BAUTZ, Erich (1913, overleden 17.09.1986, Duitsland)
BISHOP, Andy (1965, Verenigde Staten)
DEPREDOMME, Prosper (1918, overleden 08.11.1997, België)
GOOTJES, Hugo (1985, Nederland)
GRACZYK, Jean (1933, overleden 27.06.2004, Frankrijk)
KIL, Pelle (1971, Nederland)
LINART, Victor (1889, overleden 23.10.1977, België)
MARKOV, Alexei (1979, Rusland)
SIEMONS, Jan (1964, Nederland)
STUBBE, Tom (1981, België)
TRAPÉ, Livio (1937, Italië)
TRONCOSO SOBRINO, José (1981, Spanje)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 mei 2007 0:00

“Bijna zou ik in mijn mini-serie Royalty nog een hofleverancier vergeten en nog wel een heel interessante. Het gaat ditmaal zelfs om niet één, maar drie balhoofdplaatjes, omdat dit oude merk ooit officieel hofleverancier was van drie vorsten, waarvan twee regerend! Het gaat hier om het aloude Nederlandse merk Burgers ENR (= Eerste Nederlandse Rijwielfabriek), opgericht in 1869 en vaak beschouwd als de eerste fietsenfabriek in Nederland. Die eer komt echter feitelijk toe aan de firma Samuelsen, die een jaar eerder al fietsen op bestelling bouwde in een pand aan de Plantage in Amsterdam dat tegenwoordig één van de dienstgebouwen van Artis is.
Maar die Eerste Nederlandse Rijwielfabriek Burgers was wel van een heel ander kaliber. De zaken werden van meet af aan groots aangepakt. Ze hadden direct begrepen dat bekende Nederlanders als klant een goede reclame voor hun merk zouden betekenen en Burgers was dan ook de eerste sponsor in Nederland die een renner onder contract had. Dat was Marten Kingma, beroepswielrenner in het jaar 1894, toen overal in Europa het beroepswielrennen begon door te breken. Kingma’s carrière duurde tot 1898, en daarna werd hij dealer van Burgers in Amsterdam. Zijn beeltenis was ook een tijd lang ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 mei 2007 10:00

Ferdinand BRACKE (1939, België)

Deze Waal van Vlaamse afkomst behoort zeker tot de tien beste tijdrijders uit de geschiedenis van de wielersport. Hij won de Grote Landenprijs, de GP Lugano en de Trofeo Baracchi samen met Eddy Merckx. Hij was twee keer wereldkampioen achtervolging en in die discipline vier keer kampioen van België. En hij was natuurlijk werelduurrecordhouder, door op 30 oktober 1967 op de Olympische wielerbaan van Rome in één uur tijd een afstand van 48 kilometer en 934 meter te hebben gereden. Daarmee was hij de eerste die de grens van de 48 kilometer doorbrak. Maar Bracke kon meer. Hij kon ook redelijk klimmen en hij was een goed ronderenner. Zijn derde plaats in de Tour de France van 1968 bewijst dat en zijn overwinning in de Ronde van Spanje 1971 onderstreept dat nog eens. Toch figureert hij in mijn herinnering niet als een grote renner. Daar zijn drie redenen voor. In de eerste plaats omdat er in zijn jaren als beroepsrenner veel groten waren, want zijn carrière overlapte bijvoorbeeld een deel van de loopbanen van fenomenen als Anquetil en Merckx. De andere reden is dat Bracke een bescheiden man was die zich niet graag op de voorgrond drukte. En de derde reden was dat hij op cruciale momenten nog wel eens ten prooi viel aan zijn zenuwen. Het fraaiste voorbeeld daarvan is de laatste etappe van de Tour de France 1968. Dat was een tijdrit en de mannen die in het klassement voor hem stonden (Vanspringel en Janssen) moest hij in zijn specialiteit kunnen hebben. Hij kon het niet die dag en hij faalde jammerlijk, hoewel hij wel het erepodium haalde. Bracke was op jeugdige leeftijd al geheel grijs en dat gaf hem een bepaald aanzien in het peloton. Na zijn carrière ging hij zich als bondscoach bezighouden met de Belgische amateurs en hij was jarenlang wedstrijdleider in de Grote Prijs Wallonië, in 1999 gewonnen door de vandaag eveneens jarig zijnde Patrick Jonker. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 mei 2007 0:00

