© Otto Beaujon

“Shrapnell-Giacomelli is een kleine Belgische fietsenmaker in Geraardsbergen. Het bedrijfje is in 1898 begonnen als leverancier van fietsen-op-bestelling en die formule is tot op de dag van vandaag van kracht. Wanneer het bedrijf van smid Oscar Devleeschauer de merknaam Shrapnell heeft laten deponeren, heb ik (nog) niet kunnen ontdekken. In België is het zoeken naar zo’n depot veel moeilijker dan in Nederland, want niemand heeft dat in die tijd bijgehouden, terwijl we in ons land kunnen terugvallen op de onvolprezen Amla-boekjes. Ik denk echter dat Shrapnell - dat granaatscherf betekent en is vernoemd naar H. Shrapnell, de generaal die voor het eerst de fragmentatiebom gebruikte in de Krimoorlog - pas in of na de eerste wereldoorlog als een toen wat modieuze merknaam gekozen is.
De bekendste renner die ooit op een ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 januari 2007 10:00

Jean VAN BUGGENHOUT (1905, overleden 01.06.1974, België)

Jean Van Buggenhout behoorde tot het selecte groepje mensen die de macht had om te bepalen wie wel en wie niet carrière op de baan mocht maken. Nadat hij zelf voor de tweede wereldoorlog zesdaagsecoureur was geweest, werd hij manager, zeg maar zaakwaarnemer, van diverse renners en matchmaker van de Brusselse winterbaan. Je moest in die tijd van goeden huize komen om als onbekend rennertje een contract te bemachtigen, want zijn oordeel was hard. Bovendien beschermde hij als hun manager de belangen van een aantal baanvedetten en die waren er helemaal niet bij gebaat dat jong talent kwam meeëten uit de gevulde ruif van de overdekte banen in Brussel, Gent en Antwerpen, waar in de wintermaanden vrijwel iedere week een groot programma werd georganiseerd. De matchmaker van Antwerpen Theo Baelemans was het moeilijkst te overtuigen, maar Van Buggenhout streek nog wel eens de hand over zijn hart als een jonge ambitieuze renner om een contractje kwam bedelen. Na ettelijke malen zijn hoofd te hebben gestoten trof de jonge en volmaakt onbekende Peter Post Van Buggenhout eens in zo’n zeldzame menselijke bui. De Amsterdammer kreeg een kans en hij wist dat hij die moest grijpen, want het zou zijn enige zijn. Hij won op indrukwekkende wijze zowel de serie als de finale van een klassementswedstrijd voor abonnenten, de term voor jonge beloften. Het was voor Post het begin van een imposante carrière, waarin hij Van Buggenhout meer dan eens is tegengekomen. Het laatst in 1973 (foto) toen Peter Post voor het eerst de organisatie van de Zesdaagse van Rotterdam op zich nam. Hij wilde er een groot succes van maken en hij besefte dat hij maar één ding hoefde te doen en dat was Eddy Merckx contracteren. Dat lukte met de hulp van Van Buggenhout, de manager van Merckx. Het kostte Post een gigantisch bedrag, maar dat heeft hij er dubbel en dwars uitgehaald met de recettes want het zat avond aan avond bomvol in Ahoy’. (Foto: archief Sportpaleis Ahoy’)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 januari 2007 0:00

Vanavond begint in Ahoy’ de Zesdaagse van Rotterdam. Voor de 25e keer nog wel en dat is een behoorlijke mijlpaal die herdacht moest worden, besloot auteur Peter Ouwerkerk. Hij ging aan de slag en bijgestaan door vijf co-auteurs en de onvermijdelijke Huisdichter Cornelis ging hij aan de slag. Het resultaat is een prachtig boek geworden met de titel ‘Op de Rotterdamse latten’. Wielerboeken worden steeds mooier en strijden onderling om een ereplaats in de boekenkast van iedere wielerliefhebber. Die ereplaats mag dit boek wat mij betreft hebben, want de zesdaagse komt in een lichtvoetige en overzichtelijke stijl in al zijn aspecten aan de orde. Er is aandacht voor de ontstaansgeschiedenis van het fenomeen Zesdaagsche en uiteraard voor de eerste vooroorlogse edities van de Rotterdam SIX. Vedetten uit die tijd als Jan Pijnenburg, Piet van Kempen en Cor Wals krijgen volop aandacht. Die twee zesdaagsen uit lang vervlogen tijden kregen pas weer een vervolg in 1968 toen het fenomeen ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 januari 2007 12:00

David MILLAR (1977, Groot Brittannië)

