarvan twee keer bij de profs. Hij won ook de Omloop Het Volk en de Tour de l’Oise. Ik geloof dat hij nu ploegleider is. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 mei 2007 0:00

© Otto Beaujon

“Hoe kom je aan een merknaam voor een fiets? De achternaam van de fabrikant, zoals Fongers of Bianchi ligt natuurlijk voor de hand. Een naam dat symbool staat voor snelheid is natuurlijk ook aantrekkelijk en zo ontstonden merknamen als Gazelle, Adelaar of Adler en Eagle. De naam van een echte wielerheld is commercieel ook zeer geschikt en zo kennen we merken als Jan Janssen, Eddy Merckx, Giovanni Battaglin, enzovoort. Voordat er legendarische wielrenners waren naar wie een fietsmerk vernoemd kon worden, dus vóór Maurice Garin, want dat was de eerste die zijn naam aan een fietsmerk leende, kregen fietsen ook wel namen van mythologische helden. Voorbeelden zijn Hercules, Mercurius, Germaan en anderen. Namen van andersoortige helden waren ook in trek. Zo werd er in Duitsland een fietsenmerk vernoemd naar Otto Von Bismarck, de ijzeren kanselier uit de 19e eeuw. Een ander voorbeeld is Victoria. Dat merk werd in 1886 gedeponeerd door de Duitse firma Frankenberger & Ottenstein en die keuze was duidelijk een eerbetoon aan de toenmalige Engelse koningin. Victoria was in heel Europa een soort moedersymbool en ze had bovendien een Duitse mama. Haar vader werd zeer onverwacht tot de Britse troon geroepen, want hij was pas vierde in de lijn van troonopvolging. Toen de drie eerste troonopvolgers kort na elkaar overleden, moest …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 mei 2007 10:00

Luis HERRERA HERRERA (1961, Colombia)

In 1983 oordeelde de tweehoofdige directie van de Tour de France, verenigd in de heren Jacques Goddet en Felix Lévitan, dat hun Tour wel wat meer strijd kon gebruiken. Het was allemaal te voorspelbaar geworden. Na geweldenaren als Anquetil en Merckx was Bernard Hinault aan het bewind en het machtsblok Raleigh behaalde veel te veel etappezeges. Er moest meer concurrentie komen. Er werd over het ijzeren gordijn gekeken om te zien of die Oost-Europese staatsamateurs niet aan de Tour konden meedoen. Toen dat mislukte werd er overzee gekeken en in het verre Zuid-Amerika bleek zowaar een groot wielerland te bestaan. Colombia, een land met zeer hoge bergen, met veel kleine donkere jongetjes die als apen op een fiets tegen de steilste bergwand op konden rijden. Er kwam een ploeg van die donkerharige lichtgewichten over om aan de belangrijkste wedstrijd ter wereld mee te gaan doen. Het werd een drama. In de bergetappes zag je ze inderdaad van voren koersen, maar in de vlakke aanloopweek werden ze moeiteloos uit de wielen gereden en de tijdritten waren helemaal een helse opgave. Dat werk kenden ze niet en de schrik zat er goed in toen ze in hun land terug waren. Die zien we nooit meer terug, dacht iedereen, maar een jaar later waren ze er weer en ze hadden hun allersterkste coureur meegebracht. Luis Herrera, heette hij, maar hij stond ook bekend als de Vlinder van de Andès en de Kleine Tuinman. Het was meer een tuinkabouter, maar in het klimmen was het een reus ook op de hoogste Alpentoppen en Pyreneeënreuzen. Ook hij had moeite met de lange vlakke ritten en het tijdrijden, maar hij won wel gelijk de koninginnerit naar l’Alpe d’Huez. Een jaar later won hij zelfs twee bergetappes en het bergklassement. In 1987 eindigde hij als vijfde in het algemeen klassement en bracht hij wederom de bolletjestrui in Parijs. Lucho won in zijn carrière de Ronde van Spanje en de Dauphiné Libéré.  Sindsdien rijden er elk jaar wel enkele Colombianen in de Tour mee, maar een grote als Herrera is niet meer voorbij gekomen. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 mei 2007 0:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende »