Martin VAN DEN BOSSCHE (1941, België)

Nog geen half jaar geleden verscheen in België het boek ‘De mannen achter Merckx’. Het is een eerbetoon aan de knechten van de grootste Belgische renner aller tijden. Het gaat over zijn trouwe vazallen die hem jarenlang optimaal steunden. Zij deelden in zijn succes, zij werden goed betaald, zij wisten dat Eddy altijd voor ze zou zorgen, maar hun eigen erelijst bleef beperkt. Ik heb vaak gedacht: wat zijn dat voor mannen? Merckx koos geen koekenbakkers uit om hem te assisteren, want het waren stuk voor stuk klasbakken. Ze hadden in potentie allemaal een prachtige palmares kunnen realiseren, maar ze kozen voor een bestaan in de schaduw. Geen lui leventje, want er moest voor iedere overwinning van de Kannibaal keihard gebuffeld worden. Een van de beste van dat stel was Martin Van Den Bossche. Een sterk ronderenner en een heel goed klimmer. In potentie een rondewinnaar, maar zijn erelijst vermeldt slechts een enkele overwinning in kleinere koersen en een vierde plaats in de Tour van 1970 en een derde in de Giro in hetzelfde jaar. Hoe ver zou hij gekomen zijn als hij voor zijn eigen carrière had gekozen? We zullen het nooit weten, maar ik denk dat het er niet was uitgekomen. Het zijn veel meer factoren die de kampioen maken dan alleen de benen. Martin Van Den Bossche deed als renner misschien niet eens zo veel onder voor zijn patroon, maar hij miste diens verschroeiende eerzucht, dadendrang en leiderscapaciteiten. Tekenend voor de mannen van Merckx is dat ze voor het merendeel bij hun wielerpatroon in dienst traden, toen die na zijn loopbaan een fietsenfabriek begon. Er zijn vele knechten, maar er kan er maar een de baas zijn. En daar heeft iedereen vrede mee. Niemand heeft Martin Van Den Bossche dan ook ooit horen klagen.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 maart 2007 23:00

 

© Otto Beaujon

“Eén van de intrigerendste fietsmerken uit mijn collectie is La Perle. Volgens mijn aloude kaartsysteem heb ik in totaal drie balhoofdplaatjes van dit merk. Alle drie in Wallonië gevonden en ook alle drie van onmiskenbaar Belgische snit. Ontwerpers werden tachtig jaar geleden minder op hun huid gezeten als anderen zich benadeeld of geplagieerd voelden. Ze hebben dan ook onbekommerd een koningskroon boven het beeldmerk (een wiel) gezet, en links en rechts een leeuw, zoals het een koninklijk wapenschild betaamt. Verder heb ik een foto uit 1911 van een ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 maart 2007 9:00

Francisco MANCEBO PEREZ (1981, Spanje)

Vorig jaar moest ik in juni voor een blad een voorbeschouwing schrijven over de Tour de France 2006. Het blad is nooit verschenen en dat is maar goed ook. Mij werd namelijk gevraagd vijf favorieten voor het podium te kiezen en ik koos Basso, Ullrich, Vinokourov, Valverde en Mancebo. Ik baseerde mijn keus voor Mancebo op diens regelmaat en zijn steeds beter wordende prestaties in de Tour en de Giro. Hij had weinig gewonnen maar hij was altijd mee van voren en hij sloop als het ware naar het erepodium, zonder echt op te vallen. Geen schoonheid op de fiets met die rare scheve zit, maar toch een heel goede coureur. Mijn voorspelling sloeg achteraf nergens op. Niet alleen ontbraken Landis en Pereiro in mijn selectie, maar voor er ook maar een meter was gereden waren vier van de vijf al uitgeschakeld. De namen van Basso, Ullrich en Mancebo kwamen voor in de administratie van dokter Eufemio Fuentes en hoewel dat op zich niets bewijst, werden de heren door hun respectieve ploegbazen van deelname aan de Tour uitgesloten. Vinokourov mocht ook niet starten omdat zijn ploegleider Manolo Saiz werd betrapt toen hij met bovengenoemde dokter zat te smoezen terwijl er onder tafel een koffer met tienduizenden euro’s van eigenaar wisselde. Sponsor Liberty Seguros trok zich direct uit de wielersport terug en Vinokourov zat zonder ploeg. Valverde was de enige die van start ging maar zijn optreden was door een zware val in een van de eerste etappes van korte duur. Hoe het ook zij, Francisco Mancebo maakte direct bekend met wielrennen te zullen stoppen. Daar is hij echter op teruggekomen, want hij tekende een contract bij de Spaanse ploeg Relax-Gam. Wat hij daar gaat klaarmaken, moet worden afgewacht, maar hij heeft een flinke stap teruggedaan. Hij zal in ieder geval in de Giro en de Tour ontbreken, maar wellicht kan hij in de Vuelta aantonen dat hij het scheef zitten nog niet is verleerd. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 maart 2007 23:00

DE RONDE VAN FRANKRIJK 1938
 

door de sportredactie van Het Laatste Nieuws

 

“Er zullen heel veel verzamelaars zijn die jaloers op me zijn vanwege dit boekje. Het is namelijk bloedzeldzaam. Het is uitgekomen in 1938 en het is – zoals de Belgen dat noemen – een album. Het gaat – hoe kan het ook anders – over de Ronde van Frankrijk van 1938. Etappe na etappe wordt beschreven. Bij elke ritbeschrijving vier tot vijf foto’s en de uitslag, met de eerste twintig aankomenden. Verder natuurlijk per dag het algemeen klassement en het ploegenklassement. Echt gedegen Vlaams journalistiek werk en dat konden ze echt goed. Het boek is uitgegeven door Uitgeverij Kindergeluk te Brussel, met steun van Het Laatste Nieuws,. De naam van de uitgever doet vermoeden dat die uitgeverij niet gespecialiseerd was in sportboeken, maar de naam van Het Laatste Nieuws stond toen al ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 maart 2007 9:00

Francisco CEPEDA (1906, overleden 14.07.1935, Spanje)

In de Tour de France zijn er vele eersten. De eerste winnaar, de eerste drager van de gele trui, de eerste bergkoning, de eerste groene truiwinnaar, de eerste dopingzondaar en ook de eerste dode. En dat was de Spanjaard Francisco Cepeda. Officieel was hij het niet, want dat was Adolphe Helière, maar die kwam om het leven omdat hij tijdens de Tour de France van 1910 op een rustdag een duik in zee nam en verdronk. Maar echt letterlijk in de Tour op het slagveld sneuvelen deden alleen Francisco Cepeda in 1935, Tom Simpson in 1967 en Fabio Casartelli in 1995. Drie doden in 94 Tours. Als we nagaan hoe zwaar de Tour is - en vooral in de eerste pakweg vijftig jaar is geweest - dan valt dat getal best mee. In elke afdaling in het hooggebergte loert de dood mee. Iedere passage van een volgauto langs een groep renners houdt het risico in dat zo’n kwetsbare renner geschept wordt en verongelukt. Tussen al het publiek kan dat ene ongelijnde hondje staan dat op het verkeerde moment oversteekt. Duizend-en-één gevaren bedreigen de gemiddelde Tourrenner en dan maar drie slachtoffers in 94 jaar. Natuurlijk zijn er in de wielersport veel meer doden gevallen, maar als je dat aantal van hooguit dertig bekende tot beroemde dodelijk verongelukte renners afmeet aan het gigantische getal van alle coureurs die aan alle koersen, die er ooit geweest zijn, hebben deelgenomen, dan is dat aantal te verwaarlozen. Het bewijst dat …

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 maart 2007 23:00

 

© Henk Theuns

“Caja Rural was in de tweede helft van de jaren tachtig een Spaanse wielerploeg met een grote Nederlandse inbreng. De kopman was de bekende ronderenner Marino Lejarreta en de ploegleider was Domingo Perurena. Er was echter ook een Nederlander als trainer aan de ploeg verbonden. Dat was Albert Stofberg, een trainer die jarenlang in Spanje heeft gewerkt en bekend stond om zijn keiharde aanpak. Hij heeft in de drie jaar van het bestaan van de ploeg nogal wat Nederlandse renners, die bij andere ploegen geen kans kregen, bij Caja Rural binnengeloodst. Dat waren jongens als ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 maart 2007 16:00

Thorvald ELLEGAARD (1877, overleden 27.04.1954, Denemarken)

De Ster van het Noorden’ werd hij genoemd en dat vind ik een van de mooiste bijnamen uit de wielergeschiedenis. Als je naar deze man zijn erelijst kijkt, dan staat hij tussen de Deense wielrenners op eenzame hoogte. Trouwens in heel Scandinavië kan niemand aan deze cykelrytter tippen. Volgens de statistieken heeft Kristian Kristensen, zich noemende Ellegaard, in zijn loopbaan 971 overwinningen geboekt. Het moeten er veel meer zijn, want dat aantal behaalde hij alleen op Duitse wielerbanen, terwijl becijferd is dat hij op 153 wielerbanen in Europa actief is geweest. Ellegaard reed alleen op de baan in sprintwedstrijden, handicapraces en op de tandem. Niet op de weg omdat er in zijn tijd nog nauwelijks wegwedstrijden waren. Tussen 1901 en 1913 stond hij tien keer op het erepodium van het wereldkampioenschap sprint. Zes keer als winnaar en vier keer als tweede. Zijn voornaamste tegenstanders in die tijd waren Edmond Jacquelin, Willy Arend, Gabriel Poulain, Walter Rütt, Emile Friol, Frank Kramer en onze landgenoot Harie Meyers. Een opvallende naam in dat rijtje is Gabriel Poulain. Die werd in 1905 wereldkampioen en in 1923 – dus 18 jaar later – had Piet Moeskops nog de handen vol aan de Fransman. De carrières duurden lang in die tijd en die van Ellegaard duurde meer dan 30 jaar. Na zijn glanzende loopbaan was hij jarenlang directeur van de wielerbaan van Kopenhagen. De naam Ellegaard had hij ontleend aan de boerderij in Odense waar hij geboren was. Die naam is na zijn afscheid nog jarenlang beroemd geweest want zijn dochter France Ellegaard werd geen wielrenster maar concertpianiste, die tot op hoge leeftijd triomfen vierde op concertpodia in de hele wereld.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 maart 2007 6:00

 

© T&T Tekst & Traffic

“In 1989 viel de muur in Berlijn en kort daarna spatte het immense Sovjetrijk uiteen in een groot aantal landen, waar een normaal mens, die na de tweede wereldoorlog op school heeft gezeten, nog nooit van gehoord had. In de Sovjet Unie waren het staatsamateurs waar je alleen maar van hoorde bij de WK’s en de Olympische Spelen. En natuurlijk bij de Vredeskoers, de Tour de France voor amateurs. Na de val van de muur konden die voormalige Sovjetamateurs ook prof worden en de beste renners vonden snel onderdak bij grote ploegen. De iets mindere goden kwamen naar het westen met een eigen ploeg Alfa Lum. Een formatie vol met onbekende en moeilijke namen, maar dat zou niet lang zo blijven want de heren konden er wat van. Pjotr Ugrumov, ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 maart 2007 9:00

Roland LIBOTON (1957, België)

Hennie Stamsnijder werd gek van hem. Ze`waren in hun tijd met afstand de beste veldrijders van de wereld. Ze ontliepen elkaar niet veel, maar de Belg was sneller en zo werd Liboton vier keer wereldkampioen en Stamsnijder slechts één maal. Roland Liboton was van wereldklasse en ik denk dat Sven Nys voor hem had ondergedaan, mochten ze van dezelfde generatie zijn geweest. Liboton was een echt winnaarstype die zich door een opmerking of een minachtende blik van een tegenstander zich zo kon opnaaien dat hij moest en zou winnen. In zijn streven om eerste te worden ging hij op het gebied van sportiviteit tot op het randje, maar er zelden overheen. Hij kon het overigens goed vinden met Stamsnijder. Terwijl Stammie nu een mooie functie bekleedt bij Shimano, staat Liboton nog dagelijks in de bouwput waar hij de bekistingen stelt voor het betonstorten. Hij heeft in zijn carrière goed verdiend, maar er weinig van overgehouden. Dat gebeurde in zijn tijd vaker. Jonge jongens van net twintig gaan ineens heel veel geld verdienen en ze hebben vaak geen idee van belastingen en reserveringen en vroeg of laat kom de fiscus altijd even afrekenen. In zijn vrije tijd doet hij wat PR-werk voor de Fidea-ploeg om relaties van de sponsor over de fijne kneepjes van het crossen te vertellen. Hij bewondert Sven Nys, maar hij laakt de mentaliteit van veel andere crossers die naar de koers komen in het besef dat een tweede plaats het hoogst bereikbare is. Dat is gebrek aan winnaarsmentaliteit en dan vindt hij helemaal niks. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 maart 2007 23:00

“Vandaag de voorlaatste aflevering in de serie historische zesdaagsen. Daarvoor ga ik nog één keer naar het land van de onbegrensde mogelijkheden, waar in de eerste decennia van de vorige eeuw een enorme reeks aan zesdaagsen werd georganiseerd. Alleen al in de Verenigde Staten in 24 verschillende steden. Uiteraard voerden de Amerikaanse coureurs de boventoon en maar een enkele keer behaalden de Europeanen succes. “Black Pete” van Kempen (foto) was er zo een. Hij won in Chicago, Cleveland, Kansas City, Minneapolis, San Francisco en New York. En Peter Post won in de States zijn allereerste Six, in 1957 in Chicago met Harm Smits. De organisator van die zesdaagse was een goede bekende: Piet van Kempen.

Mijn historische zesdaagse eindigde op 5 maart 1932 in New York. Het was de 48e editie die in de Big Apple werd georganiseerd. In december 1899 wonnen Charles Miller en Frank Waller de eerste. In 1904 vinden we voor het eerst een landgenoot in de eindstand. Dat was de ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 maart 2007 9:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 Volgende »