© Henk Theuns

“Wilco Zuyderwijk was een renner met veel talent, maar het is er niet echt uitgekomen. Waar dat aan ligt, is altijd een moeilijk verhaal. Wilco wordt nog wel eens in verband gebracht met conflicten en niet altijd terecht. Hij heeft een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel en dat speelt hem nog wel eens parten. Je kunt dan beter tot tien tellen en je diplomatiek opstellen, in plaats van impulsief verhaal te gaan halen. Zijn ontslag bij Jan Raas was destijds een raar verhaal. Het ging er Raas om een lastige renner kwijt te raken, die nogal bedreven was in het uithalen van rottigheid. Toen die – met de hulp van …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 april 2007 10:00

Alejandro VALVERDE BELMONTE (1980, Spanje)

Het mooiste verjaarsdagscadeau dat hij vandaag kan krijgen, kan hij alleen zichzelf geven. De overwinning in De Waalse Pijl. De wedstrijd die hij ook vorig jaar won, maar toen was het niet zijn verjaardag. Alejandro Valverde is een begenadigd renner, want hij kan alles. Klimmen, tijdrijden, sprinten, you name it, hij heeft het in huis. Dat moet een keer tot een overwinning leiden in het wereldkampioenschap. Hij stond al twee keer op het podium met een tweede plaats. Eerst in 2003 achter zijn landgenoot Igor Astarloa en in 2005 achter Tom Boonen. In de Tour de France moet hij ook ver kunnen komen. Hij stond tot nu toe twee keer aan de start. In 2005 won hij op indrukwekkende wijze de etappe naar Courchevel, maar moest een paar dagen later uitvallen. Vorig jaar ging hij al in een van de eerste ritten tegen de vlakte en brak hij zijn sleutelbeen. Maar ja met de twee Ardennenklassiekers op zak kon zijn seizoen niet meer stuk. Het was overigens opvallend dat hij in die Tour startte, want zijn naam kwam ook voor op de lijst van het Spaanse dopingschandaal. Maar zijn ploeg – Caisse d’Epargne – verbond daar als enige geen consequenties aan. Basso, Ullrich en anderen werden teruggetrokken, maar Valverde mocht starten. Uiteraard zullen de komende dagen alle ogen op Alejandro gevestigd zijn, vooral die van zijn concurrenten. Hij is zeker in staat zijn prestatie van vorig jaar te herhalen want niemand kan tegen hem op als het op spurten bergop aankomt. Ik zou wel eens willen weten wat hij als veldrijder klaarmaakt, want hij heeft zijn naam mee. Ik spreek geen Spaans, maar met mijn bescheiden kennis van Romaanse talen is VAL volgens mij dal en VERDE groen. Lex Groenendaal dus, onthou die naam. Hij kan trouwens ook nog flipperen. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 april 2007 0:00

 

“Het Belgische fietsmerk Groene Leeuw vormde met het biermerk Wiels in de jaren vijftig en zestig een gerenommeerde wielerformatie. Onze zuiderburen houden wel van een pint dus die combinatie klonk ze niet vreemd in de oren. Ze waren niet de enige, want in Frankrijk had je het biermerk Pelforth en met wat minder alcohol het Nederlandse Bückler en de Duitsers doen het heden ten dage geheel zonder alcohol met het bronwater van Gerolsteiner. De fabriek van Wiels stond in Brussel Zuid en moest in 1988 de deuren sluiten. In de gebouwen van de vroegere brouwerij is nu het Centrum van Hedendaagse Kunst gevestigd. Grote jongens die in de loop der jaren voor de groen-gele brigade reden waren onder andere Willy Vannitsen, Gilbert De Smet, Walter Godefroot, Benoni Beheyt en nog een hele reeks van die echte Belgische kleppers. Per seizoen was de ploeg goed voor ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 april 2007 10:00

André DARRIGADE (1929, Frankrijk)

In de jaren vijftig was hij één van mijn idolen in de jaarlijkse uitgave van de Tour de France. Hij was een sprinter en een van de snelste op de weg. Geducht rivaal van mannen als Rik Van Steenbergen en Miguel Poblet. Op de baan schijnt hij Antonio Maspes, zevenvoudig wereldkampioen sprint, eens verslagen te hebben. Maar hij was vooral wegrenner die veertien keer in de Tour van start ging en hem dertien keer uitreed. Hij eindigde nooit bij de eerste tien, maar wel drie maal als zestiende. En … hij won in totaal 22 etappes. Met dat aantal staat hij derde in het klassement van meeste etappeoverwinningen, achter Eddy Merckx (35) en André Leducq (25). Een van zijn 22 etappeoverwinningen had hij liever niet behaald. Dat was de laatste etappe in de Tour van 1958. Die won hij in de eindsprint op de wielerbaan van het Parc des Princes. In volle sprint reed hij op de baancommissaris in die te ver op het cement stond. Het hoofd van Dédé werd daarna in een enorme tulband gewikkeld, maar de baancommissaris behoefde geen zorg meer omdat die ter plekke was overleden. Darrigade behoorde altijd tot de ploeg van de Franse nationalen met Louison Bobet en later Jacques Anquetil als kopman. Hij was een vriend van Bobet en hij deelde volop in diens successen. De blonde pijl, de vliegende Bask en de man met de honderd truien waren zijn bijnamen. Het hoogtepunt in de carrière van Darrigade was zijn wereldkampioenschap in 1959, behaald op het autocircuit van Zandvoort. Het parcours was duidelijk niet lastig genoeg voor de beste renners van toen en zo won een sprinter. Maar niemand zeurde daar over, want Darrigade was een vedette en niemand betwistte dat. In tegenstelling tot veel van zijn generatiegenoten is hij nog in leven en hij blaakt van gezondheid. We hebben het allemaal kunnen zien, want vorig jaar deed de Tour zijn woonplaats Dax aan en dat was bedoeld als een eerbetoon aan de beroemdste inwoner van deze Frans Baskische stad.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 24 april 2007 0:00

Noël DEJONCKHEERE (1955, België)

Noël Dejonckheere werd 52 jaar geleden geboren in de Westvlaamse gemeente Lendelede. De geschiedenis van deze plaats heeft sterke buitenlandse invloeden gekend. De stichters waren de Romeinen en in de loop der eeuwen hebben de Fransen de Spanjaarden er huis gehouden, terwijl de Duitsers, de Engelsen en de Amerikanen er hun sporen in de vorige eeuw hebben achtergelaten. Dat internationale zal Noël hebben geïnspireerd tot een wielercarrière die zich voornamelijk in het buitenland afspeelde. Op één jaar na reed hij als prof uitsluitend in Spaanse dienst. Daar was hij zeer gezien, want hij was een on-Spaanse renner. Veel inhoud en een scherp eindschot. En een babyface à la Oscar Sevilla. Hij begon zijn carrière op de baan en in 1978 werd hij als amateur wereldkampioen puntenkoers. Daarna werd hij prof en hij fietste zeventig overwinningen bij elkaar. Daaronder tal van ritoverwinningen in diverse rondritten. In de Ronde van Spanje won hij totaal zes etappes. Een echte rittenkaper was hij en hij kan wat dat betreft een mooie palmares overleggen. In 1988 stopte hij er mee. Door toeval kwam hij in aanraking met Amerikaanse renners die met veel talent en een fiets in Europa hun geluk kwamen beproeven. Hij bracht ze onderdak bij een ploeg en begeleidde ze in hun streven hier aan de bak te komen. Later ging hij zelf naar Amerika om daar aankomend talent te begeleiden. Dat leidde in 2003 tot een dienstverband bij de Amerikaanse wielerbond, waar hij een zeer gewaardeerde coach is. Indachtig de geschiedenis van zijn geboorteplaats was Noël Dejonckheere te groot voor Lendelede.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 april 2007 0:00

