ad ad ad ad
Deel 3 is uit

 

© Henk Theuns

“Als je de grens naar Frankrijk overrijdt geeft je GSM na een paar kilometer een signaaltje als bewijs dat je vanaf dat moment onder het Franse telecomverkeer valt. In het display staat dan: Bouygues. Het duurde even voor ik wist hoe je het uitspreekt maar dat klinkt ongeveer als; Bjoek, zeg maar zoals het Amerikaanse automerk Buick. De grote naamsbekendheid die dit bedrijf heeft dankt het voor een groot deel aan de ProTour-ploeg van die naam die al enkele jaren op het hoogste niveau meedoet aan het professionele wielrennen. Als ik in de seizoengids 2007 van Wieler Magazine kijk, dan is het een beetje een ploeg van vreemde smetten vrij, want van de 30 renners zijn er slechts ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 februari 2007 10:00

Claudio CHIAPPUCCI (1963, Italië)

Voor een renner die van moeder natuur niet al te veel talent heeft meegekregen heeft Claudio Chiapucci het behoorlijk ver geschopt. Hij heeft het vooral met werken bereikt, want hij was een trainingsbeest. Wat dat betreft is hij enigszins te vergelijken met Adrie van der Poel, hoewel ze als type renner ver van elkaar verschilden. Hij werd bij de amateurs kampioen van zijn land en dat leverde een profcontract op bij de Carrera-ploeg. Hij dreigde er als knecht verloren te gaan, maar kopman Stephen Roche ontfermde zich over hem en de Ier bracht hem de tips en tricks bij die hem alsnog op een hoger niveau bracht. Omdat hij heel aardig kon klimmen, vertrok hij als kopman in de Tour de France van 1990. Hij besloot dat vertrouwen al direct in de eerste etappe te belonen. Het werd een van de merkwaardigste Touropeningen uit de geschiedenis. Vier man liepen meer dan tien minuten uit en, op Frans Maassen na, speelden ze een belangrijke rol in het verloop van de Tour. Steve Bauer reed dagenlang in het geel om daarna afgelost te worden door Ronan Pensec. Toen het echt omhoog ging meldde Chiapucci zich in het geel en Greg LeMond heeft nog heel wat trucen moeten uithalen om zijn derde Tourzege veilig te stellen. De naam Chiapucci was gemaakt en na zijn tweede plaats in het eindklassement werd hij nog een keer tweede, een keer derde en een keer zesde. Ook won hij twee keer het bergklassement in de Tour en drie keer in de Giro. Il Diablo werd hij genoemd en het kleine vrolijke mannetje was uitermate populair bij het publiek. Bij zijn collega’s was hij heel wat minder gezien, omdat hij nogal solistisch en eigenzinnig te werk ging en menigmaal dwars door de slag reed als hem dat zo uitkwam. Ook zijn wijze van voorbereiden oogstte veel kritiek. Hij had in 1991 zijn zinnen gezet op Milaan-San Remo en dan rij je niet de Catalaanse Week als voorbereiding. Dat is een ijzeren wielerwet, want die korte Spaanse rondrit eindigt pas een dag voor de Primavera. Dat kan niet samengaan, dacht iedere kenner, maar Claudio bewees dat het wel kon. Hij reed een fraaie palmares bij elkaar en met zijn afscheid in 1999 verloor het profpeloton een van haar kleurrijkste renners. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 februari 2007 0:00

 

“Voor de ploeg Dr.Mann reden in de zestiger jaren niet de minste coureurs en van de Nederlanders die voor die ploeg hebben gereden noem ik alleen maar Wim en Piet van Est en Peter Post. Dr.Mann was of is een pijnstiller en het is me niet bekend of het merk nog bestaat. Als sponsor was het gekoppeld aan de bekende Belgische fietsenfabrikant Libertas.
In 1967 en ‘68 werd de Tour weer eens met landenploegen verreden, nadat die formule in 1962 was ingeruild voor merkenploegen. Omdat België in die tijd een heel sterk wielerland was, werden de twee belangrijkste Belgische merkenploegen Dr.Mann-Libertas en Flandria als de Belgische A en B ploeg tot de ronde toegelaten. Met die landenploeg-formule gingen de Belgische supporters er zonder meer van uit dat de twee teams eendrachtig zouden samenwerken om na dertig jaar weer eens een Belg aan de zege te helpen. Niets was echter minder waar.
De coureurs bestreden elkaar het gehele jaar door op leven en dood en ze keken elkaar dan ook met ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 februari 2007 10:00

