ad ad ad ad
Deel 3 is uit

FRANCIS PÉLISSIER

door Raymond Auttier

“Over de gebroeders Pélissier is heel veel geschreven. Henri de oudste was de beste renner, maar hij was vermaarder om zijn opstandige karakter en vele ruzies dan om zijn prestaties. Hij won in 1923 de Tour de France en in 1936 werd hij doodgeschoten door zijn minnares. Charles de jongste was de meest populaire van de drie. Een sterke renner, maar ook een enorme ijdeltuit, die zich als een filmster gedroeg en kleedde. Hij was de eerste renner die met witte sokjes reed omdat dat het bruin van zijn benen zo mooi accentueerde. Vergeleken met zijn broers heeft Francis een rustig en oppassend leven geleid. Zonder hoogtepunten, of het moet zijn recordgemiddelde zijn in de door hem gewonnen editie van Parijs-Tours in 1921, maar dat was meer een dieptepunt. Het weer was die dag zo ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 februari 2007 10:00

Willy VANNITSEN (1935, overleden, België)

Zijn tijdgenoten uit de jaren vijftig en zestig weten het zeker: Willy Vannitsen was misschien wel het grootste wielertalent dat ooit op een racefiets heeft gezeten. Hij heeft staaltjes wielrennen laten zien waar de oude Vlaamse kenners nu nog over spreken in de staminees achter een pint. D’n Willy dat was d’r ene. ‘Groter dan Van Looy!’, zegt de een. ‘Groter dan d’n Eddy!’, zegt d’n ander. ‘Maar ’m had’m nie altied goesting’, spreekt de derde met het gezag van de oudste. De anderen zwijgen en wenken voor nog een pint, want de laatste spreker heeft gelijk. Het talent van Willy Vannitsen is als een RollsRoyce die te lang in de garage heeft gestaan. Tien jaar oud en slechts 5000 kilometer op de teller. Want wat heeft hij nou helemaal gewonnen met die uitzonderlijke mogelijkheden? De Waalse Pijl en enkele van stad tot stad wedstrijden, die ze in Vlaanderen semi-klassiekers noemen. En twee etappes in de Tour en eentje in de Giro. Oh ja, en twee zesdaagsen. Eén in Brussel met Van Looy als maat en één in Antwerpen gekoppeld aan het toen sterkste koppel van het hele circus: Post-Van Looy. Hij was geboortig in het dorp Jeuk in Belgisch Limburg, maar hij had niet voldoende jeuk in zijn kont om zijn ster overeenkomstig zijn talent te doen stralen. Ja, op latere leeftijd toen de pensioengerechtigde leeftijd naakte, toen vloog hij nog terwijl zijn tijdgenoten met de handjes op het stuur amper nog de 30 in het uur haalden. Er werd met eerbied gesproken over het feit hoe hard hij als zestig plusser trainde. Ontzag alom, maar Peter Post relativeerde deze inspanningen door cynisch te zeggen: ‘Dat had-ie toen moeten doen.’ En gelijk had Peter. Een val met de fiets leidde in 1999 het einde in. Hij lag enige tijd in coma in het ziekenhuis, maar hij herstelde gedeeltelijk. Hij leefde nog tweeënhalf jaar. Beloftes, het kerkhof ligt er vol mee.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 8 februari 2007 0:00

Een uurtje geleden hoorde ik op de autoradio dat Thijs Roks is overleden. Thuis in Sprundel op 76-jarige leeftijd. Een goede renner die na een prachtige amateur-carrière in 1951 beroepsrenner werd en het geluk had door Kees Pellenaars te worden opgemerkt. In 1951 begon de opmars van ploegleider Pellenaars in de Tour de France, nadat Wim van Est voor een groot succes had gezorgd door als eerste Nederlander de gele trui te veroveren. Een dag daarna reed hij het ravijn van de Aubisque in en werd daardoor legendarisch. Pellenaars deelde volop in de roem en in 1952 bracht hij een sterke achtmansploeg met goed materiaal aan de start van het grootste wielerevenement ter wereld. Van Est, Wagtmans, Voorting, Dekkers en Faanhof hadden al enige ervaring en de ploeg werd gecompleteerd met drie debutanten. Jan Nolten, Hein van Breenen en ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 februari 2007 17:45

© Henk Theuns

“Ik ben fotograaf van beroep en mijn hobby is het verzamelen van wielertruitjes. Als ik een ander beroep had gehad dan zou ik natuurlijk veel minder truitjes hebben. Als fotograaf heb ik in de loop der jaren duizenden wielerfoto’s gemaakt. Daardoor ken ik veel renners en rensters in binnen- en buitenland. Vroeger moest ik er om vragen, soms zelfs bedelen, maar die tijd is voorbij. Ik ben door mijn truitjes zo bekend dat ze ze me komen brengen. Als ik thuis kom en er hangt een plastic tasje aan de deurknop dan weet ik het al. Ik heb er dan weer één of twee of meer. Ook dit truitje heb ik zo gekregen. Ik was voor een fotosessie voor een boek over ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 februari 2007 10:00