DE MANNEN ACHTER MERCKX
 

door Patrick Cornillie en Johny Vansevenant

“Zoals in Nederland met boekwerken die direct of indirect over het fenomeen Johan Cruyff gaan, een flinke boekenkast is te vullen, zo bezit menige Belgische wielerliefhebber het complete oeuvre aan boekwerken waarin het fenomeen Eddy Merckx een hoofdrol of minstens een flinke bijrol speelt. Van de laatste soort is dit boek, uitgegeven door – jawel – De Eeclonaar een goed voorbeeld. ‘De mannen achter Merckx’ is voor het grootste deel gewijd aan de knechten die Merckx uit de wind hielden, de sprint voor hem aantrokken, uitlopers terughaalden, uren achtereen tempo reden, hem van eten en drinken voorzagen, hem duwden als de Zwarte van Tervuren op de fiets een plasje moest doen (cover), zijn rug wasten, zijn schoenen poetsten, zijn boterhammen smeerden, zijn neus afveegden en nog veel meer. Ik chargeer natuurlijk een beetje, maar ik heb eens in een interview met Ab Geldermans gelezen wat de knechten van Anquetil allemaal deden en dan komt mijn beschrijving dicht in de buurt. Die knechten waren stuk voor stuk ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 mei 2007 10:00

Sean KELLY (1956, Ierland)

Ik wil niet zeggen dat Sean Kelly een favoriet van me was, maar ik heb altijd een grote sympathie voor deze Ier gehad. In 2001 was ik in Antwerpen in de Village du départ toen ik hem zag. Hij stond te praten met David Duffield, de Engelsman die commentaar levert voor Eurosport, bij wie Kelly regelmatig als co-commentator optrad. Omdat ik David redelijk ken vond ik het geen probleem om er even bij te gaan staan. David introduceerde me bij Kelly en we hebben enkele minuten gezellig staan praten. Ik vond het een aardige, voorkomende man, voorzover je dat in enkele minuten kunt vaststellen. Wat ik in de renner Kelly bewonderde was zijn professionaliteit, zijn veelzijdigheid en de wijze waarop hij zich van doldrieste sprinter ontwikkelde tot een allround coureur, die ook bergop goed meekon en een redelijke tijdrit kon rijden. In het begin van zijn profcarrière was hij nog een beetje het lelijke eendje op zoek naar zijn bestemming, maar na drie profseizoenen ontpopte hij zich tot een prachtige zwaan die een absolute topwielrenner was. Elf klassiekers, de Ronde van Spanje, zeven keer op rij Parijs-Nice, twee keer de Ronde van Zwitserland, vier keer winnaar van het puntenklassement in de Tour en nog een lange waslijst aan kleinere koersen meer. Een keiharde prof die met een groot wielerhart koerste om op z’n Iers zoveel mogelijk geld te verdienen. Een heel ander type dan zijn onzekere en blessuregevoelige landgenoot Stephen Roche, met wie hij samen het Ierse wielrennen op de kaart zette. Helaas hebben zij nog geen opvolgers voortgebracht, zo die er ooit komen. Ierland is door de zegeningen van de Europese Gemeenschap een welvaartsland geworden. En waar de bomen tot in de hemel groeien, daar hebben bikkels als Kelly moeite te gedijen. (Foto: © Philip van der Ploeg) 

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 mei 2007 0:00

© Henk Theuns

“Het is bijna aan dit truitje te zien. De jaren vijftig waren voor de wielrennerij de jaren van grote successen voor een klein en select groepje renners en armoe troef voor de rest. Dat selecte groepje bestond uit de toppers van Kees Pellenaars. Wim van Est, Woutje Wagtmans, Gerrit Voorting en Jan Nolten verdienden in die jaren een goede boterham. Rijdend op Locomotief-fietsen en gekleed in dit truitje dat in meerdere kleuren bestond. Knechten als Thijs Roks, Hein van Breenen en Adri Suykerbuyk reden ook zo rond, maar verdienden al een stuk minder. Om over de rest maar te zwijgen. Tot die rest behoorde ook Harry Schoenmakers uit Blerick. Dat moest je er altijd bij zeggen, want er was ook een Harrie Schoenmakers uit Eindhoven. Maar die was 18 jaar ouder en die stopte in 1955 met wielrennen, terwijl de Blerickse Schoenmakers in 1956 bij de profs debuteerde. Ze werden echter steeds door elkaar gehaald en dat ongeluk kwam er voor Blerickse ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 mei 2007 10:00

AERT, André van (1940, Nederland)
BUCKACKI, Richard (1946, Nederland)
CHEULA, Giampaolo (1979, Italië)
GALLOPIN, Alain (1957, Frankrijk)
LOGVIN, Oleg (1959,  Oekraïne)
OERS, Toon van (1930, Nederland)
ROKS, Rinie (1938, overleden 26.05.1986, Nederland)
STROETINGA, Wim (1985, Nederland)
STUYTS, Alfons (1908, overleden 02.05.1980, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 mei 2007 0:00