André LEDUCQ (1904, overleden 18.06.1980, Frankrijk)

De Fransen hebben de Tour de France altijd gezien als hun ronde. Buitenlandse deelname vonden ze prima, als er maar meestal een Fransman won. Van het begin in 1903 tot de eerste wereldoorlog werden ze op hun wenken bediend. Twaalf Tours met tien maal een Fransman als winnaar. Na de oorlog volgden er elf jaar, met maar één Franse overwinning. Dat was in 1923 en de winnaar heette Henri Pélissier, en heel Frankrijk haalde opgelucht adem na zeven jaar Belgische overheersing. Maar na het succes van Pélissier volgden twee Italiaanse, twee Belgische en twee Luxemburgse overwinningen. Het was om gek van te worden. De oplagecijfers van de organiserende krant daalden dramatisch en in het najaar van 1929 kreeg Henri Desgrange, zowel eigenaar van de krant als directeur van de Tour,  een lumineus idee. Niet langer zou zijn Tour - de Tour aller Fransen - door merkenploegen betwist worden, maar door landenteams. Frankrijk had sterke renners en in één ploeg verbonden moesten die gehate buitenlanders verslagen kunnen worden. Op 2 juli 1930 stond er een fantastische Franse nationale ploeg aan de start met Charles Pélissier, Marcel Bidot, Antonin Magne en André Leducq als voornaamste peilers. De ploeg was heer en meester. Pélissier won acht etappes en de ploeg in totaal twaalf. En in het eindklassement werd Leducq eerste, Antonin Magne derde, Marcel Bidot vijfde, Pierre Magne zesde en Charles Pélissier negende. André Leducq had twee uitgesproken talenten. Hij had een vlijmscherpe sprint en hij kon dalen als de beste. Als matige klimmer wist hij de schade steeds in de afdalingen weer goed te maken en met zijn eindsprint was hij een geweldige rittenkaper. Hij startte negen maal in de Tour en hij won in totaal 25 etappes, een aantal dat alleen door Merckx en Hinault is overtroffen. Het was ook een aardige kerel die immens populair was. In 1932 won hij nog een keer en met Tonin Magne en Georges Speicher zorgde hij er voor dat de Franse nationale ploeg vijf jaar lang onverslaanbaar was. De populariteit van Dédé was zo enorm dat hij de eerste sportman was die voor het maken van reclame werd ingezet. De affiches waarop hij stond afgebeeld met een Lucky Strike sigaret zorgden er voor dat het merk jarenlang marktleider in Frankrijk was.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 27 februari 2007 0:00

Vanmiddag heeft Jan Ullrich tijdens een persconferentie in Hamburg bekendgemaakt dat hij de handdoek in de ring gooit. Ik vind dat een verstandige beslissing, want er is te veel gebeurd. Ik vind ook niet dat hij altijd eerlijk is beoordeeld, maar daar gaat het niet meer om. Door al het jarenlange gedoe is zijn geloofwaardigheid zodanig aangetast dat een comeback er niet meer in zit. Dat heeft hij voor een deel aan zich zelf te wijten, maar voor een ander deel ook aan de hypocrisie die het internationale profwielrennen omgeeft. Daarom heeft hij een verstandige beslissing genomen door zich terug te trekken. Hij heeft zijn miljoenen binnengehaald en ik hoop dat hij in de luwte van het eenvoudig burgerschap de rust vindt om als een modaal mens zijn leven verder te leven. Hij is natuurlijk – zij het een van de laatste – producten van het Oost-Duitse staatssysteem en ik denk dat er nog geen tien procent van naar buiten is gekomen wat daar in de naam van engerds als Ulbricht en Honnecker is misdreven. En wat te denken van de overgang naar het kapitalistische sportsysteem van het westen dat hem gelijk opnam en onderdompelde in miljoenen marken en later euro’s. En wat dat betreft zijn de geleerden het over één ding eens: de benen van Jan Ullrich waren voor de loodzware atletische beproevingen van de professionele wielertop sterk genoeg, maar niet voor het broze gewicht van de weelde. Het ga je goed Jan. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 februari 2007 17:37