Een van de beste tijdrijders uit de geschiedenis van de wielersport, maar hij heeft zijn prestaties op de fiets niet kunnen verzilveren met een klinkende palmares. Hij boekte mooie overwinningen en vooral in de jaren 2001 en 2003 was hij heel succesvol met respectievelijk acht en zes overwinningen. Bij die zes van 2003 zat ook de wereldtitel tijdrijden. 2004 werd echter het jaar van schuld en boete. Tijdens de Tour werd bekend dat Millar stelselmatig al vanaf 2001 epo gebruikte. In plaats van de gebruikelijke operette van ontkennen en zwijgen, gaf de Schot ruiterlijk toe dat hij helemaal fout zat. Hij werd door de UCI voor twee jaar geschorst, terwijl hem bovendien zijn wereldtitel werd afgepakt. David Millar heeft zijn schorsing inmiddels uitgezeten en in het afgelopen jaar keerde hij terug in het peloton. Niet meer bij zijn sponsor Cofidis, die hem direct had ontslagen toen zijn dopinggebruik bekend werd, maar bij Saunier Duval. Hij reed dit jaar zowel de Tour de France als de Ronde van Spanje. Hij toonde in die twee rondritten aan dat twee jaar uit competitie zijn, niet zonder gevolgen blijft. Hij won weliswaar een rit in Spanje, maar verder was het meerijden geblazen. Misschien heeft hij nog wat tijd nodig om weer bij de toppers te geraken, maar it makes you wonder. Die overwinning in Spanje was overigens niet zijn enige in 2006. Hij werd ook nog heel symbolisch kampioen van zijn land in de achtervolging. Want hoezeer hij ook spijt heeft betuigd en er zwaar voor is gestraft, zal zijn dopingverleden hem altijd blijven achtervolgen. Alsof hij de enige is. Het pleit in ieder geval voor hem dat hij als vrijwel enige zijn zonden heeft toegegeven. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 4 januari 2007 0:00

© Henk Theuns

“Piet Rentmeester was lang geleden een goede beroepsrenner die net tegen de internationale top aanzat. Dat was op zich al een hele prestatie, want Nederlandse renners hadden in die tijd de grootste moeite om ergens aan de bak te komen. Nederland had in die tijd geen profploegen en Piet was een van de weinige landgenoten die er in slaagde bij Franse ploegen onderdak te vinden. Hij was een specialist in de zogenoemde semi-klassiekers en hij won er twee. Kuurne-Brussel-Kuurne en Parijs-Camembert. Rijk werd je er in die tijd niet van en toen Piet er vanwege zijn leeftijd mee op moest houden moest hij nog maar zien hoe hij ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 januari 2007 10:00

Alessandro PETACCHI (1974, Italië)

Er zijn ploegen die naar een grote ronde gaan met geen ander oogmerk dan het winnen van zo veel mogelijk etappes. Ze hebben meestal geen klassementsrenner van formaat en daarom wordt de ploeg gebouwd rond een sprinter van wereldklasse. Die wordt elke dag volledig uit de wind gehouden, vertroeteld en verzorgd om in de laatste kilometers optimaal in stelling te worden gebracht. Voor zo’n ploeg is Petacchi de ideale afmaker, want hij is een koel en berekenend sprinter. En als hij goed uit het wiel komt dan is er geen houden meer aan. Dan kan hij lengtes pakken, ook op McEwen, Boonen en al die andere snelle mannen. Het is een mooi gezicht, maar verder heb ik er niet zo veel mee. De etappe is langer dan die paar kilometers van de finale en dat is dan meestal een saaie vertoning. In 2003 won Petacchi op die manier vijf ritten in de Vuelta, zes in de Giro en vier in de Tour. Ik zag hem dat jaar ook de eerste etappe van de Ronde van Nederland winnen. Op de Boompjes in Rotterdam. Nog een beetje gewend aan het fenomeen Cipollini verwachtte ik ook zo’n Italiaanse blitskikker. Maar op het podium stond een schuchter mannetje die bijna verlegen de kussen van de missen incasseerde en bij het zwaaien naar het publiek keek, alsof hij wilde zeggen: kijk mij nu eens gek doen. Alessandro Petacchi is een wereldsprinter, zonder de geweldige uitstraling van Cipo en nog een paar honderd Italiaanse wielrenners uit het verleden. Vorig jaar ging al in het voorjaar zijn seizoen naar de knoppen door een val waarbij hij zijn knieschijf brak. Hij zal er dit jaar wel weer bij zijn en ongetwijfeld weer veel winnen. Dat is een mooi gezicht, maar ze mogen dat huldigen van mij overslaan. Van hem ook trouwens. (Foto: © Cor Vos)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 3 januari 2007 0:00

Op oudejaarsdag had ik een ontmoeting met Tom Cordes in diens geboortedorp Wilnis, waar hij was neergestreken om er oudejaar te vieren bij zijn ouders. Tom woont al jaren in Baarle Hertog en het gesprek kwam op zijn plaatsgenoot Teun van Vliet. Ik heb Teun onlangs even gesproken. Dat was eind november tijdens het wielergala in Den Bosch. Ik schrok van hem, net als bijna iedereen die daar aanwezig was. De zoveelste aanslag op zijn leven door de sluipmoordenaar die wij kanker noemen, was met een operatie gepareerd en hij zag er beklagenswaardig uit. Het gesprekje was kort, want Teun was bijna niet meer bij machte te spreken. Het was onverstaanbaar gestamel. Via wielervrienden bleef ik in de weken daarna op de hoogte tot die ontmoeting met Tom Cordes. Hij had het kerstnummer van Wieler Revue bij zich en tot mijn schrik zag ik het hoofd van Teun bijna levensgroot op de voorpagina. Tom en ik vonden het walgelijk. Het interview dat Gio Lippens met hem had, heb ik niet gelezen, maar de hoofdredacteur die goedkeurt dat die foto op de cover staat, heeft voor mij ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 januari 2007 17:00