Wim ARRAS (1962, België)

Wim Arras uit het Belgische Lier is de geschiedenis ingegaan als een duivelse sprinter. Een echte rittenkaper die dankzij die spurt een klassieker op zijn naam bracht. Dat was Parijs-Brussel in 1987 en Arras dankte die zege aan het feit dat de organisatie de Alsemberg uit het parcours had gelaten om in het centrum van Brussel meer publiek te trekken. Zo daverde het compacte peloton op de finish af en Arras vloerde ze allemaal: Vanderaerden, Kelly, Van Poppel en nog een hele rits andere spurters van naam. Op die manier won hij nog een hele rits ritten in kleinere etappekoersen, maar hij reed maar vijf jaar als prof, want in 1990 maakte een ongeluk een eind aan zijn carrière. De geschiedenis van Wim Arras doet me een beetje denken aan Mike Hawthorn. Dat was een Britse Formule 1 coureur in de jaren vijftig. In die tijd was het een zeldzaamheid als zo iemand de 30 jaar haalde, want ze verongelukten voor het merendeel. De bolides en de circuits waren nog lang niet zo veilig als heden ten dage en het is eigenlijk een wonder dat er nog mensen waren die in zo’n rijdende doodkist wensten te stappen. Mike Hawthorn zag dat ook in, nadat de zoveelste van zijn collega’s dodelijk was verongelukt. Hij maakte zijn afscheid bekend en hij voltooide ongeschonden zijn laatste race. Enkele maanden later reed hij ontspannen in zijn personenauto op de openbare weg. Hij slipte en verongelukte dodelijk. Hij werd slechts 29 jaar. Wim Arras leeft gelukkig nog, maar hij heeft zich als vermaard sprinter altijd met ware doodsverachting in massasprints gegooid en gigantische risico’s genomen. En toen hij een keer een ontspannen ritje op zijn motorfiets maakte, kwam hij ten val en zijn wielercarrière was direct voorbij. Daarom had Hawthorn misschien beter kunnen blijven racen en Arras zich bij de racefiets moeten houden om zich van A naar B te verplaatsen. Want het noodlot houdt nergens rekening mee en voert zijn eigen regie en de mens heeft maar af te wachten. Blijf maar lekker binnen, zou je haast zeggen. Maar de meeste ongelukken gebeuren binnenshuis, zeggen de statistieken. Ik weet het niet meer. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 7 februari 2007 0:00

© T&T Tekst & Traffic

“Met deze paars/zwarte Basso-fiets ben ik eens l’Alpe d’Huez opgefietst en zonder triple was het echt zwoegen. Ik had een opvallend Italiaans wielershirt aan en het was dan ook niet verwonderlijk dat ik boven werd aangesproken door een Italiaanse toerfietser, die de klim eveneens had volbracht. De welverdiende pauze die wij ons gunden, brachten we zittend op een muurtje door. Daar hebben we met de bidon in de hand een half uurtje over Basso zitten keuvelen. De man was laaiend enthousiast dat ik op een vijfentwintig jaar oude Basso reed. Hij kwam namelijk uit hetzelfde dorp: Rettorgole di Caldogno, waar Marino Basso op 1 juni 1945 het levenslicht zag. Zijn profloopbaan liep van 1966 tot 1978. Uitkomend voor Molteni slaagde hij er niet in ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 februari 2007 10:00

Guido VAN CALSTER (1956, België)

Hij is een vertegenwoordiger van het post-Merckx tijdperk. Toen de Kannibaal in 1978 toch nog onverwacht afscheid nam, liet hij de Belgische wielerpers in vertwijfeling achter. Jarenlang hadden zij van hun redacties carte blanche gekregen om d’n Eddy te verslaan, waar ter wereld hij ook zijn duvels ontbond. Zonder een opvolger voor de geweldenaar uit Brussel moesten ze weer terug naar af. Miezerige bonnetjes laten aftekenen door een kritische chef en ieder frankske verantwoorden. Zoals vóór het tijdperk Merckx. Ieder talentje werd besnuffeld en op Merckxiaanse eigenschappen beoordeeld. Daniel Willems, Fons De Wolf, Eddy Schepers en ook Guido Van Calster werden groot geschreven in de hoop dat de wens niet alleen de vader van de gedachte zou zijn, maar ook nog eens zou uitkomen. De wonderen waren de wereld toch niet uit? Had God zelf het nietige België al niet eens een superkampioen geschonken? Maar in plaats van een tweede wonder zakten de pseudo uitverkorenen voor de ogen van de natie door de hoeven. Ze waren niet slecht, maar ze kwamen slechts op lichtjaren in de buurt van het grote idool uit Tervuren. Willems en De Wolf konden de druk niet aan en Schepers en Van Calster werden meesterknechten van respectievelijk Stephen Roche en Giuseppe Saronni. In Italië, waar de Belgische persmuskieten vanwege die bonnetjes nog maar zelden kwamen. Na zijn carrière werd Guido Van Calster perschef en assistent-ploegleider van de Nederlandse TVM-ploeg. Ik zie hem in 1998 nog staan toen de Franse politie een inval deed in Hotel Million in Albertville, waar tijdens de Tour de dôpage de ploeg van Cees Priem verbleef. Als een geslagen hond stond Van Calster erbij toen twintig politiefunctionarissen het hotel binnenvielen en alle TVM-renners meenamen, nadat Van Calster onderdanig de nummers van de kamers had opgegeven. Als een verrader uit de tweede wereldoorlog stond hij daar met afgezakte schouders tot ook hij mee moest. Een droevige dag voor de Brabander. Ik hoop dat hij vandaag wat gelukkiger is.

Geplaatst door Fred van Slogteren, 6 februari 2007 0:00

“De Noord-Duitse stad Hannover mag er best zijn. Kreeg al 766 jaar geleden stadsrechten en herbergt tegenwoordig zo'n half miljoen inwoners. Elk jaar wordt er de grootste computerbeurs ter wereld gehouden. En ooit werden er zesdaagsen georganiseerd. Ooit, want de laatste van de in totaal tien edities van de Zesdaagse van Hannover werd al weer 26 jaar geleden verreden. Het begon allemaal in 1913. Vijf koppels met louter Duitsers bestreden elkaar. Willy Lorenz en Karl Saldow waren de winnaars. De eerste wereldoorlog zorgde er voor dat de eerste zesdaagse ook voorlopig de laatste was. Pas in 1950, toen ook de ergste puinhopen van de tweede wereldoorlog waren opgeruimd, werd er weer een zesdaagse in Hannover georganiseerd. Drie landgenoten stonden toen aan het vertrek. Kees Pellenaars werd vijfde, Piet van Kempen zesde en Theo Middelkamp haalde de finish niet. Winnaars waren de vermaarde Duitsers Gustav Kilian en Heinz Vopel (foto).

Later dat jaar togen de coureurs nogmaals naar Hannover. ‘Mooie’ Hugo Koblet en Armin Von Büren wonnen met overmacht. Hugo Koblet, geboren op 21 maart 1925 in Zürich, was een sierlijk atleet. Hij dankte ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 februari 2007 10:00

Barry HOBAN (1940, Groot Brittannië)

Deze Engelsman was in de jaren zestig een knap renner. Hij stond een beetje in de schaduw van zijn landgenoot Tommy Simpson en hij trouwde na diens dood met de weduwe van Major Tom. Mijn herinnering aan Hoban stamt uit de Tour van 1968. Daarin won hij de 19e etappe van Grenoble naar Sallanches en wie iets weet van de Tour de France weet dat dat een bergetappe moet zijn in de Alpen. Hoban was geen klimmer, maar toch was hij die dag de beste. Dat kwam omdat hij heel slim profiteerde van de stand van zaken in die merkwaardige Tour. Het was in feite de beslissende etappe, want Jan Janssen slaagde er die dag in om slechts vier seconden te verliezen op Herman Vanspringel, de Belg die hij een paar dagen later in de afsluitende tijdrit zou verslaan om daarmee de Tour te winnen. Met nog zes etappes te gaan was de Tour nog lang niet beslist. Er waren nog zeker acht kandidaten. Die hielden elkaar in de eerste beklimming scherp in de gaten. Het tempo was niet al te hoog en Barry Hoban meldde zich voorin. De Brit woonde al jaren in België en hij sprak een leuke mix van Engels-Vlaams. Hij zei tegen de favorieten voorop ‘I go efkens vooruit, because I moet poepen’. Janssen, Vanspringel en Bracke moesten er om lachen en ze gaven hem het sein dat hij mocht. ‘We hebben hem die dag niet teruggezien, die vuile rat’, vertelde Janssen me een aantal jaren geleden. 25 kilometer verder had Hoban al 8 minuten en 40 seconden voorsprong en daarvan had hij aan de finish nog ruim 4 minuten over. Plus 1500 gulden, de premie die hij op de top van de Col des Aravis verdiend had, omdat hij er als eerste doorkwam. Hij was kennelijk de enige die dat wist en vandaar de sanitaire stop waar hij zogenaamd zo’n behoefte aan had. Dat was Barry Hoban, een van de kleurrijkste renners uit het toenmalige peloton. (Foto: archief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 februari 2007 0:00

© Hans Middelveld

De Grote Prijs van Amsterdam was een jaarlijks weerkerend internationaal baanprogramma in het Olympisch Stadion. Op 22 juni 1962 was dat weer het geval maar of het stadion op die vrijdagavond uitverkocht was, waag ik te betwijfelen. De klad kwam in die tijd een beetje in het baanwielrennen. Grote sprintkanonnen als Derksen en Plattner waren in hun nadagen en wereldkampioen Antonio Maspes was weliswaar een geniale sprinter, maar hij had ook regelmatig een offday. Mannen als Debakker, Ogna, Morettini en Gaignard waren niet van dezelfde klasse, om over gelegenheidssprinters als Lambrechts en Captein nog maar te zwijgen. De overwinning ging verrassend naar ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 februari 2007 10:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 Volgende »