Michael RASMUSSEN (1974, Denemarken)

Ik zag hem deze week enkele malen voorbijkomen in de Giro. Soms even in de voorste gelederen als het omhooggaat, maar vaker aan het laatste wiel. The Chicken úit Holbaek is aan het trainen en iedereen weet waarvoor. Voor die ene dag in de Tour de France dat hij zijn duvels gaat ontbinden. Al vroeg in de etappe gaat hij er vandoor en met speels gemak bedwingt hij de cols. Hij realiseert een grote voorsprong die in de laatste 50 kilometer snel minder wordt. Maar ze krijgen hem niet meer te pakken en als doodvermoeide maar dolgelukkige winnaar van de etappe heeft hij de basis gelegd voor het andermaal binnenhalen van de bolletjestrui. Verder gaat zijn ambitie niet, want toen hij in 2005 door zijn exploit in de Vogezen bij de eersten in het algemeen klassement geraakte en een podiumplaats in het verschiet lag, kon hij het in de tijdrit niet afmaken. De laatste tijdrit werd een drama voor Rasmussen en hij verloor enkele plaatsen in het klassement om daarna als zevende in Parijs te arriveren. Mooi, maar voor hem zelf nauwelijks belangrijk. Met zijn bolletjestrui werd hij in eigen land een gevierde ster en in Nederland als prominent renner van Rabobank populair in de criteriums. Voor een echte klimmer is die trui het hoogtepunt van het bestaan. Beroemde voorgangers als Federico Bahamontes en Lucien Van Impe hebben zich nooit op de eindoverwinning gefocust, maar ze wonnen toch allebei een Tour de France. Ik vrees dat dat geluk Rasmussen niet beschoren zal zijn, want daarvoor is zijn tijdrit te zwak en die spelen altijd een belangrijke rol in de Tour. Meer dan in de tijd van de vroegere bergkoningen. Hij is nu weer volop in training voor de trui van 2007. Daarom zullen we hem vandaag op zijn verjaardag wel weer veelvuldig aan het laatste wiel zien. De Chicken die volgende maand weer één dag een trotse haan zal zijn. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 31 mei 2007 22:00

RIK VAN LOOY
 

door Roger De Maertelaere

“Met een A4 formaat en 192 pagina’s is dit geen boek om over het hoofd te zien. Het gaat dan ook over één van België’s grootste wielerzonen. Toen ik eens werd geïnterviewd door de BRT, vroeg de dame die het interview afnam, wie ik na Eddy Merckx de grootste Belgische wielrenner vond. Ik hoefde geen seconde te denken en ik zei: Rik Van Looy. Ik kon niet meer stuk bij haar, want zij bekende uit Herentals afkomstig te zijn, de geboorte- en woonplaats van de plaatselijke Keizer. Het is een boek dat in enigszins chronologische volgorde de carrière van Rik II behandelt met alle hoogte- en dieptepunten. Met heel veel foto’s die vaak paginagroot worden afgebeeld en met een zeer uitgebreide palmares die maar liefst 47 pagina’s in beslag neemt. Het is vlot geschreven en dat kun je wel overlaten aan Roger De Maertelaere, de wielerjournalist die al bijna veertig jaar voor Het Laatste Nieuws werkt en vele wielerboeken op zijn naam heeft staan. De Mannen van de Nacht, over de geschiedenis van de Zesdaagse, is de diamant in zijn oeuvre, maar dit boek mag er ook zijn. Het begint met een fraai gedicht van Willy Vanhegge en dat begint zo:

‘Renners waren nog goden toen,
in wollen trui in nevelen
van radio en krant gehuld.’

En zo is het ook, want de Belgische kranten zouden zonder de wielersport een stuk dunner zijn. In het boek ook ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 31 mei 2007 8:00

Jean-Luc VANDENBROUCKE (1955, België)

Deze Franstalige Belg uit Moeskroen was een opvallende coureur maar op zijn erelijst ontbreekt een echt grote overwinning. Natuurlijk is Blois-Chaville, in de jaren tachtig de benaming voor Parijs-Tours een klassieker, maar bij Jean-Luc denk je toch ook aan een of meer van de grote klassiekers. Milaan-San Remo lag hem heel goed en daarin werd hij een keer tweede, zij het met een vlekje. Hij was een grote belofte want in de jeugdrangen won hij alles wat er te winnen was, met als hoogtepunten het kampioenschap van België op de weg en een nationaal en een Europees kampioenschap achtervolging. Hij was een begenadigd tijdrijder en een specialist in prologen. Zo’n kort ritje kon hij als een raket afwerken in een prachtige stijl. Alles was in harmonie als hij voor een contre la montre op de fiets kroop. De Grote Landenprijs, De GP Eddy Merckx en de Trofeo Baracchi, met het wonderkind Fons De Wolf aan zijn zijde, staan fier op zijn palmares. Maar hij kon meer. De grote ronden waren niet aan hem besteed, maar korte rondritten lagen hem wel. De Tour de l’Aude, de Vierdaagse van Duinkerke, de Driedaagse van De Panne en de Tour de l’Oise staan allemaal op zijn erelijst. Bij de naam Jean-Luc Vandenbroucke denk ik ook aan de politiek, want als actief renner zat hij in de gemeenteraad van zijn woonplaats Moeskroen en ik geloof niet dat hij daar als een soort farce gezeten heeft, want hij werd in 1982, op de dag van zijn grootste succes, herkozen. Na zijn carrière werd hij de eerste ploegleider bij Lotto, de sponsor die nog steeds in de wielersport zit. Ook was hij commentator bij de RTBF bij wielerwedstrijden. Hij is de vader van Jean-Denis, die drie jaar lang bij de profs reed, en de oom van Frank, de renner die de eerste was die zijn hond in de wielersport introduceerde. Helaas zit er op de carrière van oom Jean-Luc ook een dopingsmetje, want na zijn tweede plaats in Milaan-San Remo bleek hij positief. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 mei 2007 22:00