© T&T Tekst & Traffic

“Het baanseizoen draait op volle toeren en de zesdaagsecoureurs strijken deze week neer in Rotterdam. Verwonderlijk is het daarom niet dat ik vandaag een echte baanfiets in de spotlights zet en wel de stayersfiets van Martin Havik. Martin reed achter de grote motor in de tijd dat hij een contract had bij de Italiaanse GIS-ploeg en in die ploeg werd op fietsen gereden van het merk Francesco Moser. Op de horizontale buis staat een sticker van de Super Prestige Pernod 1978, het jaar dat Moser eindwinnaar was van het wereldbekerklassement. Aangezien Martin Havik getrouwd was met een Italiaanse en daar ook woonde, paste het plaatje om voor het team van Moser uit te komen mooi in elkaar. Wat minder mooi in elkaar paste, waren de ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 januari 2007 10:00

“Vandaag is het 1 januari 2007, een nieuw jaar met nieuwe kansen, verwachtingen en illusies. In dit kader wens ik U allen een topjaar. Laten we hopen dat de Nederlandse wielrenners hun kansen zullen grijpen en vooral hun doelen en onze verwachtingen waar zullen maken. Daarvan zullen Fred en zijn team op deze plaats hopelijk vaak en enthousiast verslag doen.
Op de maandag kijk ik altijd terug in de tijd en dat zal ook in 2007 niet anders zijn. Tot aan het begin van het wegseizoen zal ik elke week een prominente renner uit het zesdaagse-circuit. Ook start ik deze week met een nieuwe rubriek die in zijn geheel zal gaan over het wielerjaar 1979. Dat is in de historie nog steeds een van de absolute topjaren voor Nederland als het gaat om overwinningen.
Onze ruim honderd professionals wonnen in totaal 146 koersen waaronder de Ronde van ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 januari 2007 10:00

Pjotr UGRUMOV (1961, Letland)

“Ik was zestien jaar. Op school kwam een wielertrainer vragen of er iemand interesse had om wedstrijden te fietsen”, lees ik in een interview uit 1994 dat Raymond Kerckhoffs met Ugrumov had. In de jaren die volgden kwam de Let in het Sowjet-systeem tot wasdom en hij behoorde jarenlang met Aboesjaparov, Tschmil, Ekimow en nog vele anderen tot de fine fleur van het Sowjet-fietsen. In 1989 predikte Gorbatsjov de Perestrojka en de gebeurtenissen volgden elkaar snel op. Het solide, vanuit het Kremlin geleide communistische systeem stortte ineen als een kaartenhuis en na het optrekken van de stofwolken bleek het een failliete boedel te zijn. De poorten naar het rijke westen werden ook voor de wielrenners opengezet, maar het systeem werkte nog enigszins en de staatsamateurs werd aanvankelijk verboden om voor de grote commerciële ploegen te tekenen. Ze werden ingelijfd bij de in San Marino zetelende Alfa-Lum-formatie dat met Italiaans kapitaal 15 neo-profs uit de voormalige Sowjet Unie als ploeg op de weg zette. Ze keken hun ogen uit als Alice in wonderland en ze hadden in de eerste jaren veel last van aanpassingsproblemen. Maar toen ze die eenmaal hadden overwonnen kropen ze uit hun schulp en kwamen de successen. Ugrumov had het nadeel dat hij al tegen de dertig liep toen hij prof kon worden en met de jaren van aanpassing mee was hij al een bijna-veteraan toen hij op het hoogste niveau zijn kunsten mocht vertonen. En zijn voornaamste kunstje was het klimmen. Het kalende mannetje reed de cols op met de grote klimmers van die tijd en met Don Miguel Indurain, in de eerste helft van de jaren negentig de heerser van de Tour de France. In 1994 zal de rijzige Bask het best benauwd hebben gehad van de Let, die op indrukwekkende wijze twee Alpenritten op zijn naam schreef en de Spanjaard tot op 58 seconden naderde. Verder kwam hij niet want Indurain was met afstand de beste tijdrijder van die periode en dat ligt een echte klimmer heel wat minder. Die tweede plaats was het hoogtepunt voor Ugrumov, want daarna was het min of meer met hem afgelopen. Hij werd nog een keer zevende in de Tour, maar verdere successen bleven uit. Hij koerste tot 1999 en keerde daarna met een dikke portemonnee terug naar zijn vaderland. Wat hij daar is gaan doen, weet ik niet, maar zijn welstand is hem van harte gegund. Het Sowjetsysteem heeft jarenlang grote sportmensen gebruikt voor eigen glorie en de enkelen die nog van het grote geld hebben mogen profiteren, verdienen dat ook. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 1 januari 2007 0:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7