Jan Houterman diepte vanmorgen uit zijn ordners de vergeten namen op van twee Limburgse renners, die in de jaren dertig een aantal zesdaagsen hebben gereden in de Verenigde Staten en Canada. Hun namen zijn Joseph ‘Joep’ Clignet (foto boven) en Ernst Müller. Ik had nog nooit van ze gehoord en ik ben eens in telefoonboeken gaan zoeken. In de buurt van Landgraaf en Kerkrade blijken nogal wat Clignets te wonen en ik heb er verschillende aan de telefoon gehad. Bijna niemand wist iets, behalve een 72-jarige meneer Clignet die me vertelde dat die Joep een volle neef van zijn vader was en dat hij hem als kind had zien rijden. Verder was er geen contact in de familie en het enige dat hij wist was dat de zoon van Joep Clignet tegelzetter van beroep was of is. Waar zijn achterneef uithangt, daarvan had hij geen idee. Bij Ernst Müller kreeg ik helemaal geen aangrijpingspunten en als je de naam googelt dan blijken er zo veel mensen met die naam te bestaan dat het geen doen is om daar verder onderzoek naar te doen. Daarom vanmorgen maar eens gebeld met onze nationale wielerarchivaris Wim van Eyle. Die wist niet veel meer dan ik al had gevonden, maar hij had van allebei wel een klein dossier. Met foto’s. Omdat mijn nieuwsgierigheid hiermee nog lang niet bevredigd is, doe ik bij deze een oproep om meer informatie over die geheel vergeten Limburgers boven water te krijgen. Joep Clignet is op 9 maart 1912 geboren in Schaesberg, het tegenwoordige Landgraaf en Ernst Müller is op 14 november 1911 geboren in Eygelshoven en op 26 december 1991 overleden. En ik wil er nog een derde naam aan toevoegen, die van Hans Bockom. Deze renner die op 22 oktober 1907 in Düsseldorf (Duitsland) geboren is, was in 1928 en 1929 Nederlands kampioen op de weg bij de beroepsrenners en daar is eveneens verder niets over bekend. Ik hou me aanbevolen. (Foto's: archief Wim van Eyle)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 februari 2007 13:00

“Mijn historische zesdaagse van vandaag eindigde op 26 februari 1936. De 6e Zesdaagse van Minneapolis werd op die datum gewonnen door de Canadezen Reginald Fielding en Henri Lepage. Voor beiden was het de tweede zege in de Amerikaanse stad aan de Mississippi. Lepage had er al in 1933 gewonnen met zijn landgenoot William Peden (foto). Peden, bijgenaamd Torchy of Rusty vanwege zijn rode haar, reed tussen 1929 en 1948 maar liefst 148 Zesdaagsen, uitsluitend in de Verenigde Staten en Canada. Daarvan won hij er 38. Geen kleine jongen dus. Lepage won er tussen 1931 en 1938 acht en ook uitsluitend in Noord-Amerika. Reginald Fielding won in 1934 in Minneapolis met Piet van Kempen aan zijn zijde. Van Kempen, bijgenaamd The Flying Dutchman, was met 32 overwinningen ooit de eerste echte zesdaagsekeizer en Peden volgde hem op. Fielding won naast die twee keer in Minneapolis ook nog in Oakland, Montreal en twee keer in Toronto.

Op 26 februari 1936 bestond het deelnemersveld, op de Ier Jackie Sheehan na, louter uit Amerikanen en Canadezen. In die tijd trok er een lucratief zesdaagsencircus door het Noord-Amerikaanse continent. Deelnemers waren voornamelijk eigen renners maar af en toe kwamen ook Europese goudzoekers hun geluk beproeven. Piet van Kempen was er zo een, net als de Duitsers Gustav Kilian en Heinz Vopel en de Belgen Maurice Declerck en Marcel Boogmans. In het seizoen 1934-‘35 zijn twee volkomen vergeten landgenoten in de uitslagen te vinden. Dat waren ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 februari 2007 10:00

Connie CARPENTER (1957, Verenigde Staten)