“Deze fiets is afkomstig uit Zeeuws-Vlaanderen en hij is van een zekere Patrick van Passel geweest. Van Passel moet een klein mannetje zijn want het is een klein frame van slechts 52 cm. De fiets is gemaakt voor de Buckler ploeg die in het begin van de jaren negentig deel uitmaakte van het profpeloton. Aangezien de buis SL Crono van het fabrikaat Columbus nog niet de karakteristieke geprofileerde vormen heeft, maar nog gewoon rond is, hebben we te maken met een vroeg model. Profrenners die bij Buckler onder contract stonden waren o.a. Gerrit de Vries, Erik Dekker, Rob Mulders, Jelle Nijdam en Peter Winnen, de Limburger die in het Buckler-shirt in 1990 Nederlands Kampioen werd. Het alcoholvrije of alcoholarme biermerk van Heineken worstelde in Nederland met zijn imago en het was mede dankzij Youp van ’t Hek een kort leven beschoren. De Bucklerploeg monteerde zijn fietsen af met Superbe-Pro onderdelen van Suntour, die in 1977 met een complete groep op de markt kwam. Geen verkeerde keus want qua schakelen en duurzaamheid was het in ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 mei 2007 10:00

Raymond MARTIN (1949, Frankrijk)

Niemand kent Raymond Martin beter dan Joop Zoetemelk. Al in 1973 waren ze ploegmaats in de Gitane-Frigecrème ploeg. In 1977, ’78 en ’79 was de Fransman een van zijn belangrijkste helpers toen Joop kopman was van de Miko-Mercier-ploeg. Toen de Nederlander in 1980 overstapte naar Raleigh werden drie van zijn voormalige ploeggenoten grote concurrenten van hem. Dat waren de Zweed Sven-Ake Nilsson en de Fransen Christian Seznec en Raymond Martin. Maar de ploeg die jarenlang in dienst van Poulidor had gereden en daarna voor Zoetemelk was na de onthoofding de weg kwijt en had niet voldoende initiatief in huis om het hun voormalige kopman echt lastig te maken. Behalve dan in de eerste Pyreneeënetappe toen Zoetemelk, vanwege het uitvallen van Hinault net leider in het algemeen klassement was geworden maar het geel vooralsnog weigerde, met vijf concurrenten voorop kwam. De drie Merciers, de Belg Johan Demuynck en Hennie Kuiper. Nilsson, Seznec en Martin demarreerden om beurten en Joop had geen hulp. Zijn meesterknecht Johan van der Velde was in de Pyreneeën niet super, maar hij zou dat in de Alpen helemaal goed maken. Dus stond Jopie er op die eerste dag als klassementsleider alleen voor. Omdat hij de drie zo goed kende, haalde hij Nilsson terug en counterde vervolgens de uitval van Seznec. Toen ging Martin en Joop liet hem gaan. Martin was de minste tijdrijder van de drie en dat was de reden waarom Martin wel mocht vertrekken. De andere twee vielen niet meer aan en Zoetemelk zorgde er door droog temporijden voor dat het gat niet te groot werd. In de Alpen stelde Martin zich tevreden met het winnen van het bergklassement. Hij was een uitstekende ronderenner die in het hooggebergte tot veel in staat was. Hij was echter geen winnaarstype en zijn palmares is bescheiden. De kans op eeuwige roem heeft hij in 1980 laten liggen, maar hij stond wel – zij het met een sip gezicht - met twee Nederlanders in de bolletjestrui op het erepodium in Parijs. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 mei 2007 0:00

“Op vrijdag 21 mei 1976 won de Belg Patrick Sercu twee ritten in de Ronde van Italië. Het succes van de zesdaagsekoning werd echter overschaduwd door het dodelijke ongeval van de 29-jarige Spaanse renner Juan-Manuel Santisteban. Het drama speelde zich af in de afdaling van een heuvel in de omgeving van startplaats Catania tijdens het eerste gedeelte van de eerste rit. Santisteban had samen met Carlos Ocaña en Antonio Menendez, ploegmakkers van de KAS-ploeg, gewacht op José-Antonio Gonzalez-Linares, die een lekke band had gekregen. Tijdens de afdaling ging Santisteban met hoge snelheid in een bocht onderuit en hij viel met zijn hoofd op en tegen een vangrail. De Spaanse renner liep niet alleen een schedelbasisfractuur op, maar ook ernstige snijwonden aan hals en nek. In de ambulance overleed hij tien minuten na de valpartij. Hij was geen ‘grote’, maar wel een uitstekende knecht die af en toe zijn kans greep. In de zes seizoenen dat hij als prof actief was, won hij diverse keren een etappe in de een of andere rondrit en zaltijd na een lange solo. Zo won hij in 1976 nog de zesde rit van de Ronde van Andalusië.

Twee jaar later, op donderdag 18 mei 1978, maakte Eddy Merckx tijdens een persconferentie bekend te zullen stoppen met koersen. De kranten stonden vol over zijn grote verdiensten voor de wielersport. De unieke dosis inzet en werklust werden ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 mei 2007 10:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende »