Jan DERKSEN (1919, Nederland)

Wat moet ik nog over deze man te berde brengen wat jullie nog niet weten? Al sla je me dood. Alles is al gezegd en geschreven over dit sieraad van de wielersport, dat vandaag 88 jaar wordt. Het is een soort Jan Derksen Week. Zondag was het Museum van Hans aan hem gewijd, gisteren stonden de ordners van Jan in het teken van de vroegere supersprinter en morgen presenteert Henk in zijn wasserette een echte kampioenstrui van de Lange Jan van Amsterdam, zoals hij in Kopenhagen werd genoemd. Jan Derksen is als wielrenner geboren en hij zal ongetwijfeld als wielrenner dit ondermaanse verlaten. Hij heeft alles bereikt wat hij wilde bereiken, ook al stak de tweede wereldoorlog ook een behoorlijke spaak in zijn wiel. Drie keer wereldkampioen, ontelbare nationale titels en ik weet niet hoeveel overwinningen waar geen titel maar wel vaak een grote prijs aan verbonden was. Tot zijn grote verdriet zag hij na zijn afscheid als renner de belangstelling voor de baansport dalen tot ver onder nul. Niemand maakte zich daar echt druk om, behalve Jan. Overal declameerde hij hartstochtelijk zijn passie voor de baan. Men hoorde hem belangstellend aan, maar er gebeurde niets. Tot het vanzelf weer ging leven. Hij mag gelukkig nog beleven dat zijn sport weer het aanzien heeft dat het zo lang heeft ontbeerd. Hij heeft ook vreselijk veel plezier in het fenomeen Theo Bos, zijn opvolger. Het betekent dat hijzelf niet de geschiedenis zal ingaan als de laatste der grote sprinters. De lijn Moeskops, Van Vliet, Derksen is naar deze tijd doorgetrokken en hopelijk zal Theo Bos nog zoveel losmaken dat er ook voor hem opvolgers opstaan. Want de sprint is het elitenummer van het wielrennen. Dat hield hij mij enkele jaren geleden nog eens voor en hij keek er zo fanatiek bij dat ik geen weerwoord aandurfde. De sprinters zijn de aristocraten van de wielersport. Ik weet niet of dat zo is, maar waar het hemzelf betreft heeft hij zeker gelijk. Koningin, sla die man tot ridder nu het nog kan. Jan Derksen, Ridder van het Snelle Wiel. Nog vele jaren beste Jan!!! (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 januari 2007 0:00

“De historische Zesdaagse van de Week is de allereerste Zesdaagse van Kopenhagen, die vandaag exact 73 jaar geleden ten einde kwam. Winnaars waren de Duitsers Willy Funda en Hans Pützfeld. Ze legden in zes dagen 3290 kilometer af. Met twee ronden achterstand werden Willy Falck Hansen en Willy Rieger tweede. De Deen Falck Hansen was een van de sterkste sprinters in de periode tussen de twee wereldoorlogen. In 1931 was hij wereldkampioen sprint en eind 1934 zou hij in zijn vaderland zijn enige zesdaagsezege boeken. Als amateur won hij op de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam de kilometer tijdrit.
In 1934 kende Kopenhagen om organisatorische redenen twee zesdaagsen. Klaas van Nek werd in de eerste met koppelgenoot Mogens Danholt achtste. Later dat jaar in datzelfde Kopenhagen wederom slechts één Nederlandse deelnemer, Adriaan Braspennincx (foto) werd met de Belg Adolphe Van Nevele vijfde, twee ronden achter de winnaars Falck Hansen en Rieger. Braspennincx behaalde in zijn loopbaan ruim vijfhonderd zeges op de baan, waaronder vreemd genoeg slecht één zesdaagse. Dat was die van Brussel in 1932 met Jan Pijnenburg.

Diezelfde Pijnenburg, bijgenaamd ‘de kanonbal’, vanwege zijn sterke demarrage, won er zeventien. In 1936 was hij, samen met Frans Slaats, de eerste Nederlandse winnaar in Kopenhagen. Slaats was in totaal zevenmaal succesvol. Een jaar later won ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 januari 2007 10:00

Andrei TCHMIL (1963, België)

Zo midden in de jaren tachtig onderging het internationale wielerpeloton vrij geruisloos een grote metamorfose. De Briek Schottes en de Tuur Decabooters waren op en voor dat soort types kwamen ideale schoonzonen in de plaats. Gesoigneerde jongens met goede opleidingen die anders koersten dan de Vlaamse houwdegens van weleer. Ze hoefden zich niet meer van februari tot november uit de naad te fietsen om hun geld te verdienen, want ze kregen – dankzij Greg LeMond - riante salarissen van de firma. En toen werd in 1989 het ijzeren gordijn opgerold en kwamen de Sowjet-krijgers meeëten aan de welgevulde ruif van het West-Europese profwielrennen. En daar waren ze weer de coureurs in armoe grootgebracht, die dankzij de fiets een andere wereld konden binnentreden. Aan Tchmil kon je zijn povere afkomst nog het meest afzien. Geboren in Rusland, stond hij jaren te boek als Moldaviër om ineens tot ieders verrassing Belg te worden. Hij woonde eerst in Italië om vervolgens ingezetene van Roubaix te worden. Roubaix of all places, wie wil er nu in Roubaix wonen? Je wil er als wielrenner winnen en dan als de wiedeweerga maken dat je wegkomt uit die sombere industriestad vol met werklozen. Maar Tchmil hoorde daar, hij won op weergaloze wijze een van de mooiste afleveringen van de Hel van het Noorden. Ik zie hem nog als een veldrijder solerend een rotonde nemen. Rechtdoor ging-ie met zijn fiets over de obstakels springend. Hij was voor die koers gemaakt en toen hij alleen over de finish kwam, moesten er heel wat washanden aan te pas komen om na het verwijderen van alle modder en slik te kunnen controleren of het inderdaad wel Tchmil was. Hij was het en hij keek somber met zijn kei naar de camera’s. Echt blij was-ie nooit. Misschien thuis, in het geniep als hij zijn zuurverdiende centen zat te tellen en aan zijn armoedige jeugd dacht in Chabarovsk. Die rotonde ergens in Noord-Frankrijk ligt er nog, maar er is geen Tchmil meer. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 22 januari 2007 0:00

© Hans Middelveld

Aanstaande dinsdag wordt hij 88 jaar en dat is natuurlijk hoogbejaard. Maar alles is relatief, want in 1957 werd Jan Derksen al tot de oudjes gerekend. 38 jaar en 7 maanden is natuurlijk oud voor een topsporter en er werd niet veel meer van hem verwacht toen hij eind augustus 1957 met zijn vriend, collega en tegenstander Arie van Vliet zijn intrek nam in een hotel in Maastricht. Vandaar zouden de twee dagelijks naar het nabijgelegen Luik rijden waar op de baan van Rocour het WK 1957 werd verreden. Van Vliet was nog drie jaar ouder dan Derksen en die werd helemaal niet meer voor vol aangezien, aangezien hij had aangekondigd met dit WK zijn rijke loopbaan te willen besluiten. En laten die twee afgeschreven oudjes nou uitgerekend de finale halen van het sprinttoernooi. Het was ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 januari 2007 10:00

Martin VAN GENEUGDEN (1932, België)

Een klasbak deze coureur uit Belgisch Limburg. Hij had veel inhoud en hij was snel. Hij won in zijn loopbaan maar liefst 204 bloementuilen in zeer uiteenlopende wedstrijden. Hij was goed in eendagskoersen, maar ook in rondritten. Hij won zes etappes in de Tour de France en hij excelleerde ook enkele malen in Bordeaux-Parijs, de monsterrit die hij helaas niet op zijn palmares heeft staan. Zijn belangrijkste overwinning in eigen land was zijn zege in Dwars door België in 1962. Een loodzware koers met bijna uitsluitend karakterrenners op de erelijst. Van Geneugden is een vrolijke man, die nog altijd positief in het leven staat. Hij maakte echter de fout om na zijn carrière te gaan kotsen. Hij bracht een aantal verhalen naar buiten over dopinggebruik en dat moet je niet doen. Dan wordt je door de wielerkerk geëxcommuniceerd. Als je dan zonodig moet praten doe het dan als actief renner en vergeet daarbij dan niet je eigen rol, wordt dan altijd gezegd. Maar dat heeft Van Geneugden niet gedaan, waardoor zijn persoon voor sommige van zijn tijdgenoten persona non grata is. Hij zit er niet mee, want hoewel zijn gezondheid de laatste jaren te wensen overlaat is de Genkenaar nog altijd een goedlachse man en in eigen streek een graag geziene gast in forums bij sportbijeenkomsten. Vorig jaar kwam hij nog in het nieuws als lijstduwer van de politieke partij PVDA in zijn woonplaats Genk. Snel is hij niet meer, want hij beweegt zich voort met een stokje, maar de gulle lach heeft weinig aanmoediging nodig om vol door te breken. De driekwart eeuw maakt hij vandaag vol en de spirit is nog volop aanwezig om er nog een paar jaar aan vast te plakken.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 21 januari 2007 0:00

Er ligt een lang weekend voor ons en het weer is zodanig dat het geen pretje is je buiten te wagen. Het is andermaal storm en regen. Ideale dagen om je aan de prijsvraag te wagen van de Campina Ronde van het Groene Hart. Vijftig pittige vragen, maar bepaald niet onoplosbaar. Iedereen met doorzettingvermogen en wielrennerskarakter, heeft hier een leuke klus aan. En de prijzen zijn prachtig en talrijk! Wat let je?

Voor je het weet rijdt je op zo’n prachtige Gazelle-fiets rond.

www.rondevanhetgroenehart.nl

WIE NIET WAAGT, WIE NIET WINT!!!

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 januari 2007 10:00

Jan NOLTEN (1930, Nederland)

1952 was voor mij een ellendig jaar. Als jongetje had ik me jarenlang in niets onderscheiden van mijn vriendjes en toen greep de natuur wreed in. Ik ging groeien. Niet een stukkie, maar wel een halve meter in nog geen jaar. Mijn lichaamsgewicht werd ineens over veel meer centimeters verdeeld en als een elastiek werd ik uitgerekt. Van een gemiddeld jongetje werd ik een lange, breekbare slungel. Mijn ouders prezen me de hemel in, want aan lengte kleefde alleen maar voordelen, zeiden ze. Maar de kinderen in mijn klas dachten daar heel anders over en iedere passant op straat informeerde of het boven koud was. Ik voelde me diep ongelukkig en als iemand mij op dat moment een cursus zelfdoding had voorgesteld, zou ik het ernstig hebben overwogen. Maar in juli 1952 was daar ineens Tourdebutant Jan Nolten. Op het cinemadoek van Cineac Reguliersbree. Een lange sliert met net zulke dunne staken als ik had en hetzelfde magere koppie met dat blonde achterover gekamde haar met brylcream. Een schok van herkenning en hoop. Want die slungel uit Limburg was in het hooggebergte van de Tour de France wel even zelf gaan voelen of het boven koud was en hij had op de Col de la Turbie Jean Dotto verslagen en op de Puy de Dôme Bartali, Geminiani en Robic achter zich gelaten en bijna Fausto Coppi geklopt. Er was dus hoop. Wat hij met dat onooglijke lijf kon, moest ook voor mij zijn weggelegd, dacht ik en de eerste voorbijganger die naar de temperatuur op mijn hoogte informeerde, kreeg de wedervraag of het daar beneden stonk. Ik liep op wolken en ik durf te stellen dat Jan Nolten mij destijds, zonder het te weten, een stuk zelfvertrouwen heeft geschonken. In augustus jongstleden stond ik tijdens de Eneco Tour in Landgraaf oog in oog met mijn evenbeeld van toen. In zijn lengte had ik mij niet vergist. Met Jefke Janssen aan zijn zijde geleek hij op Watt met Halfwatt. Ik overwoog even om hem over 1952 te vertellen. Ik heb het niet gedaan, omdat ik niet het gevoel had dat hij me daarna nog voor vol zou aanzien. Een beetje gêne mag een mens toch houden, lijkt me. Toch bedankt Jan, al weet je niet waarom.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 20 januari 2007 0:00

© Otto Beaujon

“Groene Leeuw was het topmerk van fietsenfabrikant De Kimpe in Deinze. In 1956 werd al de eerste amateurwielerploeg gesponsord, onder leiding van Berten De Kimpe. In 1958 was er vervolgens de eerste profploeg met zestien renners en die ploeg groeide uit tot niet minder dan 39 coureurs in 1965. Co-sponsors waren achtereenvolgens: limonadefabrikant Sinalco, bierbrouwerij Wiel’s en het vermouthmerk Gancia.
Groene Leeuw behaalde met hoofdsponsor Wiel’s de meeste successen en die formatie heeft vele vermaarde renners onder contract gehad, zoals de sprinter Willy Vannitsen. Verder Lucien Matthijs, Jean-Baptiste Claes (die tegenwoordig een keten van herenmodezaken heeft), Yvo Molenaers, Frans Demulder, Walter ...

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 januari 2007 10:00

Hans DAAMS (1962, Nederland)

Hans behoort tot de renners van wie de carrière voortijdig is afgebroken door het fenomeen hartritmestoornissen. Tot die categorie behoren ook klasbakken als Rini Wagtmans en Danny Nelissen. Er zijn er ook die die waarschuwing niet gekregen hebben en nu niet meer onder ons zijn. Ik ben geen medicus, maar er zijn volgens mij teveel (oud)wielrenners en wielrensters veel te jong om het leven gekomen door een hartstilstand. Bij ieder bericht daarover verbaas ik me weer dat iedereen zich ontzettend druk maakt over doping, terwijl hartstilstanden als een voldongen feit worden geaccepteerd. Waren die gevallen niet te voorkomen geweest door een diepgaand hartonderzoek bij het begin van een carrière? Toen vorig jaar een voetballer om het leven kwam door een hartstilstand zag ik op TV een item, waarin een volleyballster vertelde dat ze vrijwillig een hartonderzoek had laten doen. Toen werd een kleine hartafwijking vastgesteld die door een operatie verholpen is. Van een potentiële hartstilstanddode is ze nu weer een gezonde sportvrouw. Nooit meer iets van gehoord of over gelezen, doodse stilte. Terwijl er vrijwel wekelijks kolommen worden volgeschreven over doping, waardoor nog geen enkele dode is gevallen. Ik begrijp dit totaal niet. Gelukkig zijn Rini Wagtmans, Danny Nelissen en ook Hans Daams tijdig gewaarschuwd. Hans kan terugkijken op een korte maar mooie carrière als beroepsrenner en hij is nu eigenaar van een bloeiende racefietsspeciaalzaak in Valkenswaard. Kan niet eens een cardioloog - met een passie voor de (wieler)sport - met een deskundig en begrijpelijk antwoord reageren? (Foto: archief Wim van Eyle)

Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 januari 2007 0:00

Gerrit VOORTING (1923, Nederland)

Het mooiste vond ik altijd zijn stijl, Doodstil op de fiets, alleen de slanke beentjes maalden en dan die licht wiegelende gang. Een prachtige afgetrainde atleet. En dat is hij als 84-jarige nog steeds. Het is niet te geloven hoe fantastisch die man nog fietst op zijn Jan Janssen, die hij van zijn vrienden cadeau kreeg ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag. Het ravenzwarte haar is allang wit geworden en de gelooide bruine huid verraadt het leven van een buitenman. Hij was een echte beroepsrenner, zo eentje die een gulden doormidden beet, met een voor die tijd rijke palmares. Een heel succesvolle renner. In de jaren vijftig behoorde hij met Wim van Est en Wout Wagtmans tot de top van Nederland. Hij droeg het roze van de Giro en het geel van de Tour en op de Olympische Spelen van 1948 behaalde hij een zilveren medaille in de wegwedstrijd. Toen ik eens bij hem thuis was om over die wedstrijd te praten, vroeg ik of ik die medaille mocht zien. Hij had hem niet meer. Een neefje had hem eens geleend en nooit meer teruggebracht. Maar Gerrit zat er niet mee, hij kan alles perfect relativeren. Wat ik ook altijd in hem heb gewaardeerd is het feit dat hij altijd zegt waar het op staat. Hij is geen ruziezoeker, maar als hij vindt dat hij door iemand tekort is gedaan dan windt hij er geen doekjes om. Vierentachtig jaar en nog altijd een sieraad voor de wielersport. (Foto: © Henk Theuns)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Geplaatst door Fred van Slogteren, 18 januari 2007 0:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 Volgende »