Connie Carpenter-Phinney is zo’n beetje de Jaap Eden onder de sportvrouwen. Niet qua generatie want toen de Amerikaanse ter wereld kwam in Madison (Wisconsin) was Jaap Eden al 32 jaar dood. Nee, de overeenkomst met die oude knar is dat Connie zowel in de schaats- als de wielersport tot de top behoorde. Als schaatsenrijdster behaalde zij een zevende plaats op de 1500 meter bij de Olympische Spelen van 1972. Nauwelijks de moeite waard, zult u denken met de weelde van alle Nederlandse medailles die in de loop der jaren zijn behaald. Maar Connie Carpenter moest in 1972 nog 15 jaar worden en een grote toekomst lag voor haar. Het kwam er niet uit, want ze was nogal blessuregevoelig en was soms langdurig uit competitie. In 1976 zag het er aanvankelijk naar uit dat het goed ging en ze werd allround-kampioene van de Verenigde Staten, maar door een enkelblessure miste ze de spelen. Om te revalideren ging ze fanatiek fietsen en nog datzelfde jaar werd ze zowel nationaal kampioene op de weg als in de achtervolging. Deze dubbel herhaalde ze in 1977 en ‘79. Als student aan de Berkeley Universiteit in Californië bekeerde ze zich vervolgens tot het roeien en ook daarin was de blonde Connie succesvol. Ze werd met haar team eerste in de dubbelvier bij de Amerikaanse studentenkampioenschappen. In 1981 keerde ze terug naar de fiets. Ze zette eerst het wereldrecord over 3 kilometer scherper, werd vervolgens in 1983 wereldkampioene achtervolging en een jaar later werd ze in Los Angeles Olympisch kampioene op de weg. Deze grote sportvrouw, die in drie verschillende sporten haar sporen heeft verdiend, heeft vandaag een ontmoeting met Sara. (Foto: © John Kelly)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 februari 2007 0:00

 

© Hans Middelveld

Dit is een heel bijzonder affiche en wel om twee redenen. Het was midden in de oorlog en de jodenvervolgingen waren in volle gang. Tal van huizen in de directe omgeving van het stadion waren verlaten, nadat ze waren gepulst (leeggehaald) door de foute verhuizersfirma Puls. En dat is het bizarre van die tijd, sportevenementen gingen gewoon door terwijl in de directe omgeving over leven en dood werd beslist. Ik heb er geen oordeel over, ten eerste omdat ik die tijd niet bewust heb meegemaakt en ten tweede omdat ik me ook wel kan voorstellen dat als je midden in die ellende zat, je wel een verzetje kon gebruiken. En die renners moesten natuurlijk gewoon geld verdienen voor hun gezinnen. De tweede reden waarom dit een bijzonder affiche is, is het feit dat het hoofdnummer een ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 februari 2007 10:00

Julien STEVENS (1943, België)

De herinneringen van Julien Stevens liggen vooral op Zolder. Hij hoeft er geen trap voor op want ze branden in zijn hart. 1969 was het jaar en het WK werd verreden op het autocircuit van Zolder. Een vlak parcours waar in 2002 Mario Cipollini de regenboogtrui greep, een renner die je niet in de uitslag had gevonden als het ook maar iets lastiger was geweest. In 1969 had het Julien Stevens kunnen zijn, maar de Adelaar van Hoogerheide stak daar een stokje voor. Onze landgenoot Harm Ottenbros had zich zelf met die bijnaam getooid als teken dat hij al de grootste moeite had met de Moerdijkbrug, de scheiding tussen zijn oude (Alkmaar) en nieuwe (Hoogerheide) leefgemeenschap. Julien Stevens was net als Ottenbros een bescheiden renner en de avond tevoren bij de teambespreking hadden ze allebei gezwegen toen gevraagd werd wie zichzelf kansen toedichtte op de wereldtitel. Zeker Stevens had daar geen reden toe, want in de Belgische ploeg zaten mannen als Rik Van Looy, Roger De Vlaeminck, Walter Godefroot en Eddy Merckx. In dat gezelschap durf je niet eens van eigen kansen te dromen. Maar ja, het parcours was totaal niet selectief en renners als Stevens en Ottenbros pedaleerden moeiteloos mee met de vingers in de neus. Er ontstond een kopgroep van twintig man met alle Belgische favorieten, alsook vijf Nederlanders. Er werd constant gedemarreerd en op een gegeven moment slaagde een poging van Julien Stevens. De man uit Mechelen was een echte knecht en ook iemand die daar tevreden mee was. Wel een domestique met uitschieters, zoals in het kampioenschap van zijn land in 1968 en in de GP Pino Cerami. Hij reed daar in Zolder voorop om als springplank te dienen voor een van zijn kopmannen. Maar die kwamen niet, want ze gunden elkaar geen succes en zo zat hij alleen vooruit met die verdomde keeskop, Harm Ottenbros. Als renner zijn gelijke, maar een betere sprinter. Stevens probeerde van alles om weg te komen, maar Harm had die dag superbenen. In het zicht van de finish wist Ottenbros hem met een handigheidje de kop op te dringen en toen was het gebeurd met de brave Julien. Het werd zijn meest besproken prestatie. Sjemielig!

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 25 februari 2007 0:00

2 3 4 5 6 Volgende »