© Henk Theuns

“Deze trui ziet er nogal flodderig uit, maar het is toch een echte regenboogtrui. Een van de twee van Ferdinand Bracke. Hij was wereldkampioen achtervolging bij de profs in 1964 in Parijs en in 1969 in Antwerpen. Welke van de twee het is, weet ik niet, maar dat is ook niet belangrijk. Bracke was een keigoede achtervolger, want naast die twee titels werd hij vier keer tweede en een keer derde. Hij was ook nog werelduurrecordhouder, want tijdrijden was zijn specialiteit. Het is jammer dat het nummer achtervolging nu een specialiteit is geworden, want het was vroeger een discipline waar alle grote jachtrijders van de weg zich eens per jaar op ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 mei 2007 8:00

Johan DE MUYNCK (1948, België)

Ik heb het al vaker op deze plaats geschreven: het verschil tussen een kopman en een knecht kan soms zeer gering zijn. Johan De Muynck was een prachtige renner. Hij zat mooi op de fiets en hij kon goed mee in het hooggebergte. Hij had alleen niet de uitstraling van een kampioen. Hij reed in de tijd van Merckx en een van de grootste concurrenten van De Kannibaal was Roger De Vlaeminck. De Zigeuner uit Meetjesland was geen kandidaat voor de Tour en ook niet voor de Giro, maar hij kon heel goed uit de voeten in de kleinere etappekoersen, ook als die voor een deel door het hooggebergte gingen. Zo won hij de Ronde van Zwitserland, met zes etappezeges en maar liefst zes maal de Tirreno Adriatico. Het is dus niet vreemd dat hij ook een zege in de Ronde van Romandië begeerde en in de editie van 1976 moest het gebeuren. Het is een lastige koers en de ambities van De Vlaeminck werden behoorlijk getemperd door de deelname van Merckx. De Vlaeminck begreep dat hij de koers zwaar moest maken en hij stuurde zijn knecht Johan De Muynck in een bergetappe vooruit. Hij wist wat De Muynck kon en Merckx en zijn mannen zouden dan jacht op hem moeten maken, waarvan De Vlaeminck dan wellicht kon profiteren. Maar het pakte anders uit. De Muynck vloog die dag en niemand achterhaalde hem. De etappewinst en de leiderstrui waren zijn deel. Twee dagen later ging Merckx op avontuur om de volle ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 mei 2007 22:00

© Peter Ravensbergen

“Op Rotterdam Zuid zit een echte racefietsspecialist. Als je langs de Kuip rijdt en je gaat de luchtbrug over richting Zuidplein dan ligt zijn zaak aan de linkerkant op de Strevelsweg. De naam ‘Wielerstudio Cees Jonkers’ bestaat nog steeds, maar is nu in andere handen. Cees was in de jaren vijftig een niet onverdienstelijk renner, maar veel valpartijen noopten hem ertoe zijn aspiraties voor het hoogste plan te laten varen. Met zijn opleiding als instrumentmaker was het niet moeilijk om als mecanicien een bestaan op te bouwen. Hij deed daar waardevolle contacten op en besloot een eigen wielerstudio te beginnen. De spoeling was dun met het gevolg dat andere collega’s een geintje uithaalden door overal rond te bazuinen dat bij Cees alles voor de helft van de prijs was. Cees was een vrijgevige vent die ingeruilde fietsen aan mij doorverkocht zonder enige winst. Dat ik gecharmeerd was van het wereldkampioensshirt van Leontien van Moorsel was hem al lang opgevallen en toen hij de zaak overdroeg, kreeg ik dat truitje cadeau. Als ik me niet vergis was dat de regenboogtrui die Tinus in 1998 in Valkenburg won. Leontien was enige jaren klant van Cees totdat ze een eigen mecanicien had. Ik sprak hem in zijn zaak vlak nadat Tinus op ongelukkige wijze een wereldtitel in …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 29 mei 2007 8:00

DIETZEN, Raimund (1959, Duitsland)
HEST, Nico van (1950, Nederland)
OPPERMAN, Hubert (1904, overleden 18.04.1996, Australië)
SOMERS, Jef (1917, overleden 25.05.1966, België)
VAN LANDEGHEM, Kurt (1972, België)
VANRYCKEGHEM, Daniel (1945, België)
WIERSTRA, Martin (1928, overleden 24.12.1985, Nederland)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 mei 2007 22:00

“Volgens De Gelderlander was zondag 28 mei 1978 een ‘Zwarte dag voor Italië’. Waarom? Johan Demuynck (Foto: © Cor Vos) uit België werd in Milaan als eindwinnaar gehuldigd van de 61e Ronde van Italië. En niet zomaar een zege, nee Johan veroverde het roze tricot na afloop van de derde rit (een bergrit naar Cascina) en stond het niet meer af. En omdat zijn landgenoten Maertens en Van Linden de trui ook nog even droegen hadden alle leiderstruien in de Giro van 1978 een Belgische eigenaar. De belangrijkste Italiaanse coureurs uit die tijd eindigden op de plaatsen die eigenlijk niet tellen: Baronchelli tweede, Moser derde, Panizza vierde en Saronni vijfde. Een schrale troost voor Francesco Moser was de puntentrui. De bergtrui was voor de Zwitser Ulli Sutter. Zestien van de twintig ritten hadden trouwens wel een Italiaanse winnaar, Moser won er vier en Saronni drie. Al met al toch geen slechte Ronde voor de Italianen, zo zwart was die dag nou eigenlijk ook weer niet.

Hennie Kuiper was eind mei 1978 in blakende vorm. Op zondag won hij de Profronde van Venhuizen door de winnaar van de Giro 1977 Michel Pollentier in de sprint te kloppen. Daags erna won ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 mei 2007 8:00

Michael BOOGERD (1972, Nederland)

Ik had zijn naam natuurlijk kunnen linken naar het stukkie dat ik vorig jaar op zijn verjaardag over hem schreef, maar soms wijk ik van die gewoonte af als er meer te melden is. En dat is er, want Michael heeft een aantal weken geleden bekendgemaakt dat hij er aan het eind van het seizoen mee stopt. Hij wordt vandaag 35 jaar en dat is doorgaans de leeftijd dat renners zich een aantal dingen gaan realiseren. De grote wensen zijn vervuld, hoewel ik zeker weet dat hij van de Ronde van Lombardije droomt. Maar je moet reëel zijn en dat is hij al vanaf het moment dat hij de fiets besteeg om in navolging van broer Rinie wielrenner te worden. Als jong rennertje onderscheidde hij zich al snel als een klimtalent en dat is zeldzaam in Nederland. Bondscoach Egon van Kessel kan lyrisch vertellen over de twee talenten die hij al vroeg onderhanden kreeg. Michael Boogerd en Koos Moerenhout. Jongens met de potentie om toppers te worden, maar de een werd het en de ander niet. Niets ten nadele van Koos, maar waar Michael al jaren een natuurlijke kopman is, daar is Koos vooral een (uitstekende) knecht, die soms nog eens laat zien wat zijn grote mogelijkheden zijn. In vergelijking met zijn voorgangers Zoetemelk, Raas, Kuiper, Rooks, Breukink kun je de palmares van Mr. Prodent niet indrukwekkend noemen. Drie Nederlandse kampioenschappen, twee Touretappes, Parijs-Nice, de Amstel Gold Race en een vijfde plaats in de Tour de France. Dat is het – met veel respect mijnerzijds - wel zo’n beetje. Toen Michael in de …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 mei 2007 22:00

© Hans Middelveld

In de rijke geschiedenis van het Olympisch Stadion zijn er diverse grote internationale toernooien in gehouden. Het stadion is zelfs voor zo’n evenement gebouwd, want de Olympiade van 1928 was de officiële opening van het prachtige bouwwerk in Amsterdam-Zuid. Daarna was het vijf keer het decor van een groot wielerevenement. Dat waren de wereldkampioenschappen op de baan in 1938, 1948, 1959, 1967 en 1979 in combinatie met het WK op de weg elders in het land. Nederland heeft nog twee keer meer een WK mogen organiseren. De eerste keer was in 1925, maar toen bestond het Olympisch Stadion nog niet. De tweede keer was in 1998, maar toen waren de weg- en de baankampioenschappen al gescheiden en waren het uitsluitend wegrenners die in Valkenburg in actie kwamen. De wereldkampioenschappen op de weg werden daarvoor steeds in diezelfde week gehouden en dat was meestal in Zuid-Limburg. De enige uitzondering was 1959 toen de wegwedstrijden werden verreden op het autocircuit van Zandvoort en dat leverde ook prompt een sprinter op als wereldkampioen. Er waren echter nauwelijks mensen die het de sympathieke André Darrigade toen misgunden. Het WK van 1959 was voor Nederland ook het minst succesvolle van de vijf, want we hadden maar één wereldkampioen. In 1938 hadden we twee wereldkampioen in Arie van Vliet bij de …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 mei 2007 8:00

2 3 4 5 6 7 Volgende »