© Hans Middelveld

Hij is inmiddels al weer bijna zes jaar dood, maar nog altijd een legende in de historie van de Nederlandse wielersport. Tijdens de SBS6-uitzending van de Campina Ronde van het Groene Hart werd er nog even aan hem herinnerd. Zijn standbeeld in Woerden werd getoond. Zijn zoon – die nu in de witte villa Oerlikon woont – toonde ons een van zijn vele Nederlandse kampioenstruien. Arie van Vliet vierde zijn afscheid van de actieve wielersport op 22 augustus 1957 tijdens de revanches van de wereldkampioenschappen die dat jaar in België werden verreden. De baankampioenschappen vonden altijd plaats op de wielerbaan van Rocour in Luik. Van Vliet was toen al 41 jaar, maar hij werd toch nog tweede achter Jan Derksen, zijn grootste concurrent, grootste vriend, vaste reisgenoot, belangrijkste trainingsmaat en nog veel meer. Samen waren ze meer dan ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 april 2007 10:00

Carlos SASTRE CANDIL (1975, Spanje)

Wat waren we op 24 juli 2002 bang voor die Spanjaard in Deense dienst. Het was de dag dat Michael Boogerd naar het hoogtepunt van zijn carrière reed in de koninginnerit van de Tour van dat jaar. Op 85 kilometer voor de finish ging Michael er solo vandoor en hij bereikte een voorsprong van meer dan negen minuten. Toen hij aan de klim van La Plagne begon, waar bovenop de finish lag en zijn schoonmoeder stond, had hij nog zeven minuten over. Boogerd kwam zo langzamerhand aan het eind van zijn latijn en toen kwam Sastre. In vijf kilometer klim haalde de Madrileen vierenhalve minuut van die voorsprong af en als Boogerd op dat moment had toegegeven aan de innerlijke schreeuw om een tandje terug te schakelen, dan had Sastre hem zeker bijgehaald. Aangemoedigd door Adri van Houwelingen in de auto naast hem beet de Belgische Hagenees nog eens extra op zijn beroemde tanden en hij hield het. Toen hij bijna anderhalve minuut over de finish was kwam Sastre over de streep en die oogde bijzonder fit. Was hij iets eerder aan de achtervolging begonnen dan was het feestje van Michael zeker niet doorgegaan. Sastre is een zeer goede renner en een topper. Maar net niet goed genoeg voor de absolute top. Daarvoor is zijn tijdrit niet goed genoeg. Hij nam vier keer aan de Tour deel en eindigde alle keren bij de eerste tien. Vorig jaar was een vierde stek zijn deel en als er ooit nog een uitspraak komt over Landis, dan kan hij nog oprukken naar de derde plaats. Daar zal hij niet mee bezig zijn, denk ik, maar wel met de Tour van dit jaar. Sastre zou wel eens een van de kanshebbers kunnen zijn, want in de CSC-ploeg zal hij de onbetwiste kopman worden. En die ploeg is zo sterk dat hij optimale hulp zal krijgen. Het is een vriendenploeg waar ze zich graag voor elkaar opofferen. In het hooggebergte zal hij het echter alleen moeten doen, maar dat is hem wel toevertrouwd. (Foto: © Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 april 2007 0:00

In de afgelopen week maakte Michael Boogerd bekend dat hij aan het eind van dit seizoen gaat stoppen met wielrennen. Een besluit dat natuurlijk niet helemaal onverwacht komt. Boogerd wordt volgende maand 35 jaar en hoewel hij lichamelijk nog best een aantal jaren mee zou kunnen, is hij er geestelijk aan toe om er een punt achter te zetten. Veertien jaar beroepsrenner, waarvan zo’n tien jaar als topcoureur, vraagt veel van een mens. Het is het leven van een asceet dat je moet leiden en daarmee doe je je zelf en je omgeving veel tekort. We zullen aan het eind van dit seizoen met veel respect afscheid van hem nemen en hij zal de geschiedenis ingaan als een coureur die in de ranking van de beste Nederlandse renners aller tijden zeker een plaatsje bij de eerste twintig verdient. Er is een tijd van komen en een tijd van gaan en die wordt ook in het geval van Boogie bepaald door zijn biologische klok. Dat stemt een beetje melancholiek en ook een beetje ongerust, want wie zal in de voetsporen treden van de frêle Hagenees? De Rabobank-ploeg is de laatste jaren zeer succesvol en dat was voor een groot deel te danken aan het vijftal Freire, Menchov, Rasmussen, Dekker en Boogerd. De eerste drie zullen nog wel even doorgaan, maar welke Nederlandse ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 april 2007 10:00

Marcel HENDRICKX (1925, België)

Veel Belgische beroepsrenners van zijn generatie hadden last van een soort aangeboren angst om buiten hun eigen leefgebied te koersen. Ze barstten vaak van het talent, maar ze bleven het liefst dicht bij huis om temidden van een leger supporters hun frankskes te verdienen in de kermiskoersen. De razendsnelle Nestje Sterckx was er zo ene en ook Marcel Hendrickx waagde zich maar met moeite buiten de mijnstreek van Belgisch Limburg, waar in Houthaelen zijn wieg stond. Omgeven door zijn supportersschaar voelde hij zich een hele piet en won hij heel wat koersen, maar in het buitenland en vooral in meerdaagse wedstrijden had hij last van heimwee en voelde hij zich eenzaam. Vanwege zijn prestaties werd hij in 1950 door ploegleider Sylvère Maes geselecteerd voor de Belgische Tourploeg. Hij presteerde niet wat er van hem verwacht werd en in de jaren daarna liet Maes hem thuis. Pas in 1954 werd hij weer opgeroepen, maar ook nu knaagde de heimwee aan hem. Met zijn kwaliteiten had hij veel kunnen presteren, want behalve zijn snelle aankomst was hij ook een krachtig rouleur. Maar als de geest niet in staat is het lijf optimaal te commanderen leveren de kwaliteiten geen rendement. In 1955 besloot Hendrickx uit een ander vaatje te gaan tappen. Er zat nog geen sleet op en met zijn grote ervaring besloot hij alles op het rijden van klassiekers te leggen. Een goede keus, want in 1954 en 1955 won hij Parijs-Brussel. Nadat hij in 1956 nog tweede was geworden in Hoegaarden-Antwerpen-Hoegaarden deemsterde hij langzaam weg. Hij bleef nog tot 1961 actief, maar hij leverde geen opzienbarende prestaties meer.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 april 2007 0:00

© Otto Beaujon

“In 1862 begon Adam Opel een naaimachinefabriek in Rüsselsheim aan de Main. In die fabriek werden in 1885 de eerste Opel-fietsen gemaakt.  Toen Adam in 1895 overleed, zette zijn weduwe met haar vijf zoons het bedrijf voort. Drie jaar later maakten ze hun eerste auto en in 1901 werd de eerste motorfiets geleverd. Opel maakte uitstekende baanfietsen, en ze hadden jarenlang een eigen ploeg met vooral stayers. Stayers waren de grootverdieners van het Duitse wielrennen en dat was pakweg in de periode van 1900 tot  1936, het jaar van de Olympische Spelen in Berlijn,. In 1929 werd Opel opgesplitst en de auto-afdeling werd eigendom van General Motors. In datzelfde jaar werd Paillard wereldkampioen bij de stayers. Ook in 1929 kwam Opel nog met een grote ploeg aan de start van de Ronde van Duitsland, maar toen de Opel fietsenfabriek in 1930 de financiële ondersteuning van de auto-afdeling miste, ging het snel bergafwaarts …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 april 2007 10:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende »